Blog 8: Promoveren of niet?

Zal ik wel of niet gaan promoveren?
Een vraag waar veel jonge dokters, inclusief ikzelf, zich tegenwoordig mee bezig houden. Dit komt met name omdat er steeds meer jonge dokters zijn die promoveren. In een artikel van de NTvG uit 2018 wordt gekeken naar het aantal promovendi aan medische faculteiten tussen 1992 en 2018. Daaruit blijkt dat het aantal promoties bijna is verdrievoudigd door de jaren heen. Dat is een behoorlijke toename! Waarom promoveren er zo veel meer dokters? Maakt promoveren je een betere dokter? Hoe ziet je dag er eigenlijk uit als je promoveert? Een heleboel vragen waar ik geen antwoord op heb, maar hopelijk wel antwoord op ga krijgen. Ik ga in gesprek met Eefje van Helvoort, afgestudeerd als arts, interesse in de orthopedie en nu werkzaam als arts-onderzoeker en hopelijk over een aantal maanden gepromoveerd en dus écht dokter én expert op het gebied van knie artrose. 


Eefje, vertel, hoe is het met je? En hoe zien jouw dagen eruit? 
Met mij gaat het goed! Ik ben sinds januari 2017 bezig met mijn promotieonderzoek naar knie artrose en hoop dit over ongeveer vijf maanden af te ronden. Promoveren duurt gemiddeld drie a vier jaar, maar door corona heb ik wat uitloop gehad. Het verdedigen van je proefschrift, dus het echte promoveren, volgt vaak wat later dan dat je onderzoek is afgerond, bij mij dus ook.
Mijn promotie bestaat eigenlijk uit twee grote onderzoeken. Allereerst een grote klinische patiëntenstudie met ongeveer 300 patiënten die we twee jaar gevolgd hebben. Deze patiënten hebben allemaal artrose van hun knie en hebben allerlei onderzoeken gehad (bloedtesten, foto’s, scans et cetera) om uiteindelijk beter in beeld te krijgen wat voor soort artrose er speelt en hoe het beloop is. Momenteel wordt artrose slechts op één manier behandeld, echter is de knie artrose van een 30-jarige voetballer een heel ander soort artrose dan die van een 85-jarige patiënt. We proberen de verschillen beter in beeld te krijgen om gerichte adviezen en behandeling te kunnen geven. Daarnaast hebben we een studie opgezet waarbij we kijken naar de effectiviteit van injecties met ontstekingsremmende cytokinen in het kniegewricht.
Mijn dagen zijn enorm wisselend, ik heb er dagen bij dat ik mezelf aan het einde van de dag afvraag wat ik nou eigenlijk gedaan heb haha, maar dat hoort erbij! Je start met het opbouwen van een database, ik doe een klinische studie dus heb veel patiënten gezien en gesproken. Andere dagen zit ik ook de hele dag te puzzelen op de statistiek of sluit ik mezelf op om een gedeelte van een artikel te schrijven.

Wat ga je doen als je over vijf maanden klaar bent?
Ik zou graag in de consultancy gaan werken en daarbij processen in en buiten het ziekenhuis verbeteren. Ziekenhuizen huren vaker externe partijen in om bijvoorbeeld fusies of interne processen in kaart te brengen en te begeleiden, dat lijkt me heel erg tof! Promoveren en onderzoek doen vond ik erg leuk, maar dat zie ik mezelf niet voor altijd doen. Ik heb er heel veel van geleerd, maar het is soms toch echt wel heel traag, je moet veel wachten. Wachten op subsidies, wachten op goedkeuring van de Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC), wachten op goedkeuring voor plaatsing van een artikel en ga zo maar door.  Daar ben ik te ongeduldig voor.

Je wilt dus niet opnieuw in het ziekenhuis aan de slag?
Nee, klopt. Langer geleden heb ik eigenlijk al gemerkt dat het werk in het ziekenhuis uiteindelijk toch niet mijn ding is. Ik vond de orthopedie het allerleukst, dus daar heb ik mijn laatste coschap gedaan. Al snel merkte ik dat het toch veel routine werk is en ik vind juist de complexe problemen waarbij echt nadenkwerk vereist is het leukst. Toen ik onderzoek ging doen tijdens mijn wetenschapsstage van mijn coschappen merkte ik dat ik dat heel erg leuk vond en het ziekenhuis en het directe patiëntencontact niet echt miste. De sfeer in het ziekenhuis, het ellebogenwerk om in opleiding te komen, de regeltjes en politieke spelletjes, daar pas ik gewoon niet zo goed tussen haha.

Wat vind je het leukste aan promoveren?
Dat je heel erg veel van één onderwerp weet en dus echt een beetje expert bent op een bepaald gebied. En natuurlijk de congressen! Ik heb er zelf 5-10 bezocht. Het is leuk om (internationale) collega’s die met hetzelfde bezig zijn te ontmoeten en te leren kennen. Vaak zijn congressen internationaal, en dus in het buitenland, dat maakt het extra leuk. Maar ook zelf een praatje houden over datgene waar je zoveel van weet en zoveel mee bezig bent, daar krijg ik echt voldoening van.

En wat het minst leuk?
De politieke spelletjes of bepaalde regeltjes. Je moet je artikel zo schrijven en je bevindingen zo presenteren dat het ergens geaccepteerd wordt, terwijl ik het liever op zou willen schrijven zoals ik dat zelf graag wil. In de wereld van het wetenschappelijk onderzoek is iedereen altijd gebrand op de p-waarde, want is een uitkomst wel statisch significant? Terwijl je je soms ook moet afvragen of iets klinisch relevant is of niet, en sommige uitkomsten die statistisch niet significant zijn kunnen toch relevant zijn.

Steeds meer jonge dokters gaan promoveren, vaak ook omdat promoveren je kans op een opleidingsplek vergroot. Op sommige plekken is het zelfs zo dat je gepromoveerd moet zijn om in opleiding te komen. Wat vind jij daarvan?
Ik vind dat echt niet goed! Of je gepromoveerd bent of niet zegt niets over iemands kwaliteiten als AIOS (Arts In Opleiding tot Specialist). Daarnaast heb je in een vakgroep dokters met allerlei verschillende kwaliteiten  nodig. Natuurlijk is het fijn als je dokters hebt die affiniteit hebben met wetenschappelijk onderzoek, maar is het een must om specialist te worden? Ik vind van niet!
Daarnaast zorgt deze trend ervoor dat mensen gaan promoveren om in opleiding te komen, niet omdat ze graag willen promoveren. Ik denk dat dat de kwaliteit van het onderzoek niet ten goede doet. Promoveren kost veel geld en tijd voor een instelling dus het moet wel echt iets toevoegen. Zo’n halfbakken, soms weinig relevant proefschrift schrijven, alleen maar omdat het goed op je CV staat als je gaat solliciteren voor een opleidingsplek, is naar mijn mening echt geen goede, maar wel steeds groter wordende trend binnen de medische wetenschap.  

‘Mensen gaan tegenwoordig promoveren om in opleiding te komen, niet omdat ze willen promoveren en dat komt de kwaliteit van het onderzoek niet ten goede’

Hoe wordt de kwaliteit van een proefschrift gewaarborgd?
De eisen om te promoveren verschillen volgens mij per faculteit of vakgroep. Bij mij zijn er ongeveer vier publicaties nodig. Uiteindelijk bepaalt een leescommissie of de kwaliteit hoog genoeg is om je proefschrift te mogen verdedigen, dus het is echt niet zo dat je zomaar even promoveert hoor! Maar toch denk ik dat als je iets doet omdat het volgens jou moet, en niet omdat je het wilt, je het moeilijker volhoudt, je er zelf minder voldoening uit haalt én de kwaliteit niet altijd op de eerste plaats komt.

