In gesprek met consultant Julia van Hoof

Julia heeft geneeskunde gestudeerd aan de Universiteit van Maastricht. Hierna heeft zij als anios gewerkt op de spoedeisende hulp en intensive care van het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond. Sinds ruim een jaar werkt Julia als consultant bij het bedrijf Luckt, maar zal per maart 2023 gaan starten als huisarts in opleiding. 

Wat leuk dat je ons iets wilt vertellen over jouw werk, Julia. Wat is jouw functie en wat houdt deze functie in?
Ik ben consultant bij Luckt. Luckt is een jonge, dynamische organisatie die zich richt op het vormgeven en uitvoeren van complexe innovatietrajecten binnen zorg en welzijn. We richten ons met name op de pijlers digitalisering, innovatie en complexe samenwerkingen. De zorg verbeteren en veranderen is erg uitdagend, zeker als er meerdere partijen daarbij betrokken zijn. Elke partij heeft zijn eigen wensen en belangen en ze spreken niet altijd elkaars taal. Bedrijven en zorgorganisaties kunnen kleine veranderingen binnen hun bedrijf vaak zelf verzorgen, maar grotere, complexe of landelijke projecten kunnen zeer uitdagend worden. Ze zoeken dan een externe organisatie die ervaring heeft om hen hierbij te helpen; zo’n organisatie is Luckt. Ik ben projectleider binnen verschillende innovatieprojecten. Op dit moment leid ik onder andere twee grote projecten. Elke dag is daarin anders. Binnen één van deze projecten realiseren we het digitaal uitwisselen van patiëntgegevens in de geboortezorg, zodat alle betrokken zorgverleners met één druk op de knop alle relevante informatie over de patiënt kunnen inzien. Hierbij zijn verschillende professionals betrokken, zoals gynaecologen en verloskundigen, maar ook managers, ICT-specialisten en het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS). Ik werk samen met een collega aan dit project, zij heeft een hele andere achtergrond dan ik en kijkt meer naar de technische kant; hoe gaat zo’n systeem er uit zien en hoe krijgen we al deze informatie op de juiste manier hierin? Ik kijk meer naar het medische deel; welke informatie wil je delen en hoe kunnen we het zorgproces hiermee maximaal ondersteunen? 

Kan je vertellen hoe jouw dagen er bij jou uitziet, ook al zijn deze zo verschillend?
Ik heb verschillende overleggen en vergaderingen, zowel intern als extern. De interne vergaderingen gaan bijvoorbeeld over nieuwe opdrachtkansen en bij wie deze opdrachten passen. Voor de projecten heb ik afspraken digitaal of op locatie, soms één op één en soms met een hele groep. Dit maakt dat ik mijn agenda flexibel kan indelen. De ene dag begin ik vroeg in de ochtend en ben ik op tijd klaar, de andere dag begin ik later en werk ik nog door in de avond. Deze vrijheid maakt het voor mij leuk. Daarnaast gebruik ik de dag voor verschillende werkzaamheden; van adviesrapporten schrijven tot aan brainstormsessies organiseren en van het opstellen van een begroting of projectplan tot aan een overleg met bestuurders van een ziekenhuis om knopen door te hakken. Elke dag is anders!

Heb je nog patiëntencontact? En heb je ooit diensten?
Nee, ik zie nu geen patiënten en dat mis ik wel. Ik heb ook geen diensten op dit moment. Er is genoeg werk, dus ik zou in principe in de weekenden door kunnen werken, maar dat is niet de bedoeling. Het komt wel voor dat ik werk in de avonden of weekenden, maar dat is dan mijn eigen keuze. Dit verwacht mijn werkgever niet van mij.

” Als kind ben ik opgegroeid met zorg en het blijven verbeteren daarvan. “
-Julia

De functie als consultant zal bij veel artsen niet bekend zijn. Hoe ben jij bij deze functie terecht gekomen?
Ik ben opgegroeid in een ondernemend zorggezin. Mijn vader is fysiotherapeut met een eigen praktijk, mijn broer is fysiotherapeut en mijn moeder is operatieassistente. Vroeger aan onze keukentafel ging het vaak over het werken in de zorg en over de praktijk van mijn vader. We bespraken ideeën om de zorg voor patiënten te verbeteren, hoe we kunnen samenwerken met andere disciplines uit de zorg en sociaal domein en welke uitdagingen er komen kijken bij het runnen van een eigen praktijk. Als kind ben ik dus opgegroeid met zorg en het blijven verbeteren daarvan. 

Tijdens mijn geneeskundeopleiding in Maastricht heb ik deelgenomen aan Medical Business Projects, een project waar je een half jaar aan de slag gaat met een vraag vanuit bijvoorbeeld een zorginstelling.  Onder begeleiding van een consultant ga je de verschillende problemen aanpakken en leer je hoe je zo’n project moet uitvoeren. Tijdens de opleiding is er weinig aandacht voor de organisatie van zorg en het verbeteren daarvan, dus dit project was een goede aanvulling op mijn reeds bestaande interesse.

Ik heb altijd al huisarts willen worden. Een goede huisarts die enerzijds betrokken is bij zijn patiënten, maar anderzijds ook innovatief is en kansen ziet voor verbetering van de dagdagelijkse zorg. Ik heb er voor gekozen om eerst meer ervaring en kennis te vergaren op de spoedeisende hulp en intensive care, door daar te gaan werken als ANIOS. Hierna wilde ik gaan innoveren en verbeteren. Ik ben met collega’s en vrienden gaan praten die bekend zijn binnen deze wereld of hun netwerk voor me konden aanboren. Ik ben met verschillende organisaties in gesprek gegaan, maar Luckt sprong er voor mij uit. Luckt is een relatief klein en snelgroeiend bedrijf met een hecht team en projecten puur gericht op de zorg, dit sprak mij erg aan. 

Je vertelt dat er weinig aandacht voor innoveren van de zorg in jouw geneeskundeopleiding is geweest. Lukte het om te werken met minimale ervaring?
In het begin van mijn baan merkte ik inderdaad dat ik op zoek ging naar cursussen en boeken over verandermanagement en innoveren in de zorg, juist omdat het allemaal zo onbekend was. Bij Luckt werd aangegeven dat er van alles gefaciliteerd kon worden, maar dat ik deze nieuwe wereld eerst maar eens moest gaan ervaren. Ik ging kijken welke projecten bij mij pasten en waar ik binnen deze projecten extra kennis of kunde nodig had. Op deze manier ging ik niet droog een cursus volgen, maar op zoek naar gerichte kennis en vaardigheden om het project verder te helpen én mijzelf te laten groeien. Toch was het een sprong in het diepe, want de projecten zijn groot en veelomvattend, wat problemen ook vaak multifactorieel maakt. Deze problemen tackelen was af en toe best pittig. Ik heb veel geleerd van mijn collega´s binnen het bedrijf, met name op het gebied van omgang met alle betrokkenen in een project. Hoe zorg je dat alle neuzen dezelfde kant op komen? Hoe zorg je voor voldoende betrokkenheid van de verschillende partijen? Hoe borg je je project op bestuurlijk niveau? Uitdagingen die compleet anders zijn dan de uitdagingen aan het bed van de patiënt, maar waar ik wel énorm blij om ben dat ik ze ben aangegaan.

Wat vind je het leukste aan jouw baan? En wat vind je het minst leuk?
Ik word erg blij van alle inzichten die ik op doe door ieders verschillende aanpak, mening en voorstel binnen een project. Je leert van verschillende invalshoeken en achtergronden, waarover ik me elke dag verwonder. Binnen een project kan een bestuurder de vraag stellen wat het financieel oplevert over drie jaar, terwijl een zorgmedewerker vraagt hoe iets mórgen zijn zorgproces kan veranderen. Deze verschillende belangen, vragen en behoeften prikkelen mij.

Ook de verschillende inzichten van collega’s zijn inspirerend. Bij Luckt werken mensen met verschillende achtergronden, zoals bedrijfskunde, industrial design en zorgmanagement. In het ziekenhuis werk je vaak met dezelfde mensen voor hetzelfde probleem, terwijl ik nu deze verschillende invalshoeken samenbreng om verder te komen. 

Het minst leuke vind ik dat resultaten lang op zich kunnen laten wachten, sommige projecten lopen namelijk jaren. Innovaties realiseren en implementeren in het zorgproces brengt verschillende afhankelijkheden met zich mee en kost daarom veel tijd. Ik was de snelheid van de spoedeisende hulp gewend, wat een enorm contrast gaf. Ik heb door het werk bij Luckt veel meer zicht gekregen op hoe complex en veelomvattend het realiseren van is en waarom projecten daarom lange tijd kunnen duren.
Daarnaast heb ik het patiëntcontact echt gemist. Ik heb geleerd dat ik veel voldoening haal uit de dankbaarheid die patiënten geven als ik zorg verleen. Als arts op de spoedeisende hulp kon ik de patiënt vaak direct helpen met hun probleem. In de zorgprojecten merk ik dat ik niet altijd direct samenwerk met de opdrachtgever en niet iedereen even blij is de gemaakte plannen voor verandering. Ik heb daardoor wel geleerd om de waardering uit de kleine behaalde resultaten te halen. 

Je vertelde eerder dat je huisarts wil worden en ik begrijp dat je recent bent aangenomen voor de huisartsopleiding, gefeliciteerd! Wat neem je vanuit dit werk mee?
Ik heb meer inzicht gekregen in beleid en organisatie van de zorg. Ik denk dat ik in de toekomst daardoor ook beter de, vrij gescheiden, takken van zorgverlening en zorginnovatie kan verbinden. Daarbij kan ik mijn opgedane communicatieve vaardigheden goed toepassen. Binnen projecten werkte ik met een scala aan professionals; stille muisjes die het liefst hadden dat ik de koers bepaalde, veeleisende projectleden of kritische bestuurders. Deze patronen herken ik ook bij mijn patiënten en ik verwacht dat mijn communicatieve vaardigheden hier dan ook goed van pas zullen komen. Tot slot hebben alle verschillende invalshoeken mij doen beseffen dat buiten de gestelde kaders denken je énorm veel kansen kan opleveren. Dit hoop ik ook als huisarts in te kunnen zetten.

“Je leert van verschillende invalshoeken en achtergronden, waarover ik me elke dag verwonder. “
– Julia

Was het een lastige keuze om patiëntencontact op te geven en deze kant van de zorg op te gaan?
Nee, dat vond ik helemaal niet lastig. Ik ben altijd al erg nieuwsgierig geweest naar deze kant van de zorg en het was voor mij dan ook een bewuste keuze om bij Luckt te gaan werken. Ik heb echter wel gemerkt dat deze stap in mijn carrière verschillende reacties heeft opgeleverd vanuit mijn omgeving. De een vond het leuk en zelfs stoer dat ik deze stap maakte, de ander dacht dat ik patiëntencontact en het draaien van diensten niet leuk vond en daarom graag de zorgverlening ‘uit wilde’, terwijl dit zeker niet het geval was. Veel mensen denken dat als je deze richting van de zorg op gaat, je dan nooit meer terug kan komen aan het bed, maar dit is totaal niet het geval. Het zijn twee verschillende werelden, zorgverlening en zorginnovatie, maar het is belangrijk dat deze werelden meer verbonden worden met elkaar. Ik wil later als huisarts mijn werk combineren met innovatie, zeker na deze mooie ervaring. 

Heb je nog tips voor dokters die twijfelen over hun beroepskeuze?
Wees nieuwsgierig! Het is super knap dat iemand buiten de standaard kaders durft te kijken, dus twijfel niet maar wees nieuwsgierig naar de wereld aan mogelijkheden om je heen. Je bent als arts voor beleidsmedewerkers, projectleiders en innovatiemanagers enorm van toegevoegde waarde. Je hebt ervaring van de werkvloer en weet hoe het contact met patiënten verloopt: die blik hebben we naar mijn idee meer nodig in innovatietrajecten. Het nadeel is dat deze kant van de zorg niet wordt belicht tijdens de geneeskundeopleiding en daardoor niet het eerste is waar artsen aan denken. Je kan als arts uniek zijn binnen innovatieve zorgprojecten. Er worden andere vaardigheden van je gevraagd, anders dan die je hebt geleerd aan het bed van de patiënt. Toch is er ook overlap: je moet kunnen prioriteren, over een helikopterview beschikken en ook hier slecht nieuwsgesprekken kunnen voeren. Ik zou het zeker aanraden om als arts binnen innovatieve zorgprojecten aan de slag te gaan.

