Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan – David (euthanasie)

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene dat zo spannend is te doen.

David* is aios huisartsgeneeskunde. Tijdens zijn derde opleidingsjaar wordt hij geconfronteerd met een patiënt die hem vraagt zijn leven te beëindigen. David deelt zijn ervaring hoe dit voor hem is geweest tot en met de dag van de euthanasie.

David vertelt:
‘Ik ging regelmatig op visite bij deze patiënt: een 90-jarige man die samenwoont met zijn vrouw. Tijdens deze visites kwam ik meestal voor de vrouw van de patiënt, maar kletste ook veel met hemzelf. Ik leerde beiden kennen en we hadden het vaak over het levenseinde. De patiënt vertelde dan over het leven dat hij had gehad met zijn vrouw en dat het voor hem wel goed was geweest. De maanden daarna ging de patiënt lichamelijk achteruit: sneller vermoeid, afvallen en toenemend kortademig. Na aanvullend onderzoek en een consult bij de MDL-arts bleek er sprake te zijn van uitgezaaide darmkanker. De patiënt wilde geen verdere diagnostiek of behandeling meer. De MDL-arts dacht dat hij nog enkele maanden zou leven. Toen ik na dit nieuws op visite ging bij de patiënt, lag hij in bed. Het leven was voor hem al voltooid, maar na dit nieuws van de MDL-arts was hij overtuigd dat hij dood wilde. Na uitleg wat euthanasie inhoudt, zou hij dat graag willen. Hierna volgden meerdere gesprekken waarin we bespraken waarom de patiënt ondragelijk lijdt. Dat de situatie uitzichtloos is, is wel duidelijk. De patiënt vertelt mij dat hij geen kracht meer heeft om uit bed te komen of om zelfs te gaan verliggen in bed. Hij was altijd een zeer zelfstandige man die voor zijn gezin zorgde, maar nu is hij helemaal afhankelijk van thuiszorg en hij maakt naar eigen zeggen geen deel meer uit van de maatschappij. Hij ontwikkelde meer kortademigheid, meer pijn en doorligplekken van het vele liggen. Het werd mij zeer duidelijk dat de patiënt ondragelijk leed en zag dat dit toenam bij elke visite die ik bij hem aflegde. De situatie werd enorm invoelbaar en ik wilde de patiënt helpen om uit deze situatie te komen. De scen-arts die ik consulteerde bevestigde mijn visie en ik sprak met de patiënt de dag van euthanasie af.

De dagen voor de euthanasie moest ik allerlei zaken regelen: alles goed in het dossier noteren, verklaringen invullen, bewoorden waarom de euthanasie aan de eisen voldeed, de schouwarts inschakelen, de medicatie via de apotheker regelen en vooral mezelf mentaal voorbereiden. Ik was wat zenuwachtig, ik wist niet goed wat me te wachten zou staan. Ik had eerder al meegekeken bij een euthanasie, maar dat ik het nu zelf moest gaan doen voelde toch anders.

De patiënt was opgelucht toen ik binnen kwam lopen op het afgesproken tijdstip op de dag van de euthanasie. Bij het vragen of hij nog door wilde gaan met de procedure zei hij volmondig ja. Nadat we het bed midden in de kamer hadden gezet, zodat de familie rondom de patiënt kon zitten, konden we beginnen. De patiënt wilde nog graag wat tegen zijn kinderen zeggen. Dit bleek uiteindelijk een prachtige en beladen speech te zijn, ik merkte dat het me raakte. Ik voelde mij als arts al betrokken bij deze patiënt, maar ik voelde mij hierdoor ook betrokken bij de hele familie. Ineens besefte ik dat mijn rol niet alleen belangrijk was voor de patiënt, maar ook voor zijn vrouw en kinderen. Die hebben de afgelopen weken hun man en vader ook zien inleveren en met hem gesproken over zijn levenseinde. Nadat de patiënt duidelijk aangaf dat hij niets meer wilde zeggen en het afscheid genomen was, begon ik met het inspuiten van het slaapmiddel. Al na een paar seconden begon de patiënt te snurken en zag je het leven uit hem wegtrekken. Het gevoel dat ik met deze spuit heb mogen beslissen over het leven van deze man, is moeilijk te beschrijven. Normaal wordt er iets ingespoten om patiënten beter te maken, terwijl ik nu de tegenovergestelde reactie zag. En toch voelde het goed. Deze patiënt had mij zo duidelijk gemaakt waarom hij wilde sterven, dat ik met deze handeling mijn patiënt had kunnen helpen. Ik heb hem zijn laatste wens gegeven. In het bijzijn van zijn familie is hij rustig gaan slapen. Wat mooi en bijzonder was dat.

“Ik heb hem zijn laatste wens gegeven.”

Het moment dat ik weer terug naar de praktijk reed gingen er meerdere dingen door mijn hoofd. Ik voelde wat adrenaline vanwege mijn eerdere zenuwen rondom de situatie en het feit dat alles goed is gegaan. Ik voelde verdriet, omdat een patiënt waarmee je de laatste weken intensief bent opgetrokken is overleden. Ik voelde ook spanning, omdat mijn medisch handelen nu getoetst gaat worden door de euthanasiecommissie; heb ik alles wel goed gedaan? Mijn hoofd tolde ervan. Op de praktijk werd ik opgevangen door de assistenten en de andere huisartsen, wat ik erg prettig vond. Ik kon mijn verhaal doen en zij hadden alle begrip.

Enkele dagen erna ontvang ik de rouwkaart van de patiënt. De kaart zorgt ervoor dat ik weer terug op het moment van de euthanasie ben, maar met alleen maar positieve emoties. Ik glimlach; rust zacht, lieve patiënt.

*de naam David is gefingeerd. De echte naam is bekend bij de redactie.