Denk je dat je een betere dokter wordt van promoveren?
Ja! Dat denk ik zeker. Je gaat analytischer denken, doet veel kennis op en leert wetenschappelijke artikelen beter lezen, begrijpen en op waarde te schatten. Je kunt wat beter tussen de regels doorlezen en begrijpt waarom zaken soms opgeschreven staan zoals ze opgeschreven zijn. Je doorziet tegen welke problemen de auteurs opgelopen zijn en waarom er gekozen wordt om iets wel of niet te benoemen, dat maakt dat je de kwaliteit beter en sneller kunt beoordelen Daarnaast leer je eigenschappen die je niet zo snel op een andere manier leert zoals wetenschappelijk Engels spreken en schrijven of een groot publiek toespreken in het Engels of juist een korte, goede pitch houden. Aan de andere kant kun je zonder te promoveren ook een hele goede dokter worden, dus naar mijn mening moet het zeker geen vereiste zijn voor een arts.

‘Ik denk dat je van promoveren een betere dokter wordt, aan de andere kant kun je zonder promoveren ook een hele goede dokter worden. Het moet geen vereiste zijn.’

En dan als laatste, welke eigenschappen moet iemand hebben om te gaan promoveren volgens jou?
Allereerst moet je gaan promoveren omdat je het leuk vindt. Wat betreft eigenschappen: je moet geduldig zijn, want onderzoek doen is zoals eerder gezegd veel wachten. Je moet nieuwsgierig zijn, het naadje van de kous willen weten en nooit klaar willen zijn met leren. Daarnaast moet je je niet te snel uit het veld laten slaan, want plannen worden continu gewijzigd en er ligt geen kant-en-klaar plan, dus je moet ook flexibel zijn. Je moet er tegen kunnen dat het soms voelt alsof je niks hebt gedaan en je moet het grotere geheel kunnen zien en vooruit kunnen denken. Je moet niet gaan promoveren als je het doet voor een opleidingsplek, dan is het gewoon echt een te zware kluif, het is namelijk niet iets wat je er even bij doet. Maar in principe zou iedereen het kunnen!


Op de Instagram pagina van dokters die het anders doen vroegen we naar jullie mening over dit onderwerp. Van de bijna 100 reacties dacht 14% dat promoveren je een betere dokter maakte, 86% was het daar niet mee eens. Waar iedereen het eigenlijk wel over eens was is dat promoveren als vereiste voor een opleidingsplek geen goede trend is.

Ik ben eigenlijk erg enthousiast geworden over promoveren na mijn gesprek met Eefje. Dus wellicht is promoveren of klinisch onderzoek doen wel iets voor mij! Hoe zit dat bij jou? Zou jij willen promoveren of is het nodig om in opleiding te komen bij jouw favoriete specialisme? Laat het me weten via Email of Instagram!


Blog 7: In gesprek met een revalidatiearts in opleiding

Deze week ga ik in gesprek met dokter Sigrid Meijer, een sociaal iemand met het hart op de juiste plek. Een dokter die echt iets wil betekenen voor de patiënt en dat graag in teamverband doet. Ze is revalidatiearts in opleiding in Nijmegen en heeft haar plekje daar helemaal gevonden!


Sigrid, wat fijn dat je ons mee wilt nemen in jouw werk als revalidatiearts in opleiding. Hoe is het met je?
Het gaat heel erg goed! Ik zit zo op mijn plek bij de revalidatie en ben toegelaten tot de opleiding tot revalidatiearts per september komend jaar dus dat is helemaal super!

Ik heb eerlijk gezegd niet zo’n goed beeld van de revalidatiegeneeskunde, waar houd je je als revalidatiearts eigenlijk mee bezig?
Het is een ontzettend breed vakgebied en dat maakt het ook zo leuk. Je werkt buiten het ziekenhuis, maar de lijntjes zijn heel kort en je bent ook vaak in het ziekenhuis dus voor mij is dat de perfecte combinatie! De revalidatiegeneeskunde heeft eigenlijk vier grote vakgebieden. Allereerst houding & beweging, daaronder valt bijvoorbeeld de revalidatie na een amputatie door een infectie, ongeluk of suikerziekte, of patiënten met reumatische aandoeningen of meerdere botbreuken door een ongeluk. Ten tweede patiënten met chronische pijnklachten met een anatomisch substraat (dat wil zeggen dat er een anatomische oorzaak voor de pijnklachten is, er zijn ook centra die zich richten op chronische pijnklachten waar met name psychische problematiek de oorzaak is) vallen hieronder. Daarnaast is de neurorevalidatie een groot gedeelte van ons werk, dat zijn patiënten na een herseninfarct of -bloeding of patiënten met hersenletsel na een ongeluk of bijvoorbeeld zuurstofgebrek na een reanimatie. Maar ook mensen met een dwarslaesie en patiënten met progressieve neurologische aandoeningen zoals Multiple Sclerose (MS). Als laatste de kinderrevalidatie, daaronder valt eigenlijk alles bij kinderen t/m 18 jaar, het zijn vaak aangeboren aandoeningen. Het laatste jaar is hier een hele nieuwe groep bijgekomen: de patiënten die revalideren na een COVID19-infectie, hier zijn nieuwe programma’s voor opgezet maar omdat het pas zo kort bestaat zijn we daarin nog wat zoekende.

Hoe ben je terecht gekomen bij de revalidatiegeneeskunde? 
In mijn coschapspoor had ik heel snel een keuzecoschap, dat regel je zelf en daar kan je niet in de week voor het coschap mee beginnen. Ik moest dus een plekje zoeken waar ik graag een coschap wilde lopen voordat ik überhaupt coschappen in het ziekenhuis had gehad. Dus heb ik me door ervaringen van anderen te lezen verdiept in de opties voor een keuzecoschap. Daar kwam ik een stukje over revalidatiegeneeskunde tegen en dat leek me wel wat! Ik heb het revalidatiecentrum gemaild en mocht daar mijn keuzecoschap volgen. Ondertussen was ik begonnen met de coschappen in het ziekenhuis en ik merkte dat ik me daar niet zo thuis voelde. De revalidatiegeneeskunde vond ik direct leuk! En ook nadat ik alle coschappen had gehad vond ik de revalidatie nog steeds het allerleukst. Mijn laatste coschap heb ik dus ook bij de revalidatiegeneeskunde gedaan en toen wist ik het eigenlijk zeker. Om ervaring als arts op te doen heb ik een tijd bij de neurologie gewerkt, en daar wist ik weer direct waarom ik liever niet in het ziekenhuis zou willen werken. Toen er een vacature voor arts-assistent revalidatiegeneeskunde voorbij kwam heb ik direct gesolliciteerd en nu heb ik dus zelfs een opleidingsplek weten te bemachtigen!   

‘De revalidatie geneeskunde is ontzettend breed, dat maakt het ook zo leuk!’

Waarom wilde je niet in het ziekenhuis werken? Wat stond je tegen aan het ziekenhuis?
Ik voelde me er niet echt thuis, de sfeer is heel erg competitief en hiërarchisch. En daarnaast stoort het me enorm dat iedereen alleen naar zijn eigen stukje kijkt, als de patiënt niet precies de symptomen heeft volgens het boekje volgt er altijd een discussie over wie de hoofdbehandelaar moet worden. Ik wil het gewoon samen doen op de plek waar de patiënt de beste zorg krijgt!
Bij de revalidatie werken we echt in teamverband, we doen het samen in plaats van allemaal alleen ons eigen stukje, dat vind ik ontzettend leuk! Daarnaast is de sfeer binnen de revalidatie ook heel erg open, je kunt het overal over hebben, en zijn de werktijden, administratietijd, pauzes, vrije dagen en diensten gewoon echt heel erg goed geregeld. Anders dan binnen het ziekenhuis waar je vaak veel langere dagen maakt dan in je contract staat en er standaard te weinig compensatie is voor diensten. En niemand zegt er natuurlijk wat van, want je zit in een afhankelijkheidspositie als je nog een opleidingsplek wil.