In gesprek met een AIOS Musculoskeletale Geneeskunde

Deze week gaan we in gesprek met AIOS Musculoskeletale Geneeskunde Stephan Oosterbosch. Musculoskeletale Geneeskunde is een vakgebied dat zijn oorsprong reeds vond in 1965, toen een Amsterdamse huisarts de basis hiervoor legde. Tegelijkertijd is het een vakgebied dat voor velen nog onbekend is. En daar moet verandering in komen als je het Stephan vraagt. Hij vertelt ons graag meer over zijn werkzaamheden, opleiding en waarom hij deze keuze heeft gemaakt.

Wat leuk dat je iets wilt vertellen over jouw werk! Zou je ons allereerst kunnen uitleggen wat musculoskeletale geneeskunde precies inhoudt?
“Binnen de musculoskeletale geneeskunde kijken we voornamelijk naar de houding en functie van het bewegingsapparaat. Het is ontstaan vanuit dokter Sickesz, een huisarts uit de vorige eeuw. Zij zag in haar praktijk veel mensen met klachten van het bewegingsapparaat, die vaak niet of maar voor korte tijd verholpen konden worden. Ze ging op zoek naar een behandelmethode die mensen voor langere tijd zou kunnen helpen. Zo vond ze bij mensen met vaak relatief eenvoudige rugklachten bepaalde standsafwijkingen van bekken, wervelkolom en extremiteiten. Door deze, vaak functionele, standsafwijkingen kan het zo zijn dat de wervelkolom minder goed functioneert en het zenuwstelsel ter hoogte van de wervel wordt geprikkeld. Mensen die bij ons komen hebben vaak last van rug- of nekklachten, maar ook van schouder-, elleboog-, knie- of enkelklachten. Voor het goed functioneren van de wervelkolom is het belangrijk dat de wervels met het bekken één bewegingsketen vormen. Daarom behandelen we mensen in een systematische volgorde, waarbij bekken, rug en extremiteiten worden behandeld in om en nabij vijf behandelingen. Tijdens deze behandelingen maken we gebruik van mobiliserende technieken, waarmee we disbalans en klachten die gepaard gaan met spierspanningen proberen op te heffen. Door mensen in die keten te behandelen kun je vaak niet alleen de rugklachten maar ook andere klachten die mensen hebben verhelpen.”

Hoe verhoudt het zich tot andere vakken die zich bezighouden met het bewegingsapparaat, zoals orthopedie of fysiotherapie?
“De patiëntenpopulatie die wij zien zijn veelal al bij de fysiotherapeut, manueel therapeut, osteopaat, neuroloog, orthopeed en revalidatiearts geweest. Ze hebben vaak een lang traject doorlopen en zijn nog steeds niet van hun klachten af. Musculoskeletale geneeskunde heeft met veel van deze vakken raakvlakken, maar wij kijken op een andere manier. Waar binnen andere vakken vaak meer lokaal wordt gekeken waar de pijn zit, om vervolgens ook daar te behandelen, proberen wij het lichaam als een keten te zien. Door ruimer naar het lichaam te kijken, en het niet te zien als losse diagnoses maar als een keten die je probeert beter te laten functioneren, zie je dat een groot deel van de pijnklachten op lange termijn te verbeteren of te verhelpen zijn. Anders dan bij de meeste specialismen in het ziekenhuis hoeven wij patiënten niet altijd door te sturen, maar geven we zelf de behandeling. Dit kan door middel van mobilisaties, het voorschrijven van medicatie of het meegeven van houding- en beweegadviezen.”

“Ik werkte naast mijn coschappen al in een MSK praktijk, en vond het mooi om te zien dat ik echt iets voor mensen kon betekenen. Dat is waarvoor ik dokter wilde worden.”

Hoe kwam je erbij om te kiezen voor musculoskeletale geneeskunde, was het een lastige keuze? 
“Ik wist al van jongs af aan dat ik geneeskunde wilde studeren. Toen ik eerst uitgeloot werd, koos ik ervoor om fysiotherapie te studeren. Ik wist namelijk al dat ik met het bewegingsapparaat bezig wilde zijn. Na mijn opleiding tot fysiotherapeut werd ik alsnog ingeloot voor geneeskunde. Doordat mijn vader MSK (musculoskeletaal) arts is, wist ik niet alleen al wat het vak inhield, maar had ik ook al vaak gezien wat voor effecten musculoskeletale geneeskunde bij patiënten teweeg kon brengen. Tijdens mijn coschappen merkte ik dat rugklachten bij de orthopedie vaak moeilijk konden worden verholpen. Ik werkte toen naast mijn coschappen al in een MSK praktijk, en vond het mooi om te zien dat ik echt iets voor mensen kon betekenen. Dat is waarvoor ik dokter wilde worden.”

Hoe ziet de sollicitatieprocedure voor de opleiding eruit, is het lastig om een plek te bemachtigen? 
“Om te solliciteren voor een opleidingsplek moet je allereerst een sollicitatiebrief schrijven. Vervolgens word je al dan niet uitgenodigd op een sollicitatiegesprek. Of je meteen wordt toegelaten is mede-afhankelijk van je vooropleiding. Het is natuurlijk handig om voorkennis te hebben van het bewegingsapparaat of het zenuwstelsel. Ik kon meteen na mijn geneeskunde-opleiding starten omdat ik ook fysiotherapie heb gestudeerd, maar in principe wordt er wel verwacht dat een sollicitant 1 tot 2 jaar klinische ervaring heeft als ANIOS. Er starten ook huisartsen, SEH-artsen of orthopeden aan de opleiding, die kunnen hun opleiding dan vaak inkorten. Op dit moment starten er jaarlijks 5 artsen aan hun opleiding tot MSK arts. Het beroep is helaas nog vrij onbekend. Dat is lastig en erg jammer, want ik denk dat het beroep van onmiskenbare waarde kan zijn voor mensen met klachten aan het bewegingsapparaat.”

“Ik denk dat als patiënten eerder naar ons doorverwezen zouden worden, er gerichter behandeld en/of doorverwezen kan worden naar het juiste specialisme.”

En hoe zien jouw dagen eruit als musculoskeletaal arts in opleiding? 
“Iedere week zit ik op twee verschillende werkplekken. Twee dagen zit ik in een ‘normale’ MSK-praktijk, waarbij ik bezig ben met het behandelen van standsafwijkingen. Daarnaast werk ik twee dagen op de Rugpoli. De Rugpoli is een vorm van anderhalvelijnszorg, waarin we in een multidisciplinair team bestaande uit onder andere MSK-artsen, orthopeden, neurologen en reumatologen de meer complexe casussen zoals herniaties en stenoses behandelen. Elke Rugpoli heeft zijn eigen MRI, waardoor we na verwijzing van de huisarts zelf aanvullend onderzoek kunnen aanvragen en beoordelen.

Met die multidisciplinaire teams proberen we de druk op de zorg een beetje af te laten nemen. Vaak worden patiënten met rugklachten meerdere keren doorgestuurd; van de huisarts naar de fysiotherapeut, terug naar de huisarts, naar de orthopeed.. enzovoort. Patiënten komen vaak pas bij een MSK arts terecht nadat ze al veel andere specialisten hebben gezien en nog niet van hun klachten af zijn. Ik denk dat als patiënten eerder naar ons doorverwezen zouden worden, er gerichter behandeld en/of doorverwezen kan worden naar het juiste specialisme. Naar MSK-praktijken worden mensen helaas nog weinig doorgestuurd vanuit de huisarts of het ziekenhuis. Mensen komen daar vooral via mond-op-mondreclame. Bij de Rugpoli is dat anders. In sommige ziekenhuizen is het tegenwoordig zelfs zo dat mensen niet door de neurochirurgie worden geopereerd voordat ze bij de Rugpoli zijn geweest.”

En hoe ziet de rest van de opleiding eruit? 
“De opleiding tot MSK-arts duurt in totaal 2 jaar. Naast twee dagen in een gewone MSK-praktijk en twee dagen op de Rugpoli heb ik één dag in de week tijd voor zelfstudie en opdrachten. In jaar 2 kom ik op twee nieuwe werkplekken terecht. Ongeveer één keer per maand is er een cursusdag, waarop er aandacht wordt besteed aan variërende medische onderwerpen. Iedere cursusdag komt anatomie, arthrokinematiek en oefencasuïstiek aan bod, maar oefenen we ook met klinisch redeneren en lichamelijk onderzoek. De cursusdagen zijn grotendeels in Bilthoven. Omdat ik relatief ver moet reizen naar mijn werkplekken, heb ik er recent voor gekozen om terug te gaan naar drie werkdagen in plaats van vier per week, waardoor ik enkele maanden langer over mijn opleiding zal doen.”

Je krijgt van veel andere specialismen, zoals de neurologie, orthopedie, sport- en revalidatiegeneeskunde dingen mee, maar blijft toch gefocust op het grotere plaatje.

Wat vind je het allerleukst aan jouw baan?
“Ik vind het belangrijk dat de kwaliteit van mijn consulten goed is. Daarom vind ik het fijn dat we patiënten niet maar tien minuten, maar bijvoorbeeld een half uur of driekwartier zien. Dat geeft me tijd om patiënten goed te onderzoeken, evalueren, instrueren en behandelen. Ik vind het daarnaast leuk om fysiek bezig te zijn, daar kan ik mijn energie in kwijt. Tegelijkertijd ben ik toch iedere keer bezig met klinisch redeneren; ‘Als dit niet werkt, hoe kan ik de klacht dan anders aanpakken? Wat kan ik nog meer voor deze patiënt betekenen?’ Je krijgt van veel andere specialismen, zoals de neurologie, orthopedie, sport- en revalidatiegeneeskunde dingen mee, maar blijft toch gefocust op het grotere plaatje. Dat blijven puzzelen maar ook actief bezig zijn vind ik erg leuk aan deze baan. Daarnaast vind ik het fijn dat ik relatief weinig slechtnieuwsgesprekken hoef te voeren, daar zou ik slecht mee overweg kunnen.”

En wat vind je het lastigst?  
“Officieel valt musculoskeletale geneeskunde, anders dan bijvoorbeeld manuele therapie, onder de alternatieve geneeswijzen. Daardoor krijgen patiënten behandelingen vaak niet volledig vergoed, waardoor zij er soms voor kiezen om geen behandeling te ondergaan. Dat vind ik jammer, omdat je alle patiënten graag de zorg wilt verlenen die zij verdienen, zonder dat dit afhankelijk is van de vergoeding van de zorgverzekeraar. Dat de behandelingen maar deels vergoed worden heeft te maken met de evidence ervoor. Voor een kleine beroepsvereniging is het lastig om dergelijk onderzoek te bekostigen. Doordat er zoveel verschillende oorzaken bestaan voor rugklachten, en niet elke patiënt met dezelfde diagnose hetzelfde reageert op een behandeling, moeten wij maatwerk leveren door te zoeken naar een juiste behandeling of combinatie van behandelingen. De commissie wetenschap van onze beroepsvereniging werkt hard aan richtlijnen en effectenstudies, om op die manier beter zichtbaar te worden binnen de reguliere geneeskunde.”

Draai je ook diensten? En hoe zien die diensten eruit?
“Al ons werk is poliklinisch, dus in principe zijn er geen diensten. Als je een eigen praktijk hebt kun je het natuurlijk zo gek maken als je zelf wilt, maar voor nu vind ik het fijn om ook voldoende tijd te hebben buiten mijn werk.”

Hoe veel administratie heb jij? Is dat net zoveel als in het ziekenhuis? 
“Ook in ons werkveld ontkom je niet aan administratie. In elk consult bespreek en noteer je kort het reactiepatroon van vorige behandeling en noteer je hetgeen je gezien en gedaan hebt. Daarnaast schrijf je enkel brieven ter evaluatie aan de huisarts of een aanbeveling bij doorverwijzen naar een ander specialisme.”

Heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze? 
“Ga vooral meekijken met verschillende specialismen. Maak niet te snel een keuze, en bedenk niet alleen wat je belangrijk vindt over 5 jaar, maar ook over 20 of 30 jaar. Probeer daarnaast altijd het hele plaatje te blijven zien, denk in een keten en zie je patiënt niet als een verzameling van losstaande diagnoses.

Is je interessegebied breder dan één enkel specialisme, vind je het leuk om zelf patiënten te behandelen door middel van conservatieve en invasieve behandelmethodes, werk je graag in een klein multidisciplinair team en wil je opleiding en een gezin kunnen combineren? Kom dan vooral een keer een dag meelopen in een MSK-praktijk of op de Rugpoli. Wil je meer informatie over het opleidingsplan of in contact komen met aangesloten MSK-artsen dan kun je altijd kijken op de site van de vereniging (www.NVAMG.nl).” 