Je geeft aan dat je de zorg van de patiënt zo graag samen doet. Wie werken er allemaal mee aan de revalidatie van jullie patiënten?
Het is een groot team bestaande uit een revalidatiearts, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, logopedisten, psychologen, maatschappelijk werk, ergotherapeuten en soms de diëtiste uit het ziekenhuis. Maar ook de psychomotore therapeut die zich met name richten op het bepalen en laten ervaren van iemands fysieke grenzen en balans tussen belasting en belastbaarheid samen met de ergotherapeut. Daarnaast de bewegingsagoog die heel specifiek naar bepaalde bewegingen en sporten kijkt, als iemand bijvoorbeeld heel graag zwemt kijkt diegene mee om te zorgen dat dat mogelijk gemaakt wordt.

Hoe ziet jouw gemiddelde werkweek eruit? 
Als revalidatiearts (in opleiding) heb je zowel dagen in de kliniek, dat wil zeggen dat je de intake van de nieuwe patiënten doet en de ontslaggesprekken van de patiënten die opgenomen hebben gelegen. Daarnaast heb je een aantal dagdelen poli, ingeplande administratietijd, doe je consulten in het ziekenhuis en neem je deel aan een aantal MDO’s (Multi Disciplinaire Overleggen). Het is dus heel erg afwisselend werk.
Als arts-assistent werk je 36 uur, dat zijn 4 dagen van 9 uur in ons geval. Tijdens de opleiding worden dat weer vijf dagen per week, maar nadien als revalidatiearts kun je gemakkelijk parttime werken.  

‘Ik wil het gewoon samen doen, op de plek waar de patiënt de beste zorg krijgt’

Je hebt het over ingeplande administratietijd, dat klinkt fantastisch! Lekker afgebakend! Hoeveel procent van jouw werkdag besteed jij aan administratie?
Mijn ingeplande administratietijd ook wel indirecte patiententijd genoemd is ongeveer 33% van mijn wekelijkse uren, dus ik heb ongeveer 3 uur administratietijd per dag ingepland staan in mijn agenda. Dit zijn vaak kleine blokjes van 15 minuten dus niet super efficiënt, maar hiermee kom je al wel een eind.

Heb je diensten?
Nu niet, maar dat komt uiteraard wel! Er liggen denk ik gemiddeld ongeveer 25 tot 30 patiënten opgenomen in het revalidatiecentrum. De patiënten liggen gemiddeld 50 dagen dus ongeveer 2 maanden opgenomen, zij zijn er natuurlijk dag en nacht. Als er in de nacht iets gebeurt bellen de verpleegkundigen de dienstdoende revalidatiearts. De diensten die je hebt zijn in principe dus bereikbaarheidsdiensten waarbij je thuis bent en gebeld wordt als je nodig bent.

Verschilt jouw salaris van het salaris van een arts-assistent die in het ziekenhuis werkt?
Nee in principe is dat hetzelfde, enige verschil is wellicht dat ik ook daadwerkelijk de uren in mijn contract werk en vrijwel geen (onbetaalde) overuren draai.

Als er mensen zijn die enthousiast geworden zijn over de revalidatiegeneeskunde. Waar zou je kunnen gaan werken? En waar kun je in opleiding?
Je hebt acht opleidingsregio’s en onder die regio’s vallen meerdere revalidatiecentra. Je hebt twee regio’s in Amsterdam (aangesloten aan VU en aan AMC), maar ook regio Leiden en regio Utrecht, regio Noord Oost Nederland, Zuid Oost Nederland, Oost Nederland en Zuid West Nederland. Ik ben in opleiding in regio Oost Nederland, daaronder valt het Radboud umc (Nijmegen), de Sint Maarten kliniek (Nijmegen), de Tolbrug (’s-Hertogenbosch), Klimmendaal (Arnhem) en het Rijnstate ziekenhuis (Arnhem). Alle informatie is te vinden op de website www.revalidatiegeneeskunde.nl.

Laatste vraag, is promoveren een must om in opleiding te komen? Zo niet, is er wel ruimte om onderzoek te doen mochten mensen dat leuk vinden?
Nee, het is geen must om gepromoveerd te zijn om in opleiding te komen. Het is wel een must om ervaring te hebben als arts-assistent in het ziekenhuis. Veel collega’s hebben bij de neurologie of de orthopedie gewerkt. Wat betreft onderzoek, er wordt veel onderzoek gedaan binnen de revalidatiegeneeskunde. In de ene regio meer dan de andere, in mijn regio is met name de Sint Maartenskliniek in Nijmegen heel erg ver op dat gebied. In onze opleiding is er tijd ingebouwd voor óf management óf onderwijs & opleiding óf onderzoek. Dus ja, er is zeker ruimte voor! 

Blog 6: In gesprek met Richard de Leth, expert op het gebied van een gezonde leefstijl

Ik ben op zoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt met een doktersdiploma. De standaardroute van arts-assistent tot medisch specialist in het ziekenhuis kennen we allemaal door de coschappen, maar wat is er buiten het ziekenhuis eigenlijk allemaal te kiezen? Elke week staat er een blog online, de ene week over van alles wat te maken heeft met het maken van die keuze, de andere week een inkijkje in het leven van een dokter die andere keuzes gemaakt heeft. Want hoe ziet je dag er dan uit? Waarom zijn keuzes gemaakt? En hoe is hij of zij gekomen op de plek waar die dokter nu staat?

Deze week ga ik in gesprek met Richard de Leth. Een dokter die na het afronden van de coschappen, voor zijn doktersexamen, heel snel afscheid heeft genomen van het dokterschap, omdat de ‘ziektezorg’ niet bij hem paste. Hij wil zich veel meer richten op preventie in plaats van ziekte, want hoe cliché ook: voorkomen is beter dan genezen. Hij heeft zich verdiept in wat gezondheid nou eigenlijk is en hoe je dit kunt bereiken en helpt nu duizenden mensen met zijn platform OERsterk naar een gezonde leefstijl, een fit lichaam en een sterke geest. Een fantastisch mooie missie waar naar mijn mening veel meer aandacht voor zou moeten zijn!


Richard, nogmaals bedankt dat je tijd wilt maken voor dit interview en ons een kijkje wilt geven in jouw leven en de keuzes die jij hebt gemaakt om op deze plek te komen. Jij hebt in 2007 jouw coschappen afgerond en bent heel snel daarna gestopt. Wat stond je het meest tegen aan het dokterschap en hoe heb je de keuze om iets anders te doen zo snel na het afstuderen gemaakt? 
Tijdens de coschappen merkte ik al dat ik veel breder keek dan in het ziekenhuis werd gedaan. Ik keek naar de hele patiënt, wilde adviezen geven over bewegen, gezonde voeding, maar ook de oosterse geneeskunde interesseerde me waarover ik adviezen wilde geven. Echter merkte ik ook direct dat dit niet echt gewaardeerd werd. Een supervisor heeft me wel eens de kamer uitgestuurd waarbij ik op de gang moest wachten en moest nadenken waarom ik bepaalde adviezen gaf. Dit out of the box denken werd dus totaal niet gewaardeerd. Daarnaast stond het behandelen van ziekte die mogelijk ook voorkomen hadden kunnen worden me tegen, overal is wel een pilletje voor. De reguliere geneeskunde is naar mijn mening te veel bezig met korte termijn oplossingen. Vroeger heette de studie medicijnen, dat is veranderd in geneeskunde, maar eigenlijk is de oude benaming passender voor de reguliere geneeskunde zoals deze nu is in mijn optiek. 

‘Voorkomen is beter dan genezen, maar tegenwoordig is overal wel een pilletje voor’

Vond je het een lastige keuze om te maken?
De keuze was niet lastig, want ik wist dat ik niet in het ziekenhuis paste. Ik had direct een duidelijke missie: gezondheid promoten en verbeteren. Het was wel lastig om uiteindelijk op de plek te komen waar ik nu sta, dat ging met vallen en opstaan. Ik startte mijn eigen bedrijf maar wist niets van ondernemen, het ging me financieel dus absoluut niet voor de wind, maar ik had een duidelijk doel voor ogen en heb gewoon doorgezet. 

Ik denk dat het voor velen herkenbaar is dat men in het ziekenhuis vooral bezig is met ziekten en veel minder met preventie en een goede leefstijl, terwijl een ongezonde leefstijl wel de basis is van vele ziekten. Wat zou er moeten veranderen aan het systeem zoals deze nu is? 
Ten eerste worden er te veel beslissingen gebaseerd op de korte termijn en niet op de lange termijn. Bij een patiënt met bijvoorbeeld beginnende suikerziekte of een hoge bloeddruk is het veel gemakkelijker om een pilletje voor te schrijven dan om uitgebreide uitleg te geven over een gezonde levensstijl en actief te coachen. Dat kost meer tijd en dus geld. Daarnaast denken we te veel in hokjes, de geneeskunde en het ziekenhuis zijn allemaal losse bedrijven die maar naar één stukje van de patiënt kijken, het zijn allemaal losse eilandjes, terwijl een patiënt niet uit losse eilandjes bestaat maar één persoon is. Foto geneeskunde noem ik dat, er wordt gekeken naar één moment en niet naar de film. Ik denk dat we daar de plank misslaan en minder goede zorg bieden dan dat mogelijk zou zijn. Maar ook de financiële inrichting van het systeem zorgt voor verkeerde impulsen. De dorpsdokter in China van jaren geleden kreeg betaald als patiënten niet ziek werden, want dan was je een goede genezer, nu wordt er betaald per ziekte en per ingreep. Dat is natuurlijk niet erg stimulerend in het voorkomen van ziekten. We zouden het systeem anders moeten inrichten en bruggen moeten bouwen tussen de reguliere en de complementaire geneeskunde. 

In mijn Geneeskunde opleiding was er heel erg weinig aandacht voor wat een gezonde leefstijl en gezonde voeding nou eigenlijk is terwijl dat dus zó belangrijk is, hoe was dat in jouw opleiding?
Nee, daar werd niet over gesproken en het leefden ook totaal niet. Ik heb het idee dat het nu veel meer leeft bij de jongere dokters. Er zijn veel meer artsen die zich hierin verdiepen, hierover uitspreken en er aandacht aan besteden. Prachtige initiatieven! Des te schrijnender is het om te zien dat er in het ziekenhuis weinig veranderd is naar mijn mening.  

‘De dorpsdokter in China kreeg betaald als iemand niet ziek werd, tegenwoordig wordt er per ziekte en per ingreep betaald’

Hoe ben jij aan al jouw kennis gekomen over een gezonde levensstijl en gezonde voeding?
Na Geneeskunde heb ik me verdiept in de orthomoleculair geneeskunde, de kinesiologie en de psycho-neuroimmunologie door verschillende opleidingen te volgen. De orthomoleculaire geneeskunde, ook wel nutritionele geneeskunde genoemd, is een vorm van geneeskunde die zich verdiept in voedingsmiddelen, vitamines en mineralen voor een gezond lichaam en om eventueel in te zetten bij ziekten. Kinesiologie, oftewel bewegingsleer houdt zich bezig met de mens als geheel en de motoriek, het zelfhelend vermogen van het lichaam staat hierbij op de voorgrond. En psycho-neuroimmunologie kijkt naar de wisselwerking tussen de psyche, het zenuwstelsel en het immuunsysteem, maar ook de hormonale cycli. Door opleidingen te volgen en veel boeken te lezen heb ik geleerd om naar de gehele mens te kijken en denk ik dat ik weet wat gezondheid is en hoe je dit kunt bereiken. Ik voel me nu eigenlijk een échte dokter.

Jij bent OERsterk begonnen omdat hetgeen wat je deed niet paste. Je hebt een duidelijke missie, maar hoe ziet jouw gemiddelde werkdag er eigenlijk uit?
Mijn werkdagen zijn heel erg afwisselend, ik houd me bezig met mijn twee bedrijven: OERsterk en Vitaily. OERsterk is het platform waar we mensen helpen bij een vitaler leven en een gezonde leefstijl, Vitaily biedt dagelijkse supplementen die de gemiddelde mens te kort komt. Beide bedrijven zijn dus gericht op gezondheid. Mijn dagen vul ik met trainingen geven over gezondheid, maar ook besteed ik veel tijd aan de wekelijkse nieuwsbrief waarbij we mensen informeren over de nieuwste onderzoeken en inzichten in een gezonde leefstijl. Daarnaast nemen we elke week een podcast op: de OERsterk podcast. Daar ga ik in gesprek met allerlei mensen over gezondheid. Mijn werkzaamheden zijn dus allemaal gericht op gezondheid en een goede leefstijl promoten door het gezondheidsvirus te verspreiden! Het is een heel besmettelijk virus, maar gelukkig ongevaarlijk, sterker nog, je kunt er zelfs gezonder van worden!

De drie peilers voor een gezonde leefstijl zijn volgens jou gezonde voeding, regelmatig bewegen en voldoende ontspanning. Over het algemeen denk ik dat dokters vaak niet erg goed voor zichzelf zorgen door de lange werkdagen, hoge werkdruk en het onregelmatige leven. Jouw werkdagen klinken ook erg druk! Hoe zorg jij dat je voldoende beweegt en ontspant?
Mijn werk voelt absoluut niet als werk, het is echt mijn missie en ik krijg er veel energie van! Daarnaast is het fijn dat ik eigen baas ben, ik bepaal mijn eigen agenda. Ik werk maximaal 40 uur per week. Daarbij probeer ik ontspanning en beweging te combineren door bijvoorbeeld twee keer per week te sporten met mijn zoon. Op ons kantoor is er ook veel aandacht voor beweging en gezonde voeding, we kunnen staand werken en er is een tafeltennistafel.  

Wat zijn jouw doelen?
Mijn doel is om 1000 mensen op te leiden, zodat ook zij het gezondheidsvirus weer kunnen verspreiden en we nóg meer mensen helpen bij een gezonde levensstijl. Daarnaast zou ik het fantastisch vinden om onze cursussen ook aan te kunnen bieden in het Engels om zo nog meer mensen te bereiken.

Stel er zijn mensen mega enthousiast geworden van jouw verhaal en zij zouden hetzelfde willen doen. Heb je tips?
Volg je hart, laat je inspireren door andere dokters en geef niet op!

Tot slot, had je bepaalde keuzes anders willen maken? Was je opnieuw begonnen aan de studie Geneeskunde?
Nee, ik had het niet anders aangepakt als ik het over had mogen doen. Ik heb nooit spijt gehad van de studie Geneeskunde, want het menselijk lichaam is ontzettend interessant en het heeft veel deuren geopend.


Wil je meer weten over het platform OERsterk of over de supplementen van Richard, klik dan op onderstaande buttons.
Ben je coassistent of basisarts en wil je meer weten over gezonde voeding? Volg dan een coachopleiding van Richard of neem een kijkje op de site en Instagram pagina van stichting Student en Leefstijl. Zij staan voor een Geneeskunde opleiding met meer onderwijs over voeding en leefstijl en bieden de SELF-cursus aan waar je alles leert over gezonde voeding!

Blog 5: Een opleidingsplek bemachtigen

Een opleidingsplek, het is iets waar bijna alle arts-assistenten in hun gedachten mee bezig zijn en waar ze keihard voor werken!
Elk jaar melden 8000 à 8500 kandidaten zich aan voor de studie Geneeskunde. Via de decentrale selectie zal er ‘gestreden’ worden om circa 2700 plekken.

Dat wil zeggen dat jaarlijks ongeveer 2700 kandidaten een opleidingsplek krijgen voor de studie Geneeskunde: het eerste gouden ticket. 