In gesprek met een arts en ondernemer Veerle Smit

Deze week een bijzondere blog, namelijk met een arts die naast dokter ook ondernemer is. Ik ga in gesprek met Veerle Smit, mede-oprichtster van de zeer succesvolle Compendium boeken reeks. Ze heeft gestudeerd aan de VU in Amsterdam en rondde haar master af in 2020. Nadien heeft ze gewerkt in de huisartsenpraktijk, bij kind & jeugdpsychiatrie en sinds enkele maanden is ze fulltime bezig met ondernemen.

Wat leuk dat je iets wilt vertellen over het leven als dokter én ondernemer. Hoe ben jij begonnen met ondernemen?
In het tweede jaar van mijn studie kregen Romée (Snijders, mede-oprichtster van Compendium red.) en ik door dat we een goed overzicht van alle leerstof misten. Daar liepen we met name tegenaan als we ons voorbereidden op de vierjaarlijkse voortgangstoets. We bedachten dat we deze samenvatting zelf zouden ontwikkelen en wilden dat met z’n tweeën doen. Al snel bleek dat een iets te ambitieus plan, want het kostte veel tijd! We hebben direct hulp gevraagd en zo is Compendium 1.0 ontstaan: vier boeken met complete samenvattingen ontwikkelt door circa 100 geneeskundestudenten en specialisten. Compendium 2.0 is zelfs met een team van 350 studenten, artsen & specialisten ontwikkelt! Zo is het eigenlijk allemaal begonnen en dat loopt nog steeds heel goed. Later in onze opleiding, tijdens onze coschappen, kwamen we er namelijk achter dat een samenvatting voor in je witte jas ook wel heel erg handig is. Zo ontstonden de pockets. Nog wat later bleek een super korte samenvatting van een vakgebied ook heel erg fijn: de flashcards!
Momenteel zijn we daar vooral druk mee bezig met onze flashcards, zo lanceerde we 22 september onze nieuwste flashcards: Cardiologie & Longgeneeskunde. De laatste pockets die verschenen zijn Radiologie, Longgeneeskunde en Huisartsgeneeskunde. Hier vind je een overzicht van alle producten van Compendium en met kortingscode INOEK10 krijg je zelfs 10% korting!

Wat stoer dat jullie dit gewoon gedaan hebben! Waar ben je naast Compendium nog meer druk mee?
Naast Compendium houd ik me bezig met Dokters op hakken en stichting Zorgmakers. Dokters op hakken hebben Romée en ik overgenomen van aios Urologie Tahnee de Vringer, Daar promoten we gelijke kansen voor vrouwen binnen de geneeskunde. Vrouwelijke dokters zijn er inmiddels namelijk erg veel, maar de hogere bestuurlijke functies worden nog veelal bekleed door mannen. We promoten die kans gelijkheid door succesvolle vrouwelijke artsen te interviewen die fungeren als rolmodel voor anderen.
Stichting Zorgmakers heb ik opgezet samen met arts Sarah van der Lely en zorgbestuurder Rob van der Kolk, om de ondernemendheid van zorgmedewerkers te promoten. Ik ben ervan overtuigd dat we de zorg kunnen verbeteren met de mensen die daadwerkelijk in de zorg werken en dat vele oplossingen al beschikbaar zijn. Het wiel hoeft echt niet telkens opnieuw uitgevonden te worden. We bieden een platform voor zorgmedewerkers om een probleem waar men tegenaan liep en wat inmiddels intern is opgelost te delen zodat andere ziekenhuizen en zorgmedewerkers de oplossing kunnen kopiëren. Zo helpen we elkaar en verbeteren we uiteindelijk de zorg. Het is goed dat de mensen op de werkvloer betrokken worden, maar zich ook betrokken en verantwoordelijk voelen. Die ondernemendheid in de vorm van: ik zie een probleem en ik ga ermee aan de slag, dat moeten we stimuleren. Oplossingen zullen dan uiteindelijk ook veel breder gedragen worden. Ik geloof dat de zorg alleen gemaakt kan worden als we ons allemaal een zorgmaker voelen, durf dus ondernemend te zijn. Benieuwd naar de problemen waarvoor reeds oplossingen zijn bedacht, neem snel een kijkje op het platform!

En daarnaast geef je ook nog advies! Hoe is dat zo gekomen?
Al jaren werd ik overladen met vragen van vrienden en vrienden van vrienden over een idee, bedrijf of project dat ze hebben. Op een gegeven moment gaf ik zoveel mensen advies die ik niet persoonlijk kende, dat ik begonnen ben met “Advies- & Inspiratiegesprekken”. Ik geef dan advies over heel veel verschillende dingen. Zo verzin ik soms binnen een seconde een goede slogan of plan voor promotie tijdens een congres, maar werk ik ook samen met ondernemers hun 10-jaarplan uit. Ik denk graag strategisch mee en ben dan voor mensen een fijne sparringpartner omdat ik niet snel een idee te groot of te ambitieus vind. Ik ben eerder degene die vraagt: “Kan je er niet nog een nul achter zetten?”. Een Advies & inspiratiegesprek is 60-90 minuten. Soms zijn mensen na een gesprek al zo geholpen dat ze weer zelf aan de slag gaan, soms willen ze en langer traject aangaan en zich bijvoorbeeld elke maand of kwartaal laten adviseren. Ik ben vrij flexibel want ik vind niks leuker dan meedenken over nieuwe ideeën haha.

Voor alle Compendium producten klik hier en krijg 10% korting met kortingscode INOEK10

Op Instagram zag ik dat je ook vaker spreekt!
Klopt! Spreken doe ik over allerlei dingen. Zo gaf ik laatst een talk aan aios psychiatrie die bijna klaar waren met de opleiding en een summer school hadden over je eigen praktijk starten. Zo geef ik talks genaamd “EHBO”, waarbij de “O” voor ondernemen staat, doe ik inspiratiesessies als de Paarse Krokodil van Zorgmakers ergens wordt gelanceerd of vertel ik ons Compendium verhaal op congressen of ondernemers events. Het is altijd super leuk om een tegengeluid in de zorg te laten horen waarbij ondernemen als iets positiefs gezien wordt en ik hoop altijd dat de vijf jaar jongere versie van mijzelf in de zaal zit die zich door mijn verhaal iets minder alleen voelt.

Wat een prachtige initiatieven! Ben jij altijd zo ondernemend geweest?
Ik kom niet uit een ondernemersgezin en had ook niet gedacht dat het zo zou lopen. Maar als ik terugkijk op hoe ik was als kind herken ik toch wel dat ondernemerschap. Koninginnedag was mijn lievelingsfeestdag als klein kind, dan zat ik klaar op mijn kleedje om mijn spulletjes te verkopen haha, dus ergens heeft het er dus toch zeker altijd in gezeten.

En hoe heb je jezelf het ondernemerschap eigen gemaakt?
Het belangrijkste in het ondernemerschap is zelfvertrouwen, het gevoel dat het uiteindelijk wel op z’n pootjes terecht komt. En je moet je verantwoordelijk voelen en zorgen dat de dingen gebeuren. Ik ben het gewoon gaan doen en al doende leer je. Maar ik heb er ook veel boeken over gelezen en cursussen gevolgd. Ik ben altijd ambitieus geweest en stel altijd doelen voor mezelf. Zo was mijn doel afgelopen jaar om twee boeken per maand te lezen, dat lukte dus deed ik er een schepje bovenop. Zo is een van mijn huidige doelen om elke week een boek te lezen en ook dat lukt tot nu toe! Dé tip hiervoor is trouwens Storytel haha.

‘Steek je kop boven het maaiveld uit en denk groot!’

En wat zijn je doelen in het doktersvak? Of blijf je fulltime ondernemen?
Dat weet ik eigenlijk nog niet! Kindergeneeskunde heeft langere tijd in het lijstje gestaan, maar dat was uiteindelijk toch niet wat ik zocht. Momenteel twijfel ik tussen huisartsgeneeskunde, psychiatrie en fulltime ondernemen. Of een combinatie natuurlijk. Bij zowel de huisartsgeneeskunde als de psychiatrie heb ik daarom een tijd gewerkt en nu ben ik sinds enkele maanden dus fulltime aan het ondernemen. Ik heb besloten dat ik dat een jaar ga doen en daarna kan ik goed kiezen tussen de drie opties. Inmiddels ben ik er al wel achter dat je niet alleen kiest voor het specialisme, maar ook voor het leven dat daarbij komt kijken. En uiteindelijk moet je kiezen waar je blij van wordt, waar jouw hart sneller van gaat kloppen.

Wat is jullie grote doel voor Compendium?
Wij willen alles bieden wat een geneeskundestudent tot aan een pensionado nodig heeft om zijn of haar vak goed uit te kunnen oefenen. En dan wereldwijd. Je moet groot dromen!

Wat vind je lastig aan ondernemen?
Hmm.. Ik merk dat er toch een beetje een negatief stigma zit op het ondernemerschap binnen de zorg. Commercieel zijn of iets commercieels doen wordt als een lelijk woord gezien binnen de zorg. Ik heb Compendium lang ‘een project’ genoemd, terwijl het al snel een groot en succesvol bedrijf was. Het is jammer dat er vaak zo tegenaan gekeken wordt want ondernemen kan de zorg ook echt verbeteren. Nou hoeft niet iedereen ondernemer te worden, maar ondernemend zijn is in mijn ogen alleen maar goed.

Als je een tip mag geven aan de lezers, wat zou dat dan zijn?
Op het moment dat je een idee hebt, maar het gevoel hebt dat je niemand om je heen hebt die daarin gelooft zorg dan dat je andere mensen om je heen verzameld die het wel een goed idee vinden. Denk niet, doordat anderen er niet in geloven dat het een slecht idee is, maar steek je kop boven het maaiveld uit. En ohja: denk groot! 😉


Blog 32; In gesprek met een AIOS urologie

Laatste vroeg ik jullie of het leuk zou zijn om af en toe ook eens een specialisme uit het ziekenhuis de revue te laten passeren en de meeste vonden dat een goed idee. Vandaag dan eindelijk de aftrap! We beginnen met een klein specialisme in het ziekenhuis waar zeker niet alle coassistenten de kans krijgen om een kijkje te nemen: de urologie.
Ik ga in gesprek met hardwerkende dokter Ella Cauffman, een AIOS bij de urologie die heel enthousiast is over haar werk en ons graag meeneemt.

Wat leuk dat je iets willen vertellen over jouw werk! Vertel eens, hoe zien jouw dagen eruit als uroloog in opleiding? 
Het zijn volle dagen: de urologie is een vak met vele aspecten, en dat maakt het ook zo leuk! Gemiddeld genomen heb je 1 dag per week afdeling, waarbij je om kwart voor 8 begint met visite lopen. Vervolgens heb je de tijd voor administratie. De diagnostiek bij de patiënten voer je zelf uit, zoals het maken van een echo (van de blaas, nieren en prostaat) of cystoscopie (= met een camera in de blaas kijken) of het plaatsen van catheters (blaascatheter, JJ of nefrostomie catheter). Als je op de afdeling staat heb je ook het consultensein en de huisartsentelefoon en zie je zelf de patiënten op de spoed. Dat kan vriezen of dooien, de ene keer is het rustig, maar op sommige dagen komt alles tegelijk en moet je goed prioriteiten kunnen stellen. De rest van de week is gevuld met 1 à 2 dagen op OK, 1 à 2 dagen op de poli en wisselend een dagdeel kleine ingrepen op de poliklinische OK. Op de operatiekamers heb je hele grote ingrepen zoals blaas-, nier- en prostaatverwijderingen (open, laparoscopisch of met de robot), maar ook veel endoscopisch behandelingen (bv transurethrale resectie van blaastumoren en ureterorenoscopie voor nierstenen). Verder heb je nog een heel scala aan andere ingrepen afhankelijk van het ziekenhuis waar je zit, denk bijvoorbeeld aan incontinentie chirurgie en kinderurologische ingrepen. Deze ingrepen leer je gaandeweg uitbreiden tot je ze zelfstandig kunt uitvoeren. Ook op de poli heb je hele wisselende activiteiten: uiteraard zie je zelf de patiënten, maar je doet ook bijna alle diagnostiek zelf zoals eerder genoemd. Naast echo’s, cystoscopieën en plaatsen van catheters, nemen we prostaatbiopten af en maken opspuitfoto’s van de nieren. De patiënten die bij jou komen, kan je soms heel snel van hun probleem afhelpen, maar er zijn ook patiënten die je jaren vervolgt. De meerderheid van de populatie is mannelijk, maar je ziet ook genoeg vrouwen en de patiënten leeftijd varieert van kinderleeftijd tot wel 90 jaar. Dit afwisselende is mijn favoriete aspect aan de urologie. Je hoeft niet te kiezen, het vak heeft alles.
Behalve de klinische werkzaamheden zijn er uiteraard ook neventaken die voor of na de werkdag gebeuren, zoals het voorbereiden en voorzitten van MDO’s en het geven van onderwijs. Als assistent kan je fulltime of parttime werken, de meeste specialisten werken parttime.