In de zes jaar die volgen zal er hard gestudeerd worden. Er zullen in de eerste drie jaar veel uren doorgebracht worden in de collegezaal, het skillslab,  de bibliotheek om te studeren, en oké vooruit, ook in de kroeg. Maar daarnaast moet er wel een CV opgebouwd worden natuurlijk, want tja: dat doet toch iedereen en anders kom je ‘later’ nooit in opleiding. En zo jut iedereen elkaar op en zitten we in commissies, bekleden we een bestuursfunctie van de studie- of studentenvereniging en doen we onderzoek (lees: urenlang database werk waarbij gegevens uit een patiëntendossier als 0 of 1 in Excel worden genoteerd). Daarna volgen er drie jaar waarin er veel tijd doorgebracht wordt in het ziekenhuis tijdens de coschappen, maar ook daarnaast doen veel studenten onderzoek of hebben zij een medische bijbaan als triagist op de huisartsenpost of werken zij op de prikpost.
Ikzelf ben absoluut geen uitzondering. Ik heb tijdens mijn bachelor met heel erg veel plezier in meerdere commissies gezeten, met iets minder plezier database werk gedaan en heb daarnaast op de huisartsenpost gewerkt. Allemaal zaken waar ik veel van geleerd heb en het meeste heel erg leuk vond om te doen! Maar, eerlijk is eerlijk, het woord CV is wel erg vaak gevallen tijdens mijn studie en het was vaak een goede reden om iets te doen. Het excelleren en ‘strijden’ om een plek te veroveren binnen de Geneeskunde wereld stopt niet na het eerste gouden ticket.

En dan komt daar dat tweede gouden ticket, wellicht nog lastiger te bemachtigen: een opleidingsplek binnen een door jouw gekozen specialisme. Bij het ene specialisme zijn er jaarlijks meer opleidingsplekken dan bij het andere specialisme. Wist jij bijvoorbeeld dat er jaarlijks 750 plekken binnen de huisartsgeneeskunde zijn, 116 voor de interne geneeskunde en slechts zes per jaar voor een opleiding tot neurochirurg? In de tabel hieronder zie je een overzicht van het geadviseerde aantal opleidingsplekken per jaar.

Tabel 1 – Overzicht jaarlijks aantal opleidingsplekken per specialisme
* Bron: Capaciteitsplan 2020-2023 – Capaciteitsorgaan Utrecht

Als je als jonge dokter besluit om te gaan werken buiten het ziekenhuis heb je uiteraard op veel plekken ook een opleidingsplek nodig. Over het algemeen is de kans op een opleidingsplek buiten het ziekenhuis groter dan binnen het ziekenhuis. En de duur van de opleiding is bij banen buiten het ziekenhuis korter dan binnen het ziekenhuis. Al met al verschilt de kans op een opleidingsplek dus per specialisme, maar over het algemeen zijn er meer welwillende, slimme en hardwerkende jonge dokters dan opleidingsplekken in het ziekenhuis. Het zijn dus factoren die bij de meesten zeker meewegen in het maken van een beslissing.

Daarnaast is het bij sommige specialismen gebruikelijk om eerst te promoveren à gemiddeld vier jaar. Promoveren vergroot vaak de kans om in opleiding te komen, maar daarover lees je binnenkort meer in een aparte blog.

‘Over het algemeen zijn er meer welwillende, slimme en hardwerkende jonge dokters dan opleidingsplekken in het ziekenhuis’

Je werk voelt natuurlijk heel vaak niet als strijden voor een opleidingsplek, maar gewoon als werk, als leuk werk zelfs! Maar het is een feit dat je hard moet werken en vaak veel moeten laten voor je werk én voor een opleidingsplek. En als je die opleidingsplek dan in de wacht gesleept hebt volgt er een opleidingstijd voor de specialisme binnen het ziekenhuis van gemiddeld een kleine zes jaar. Tijdens deze zes jaar word je opgeleid tot medisch specialist. Een opleidingstijd met veel uren en veel diensten waarin je jouw gekozen specialisme en verschillende andere vakgebieden nog beter gaat leren kennen. En dan, aan het einde van die zes jaar? Dan ben je klaar! Op zoek naar een derde gouden ticket: een vaste baan. Wellicht het lastigst te bemachtigen ticket. Gelukkig ben ik daar nog niet! Maar wellicht is het wel slim om daar alvast over na te denken.
Hoe zit dat bij jou? Hou jij rekening met de kans op een opleidingsplek bij het maken van jouw keuze? Of op de kans op een vaste baan voor als je ‘later’ klaar bent? Of ga jij er gewoon voor en zie je wel waar het schip strandt? Ik ben benieuwd!

Vragen of opmerkingen over deze blog? Leuk! Stuur me vooral een berichtje op Instagram of via e-mail!

Blog 4: In gesprek met een arts in eHealth

Ik ben op zoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt met een doktersdiploma. De standaardroute van arts-assistent tot medisch specialist in het ziekenhuis kennen we allemaal door de coschappen, maar wat is er buiten het ziekenhuis eigenlijk allemaal te kiezen? Elke week staat er een blog online, de ene week over van alles wat te maken heeft met het maken van die keuze, de andere week een inkijkje in het leven van een dokter die andere keuzes gemaakt heeft. Want hoe ziet je dag er dan uit? Waarom zijn keuzes gemaakt? En hoe is hij of zij gekomen op de plek waar die dokter nu staat?

Deze week ga ik in gesprek met dokter Renske Braken, een creatieveling die graag out of the box denkt, het beste wil voor de patiënt en ook de processen rondom de zorg interessant vindt en graag verbetert. Ze is in 2019 afgestudeerd en is inmiddels werkzaam als arts in eHealth. Een hele andere richting dus! Super stoer!


Wat ontzettend leuk dat je wilt vertellen over jouw zoektocht en jouw huidige baan! Vertel eens, wat doe jij nou precies?
Ik werk bij everywhereIM, een relatief jong eHealth bedrijf gevestigd in Amsterdam. Hier ben ik tijdens mijn tweede masterstudie als bijbaan begonnen, 1 à 2 dagen in de week. Het bedrijf bestaat eigenlijk uit vier pijlers. Allereerst heeft het eigen software producten ontwikkeld. Met één van die producten, genaamd No-Code Greg, kan eigenlijk iedereen gemakkelijk een medische richtlijnen app ontwerpen zonder enige kennis van programmeren nodig te hebben. Daarnaast geven we zelf ook medische apps uit gericht op onderwerpen waarvan wij denken dat behoefte aan is binnen de zorg. Hiernaast werken we ook veel samen met grote klanten zoals ziekenhuizen, onderzoeksgroepen, overheidsinstanties of farmaceuten waarvoor we apps ontwikkelen met No-Code Greg, of custom-made, waarbij we een app helemaal ‘from scratch’ opzetten. Buiten het ontwikkelen van apps hebben we een consulterende rol in CE markering van medische apps. Software die kwalificeert als medisch hulpmiddel, maar niet is voorzien van een CE-markering mag namelijk niet worden verhandeld. Met het aanbrengen van een CE keurmerk geef je aan dat je medische product voldoet aan de Europese eisen wat betreft kwaliteit en veiligheid.

Wauw, wat een bijzondere baan! Heel wat anders dan de meeste afgestudeerde artsen doen. Waarom heb jij gekozen voor de baan die je nu doet? Wat stond je tegen aan het dokterschap? 
Tijdens de coschappen twijfelde ik al over het dokterschap, ik voelde me niet zo thuis in de ziekenhuiswereld. Ik had moeite met de cultuur, het is toch best een haantjescultuur, veel autoriteit, erg protocollair en weinig autonomie. Daarnaast miste ik de creativiteit, ik houd van ‘out of the box’ denken, kijken naar de specifieke wensen van de patiënt en niet het strakke protocolwerk. Ik ben altijd erg breed geïnteresseerd geweest, ik vind verschillende dingen leuk en ik ben ook best idealistisch ingesteld: ik wil graag dingen beter maken. Ik richt me dus liever niet alleen op het menselijk lichaam, maar ook op alles eromheen: het opstellen van beleid bijvoorbeeld en het management rondom alle zorgprocessen. Dat super specialistische in het ziekenhuis past gewoon minder goed bij mij. 

‘Ik had moeite met de cultuur, het is toch best een haantjescultuur’

Vond je het een lastige keuze om te maken om niet in het ziekenhuis te gaan werken? 
Ja, ik vond het zeker een lastige keuze. Al vond ik de struggle tijdens de coschappen misschien wel het lastigst. Iedereen was zo enthousiast over de coschappen en ik voelde me toch niet zo goed op mijn plek en dacht ‘ja maar wat wil ik dan wel?’. Toen ben ik gaan praten met de studieadviseur en mijn mentor en die lieten mij zien dat er eigenlijk heel veel andere opties waren naast en na Geneeskunde. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om tijdens het afronden van mijn master Geneeskunde een tweede master te volgen aan de VU in Amsterdam en daar voelde ik me direct thuis!

 Wat voor master is dat dan? 
Wil je dat echt weten? Het is een hele lange naam haha. 
De master heet: Management, Policy Analysis and Entrepreneurship in Health and Life Sciences (MPA). En dan de communicatie richting. Mond vol he ;). 
Het is een tweejarige onderzoek master. Ik vond het zo leuk om allerlei nieuwe dingen te leren rondom de zorg en ook om heel veel verschillende soorten mensen te leren kennen. In juni dit jaar rond ik deze master af, ik ben nu bezig met het schrijven van mijn scriptie, maar daarnaast werk ik 4 dagen. 

Hoe ziet jouw werkdag eruit? 
Pfoe, dat verschilt veel, het is heel gevarieerd werk, dat maakt het meteen ook zo leuk! 
Meestal start de dag met een overleg met het team, ik stuur het medische team aan dus tijdens dat overleg bespreken we welke projecten er zijn, waar we staan en wat er nog moet gebeuren. Daarnaast heb ik veel meetings met klanten, dat kunnen dan professoren zijn uit het ziekenhuis of promovendi van bepaalde onderzoeksgroepen, maar soms ook mensen van de overheid of studenten bijvoorbeeld. Dan nemen we hun specifieke wensen door en maak ik, samen met onze software developers een plan om het idee om te zetten in een medische app. De developers richten zich op de technische ontwikkeling en wij (de artsen) richten ons voornamelijk op de inhoud en het design van de app, daar kan ik mijn creativiteit echt in kwijt! Daarna volgen er nog een aantal afspraken om de app te finetunen en uiteindelijk te testen. Verder ben ik bezig met documentatie rondom het CE-markeren, maar dat is met name juridisch papierwerk en vind ik het minst leuk. 

Een voorbeeld van één van de ontwikkelde apps

Hoeveel vrijheid heb jij in je werk? Hoeveel uur werk je en wie bepaalt er wanneer jij werkt en hoe je werkdag eruit ziet?
Ik heb heel erg veel vrijheid in mijn werk, dat vind ik ook meteen het allerleukst en allerfijnst. Het is erg flexibel en ik bepaal in principe zelf wanneer ik werk, ik ben echt baas van mijn eigen agenda. Nu werk ik 4 dagen, één dag per week is gereserveerd voor het schrijven van mijn scriptie. Echter worden die 4 dagen ook wel eens 4,5 dag, want het is vaak druk, maar dat is niet erg. 

Ik neem aan dat jij geen diensten hebt nu of toch wel? 
Nee dat klopt, ik ben de weekenden en avonden vaak vrij, heerlijk! 

Kun je gemakkelijk rondkomen van jouw salaris, of is het financieel momenteel zoals tijdens de studententijd (een dubbeltje op z’n kant)?
Dat verschilt erg per bedrijf denk ik. Ik werk en studeer nu nog dus daar hoort een ander salaris bij. Als ik straks volledig afgestudeerd ben heb ik denk ik een salaris zoals de meeste arts-assistenten. Echter werk ik minder uren en heb ik geen diensten, dus mijn uursalaris is relatief gezien misschien wat hoger ;). 

Wat zijn in jouw baan de doorgroeimogelijkheden of zijn die er niet echt?
Eeuhm, ik denk dat dat per bedrijf ook weer verschilt. In principe heb ik doorgroeimogelijkheden naar een meer leidinggevende functie over een groter team.  

Stel er zijn mensen mega enthousiast geworden van jouw verhaal en zij zouden hetzelfde willen doen. Heb je tips? 
Ik denk dat er weinig bedrijven zijn die echt medische apps ontwikkelen, maar er zijn veel bedrijven die zich bezighouden met eHealth. Daarin zijn veel banen voor artsen! Veel collega’s van mij hebben deze baan parttime naast hun werk als klinische dokter of bijvoorbeeld promovendus. 

Mis je het ziekenhuis wel eens? En voel je je nog dokter? 
Ja en ja. Ik mis het ziekenhuis zeker wel eens, maar voel me ook nog dokter, al is dat wel een stuk minder dan eerst. Ik mis met name de medische inhoud soms, ik vind het menselijk lichaam zo interessant en daar houd ik me nu toch minder mee bezig. En ohja, het praktische mis ik, soms zou ik weer even een infuus of bloedgas willen prikken! Het patiëntencontact daarentegen mis ik eigenlijk niet zo erg. 

Word je ooit weer een klinische dokter?
Sowieso niet in het ziekenhuis denk ik, maar wellicht iets buiten het ziekenhuis. Ik vond de forensische geneeskunde leuk, maar cosmetische arts of arts bij de GGD lijkt me ook leuk. Iets meer in lijn met mijn huidige studie, zoals een functie binnen het management van een ziekenhuis lijkt me ook interessant, dus wie weet! 

‘Ik zou iedereen dan ook willen aanraden om zijn/haar eigen pad te volgen en niet bang te zijn voor keuzes die misschien niet zo voor de hand liggen!’

Hoe zou je de zorg willen veranderen?
Ik zou veel meer willen bijdragen aan verandering en daarmee aan het creëren van waarde voor een patiënt, of met een chique woord: waardegedreven zorg. Daarnaast erger ik me aan de inefficiënte systemen in het ziekenhuis, helemaal nu ik weet wat er allemaal mogelijk is. Nu moet je zo vaak klikken voordat je ergens komt en is gegevens delen tussen ziekenhuizen nog zo moeilijk. Best gek zo’n inefficiënt systeem, terwijl de werkdruk erg hoog is. Dat zou ik wel willen veranderen!

Tot slot, had je bepaalde keuzes anders willen maken?
Nee, zeker niet. Ik ben nog steeds blij dat ik Geneeskunde ben gaan studeren, want het menselijk lichaam is gewoon enorm boeiend. Vooral van de coschappen heb ik zoveel geleerd. Niet alleen op medisch vlak, maar ook op persoonlijk vlak. Ik zou iedereen dan ook willen aanraden om zijn/haar eigen pad te volgen en niet bang te zijn voor keuzes die misschien niet zo voor de hand liggen!


Vragen of opmerkingen over de blog? Ik vind het leuk als je me een berichtje stuurt op instragram of via e-mail. Vrienden of collega’s die deze blog wellicht ook interessant vinden? Deel het met ze!

Blog 3: Administratie

Ik ben op zoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt met een doktersdiploma, maar er is heel erg veel te kiezen. Hoe maak je nou die keuze? Waar houd je allemaal rekening mee? Op deze website komt er elke week een blog online, de ene week over onderwerpen die die keuze beïnvloeden, de andere week ga ik in gesprek met een dokter die buiten het ziekenhuis werkt om een inkijkje te krijgen in een gemiddelde werkdag.

Deze week gaan we het hebben over administratie, want we kennen én hebben het allemaal. Het is vaak een belangrijk onderdeel van de werkdag, terwijl je voordat je start in een functie niet goed weet hoeveel tijd het eigenlijk kost en wat ‘de administratie doen’ dan precies inhoudt. Daarnaast vindt de ene persoon het fijn om achter de computer de zaakjes netjes op orde te hebben en wordt volledig zen van een lege inbox. Terwijl de ander er een bloedhekel aan heeft en het maar blijft uitstellen waardoor het papierwerk zich opstapelt. Wat voor type ben jij?