Waarom heb je gekozen voor urologie, was het een lastige keuze? 
Ik ben eigenlijk per ongeluk tijdens mijn coschap chirurgie bij de urologie terecht gekomen. Ik was ingedeeld bij de orthopedie, maar dat leek me niets voor mij, dus ik heb geruild. Toen al vond ik het een heel leuk vak.
Ook wist ik al snel dat ik een vak wilde doen met een combinatie van snijdend en beschouwend. Aanvankelijk dacht ik aan gynaecologie, maar dit bleek toch niet helemaal mijn wereld te zijn. Eenmaal bij de urologie als ANIOS voelde ik me meteen op mijn plek.  De combinatie van een vak waarin je moet kunnen doorpakken en dingen kan oplossen, met tegelijk ook veel patiëntencontact en samenwerking met collega’s, paste helemaal bij mij. Alle verschillende vaardigheden en handelingen die je moet beheersen, maakt het uitdagend en afwisselend

Hoe ziet de sollicitatie procedure voor een opleidingsplek eruit? 
De opleiding urologie is geregeld per regio. Je schrijft een brief naar de opleidingscommissie en gaat daarna op gesprek bij de drie opleiders en drie AIOS uit die regio.

‘Het allerleukste aan de urologie is de afwisseling, het vak heeft alles!’

En hoe ziet de opleiding er vervolgens dan uit? 
De opleiding urologie duurt 5 jaar en 9 maanden. De eerste 1,5 jaar, je vooropleiding, volg je bij de chirurgie om de snijdende basis te leren. Bij het urologische gedeelte daarna zit je ongeveer de helft van de tijd in het academisch ziekenhuis en de andere helft van de tijd in een perifeer centrum. Tijdens die jaren werk je als arts-assistent waarbij je de verschillende deelgebieden van de urologie ziet langskomen: oncologie, functionele en reconstructieve urologie, endo-urologie, kinderurologie en andrologie. De laatste maanden van je opleiding doe je een differentiatie binnen een van deze deelgebieden. Als je eenmaal specialist bent, is het overigens goed te doen om een baan te vinden, hetzij beginnend als chef de clinique of soms zelfs meteen in een maatschap.

Is het lastig om een opleidingsplek te bemachtigen. Wat zijn de criteria? 
In regio Maastricht waren er bij mijn sollicitatieronde drie AIOS plekken, dit jaar zijn het er twee. Hoeveel kandidaten er zijn voor die plekken, wisselt van jaar tot jaar, gemiddeld zijn er zo’n twee tot vier kandidaten voor één plek. Klinische ervaring als ANIOS bij de urologie is een vereiste. De meesten hebben één tot drie jaar ervaring voor ze worden aangenomen. Het is niet nodig om gepromoveerd te zijn, al zijn er altijd wel een aantal mensen die dit hebben gedaan. Het belangrijkste is dat je enthousiast bent over het vak en hebt laten zien dat je zowel de technische handigheid hebt die nodig is voor de urologie, als de sociale skills met patiënten en collega’s.

Wat vind je het allerleukst aan jouw baan? En wat het lastigst?  
Het allerleukst vind ik de afwisseling; “never a dull moment”. En dat gecombineerd met fijn patiëntencontact, waarbij je zowel luchtige gesprekken hebt en mensen van hun probleem af helpt met medicatie of een operatie, als de intensievere gesprekken met mensen die bijvoorbeeld last hebben van erectiestoornissen of de diagnose kanker krijgen. Ook het feit dat je patiënten ziet, zelf de diagnostiek en behandeling uitvoert, en nadien zelf de follow-up kan doen geeft veel voldoening. Daarnaast heb je nauw contact met de verpleegkundigen op de poli en afdeling en verschillende andere specialismen, zoals de SEH, huisartsen, radiotherapeuten etc.
Het lastigste wat mij betreft is dat het toch wel een echt ziekenhuisspecialisme is waar ook de bijbehorende uren bij komen kijken. De werkdagen in het ziekenhuis zijn vrij lang, meestal van 07u45 tot 18u-18u30, en daarna moet je je vaak thuis nog voorbereiden.
Je moet ook kunnen schakelen tussen verschillende werkzaamheden. Omdat we een relatief klein specialisme en dus ook een klein team zijn, helpt iedereen waar nodig. Dit is fijn voor de teamsfeer, maar maakt ook dat lange lunchpauzes of vroeg naar huis niet altijd mogelijk zijn.
Verder is het een breed vak waarbij je heel veel aspecten van de geneeskunde uitvoert, maar wel gespecialiseerd in beperkte onderwerpen. Het is dus beduidend minder algemeen dan bijvoorbeeld interne geneeskunde of huisartsgeneeskunde. Dit vind ik er prettig aan, maar het kan een afknapper zijn voor iemand die zich niet wil toeleggen op één deelgebied.

Draai je ook diensten? En hoe zien die diensten eruit?
Bij de urologie is de meeste zorg planbaar, wat ervoor zorgt dat de diensten relatief rustig zijn. Daardoor doen wij onze diensten niet in blokken zoals veel andere ziekenhuisspecialismen, maar achter de werkdagen aan. Afhankelijk van de kliniek en het aantal assistenten in je team heb je gemiddeld 1 keer per 1-2 weken een avond/nacht dienst. Dit is een bereikbaarheidsdienst waarbij je veel telefonisch kan afhandelen, maar ook soms in huis moet komen voor het beoordelen van patiënten op de afdeling of spoedeisende hulp en soms ’s avonds of ’s nachts operaties moet uitvoeren. Hiervoor heb je dan geen compensatie, dus de dag erna werk je gewoon weer. Daarbij heb je ongeveer 1 keer per maand een weekenddienst, die van vrijdagavond tot maandagochtend duurt. Dan krijg je wel die maandag vrij als compensatie. In deze diensten loop je ’s ochtends visite en heb je de rest van de dag in principe bereikbaarheidsdienst vanuit huis waarbij je wel vaak één of soms meerdere keren naar het ziekenhuis moet.
Hoe druk de diensten zijn is niet van tevoren in te schatten: sommige diensten heb je quasi niks te doen en word je nauwelijks gebeld, andere diensten word je continue gebeld en sta je het hele weekend afwisselend op de spoedeisende hulp en de operatiekamer. Maar de dienstbelasting is dus een stuk minder zwaar dan bijvoorbeeld bij de interne geneeskunde, chirurgie of spoedeisende hulp. Daar staat tegenover dat je relatief vaak bereikbaar moet zijn en je af en toe een zware dienst hebt waar weinig compensatie tegenover staat. Persoonlijk vond ik de diensten als assistent meestal wel heel leuk omdat je veel zelf mag en kan doen en interessante patiënten ziet. Daarbij komt dat eenmaal als specialist de diensten wat rustiger worden en je de meeste dingen telefonisch kan oplossen met de assistent.

Hoe veel administratie heb jij? Is dat net zoveel als in het ziekenhuis? 
Ja, je heb ongeveer evenveel administratie als in de rest van het ziekenhuis. Het is een redelijk groot deel van je dagen, maar ik vind dat er wel voldoende tijd voor patiënten overblijft. En hopelijk gaan wij als nieuwe generatie dokters dit straks beter georganiseerd hebben :-).

Heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze? 
Het belangrijkste is denk ik om naar het complete plaatje van een vak te kijken. Dus niet alleen of je de werkzaamheden interessant vindt, maar ook wat voor collega’s je krijgt, hoe de werkbelasting is en hoe de opleidings- en baankansen zijn. En verder om niet alleen te kijken naar hoe je assistententijd is, maar ook naar hoe de dagindeling van een specialist eruit ziet. Ik vond bijvoorbeeld bij de gynaecologie de verloskamers een heel leuk deel van het werk, maar als specialist ’s nachts alleen komen opdraven als een bevalling niet goed gaat, leek me helemaal niks.
En voor de rest: het is oké om het niet te weten en verschillende dingen te proberen. Al die ervaringen neem je mee in wat je uiteindelijk gaat doen. En als je benieuwd bent naar een vak, probeer dan eventueel via via te regelen dat je een keer mee kan kijken.

Blog 30: In gesprek met een dokter van het Medical Traineeship van BKV

Deze week ga ik in gesprek met dokter Remi Vanmaris. Hij is 27 jaar oud en volgt een Medical Traineeship bij BKV, waarbij hij momenteel werkzaam is binnen de ouderengeneeskunde. Hij studeerde in 2021 af aan de universiteit van Utrecht via de arts-onderzoeker master SUMMA. Ik ben benieuwd waarom hij gekozen heeft voor een Medical Traineeship bij BKV en wat daar zo leuk aan is! Tevens gaan we in gesprek met Simone van Ham, werkzaam bij BKV als Senior Consultant Healthcare, die ons alle ins and outs kan vertellen over het Medical Traineeship.


Remi, vertel eens. Hoe ben jij bij BKV terecht gekomen?
Eigenlijk via een vriendin. In de bachelor vond ik vooral de theorie van de beschouwende vakken ontzettend leuk, maar met de praktijk van deze vakken in het ziekenhuis had ik minder affiniteit. Huisartsgeneeskunde daarentegen bleek een verrassend goede match, maar tja het is lastig om daar te aniossen. De interne geneeskunde en geriatrie vond ik in het ziekenhuis het leukst, de inhoud vond ik super interessant maar toch had ik het gevoel dat het niet helemaal paste. Ik kon er de vinger niet op leggen. Uiteindelijk kwam ik erachter dat ik de inhoud wel leuk vind, maar dat de manier van werken in het ziekenhuis minder goed bij mij past. Ik kon door de vluchtigheid van het patiëntencontact minder een band opbouwen met de patiënten. Een vriendin was erg enthousiast over het Medical Traineeship van BKV en de ouderengeneeskunde, dus nadat ik geneeskunde had afgerond ben ik, omdat ik ook erg enthousiast was, ook gestart bij BKV.

Hoe ziet een Medical Traineeship bij BKV er dan uit?  
Remi: Een Medical Traineeship duurt circa 2 jaar waarbij je vaak twee keer één jaar op een plek werkt. Je leert dus twee verschillende vakgebieden buiten het ziekenhuis goed kennen. Daarnaast werk je bij het Medical Traineeship niet alleen als arts, maar kun je ook een project opzetten. Ik heb bijvoorbeeld iProve, het portfolio voor de ANIOS, gepromoot en onderzoek gedaan naar de tevredenheid van de gebruikers. Buiten het project en je werk als anios is er tijd voor onderwijs en intervisie. Onderwijs is gemiddeld één keer per maand, het is zowel vakinhoudelijk als vakoverstijgend over bijvoorbeeld de financiering in de zorg of palliatieve zorg. Daarnaast is er intervisie waarbij we in groepsverband met een psycholoog allerlei casuïstiek bespreken en optioneel is er coaching waar we een probleem aanpakken of juist iets waar we al goed in zijn proberen te verbeteren. Het is veel meer dan alleen dokter zijn, er is veel aandacht voor persoonlijke ontwikkeling, dus en dat maakt het leuk, maar ook heel erg leerzaam.
Simone: Ik denk dat intervisie en coaching goed is. Je kunt beter iemand laten excelleren waar iemand goed in is, dan continu aandacht besteden aan de dingen die iemand niet zo goed kan.

Projecten en werken als arts dus. Over wat voor projecten gaat dat dan?
Simone: Trainees mogen zo’n project zelf invullen, maar er zijn ook een aantal projecten vanuit BKV waar je aan deel kan nemen. De projecten worden vaak opgestart na 3 tot 6 maanden werken, en de trainees zijn er gemiddeld 4 uur per week mee bezig. Tijdens een project leer je hele andere competenties dan bij het ‘dokter zijn’ en dat willen we promoten. Veel jonge dokters gaan tegenwoordig een PhD doen om de kans op een opleidingsplek in het ziekenhuis te vergroten, ook dan leer je natuurlijk nieuwe competenties, maar de beweegredenen zijn niet altijd goed. De projecten die de trainees doen zijn veel kleiner dan een PhD, maar laten wel zien dat er meer is dan alleen het dokter zijn.