Voordat ik begon aan de studie Geneeskunde dacht ik dat je als dokter de hele dag aan het bed van de patiënt stond, nou dat had ik mooi mis! Administratie hoort erbij. Administratie in de vorm van dagelijkse notities in het patiëntendossier van je patiënt in het ziekenhuis of op de poli, een notitie over hoe het gaat met je patiënt, wat de bloeddruk is of hoe hoog de ontstekingswaarden zijn en wat de vervolgstap of onderzoek is, maar ook in de vorm van uitgebreide ontslagbrieven typen voor de huisarts, samenvattingen van Multi Disciplinaire Overleggen (MDO) en familiegesprekken. Daarnaast maak je medicatie opdrachten en orders voor van alles en nog op de computer. Een order om een foto te maken van hart en longen of een scan van het brein, maar ook voor bloedkweken, een urinesediment, het inbrengen van een blaaskatheter of de opdracht voor het dagelijks wegen van een patiënt. Orders, orders, orders. Het is denk ik voor mij dagelijks het meest gehoorde en uitgesproken woord.

Eerder dacht ik dat je als dokter de hele dag aan het bed van de patiënt stond, nou dat had ik mooi mis!

Voor mij begint de werkdag als arts-assistent in het ziekenhuis meestal met de overdracht waarbij alle opgenomen patiënten van die avond en nacht besproken worden door de nachtdienst gecombineerd met een onderwijsmoment. Daarna begint het visite lopen samen met de verpleegkundige over de opgenomen patiënten op de afdeling. Dit begint meestal ‘op papier’, dat wil zeggen dat zowel de verpleegkundige als ik achter de computer zitten en alle gegevens in de computer analyseren en een plan maken voor de patiënt. Dit neemt ongeveer de hele ochtend in beslag, omdat je met verschillende verpleegkundigen visite loopt. Daarna loop je langs je patiënten en ligt dan kort het plan toe, beantwoordt de vragen en doet, indien noodzakelijk, lichamelijk onderzoek. Daarna volgt de lunch gecombineerd met onderwijs (vaak achter de computer). In de middag zit je opnieuw veel achter de computer. Je krijgt dan supervisie van je supervisor, maakt ontslagbrieven voor de patiënten die met ontslag gaan, zet de ontslagmedicatie klaar, maakt alle orders van de ochtendvisite netjes af, je belt voor overleg met andere dokters in het ziekenhuis of de huisarts van de patiënt voor extra informatie en probeert bepaalde onderzoeken zoals scans met voorrang te regelen door opnieuw te bellen, je bespreekt je patiënten in MDO’s en zorg je dat de informatie in het patiëntendossier up to date is voor de avond- en nachtdienst. Vaak zijn er in de middag ook familiegesprekken waarbij patiënt en familie bijgepraat worden over de reden en het beloop van de opname. Voor mij is dat een van de leukste dingen, omdat ik dan dingen kan uitleggen en écht contact kan maken met patiënt en familie. Sinds corona wordt echter bezoek beperkt in het ziekenhuis en vindt dit vaak telefonisch plaats. Aan het einde van de dag draag je de patiënten, indien nodig, over aan de avonddienst en dan zit de werkdag er alweer op!


Als arts-assistent in het ziekenhuis, afhankelijk van het specialisme waar je in werkt, sta je ook weken op de Spoedeisende Hulp, loop je poli of sta je op de Operatie Kamer (OK), maar al met al komt er een hele hoop administratie bij kijken. Mijn werkdag bestaat voor ongeveer 80% uit administratie achter de computer, een stuk meer dan ik had verwacht. De administratielast verschilt natuurlijk wel per functie en per specialisme. Ik ben benieuwd hoe dat bij andere banen zit, want ik zou soms ook liever wat minder achter de computer zitten. Hoe zit dat bij jou? Laat het me weten via Instagram of Facebook!

Blog 2: In gesprek met een cosmetisch arts

Ik ben op zoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt met een doktersdiploma. De standaardroute van arts-assistent tot medisch specialist in het ziekenhuis kennen we allemaal goed door de coschappen, maar wat is er buiten het ziekenhuis eigenlijk allemaal te kiezen? Elke week staat er een blog online, de ene week over van alles wat te maken heeft met het maken van die keuze, de andere week krijg je een inkijkje in het leven van een dokter die andere keuzes gemaakt heeft. Want hoe ziet je dag er dan uit? Waarom zijn deze keuzes gemaakt? En hoe is hij of zij gekomen op de plek waar die dokter nu staat?

Deze week ga ik in gesprek met een cosmetisch arts, niemand minder dan dokter Dionne Deibel. Ze is slechts 25 lentes jong, enorm gedreven in alles wat ze doet, maar ook een echte levensgenieter en niet te vergeten mijn oud studie- en huisgenootje.


Lieve Dionne, wat ontzettend leuk dat jij een inkijkje wilt geven in jouw leven. Vertel eens, wat doe jij nou precies?
Ik ben cosmetisch arts. Op dit moment werk ik alleen met injectables: botox en fillers dus. Ik heb de hele dag poli waarbij ik patiënten zie, de hulpvraag achterhaal, een behandelplan maak en vrijwel altijd direct de behandeling uitvoer. Mijn dag bestaat uit nieuwe patiënten en herhaalbehandelingen. Ik vind het met name gewoon heel erg leuk om met mijn handen bezig te zijn. Je ziet direct resultaat, ook al is het eindresultaat pas na 2 weken echt goed zichtbaar, onder de naald zie je de verbeteringen ontstaan en dat maakt het leuk!  Waar ik ook erg blij mee ben is de sfeer in mijn spreekkamer. Doorgaans hebben patiënten echt geen zin om naar de dokter te gaan, maar bij mij komen ze allemaal uit vrije wil. Bij ons komen patiënten blij binnen en gaan nog blijer naar buiten. 

‘ Bij ons komen patiënten blij binnen en gaan nog blijer naar buiten. ‘

Vond je het moeilijk om de keuze te maken om buiten het ziekenhuis te gaan werken? Wat stond je het meest tegen in het ziekenhuis?
Ja, ik heb enorm geworsteld met de vraag wat ik wilde gaan doen na Geneeskunde. Zoals velen heb ik tijdens mijn studie mijn best gedaan om een CV op te bouwen. Ik heb onderzoek gedaan, verschillende artikelen geschreven, in het bestuur van IFMSA (International Federation of Medical Students Associations) gezeten, bijbaantjes gehad en een jaar lang masterclasses van VCMS (Vereniging Chirurgie voor Medische Studenten) gevolgd. Ik ben na mijn studie van Eindhoven naar Nijmegen verhuisd om daar gratis fulltime onderzoek in het Radboudumc te doen, na twee andere betaalde banen ervoor te hebben afgezegd. Naast fulltime onderzoek werkte ik bij bloedbank Sanquin, want de huur moet immers ook betaald worden, maar dat betekende weken van 70-80 uur.  Kortom, ik ben nooit bang geweest om hard te werken.
Echter, om politieke redenen ben ik niet in opleiding gekomen bij het specialisme dat ik graag wilde. Een lid van de sollicitatiecommissie heeft, zonder me ooit gesproken te hebben voor de sollicitatie zelf, een veto uitgesproken dat ze mij absoluut niet op de afdeling wilde hebben om onduidelijke redenen. Op de vraag wat ik niet mis aan het ziekenhuis, moet dit het antwoord zijn: de politieke spelletjes. Mijn toekomst ligt namelijk in de handen van de leden van de opleidingscommissie, dat is een enorme machtspositie. En hun keuzes worden niet altijd gebaseerd op hoe goed je bent, maar ook of ze je aardig vinden en welke contacten je hebt. Dan voel je je heel erg machteloos.
Enfin, de tweede optie was promoveren en verder uitzoeken wat ik nou eigenlijk wilde. Om contact te houden met de kliniek ben ik aan de slag gegaan als cosmetisch arts, maar dat is zo ontzettend goed bevallen dat ik dit fulltime ben gaan doen. Het is de beste keuze die ik had kunnen maken, maar het is zeker niet zonder rouwproces gegaan. Arts worden in het ziekenhuis had ik al bijna 20 jaar voor ogen, dus daar afscheid van nemen was lastig en ging gepaard met enige traantjes ondanks dat ik wist dat het goed was. 