Kun je eens wat voorbeelden geven van zo’n projecten?
Simone: Zeker! Laatst is er een trainee die een game wilde ontwikkelen voor ouderen om ze actief te houden, maar er zijn ook trainees die deelnemen aan scrumsessies en hun kennis en ervaring delen t.a.v. triagemodellen bijvoorbeeld. Of trainees die als junior consultant bijdragen aan de implementatie van WZD (Wet Zorg en Dwang) processen binnen zorginstellingen. Tevens kun je opleidingsdagen volgen via de Medic Academy of een externe opleiding. Bijvoorbeeld een ABCDE-training voor de ouderenzorg of een driedaagse training expeditie geneeskunde om maar iets te noemen.

Remi: ‘Nooit geweten dat er zoveel te kiezen is buiten het ziekenhuis is’

Simone, wat voor dokters volgen het Medical Traineeship via BKV?
Het Medical Traineeship is eigenlijk bedoeld voor drie groepen dokters. Allereerst voor dokters die niet goed weten wat ze willen, via ons Medical Traineeship kunnen ze kennismaken met meerdere specialismen. Ten tweede voor dokters die meer willen zijn dan alleen dokter. Een steeds groter deel van de dokters willen naast hun uitvoerende baan als arts zich ook op ander vlak ontwikkelen zoals voeding- en leefstijl of projectmanagement. Anderen willen graag bijdragen aan techniek en innovatie en vinden het interessant om betrokken te zijn bij een start up. En tenslotte voor dokters die al wel weten wat ze willen, maar het maximale uit hun jaar of twee jaar aniossen willen halen doordat ze bij ons de combinatie krijgen van werken, coaching, training op maat, een project én intervisie. Maar in principe is elke dokter welkom, een vereiste om deel te nemen aan het Medical Traineeship is dat je je leerbaar opstelt en daarbij, met geven en nemen, ook andere dokters naar een hoger plan helpt.

Hoe ziet jouw traject eruit als trainee Remi?
Ik werk 32 uur per week zoals de meeste trainees. Momenteel werk ik in de ouderengeneeskunde en het bevalt super goed! Ik was vooraf wat huiverig, omdat ik het beeld had dat werken in een verpleeghuis saai en stoffig zou zijn. Dat vooroordeel blijkt totaal niet te kloppen met de werkelijkheid, het is een onverwacht leuk en uitdagend vak, waar je met weinig aanvullend onderzoek een plan op maat maakt voor bijzondere populaties. Ik dacht ook altijd dat als je niet in het ziekenhuis wilde werken, de volgende optie huisartsgeneeskunde was. Nooit geweten dat er zoveel meer buiten het ziekenhuis is. Na mijn jaar bij de ouderengeneeskunde ga ik een jaar binnen de bedrijfsgeneeskunde werken. BKV helpt je met een keuze maken ten aanzien van de vakgebieden waarin je zult gaan werken. Dat gebeurt middels een online assessment, de grote vragen zijn ‘waar vaar jij wel bij? Wat voor type arts ben jij? Welke competenties beheers je al en waarin zou je je willen verbeteren?’ Bijna iedereen wordt het meest gelukkig om te excelleren daar waar je goed in bent. Je kiest dus niet lukraak twee plekken, maar gaat echt samen op zoek naar wat bij jou zou kunnen passen.
Simone: Doordat we met de trainees in gesprek gaan en een online assessment doen en daarbij echt kijken welke plekken bij hun interesses kunnen passen komt het niet vaak voor dat een werkplek niet bevalt. Maar het komt weleens voor natuurlijk. Ook dan helpen we. Het is namelijk de bedoeling dat de trainee kennis maakt met verschillende specialismen en zo op zijn of haar plek komt. Dokters vinden het prettig om onafhankelijk advies te krijgen. Er zijn bijna overal wel mogelijkheden en zo niet, dan vertellen we dat ook eerlijk. Het gaat er ons om dat iemand een YES gevoel heeft om via BKV een passende uitdaging aan te gaan.

Wat vind je het leukst aan de ouderengeneeskunde Remi? En wat het lastigst?
Ik werk momenteel op een GRZ (Geriatrische Revalidatiezorg) afdeling, Daar worden patiënten opgenomen om te revalideren na een ziekenhuisopname wegens bijvoorbeeld een CVA of een heupfractuur. Het allerleukst is dat je enorm generalistisch werkt en je zoveel meer bent dan alleen dokter. Je bent als arts de spil in het web en hebt korte lijntjes met bijvoorbeeld de fysiotherapeut, maatschappelijk werker, psycholoog en manager.  Ondanks dat de “doorsnee” verpleeghuispatiënt vaak een patiënt is met dementie, zijn er veel expertisegroepen, waaronder Parkinson, beademingspatiënten, Korsakov, Huntington en MS.  Het meest uitdagende aspect vind ik het leveren van zorg op maat. Moet je een kwetsbare zieke patiënte bijvoorbeeld nog insturen naar het ziekenhuis en hoe bespreek je dit met de familie? Gelukkig heb je als basisarts wel de tijd en supervisie om dit goed met de patiënt en diens familie te bespreken.

Simone: ‘Het gaat er ons om dat iemand een YES gevoel heeft om via BKV een passende uitdaging aan te gaan.’

Op wat voor plekken kan je nog meer werken binnen BKV?  
Simone: BKV biedt banen aan in de ouderengeneeskunde, ziekenhuispsychiatrie (PAAZ), psychiatrie, bedrijfsgeneeskunde, revalidatie en binnen de verstandelijk beperkten zorg. Daarnaast zijn er af en toe trainees die in het ziekenhuis werken via ons, maar dat komt niet veel voor. Ook zijn er mogelijkheden om naar het buitenland te gaan.

Wat is het voordeel van werken bij BKV in plaats van zelf een ANIOS baan zoeken en direct in dienst zijn van een maatschap of ziekenhuis?  
Remi: Het fijnst vind ik dat BKV je helpt en actief meedenkt. Ze brainstormen met je over wat er bij je past en helpen je nadien om een goede plek te krijgen. Je profiteert eigenlijk van hun netwerk. Daarnaast moet je zelf ook actief aan de bak, elke 4 tot 6 weken hebben we een gesprek over hoe het gaat, dat prikkelt om na te blijven denken wat je wil en wie je bent. Hierdoor kom je sneller tot een plan en verbeter je jezelf ook sneller. Daarnaast is het fijn dat je dingen uit mag proberen, je mag op twee verschillende plekken werken zonder dat daar iets aan vast zit.

Is je salaris anders als je via BKV ergens werkt?
Simone: Nee, trainees worden gewoon betaald volgens het CAO van het specialisme waar ze werkzaam zijn. Ze krijgen hetzelfde als hun collega’s op die werkplek die daar niet werken via BKV. De werkzaamheden en dienstbelasting is namelijk ook hetzelfde.

Als jullie een tip mogen geven, wat zou dat dan zijn?
Remi: Ik heb tijdens het afronden van mijn studie lang getwijfeld of ik wel buiten het ziekenhuis dúrfde te werken. Men zegt altijd dat je daar geen beroepsperspectief hebt, het saai is en als je daar eenmaal voor gekozen hebt je nooit meer binnen het ziekenhuis kunt werken als je dat zou willen. Daarnaast is het ook een stuk imagoverlies, hoe stom dat ook klinkt. Want alle vooroordelen over specialismen buiten het ziekenhuis bleken op heel weinig gegrond. Ik was bijvoorbeeld bang dat ik me minder dokter zou voelen, maar ik voel me júist dokter. Meer dan binnen het ziekenhuis, haha! Maar al die vooroordelen maakte de stap zetten wel des te lastiger. Maar echt, de specialismen buiten het ziekenhuis zijn zó breed, er zit altijd iets tussen wat je leuk vindt! Dus als je benieuwd bent naar de specialismen buiten het ziekenhuis, neem dan gewoon eens een kijkje en durf die stap te zetten! Dat ambitie en buiten het ziekenhuis werken niet samengaan is een vooroordeel waar niets van klopt.
Simone: Volg je hart, durf buiten de gebaande paden te gaan. Probeer en ontdek. Het is een reis, een avontuur, geen tweede keus!


Ben jij enthousiast geworden over het Medical Traineeship bij BKV? Ga dan naar de website en vind alle informatie!

Blog 28; In gesprek met een AIOS bedrijfsgeneeskunde

Deze week een blog over de bedrijfsgeneeskunde: een onmisbaar specialisme op deze website! En wie kan daar nou beter over vertellen dan dokter Anne Marie, een gezellige, enthousiaste dokter die tijd en aandacht wil besteden aan ‘haar’ werknemers en bedrijven, maar daarnaast ook ruim tijd besteedt aan haar eigen hobby’s. Tegenwoordig omschrijven haar vrienden haar als ‘de goeroe in de werk/privé balans’. Ze studeerde van 2012 tot 2018 in Utrecht en deed van alles naast haar studie. Zo werkte ze op de huisartsenpost en heeft ze meegeschreven aan het dermatologie hoofdstuk in Compendium Geneeskunde (eerste editie). Vanaf september 2022 start ze met veel plezier aan de opleiding tot bedrijfsarts. 

‘Wist je dat…’
–          Een arboarts is een arts met een basisopleiding. Een bedrijfsarts heeft nog een extra vierjarige opleiding gedaan op het gebied van arbeid en gezondheid. Daarmee is de titel ‘bedrijfsarts’ een wettelijk beschermde titel.

–          Een zieke werknemer kost gemiddeld 260 euro per dag voor de werkgever.

–          In de Arbowet is opgenomen dat werknemers (desgewenst anoniem!) ook zelf een gesprek kunnen aanvragen met de bedrijfsarts

We vallen meteen met de deur in huis. Waarom is de bedrijfsgeneeskunde het specialisme voor jou? 
Dat bedrijfsgeneeskunde het specialisme zou zijn voor mij, dat werd pas later in mijn jonge dokters carrière duidelijk. Vanaf dat ik het specialisme leerde kennen, merkte ik steeds meer dat dit vak past bij wie ik wil zijn als dokter. Het is een breed specialisme, waarbij je je bezighoudt met gezondheid van werknemers én het bedrijf waar zij werken. Je bent generalist en hebt hierbij aandacht voor de mens in zijn totaalplaatje. Het draait hierbij niet alleen om de ziekte, maar ook om alle factoren die hierop van invloed zijn. Denk bijvoorbeeld aan knieklachten bij overgewicht door een eetverslaving, of rugklachten als uiting van stress bij een alleenstaande ouder of een werknemer die naast zijn of haar werk ook mantelzorger is voor een partner of familielid. Mensen zijn niet alleen hun ziekte, ze zijn zoveel meer. Als bedrijfsarts mag je de mensen echt begeleiden in plaats van alleen de ziekte van een patiënt behandelen. Je maakt daarmee je werknemers, maar ook het bedrijf waar zij werken, vitaler en dat is een prachtige uitdaging! Het is bij uitstek een vak wat zich kan bezighouden met preventie. Het voorkómen van ziekte, dat geeft een extra dimensie aan het werk.

‘Mensen zijn niet alleen hun ziekte, ze zijn
zoveel meer’

Je zegt dat het niet direct duidelijk was dat je bedrijfsarts zou worden, hoe heb je de keuze gemaakt?
Ik heb lang gedacht dat ik internist-infectioloog zou willen worden. Ik heb m’n coschappen hier ook altijd op gericht: een IC stage, mijn onderzoeksstage naar HIV en stage in Tanzania, naast m’n algemene stage bij de interne geneeskunde. Na mijn studie ben ik gaan werken als arts-assistent bij de interne geneeskunde. Ik vond het inhoudelijk prachtig: ik hou van het leggen van de puzzelstukjes bij complexe problematiek. Het leven naast m’n werk deed ik echter vaak maar met de helft van m’n aandacht. De manier waarop ik bezig was met m’n werk, zorgde ook voor lange werkdagen. Daardoor bleef minder of weinig tijd over voor andere dingen. Het kantelpunt was voor mij het moment dat ik doorkreeg dat ik tijdens een gesprek met vriendinnen halverwege niet meer wist wat er gezegd was. Ik had letterlijk maar met een half oor, en dus met halve aandacht, geluisterd. Het begon nadien steeds meer aan me te knagen dat ik stukjes van mijn enthousiaste ik kwijtraakte. Het bracht me aan het twijfelen over m’n carrière keuze. Er kwamen vragen in me op als: wil ik dit? Is de interne geneeskunde daarvoor leuk genoeg? Hoe ziet m’n leven er straks uit als ik op deze manier doorwerk? En, wat ik ook interessant vond en vaak in het ziekenhuis niet mee kreeg, was de vraag: hoe gaat het na het ziekenhuis met de patiënt? Lukt dat allemaal wel thuis en op het werk? Ik wilde overal, zowel in werk als mijn privé leven, voldoende aandacht hebben. Mijn aniostijd bij de interne geneeskunde zat er in februari 2020 op, toen heb ik een pas op de plaats gemaakt en begon mijn zoektocht naar wat ik nou eigenlijk écht wilde.

Hoe zag die zoektocht eruit, en hoe kwam je uiteindelijk bij de bedrijfsgeneeskunde terecht?
Om te beginnen ben ik me gewoon gaan inlezen op internet. Ik heb bijvoorbeeld de KNMG-website bekeken en hierop filmpjes gekeken. Ik kwam tot de conclusie dat er eigenlijk nergens een mooi overzicht bestond, zoals jij eigenlijk aan het creëren bent op jouw blog. Uiteindelijk ben ik bij meerdere specialismen gaan meelopen. Tijdens mijn zoektocht vroeg een oud-huisgenoot of de bedrijfsgeneeskunde niet iets voor mij was. Hij kende iemand, die precies daar vond wat hij mij hoorde zoeken. Eerlijk gezegd, mijn eerste reactie was: ‘hè, gadver, denk het niet’. Ik moest meteen denken aan het ene stoffige college van de bedrijfsgeneeskunde, welke gecombineerd werd met de verzekeringsgeneeskunde. Het stoffige karakter werd ik nu niet meteen erg enthousiast van. Achteraf gezien is dat zo jammer! Want het klopt totaal niet met hoe ik er nu tegenaan kijk. Toch nieuwsgierig gemaakt door zijn suggestie, ben ik ook een dag meegelopen met die connectie van m’n oud-huisgenoot. De manier waarop zij haar spreekuur vormgaf, en hoe trots ze vertelde over haar vak, maakte mij eigenlijk direct enthousiast. Zij liet me zien dat je voor de werknemers echt een luisterend oor kunt bieden en hen helpen met hun klachten. Daarnaast mag je op grote schaal meedenken over preventie en vitaliteit binnen een bedrijf, waarvoor je de signalen binnen je spreekuur ook gebruikt. Je hebt veel autonomie en kunt daarom invloed uitoefenen op je eigen agenda. Binnen de arbodienstverlener waar ik werkzaam ben, gericht op de grootzakelijke markt, wordt het aangemoedigd om je eigen ik, inclusief sterke en zwakke punten, onder de loep te blijven nemen. Zo ontwikkel je je tot de bedrijfsarts die jij wil zijn. Voor mij is dit een topcombinatie gebleken.
Ik moet er wel bij zeggen dat die zoektocht best lastig was. Ik had heel erg het idee dat wanneer ik naar banen buiten het ziekenhuis zou kijken, ik nooit meer in het ziekenhuis aan de slag zou kunnen. Ik vond de interne geneeskunde ontzettend leuk (en nog steeds!). Het voelde alsof ik dat eerst helemaal aan de kant moest zetten voordat ik verder mocht kijken. Dus het vergde best een beetje lef om dat te durven doen. Maar ik ben blij dat ik mezelf die oriëntatie gegund heb! Een passende opleiding en baan: het is zo’n groot en belangrijk iets, daar moet je goed over nadenken. Die vooroordelen over de specialismen buiten het ziekenhuis en dat idee dat je niet meer in het ziekenhuis kunt werken als je verder gekeken hebt, helpen natuurlijk niet. Tijdens de opleiding maken we elkaar soms zo bang voor van alles en nog wat. Echt onnodig! Want uiteindelijk komt alles altijd op z’n pootjes terecht, als je maar actief naar jezelf en je keuze durft te blijven kijken. Ik ben ervan overtuigd dat wij, als dokters (in spe), het ons meer mogen gunnen om buiten de comfort zone te kijken richting het onbekende en dit ook te ervaren.  

Zonde dat negatieve imago rondom de bedrijfsgeneeskunde!  
Ja, dat absoluut! Vooral omdat het op zo weinig gebaseerd is. Mensen weten er te weinig van. Ik mocht laatst met een collega spreken op het nationaal coassistenten congres over de bedrijfsgeneeskunde. De vragen uit de zaal bleven maar komen. Geneeskunde studenten kennen het specialisme nauwelijks. En, onbekend maakt onbemind!

Ik moet eerlijk zeggen dat ik eigenlijk ook geen idee hebt wat een bedrijfsarts precies doet en hoe het werkt met de opleiding enzovoorts. 
Dat snap ik! Hoe veel onderwijs heb je erover gehad? Meestal is dat weinig tot niets. En qua coschappen: bij de meeste universiteiten kun je ingedeeld worden bij de bedrijfsgeneeskunde tijdens het korte coschap sociale geneeskunde, maar velen worden ook elders ingedeeld. En onderwijs of colleges over de bedrijfsgeneeskunde van enthousiaste artsen zijn er eigenlijk ook te weinig. Dus tja, het is logisch dat de meesten er zo weinig van weten. 

‘We maken elkaar soms zo bang tijdens de opleiding, onnodig! Uiteindelijk komt alles toch wel op z’n pootjes terecht’

Aangezien zo weinig geneeskunde studenten en jonge dokters weten wat een bedrijfsarts doet. Vertel eens over jouw werkdagen/weken! 
Elk bedrijf heeft in principe een bedrijfsarts in dienst. Als iemand ziek is (gedeeltelijk of geheel niet kan werken) gaat iemand naar de bedrijfsarts. Het is een beetje verschillend op welke termijn dat is, dat is afhankelijk van de werkgever, maar maximaal na zes weken. Als bedrijfsarts begeleidt je dan iemand in zijn of haar ziekteproces en het terugkeren naar de werkzaamheden. Dit noemen we re-integratie. Vanuit mijn bevindingen tijdens het spreekuur stel ik vast wat iemands beperkingen zijn, en die vertaal ik dan in mogelijkheden richting het werk. Soms lukt het werken helemaal niet, maar veelal kan iemand in aangepaste vorm in het arbeidsproces blijven. Uiteindelijk breng ik een onafhankelijk oordeel en advies uit naar de werknemer en werkgever. Inhoudelijke informatie wordt nooit gedeeld, ook wij hebben ons beroepsgeheim. Stel je een werknemer voor, normaliter oefent diegene een fysiek beroep uit, die zijn been heeft gebroken. Dan kan een advies er als volgt uitzien: ‘Uw werknemer is ziekgemeld sinds XXX ten gevolge van een medische aandoening, waardoor uw werknemer beperkt is in langdurig (trap)lopen, knielen, hurken, kruipen, klimmen, staan.’ Daarna omschrijven we de mogelijkheden voor de werknemer en werkgever zoals: ‘uw werknemer is geschikt voor zittende werkzaamheden’. We leggen de nadruk op het denken in mogelijkheden in plaats van beperkingen. Dit maakt het erg positief. Ten aanzien van de ziekte win ik gedurende het ziekteproces veelal informatie in bij behandelaren zoals de huisarts, een specialist in het ziekenhuis, psycholoog of fysiotherapeut. Ik merk vaak dat behandelaren terughoudend zijn om iets te zeggen over de medische gegevens als ik contact opneem. Ze vragen zich af wat ze wel en niet mogen en kunnen zeggen. Het is goed om te beseffen dat we als artsen, naast ons beroepsgeheim, allemaal het zelfde doel hebben: een gezonde participatie van de samenleving. Ik vind het belangrijk om nog even in te gaan op het woord onafhankelijk, dit wordt soms in twijfel getrokken gezien werkgevers verplicht zijn om een bedrijfsarts in de arm te nemen. Ik durf hier volmondig op te zeggen dat wij als bedrijfsarts zowel gevraagd als ongevraagd advies geven, en hierin geen afhankelijkheid hebben richting de werkgever. Neem bijvoorbeeld mijn eigen dienstverband. Ik ben in dienst van mijn eigen bedrijf – de arbodienstverlener – en niet van de werkgever waar ik advies aan geef. Dit waarborgt je onafhankelijke positie. Ik werk nu bij een arbodienstverlener die preventie hoog in het vaandel heeft staan. Je ziet namelijk als bedrijfsarts vaak dat mensen pas komen als het echt niet meer gaat. Dit wordt veelal voorafgegaan door verschillende losstaande ziekmeldingen. De belastbaarheid is vaak al zo ver afgenomen, dat het lastiger is om dingen weer op te pakken. Daarom wordt preventie zo belangrijk gevonden. Hier kunnen wij een grote rol in vervullen. Bijvoorbeeld bij mensen die nog wel prima functioneren, maar wel klachten ervaren. We kunnen dan samen kijken naar oplossingen voor de problemen zodat mensen niet uitvallen. Mijn werkdagen vullen zich, naast spreekuren, met overlegmomenten of werkplekbezoeken.

En als je dan je advies hebt gegeven aan de werknemer en de werkgever: wat dan?
Je geeft advies, en schrijft dus geen therapie of medicijn voor. Daarna zie je de patiënt terug om te kijken hoe het gaat en of er verbetering heeft plaatsgevonden van de belastbaarheid. De termijn waarop je iemand terugziet is afhankelijk van het soort klacht: voor psychische klachten in de beginsituatie à 3 weken en voor lichamelijke klachten à 6 weken, maar op indicatie natuurlijk vaker. Je ziet werknemers in principe niet langer dan twee jaar. Na twee jaar komt iemand namelijk bij de verzekeringsarts, en wordt gekeken of, en in welke mate, iemand een WIA uitkering zal krijgen. Wat ik zo leuk vind aan het vak is dat je als bedrijfsarts soort van de ‘manager’ bent van het totale plaatje van de werknemer en diens ziekteproces.

In wat voor team werk je?
De arbodienstverlener waar ik werk stimuleert het werken in teamverband voor een werkgever. Wij noemen dit een klantteam. Zo werk je onder andere nauw samen met arbo-verpleegkundigen, adviseurs, arbeidsdeskundigen, ergonomen en veiligheidskundigen. De dienstverlening wordt ondersteund door onze gezondheidscoördinatoren. Het overleggen met andere artsen vindt laagdrempelig plaats en we weten elkaar goed te vinden. Overigens is het binnen ons vak ook mogelijk om als ZZP’er te werken. Zo is er voor ieder wat wils!

Hoe kom je in opleiding en hoe ziet die er vervolgens uit?
De opleiding duurt 4 jaar. Naast het doorlopen van het curriculum, loop je verschillende stages zoals bij het UWV, revalidatieprogramma’s, en re-integratiebegeleiding. Dit is voor een groot deel zelf in te vullen, afhankelijk van je eigen ontwikkeldoelen. Het wordt gestimuleerd om je te ontwikkelen in een bepaald aandachtsgebied, net zoals dat de ene huisarts extra veel weet van huidaandoeningen en de ander zich toegelegd heeft op het zetten van spiraaltjes en wegsnijden van plekjes. Zo kun je als bedrijfsarts ook zelf een expertisegebied innemen (bijvoorbeeld kanker of infectieziekten), maar je kan ook generalistisch blijven.
Er zijn twee organisatie waar je in opleiding kunt: SGBO (Nijmegen) en NSPOH (Utrecht). Anders dan in het ziekenhuis, wordt de opleiding niet door het rijk betaald, maar in principe door je werkgever.

‘Anne Marie als goeroe in de werk/privé balans’

Nog even over die werk-privé balans aangezien jij een echte goeroe bent op dat gebied. Hoe doe jij dat?
Om te beginnen scheelt het enorm dat mijn werkdagen regelmatig zijn: we hebben geen diensten. Zoals al aangegeven geeft de autonomie in dit werk je een bepaalde vrijheid richting het inplannen van je agenda. Wat betreft je werkdagen weet je dus waar je aan toe bent. Qua privé dingen probeer ik echt in te plannen wanneer en waaraan ik tijd en aandacht besteed. Dit is dus inclusief m’n gewaardeerde ‘me-time’!
Dat stimuleert om jezelf elke keer af te vragen of er wel voldoende tijd is voor jezelf, en voor de dingen waar je je mee bezig wil houden.
Wat ik heb geleerd uit m’n zoektocht, is dat het belangrijk is om te blijven analyseren en heroverwegen: ben ik nog op mijn plek? Ben ik gelukkig in wat ik doe? Ik probeer daarop mijn keuzes te baseren, en niet op wat andere mensen zouden denken of vinden. Natuurlijk is dit altijd een uitdaging, maar ik ben tot de conclusie gekomen dat het nodig is om een gezonde portie schijt te hebben en je eigen weg te kiezen! 