Hoeveel vrijheid heb jij in je werk? Hoe veel uur werk je en wie bepaalt er wanneer jij werkt en hoe je werkdag eruit ziet?
Ik werk 5,5 dag in de week, maar de dagen zijn relatief kort. Op dit moment werk ik van 9.30-17.00 uur en in de zomer wordt dit 8.30-16.00 uur. Op het moment dat ik de deur achter me dicht trek, ben ik ook echt klaar met werken. Ik volg gemiddeld twee keer per maand een webinar in de avond, dat is niet verplicht maar vind ik gewoon interessant. 
Ik werk als ZZP’er, dat houdt in dat ik mijn eigen uren en vakantie bepaal. In principe heb ik daarin alle vrijheid. Het nadeel is wel dat wanneer je niet werkt, er ook geen geld binnen komt. Dat geeft soms wel druk om meer en meer te werken. 
Binnen het werk heb ik ook veel vrijheid. De eerste maanden viel het me op dat ik in het ziekenhuis altijd alles deed met de gedachte in mijn achterhoofd ‘wat gaat mijn supervisor hier van vinden? Is het goed genoeg?’, nu heb ik geen supervisor en hoef ik alleen nog maar met de patiënt bezig te zijn.  

Heb je diensten? Zo ja, hoe vaak en zijn deze diensten druk?
Gemiddeld heb ik één week per jaar dienst. Deze heb ik al gehad en ik ben nul keer gebeld, dus ze zijn wel te doen haha. 

‘Arts worden in het ziekenhuis had ik al bijna 20 jaar voor ogen, dus daar afscheid van nemen was lastig en ging gepaard met enige traantjes ondanks dat ik wist dat het goed was.’

Hoe veel procent van je werkdag ben je bezig met administratie?
Ik denk dat ik ongeveer twee minuten per consult bezig ben met administratie, consulten duren 15 tot 30 minuten. Deze administratie is af tijdens het consult, dus het komt nauwelijks voor dat ik nog aparte administratie moet doen. 

Wat vind jij het allerleukste aan je werk? En wat is voor jou een nadeel?
Ik ben in de lead van mijn eigen behandelingen en zoals eerder gezegd, de sfeer is heel goed. Als ik een nadeel zou noemen is dat het feit dat ik me een stuk minder dokter voel.

En dan een hele brutale vraag, wat schuift dat?
Dat ligt een beetje aan de kliniek waar je werkt, maar gemiddeld één tot meerdere medisch specialisten salarissen. Het nadeel: niet werken is geen geld.

Zijn er doorgroeimogelijkheden?
Op dit moment werk ik alleen met injectables, ik wil dat graag uitbreiden met chirurgie. Er is chirurgisch steeds meer mogelijk als cosmetisch arts en het is één van de snelst ontwikkelende vakgebieden, dus de mogelijkheden breiden alleen maar uit. Als je een ondernemershart hebt, zit je in dit vakgebied natuurlijk ook goed. Een eigen kliniek openen kan zeker tot de mogelijkheden behoren van je carrièrepad.

Mis je het ziekenhuis wel eens?
Soms mis ik het dokteren wel. Ik voel me meer een behandelaar dan een dokter op de meeste momenten. 

Had je bepaalde keuzes anders willen maken?
Nee, heel cliché, maar ik heb van al mijn keuzes waardevolle lessen geleerd. Ik heb door mijn reis veel nagedacht en geleerd over wie ik ben en wat mij gelukkig maakt, plus aan mijn tijd in het Radboud heb ik een hele leuke vriend over gehouden haha. 

Allerlaatste vraag, als er mensen zijn die ook cosmetisch arts zouden willen worden. Hoe zouden zij dat dan aan moeten pakken?
Cosmetisch arts is geen beschermde titel, ik heb een interne opleiding gevolgd. Je hoeft overigens niet per se arts te zijn, er zijn bij onze kliniek ook HBO-verpleegkundigen. Het is populairder bij patiënten dan bij artsen, dus op het moment staan er bij veel klinieken vacatures open! 

Wil je meer weten over Dionne en haar werk? Of heb je vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze blog? Laat dan een berichtje achter op instagram via onderstaande buttons. Heb je vrienden of collega’s die deze blog interessant of inspirerend kunnen vinden, deel het dan met ze!

Blog 1: Keuzes, keuzes, keuzes

In de bovenbouw op de middelbare school maakte ik de keuze voor de studie Geneeskunde, want ik wilde dokter worden en andere mensen helpen. Daarnaast was het ook erg fijn dat het duidelijk was wat je werd, namelijk dokter. Heel wat anders dan studies zoals Marketing, International Business of Economie, want tja, wat word je dan?!

Als ik daar nu op terug kijk was dat een erg naïeve gedachte, want ook als dokter zijn er vele verschillende wegen te bewandelen en vele keuzes die gemaakt moeten worden. Keuzes, keuzes en nog eens keuzes.  

Tijdens de studie Geneeskunde breng je de eerste drie jaar door in de universiteitsbanken (de bachelor), de laatste drie jaar loop je coschappen in het ziekenhuis (de master). Je krijgt aan het einde van je bachelor je coschapspoor, dat wil zeggen dat er voor de gehele drie jaar coschappen precies is uitgestippeld wanneer en in welk ziekenhuis je meeloopt met een bepaald specialisme en wanneer je de huisartsgeneeskunde gaat leren kennen. Ideaal zou je zeggen, maar aan de andere kant betekent dit ook dat je zelf niet hoeft na te denken en geen keuzes hoeft te maken. Dat laatste moet wel ‘ineens’ als je klaar bent. Je bent basisarts en moet kiezen: binnen of buiten het ziekenhuis? Klinische dokter of onderzoek?  Werken in een perifeer ziekenhuis (niet verbonden aan een universiteit) of academisch (wel verbonden aan een universiteit)? En welk specialisme wil ik dan eigenlijk?

De meeste kiezen ervoor om te gaan werken als Arts Niet In Opleiding tot Specialist (ANIOS), oftewel arts-assistent, in het ziekenhuis, ongeacht of zij een baan in het ziekenhuis of daarbuiten ambiëren. Maar zodra die eerste keuzes gemaakt zijn ben je nog niet klaar met kiezen. Stel dat je aan de slag bent in het ziekenhuis in het specialisme van jouw keuze, komen de volgende vragen al opborrelen: hoe kom ik in opleiding? Moet ik dan eerst promoveren of  kan dat zonder promotietraject? In welke ziekenhuizen kan ik allemaal in opleiding? Is het slim om al direct in een opleidingskliniek te gaan werken, of moet ik eerst ervaring opdoen elders?

Echter zijn er ook jonge dokters die niet weten of ze in het ziekenhuis willen werken. Dat kan met verschillende zaken te maken hebben. Sommigen vinden simpelweg de eerste lijn leuker, maar sommigen kiezen hier ook voor omdat ze een betere werk-privé balans willen, minder diensten willen, de sfeer in het ziekenhuis niet fijn vinden of niet kunnen wennen aan het behandelen van slechts een stukje van de patiënt door alle superspecialismen zoals cardiologie (alleen het hart), longgeneeskunde (alleen de longen), orthopedie (alleen de botten) et cetera. Als je hebt besloten buiten het ziekenhuis te willen werken komen er misschien nóg wel meer vragen naar boven. Wat is er allemaal buiten het ziekenhuis? En hoe kom ik daar? Hoe zien je dagen er dan eigenlijk uit? Wat is je salaris dan? Hoeveel vrijheid heb ik in het maken van eigen keuzes? Kan ik ook ZZP’er worden? Welke werkervaring heb ik nodig?

Een andere categorie van jonge dokters twijfelt überhaupt over het dokterschap, maar welke opties zijn er dan? Onderzoek? Management (ja, dat is helemaal lekker vaag..)? Bestuurlijke functies (en wat houdt dat in dan?)? Iets commercieels? Een eigen bedrijf? Coaching? De farmacie?

Een hele hoop keuzes dus. Genoeg om over na te denken! Ik ga in gesprek met verschillende dokters die minder voor de hand liggende keuzes gemaakt hebben om te ontdekken wat er allemaal mogelijk is met een doktersdiploma. Volgende week volgt de eerste blog en krijgen we een inkijkje in het leven van een dokter die het anders doet. Stay tuned!