Heb je nog een Gouden tip voor de lezers?  
Bedenk jezelf dat het leven veel te kort en kostbaar is om bezig te zijn met dingen waar je niet gepassioneerd over bent. Doorloop vooral je eigen route, en zet hierin je geluk op de eerste plek.

Blog 26; in gesprek met medisch-adviseurs van VvAA

Het was even wat stiller op de website, maar vandaag is er weer een splinternieuwe blog! Ditmaal ga ik in gesprek met Henrike en Jobien, beide hebben ze langere tijd gewerkt als arts in de kliniek en beide hebben ze de switch gemaakt naar arts zijn bij VvAA. Ze werken als medisch adviseur en geven ons een inkijkje in hun keuzes en in hun werkende leven.

Hoe ziet jullie werk als medisch adviseur eruit?
Henrike: Mijn taak als medisch adviseur is o.a. advies geven over aansprakelijksheidszaken. In de zaken die ik doe gaat het vrijwel altijd om een huisarts aangezien ikzelf afgestudeerd huisarts ben. Concreet betekent dat wanneer een arts (verzekerd bij VvAA) aangeklaagd en beschuldigd wordt van het veroorzaken van schade of leed bij een patiënt dat ik me als medisch adviseur verdiep in de casus en beoordeel of de arts medisch gezien juist gehandeld heeft. Daarbij is vooral belangrijk of de arts heeft gehandeld zoals zijn gemiddelde collega zou hebben gehandeld en niet of het met de kennis achteraf anders had gekund. Ik geef daarbij een advies aan de schade behandelaar en zij beoordelen of ze de aansprakelijkheid erkennen ja of nee. Het werk als medisch adviseur is overigens vaak wisselend. We geven ook adviezen over schades die ontstaan zijn door ongelukken, annuleringen van reisverzekeringen ed. Medisch adviseurs werken op heel verschillende plekken, ons werk is daarom niet onder één noemer te brengen.
Jobien: Ook ik werk als medisch adviseur en houd me voornamelijk bezig met medische aansprakelijkheid, meestal bij zaken waarbij een internist betrokken is aangezien ik internist ben. Daarnaast heb ik ook een aantal andere taken. Zo geef ik richting en inhoud aan het medisch risicomanagement en preventie, onder meer door analyse van de claimdata en het delen van de inzichten met de verzekerde zorgverleners en zorginstellingen. Ik kan, mede doordat ik zelf in het ziekenhuis gewerkt heb, de verbindende schakel zijn tussen grote instellingen en VvAA op het gebied van preventie; géén afvinklijstjes vanuit de verzekeraar, maar ondersteuning bieden bij het kwaliteitsbeleid van de instelling. In gezamenlijkheid ontwikkelen we dan een preventie strategie. Verder vertolk ik binnen VvAA  “de doktersstem”  bij ontwikkelingen. Zo heb ik bijvoorbeeld mee gedacht over de ontwikkeling van een medische aansprakelijkheidsverzekering voor ziekenhuizen en speel ik een rol in de profilering van VvAA op thema’s rondom klachten en claims. Zo organiseren we bijvoorbeeld webinars over klachten en claims.

Jobien, over wat voor onderwerpen gaan zulke webinars dan?
Bijvoorbeeld over wat goede dossiervoering is. Wat hoort erin te staan en hoe vermeld je bepaalde zaken? Daarnaast hebben we laatst een webinar gegeven over hoe om te gaan met een ontevreden patiënt. Elke dokter zal dat in zijn of haar carrière eens mee maken, het is goed om te weten hoe je daar mee om kunt gaan, welke wegen je het beste kan bewandelen, hoe je er voor zorgt dat een klacht of claim je niet teveel uit balans brengt.

Henrike, waarom ben je gestopt met huisarts zijn en hoe ben je bij de VvAA terecht gekomen?
Ik ben zo’n 7 jaar huisarts geweest, maar ik voelde op een gegeven moment dat dat niet langer was wat ik graag wilde. Dat had eigenlijk met meerdere dingen te maken, een deel daarvan was dat de vele (vaak korte) contacten mij onvoldoende energie opleverden. Ik voelde een bepaalde verantwoordelijkheid voor het geluk van de persoon aan de andere kant van de tafel wat ik niet prettig vond. De praktijk waar ik werkte vond ik wel heel erg leuk. Ik zag collega’s elke dag blij worden van hun werk en merkte dat ik dat niet meer had. Ik wist dus dat ik geen huisarts meer wilde zijn, maar tja, wat ga je dan doen? Uiteindelijk ben ik na een periode goed nadenken eerst gestopt met mijn praktijk. Dat was een hele stap. Na een half jaar kwam ik via via bij de VvAA terecht, sinds begin 2021 werk ik als medisch adviseur en dat bevalt enorm goed!

Ik had het idee dat ik pas kon stoppen met huisarts zijn zodra ik wel wist wat ik wilde.’

Was het voor jullie een lastige keuze om te stoppen als arts?
Henrike: Ja, ik vond het best lastig. Met name omdat ik goed wist dat ik geen huisarts meer wilde zijn, maar niet goed wist wat ik dan wel wilde. Ik had het idee dat ik pas kon stoppen zodra ik wist wat ik wilde. Uiteindelijk was de stap om te stoppen het belangrijkste, die gaf daarna ruimte om mij opnieuw te oriënteren.
Jobien: Ik werk nu dik 2,5 jaar bij de VvAA en heb 10 jaar gewerkt als internist. Ik vond het contact met de patiënt het allerleukst, maar door de hoge administratielast was daar steeds minder tijd voor. Ik kreeg ook het gevoel dat ik stil stond in mijn ontwikkeling, terwijl ik graag verder wilde leren  en nieuwe ervaringen wilde opdoen. Dat heb ik in het begin ingevuld door mijn werk als internist te combineren met neventaken zoals bijvoorbeeld onderdeel te zijn van het dagelijks  bestuur van de vakgroep waarin ik werkte. Ik ben ook iets minder dagdelen als internist gaan werken om in de raad van bestuur van een eerstelijns diagnostisch centrum te werken.  Maar uiteindelijk merkte ik, net als Henrike, dat het werken als internist mij steeds minder energie opleverde in verhouding tot de energie die ik er in stak. Toen begon ook steeds zwaarder te wegen dat ik weinig tijd overhield voor andere dingen zoals mijn gezin en mijn hobby’s. Die afweging is natuurlijk voor iedereen anders maar uiteindelijk ben ik ontzettend blij met mijn keuze. Als ik mijn keuze aan collega’s uitlegde begrepen ze het wel.  Sommigen gaven zelfs toe dat zij ook weleens twijfelden en vonden het geruststellend dat, mochten zij ook ooit voor de keuze staan,  er ook andere interessante functies zijn, ook buiten het ziekenhuis.

Hoe belangrijk is het dat je opgeleid bent als dokter als je medisch adviseur bent?
Jobien: Heel erg belangrijk! Als dokter begrijp je de arts-patiëntrelatie, de dossiervoering, weet je hoe dingen soms kunnen lopen in het ziekenhuis, snap je de taakverdeling en ga zo maar door. Het leuke voor mij nu is dat ik de wereld van de dokter vanuit een andere positie leer kennen. Maar er zijn veel raakvlakken, ik sta nog steeds voor een goede kwaliteit van zorg en een continue verbetering.

‘Accepteer dat carrièrewensen en verwachtingen kunnen veranderen’

Hoe ziet jullie week er praktisch gezien uit?
Henrike: Door Corona heb ik vrijwel alleen maar thuis gewerkt. Mogelijk dat ik straks één keer per week naar kantoor ga voor overleggen. Ik zit veel achter de computer en werk zelfstandig aan de zaken. Een aantal keer per week heb ik een overlegmoment met collega’s of juristen. Ik werk momenteel 2,5 dag.
Jobien: Mijn weken zijn wisselend. Ik heb weken met veel overleggen, maar ga soms ook naar klanten toe. Daarnaast werk ik zelfstandig, maar ook veel in groepsverband. Het is ontzettend afwisselend. Het fijne is dat ik mijn agenda aardig goed zelf kan indelen.

Hebben jullie nog tips voor de lezers van deze blog?
Henrike: mijn belangrijkste tip is om je vooraf goed te oriënteren wat bij je karakter past. Daaropvolgend is mijn andere belangrijkste tip dat je gedurende je carrière je keuzes kunt bijstellen/evalueren. Die wetenschap geeft veel vrijheid.
Jobien: Daar sluit ik me bij aan! Accepteer van jezelf dat je carrièrewensen en verwachtingen kunnen veranderen en luister daarnaar. Het brengt je op nieuwe plekken met nieuwe energie.


Wil jij ook iets vertellen over jouw werk en de keuzes die je gemaakt hebt? Mail naar mailto:doktersdiehetandersdoen@gmail.com

Blog 24; In gesprek met een AIOS radiotherapie

Deze week ga ik in gesprek met dokter Anne Cobussen, arts in opleiding tot radiotherapeut-oncoloog. Radiotherapie is een medisch specialisme waar ik voordat ik aan de slag ging binnen de interne geneeskunde en oncologie niet eerder van gehoord had. Zonde, want het is een prachtig specialisme!

Wist je dat..?
– Een radiotherapeut niet hetzelfde is als een radioloog?
Dit wist 79% van de stemmers via de Instagram pagina van @doktersdiehetandersdoen.

– Een radiotherapeut meer doet dan alleen in een hokje zitten en bestralen. Sterker nog, een radiotherapeut zit helemaal niet in dat hokje te bestralen, dat doen de laboranten!
84% van de stemmers wist dit. Side note: de radioloog zit natuurlijk ook niet de hele dag in een donker hokje ;).
– Je technisch niet perse heel erg goed hoeft te zijn om radiotherapeut te worden. Er zijn veel laboranten en klinisch fysici die het technische gedeelte op zich nemen.

Anne aan het werk als AIOS radiotherapeut-oncoloog

Anne, hoe kwam jij eigenlijk in aanraking met de radiotherapie?
Ik was destijds werkzaam bij de gynaecologie en daar vroeg iemand het me: ‘Anne, is de radiotherapie dan niks voor jou?’ Ik dacht toen, die mensen zitten in een hokje en ze bestralen, dat is toch juist echt helemaal niks voor mij. Geen idee hoe mis ik het kon hebben. Ik ben me er toen wel in gaan verdiepen en ben meegelopen en vanaf het eerste moment was het alsof alle puzzelstukjes van de jaren ervoor op zijn plek vielen. Dit vak had alles wat ik zocht in mijn werk als arts. Dus ja ik was verkocht en ben er meteen vol voor gegaan, want ik wist zeker, dit is mijn vak! 

Je zegt: ‘het vak heeft alles wat ik zocht’. Wat zoek jij in een baan? Was het lastig dat te vinden?
Ik heb lang gezocht naar wat ik precies als arts wilde. Ofja, ik wist heel goed wat ik wilde, maar ik kon het nergens overal terugvinden: ik wilde intensief patiëntencontact, ik vond intimiteit belangrijk, wilde de diepte in qua kennis, diversiteit in mijn werk, maar ik hield ook niet van het competitieve wat je vaak zag, het ellebogen en de werkdruk. 
Lange tijd dacht ik de gynaecologie in te willen gaan, die eerste facetten komen hier allemaal aanbod, maar de dingen waar ik juist tegenop zag zijn hier ook aanwezig: het ellebogen en de werkdruk. Ik heb toen eerst mijn wetenschapsstage bij de gynaecologie-oncologie gedaan en daarna ook mijn semistage bij de gynaecologie. Al na een paar weken kwam ik erachter dat ik de verloskunde helemaal niks vond. En ja, dan moet je geen gynaecoloog worden. De gynaecologie-oncologie daarentegen was helemaal mijn ding en terugkijkend was de oncologie in alle andere specialismen ook mijn ding.

‘Toen iemand me vroeg of de radiotherapie niet iets voor mij was dacht ik dat het juist helemaal niéts voor mij was. Hoe mis kon ik het hebben!’

Wat is je taak als radiotherapeut?
Als radiotherapeut-oncoloog begeleid je patiënten tijdens hun bestralingstraject. Het is geen diagnostisch vak, patiënten komen bij ons als ze al een diagnose hebben. Als radiotherapeut doe je de intake waarbij je vooral te weten wilt komen hoe een patiënt conditioneel is, wat het traject is geweest, sociale vangnet en doe je, indien geïndiceerd een lichamelijk onderzoek. Daarna leg je uit wat het bestralingstraject inhoudt en wat ze kunnen verwachten aan bijwerkingen. Tijdens de bestralingen zie je je patiënten op controle en bij sommige deelgebieden ook nog tot 5 jaar na behandeling. Zo doen wij bijvoorbeeld bij bepaalde doelgebieden (oa prostaat en gynaecologie) de follow-up afwisselend met de hoofdbehandelaar. Verder bepaal je als radiotherapeut-oncoloog welk bestralingsplan een patiënt krijgt, hier zijn vaste protocollen voor, maar soms moet je hier ook een beetje mee spelen, bijvoorbeeld in de recidiefsetting. Vervolgens teken je het doelgebied in. De laboranten maken een bestralingsplan en als arts ben je verantwoordelijk om dit te beoordelen en te accorderen. Soms worden we op het bestralingstoestel erbij geroepen als er een match niet klopt (bijv dat de tumor buiten het doelgebied ligt door bijvoorbeeld veel lucht in de darmen) en moet je beslissen of een bestraling wel of niet door kan gaan, of dat er extra maatregelen genomen moeten worden.  
Daarnaast houd je je bezig met brachytherapie, een speciaal onderdeel van de radiotherapie. Dit wordt bij gynaecologische- en prostaatcarcinoom veelal ingezet. Bij het uitvoeren van deze inwendige bestraling ben je als radiotherapeut-oncoloog nog wat meer met je handen bezig: zo plaatsen we zelf de bestralingsapplicator en de naalden waar de straling doorgaat, of bijvoorbeeld de jodiumzaadjes die de meeste wel zullen kennen bij prostaatkanker.

Dat is veel breder dan ik in eerste instantie dacht! Maar hoe word je eigenlijk radiotherapeut?
Na de bachelor en master geneeskunde kun je de opleiding tot radiotherapeut volgen in verschillende centra. De opleiding is in totaal 5 jaar en is echt op de oncologie gericht. Het grootste deel van de opleiding volg je bij de radiotherapie met stages in de verschillende doelgebieden. Verder hebben we een half jaar klinische stage, die wij vanuit Maastricht bijna altijd bij de interne oncologie volgen, daar ben ik nu mee bezig. Daarnaast hebben we nog 3 maanden radiologie, 6 maanden een vrije stage en aan het einde van de opleiding nog een verdiepende stage. Ook volgen we 1 jaar bij de radiotherapie in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, waarin je vrij bent om je doelgebieden te kiezen. We hebben in de opleiding dus best wel wat vrijheid om bepaalde stages in te delen en je eigen richting te kiezen. Zo is het voor mij heel duidelijk dat ik me wil profileren in de brachytherapie en gynaecologische en urologische tumoren. Ik ben hiervoor van plan om  in mijn vrije stage naar Aarhus in Denemarken te gaan, om me daar verder te specialiseren in de brachytherapie bij gynaecologische tumoren.

Is het lastig om een opleidingsplek te bemachtigen en wat zijn de criteria?
Ik ben direct vanuit de geneeskunde opleiding aangenomen voor de opleiding tot radiotherapeut-oncoloog in Maastricht. Ik had ook in Nijmegen gesolliciteerd, maar daar raadden ze me aan om eerst een jaar klinische ervaring op te doen. In Maastricht hoefde dat niet. Van verhalen hoor ik dat de eisen in de randstad hoger zijn en je bijvoorbeeld gepromoveerd moet zijn of met onderzoek bezig moet zijn, maar dat weet ik niet zeker hoor, want ik heb daar niet gesolliciteerd. Het lastige is dat er weinig tot geen ANIOS plekken bij de radiotherapie zijn, het is dus heel lastig om in dit vakgebied ervaring op te doen als basisarts. Ze zijn dus in mijn ogen ook zeker niet op zoek naar de beste AIOS, maar wel daar degenen die dit vak echt willen uitoefenen en hier goed over nagedacht hebben en er een goed beeld van hebben.

Hoe ziet voor jou een gemiddelde werkweek eruit?
Een werkweek van een radiotherapeut is heel divers: je ziet nieuwe patiënten en controle patiënten op de poli, neemt deel aan MDO’s (multi disciplinaire overleggen red.), maakt tussendoor de intekeningen voor de bestralingen, beoordeeld deze en kan voor allerlei zaken naar het toestel of CT-scan gebeld worden bij bijzonderheden om mee te kijken. Zeker als brachy radiotherapeut komt hier nog meer afwisseling bij kijken. Als ik zo kijk kan ik wel een heel boekwerk maken over dit fantastische vak. Als AIOS (arts in opleiding tot specialist red.) doe je eigenlijk alle bovenstaande zaken ook, maar dan onder supervisie. In Maastricht zijn we als AIOS boventallig, wat betekent dat je in eerste instantie de patiënten uit de agenda van je supervisor kiest. Je mag dan kiezen om die patiënt zelf te zien zonder supervisor, maar je mag er ook voor kiezen dat je de patiënten samen met je supervisor ziet waarbij jij het gesprek doet. Op deze manier krijg je dus directe supervisie en feedback en leer je ontzettend veel! Later in je stage krijg je steeds meer eigen patiënten en doe je natuurlijk zelf alle controles.

Wat vind jij het allerleukste aan je baan? En wat vind je minder leuk?
Pfoe, dat is een lastige vraag. Het is gewoon zo’n mooi vak, ik vind heel veel leuk: de diversiteit in het werk, de tijd voor de patiënten en dat ik alle aspecten die ik belangrijk vind terug heb kunnen vinden hier. Het mooie is dat je de patiënt, de anatomie, het medische probleem en de technische mogelijkheden met elkaar combineert om zo tot het beste beleid te komen.
Ik vind het in opleiding zijn soms best lastig en dat het niet alleen maar je werk is, maar dat je ernaast nog allerlei zaken moet doen (onderwijs verzorgen, onderzoek, artikelen lezen etc). Daarnaast stel je zelf geen diagnose. Ik vind dat zelf totaal geen probleem, maar als je dat wel leuk vindt zit je hier niet op de goede plek.

Je combineert de gegevens van de patiënt, de anatomie, het medische probleem en de technische mogelijkheden om tot de beste behandeling te komen

En hoe zit het met diensten? Heb je die eigenlijk wel?
We hebben bereikbaarheidsdiensten, 5 dagen achter elkaar. Tijdens deze diensten kan je gebeld worden door patiënten, verwijzers of laboranten als er bestraald wordt. Hoe vaak je gebeld wordt wisselt heel erg. Er zijn dagen dat je helemaal niet gebeld wordt, maar ook dagen dat je 4 telefoontjes in een uur krijgt. Over het algemeen vallen het aantal telefoontjes heel erg mee. Een enkele keer moeten we tijdens een dienst in huis komen voor een spoedbestraling, maar dit is niet vaak en daar zijn bepaalde tijden voor ingepland, dat zal niet midden in de nacht zijn.

Mij valt het op dat je als dokter tegenwoordig meer achter je computer zit dan dat je bij de patiënt bent. De administratielast is enorm als dokter in het ziekenhuis. Is dat bij jou ook zo?
Ook wij hebben zeker onze administratie, maar ik denk dat de verhouding patiënten zien en administratie wel beter verdeeld is. Omdat we alleen poliklinisch werken bestaat de administratie van het werk vooral uit het voorbereiden van de poli en het maken van brieven. We hebben ruim de tijd tijdens het spreekuur, vaak wel 40 tot 60 minuten voor een nieuwe patiënt dus vaak red je het wel in die tijd je brieven te maken. Daarnaast hoort het voorbereiden van MDO’s er ook bij natuurlijk. En dan is er ook nog de administratielast van de opleiding: denk aan voorbereiden onderwijs, leren, planning maken, cursussen, declaraties etc., dat zal hetzelfde zijn als in het ziekenhuis.

Laatste vraag: heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze?
Heel cliché, maar ik denk dat het belangrijkste is om dicht bij jezelf te blijven. Maak de keuzes vanuit je eigen intrinsieke motivatie en niet omdat anderen dat willen. Bepaal voor jezelf wat je belangrijk vindt in je leven en in je werk, en kijk dan welk vak daar het beste bij aansluit. Doe wat je zelf wilt, dan ben je op je best en word je het gelukkigst, daar ben ik van overtuigd.


Vind jij het leuk om ook iets te vertellen over het vakgebied waarin je werkt? Neem dan contact op en mail naar doktersdiehetandersdoen@gmail.com!


Blog 22; in gesprek met een sportarts

Deze week een blog over een specialisme dat zeker niet mag ontbreken op mijn website: sportgeneeskunde! Ik ga in gesprek met dokter Donna Blokland.
Wist je dat..?

  • Een sportarts er zeker niet alleen is voor topsporters! We zijn er voor iedereen die beweegt/sport of dat wil gaan doen en hier klachten bij ervaart.
    “Sportgeneeskunde is het medisch specialisme dat zich richt op het bevorderen, waarborgen en herstellen van de gezondheid van mensen die (willen gaan) sporten en/of bewegen. Ook richt het zich op het door sport en/of bewegen bevorderen en herstellen van de gezondheid van mensen met chronische aandoeningen. Bij beide facetten wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met de specifieke belasting en belastbaarheid.”
    (Beroepsprofiel Sportarts, 2012)
  • Er in Nederland op dit moment 138 sportartsen, 37 aios Sportgeneeskunde en 25 sportartsen niet praktiserend zijn. *
    (*Disclosure: deze cijfer zijn gebaseerd op degenen die lid zijn van de Vereniging voor Sportgeneeskunde. Enkele sportartsen zijn dat niet, dus het werkelijke aantal ligt iets hoger).

Sportgeneeskunde mag natuurlijk niet ontbreken op mijn website! Waarom ben jij sportarts geworden?
De afwisseling binnen het vak sprak me erg aan. Enerzijds zie je patiënten/sporters met blessures, waarbij je je kennis van het bewegingsapparaat kunt inzetten. Als sportarts hou je je ook bezig met de inspanningsfysiologie; wat doen hart, longen en spieren bij inspanning, en waar zit een eventuele beperking? Tot slot doen veel sportartsen ook sportmedische begeleiding, waarbij je de medische begeleiding van bijvoorbeeld een voetbalteam verzorgt. In al deze diverse werkzaamheden neem je als sportarts altijd de balans tussen belasting en belastbaarheid mee. Verder is de patiëntenpopulatie erg gevarieerd: van beginnend (amateur) sporter tot topsporter, maar ook bijvoorbeeld hart- of oncologie revalidatie patiënten. Tot slot vind ik het ook gewoon erg leuk om met sport bezig te zijn, of dit nou privé of op werk is.

Donna Blokland, sportarts en teamarts KNVB Jong OranjeLeeuwinnen

Was het een lastige keuze of wist je direct wat je wilde?
Gedurende het tweede jaar van mijn geneeskunde opleiding kwam ik door een keuzeblok Revalidatie & Sport voor het eerst in aanraking met de sportgeneeskunde. Mijn interesse was direct gewekt, maar ik had zeker mijn keuze nog niet gemaakt. Eerlijk gezegd vond ik heel veel vakgebieden leuk; huisartsgeneeskunde, cardiologie, kindergeneeskunde, …. Pas bij de invulling van mijn laatste jaar van geneeskunde ben ik echt de richting van sportgeneeskunde opgegaan.

Toen je je keuze gemaakt had, kwam je toen gemakkelijk in opleiding?
Ik heb erg veel geluk gehad qua timing. De plek waar ik in opleiding ben gekomen (regio Utrecht) wilde het jaar van mijn sollicitatie iemand kiezen waarvan ze wisten dat diegene het vak echt leuk vond en goed in de groep zou passen. Ik had inmiddels een aantal co-schappen en een wetenschapsstage daar gedaan en ik paste blijkbaar goed in dat plaatje. Ik heb dus veel geluk gehad en ben in één keer aangenomen in mijn voorkeursregio.

‘Ik had zeker mijn keuze nog niet gemaakt, eerlijk gezegd vond ik heel veel vakgebieden leuk!’

Hoe ziet de sollicitatieprocedure eruit en waar kan je allemaal solliciteren?
De sollicitaties worden landelijk gecoördineerd via het opleidingsinstituut, de SBOS (Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts). Er zijn op dit moment 10 opleidingsregio’s, waarvan er per jaar 7 een opleidingsplek hebben. Je solliciteert landelijk, waarbij je je voorkeursregio’s kunt aangeven en eventueel opleidingsregio’s kunt uitsluiten. Vervolgens word je (hopelijk) uitgenodigd voor een gesprek bij één of meerdere regio’s. Na de gesprekken wordt geprobeerd om de voorkeuren van de opleidingregio’s en de kandidaten zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen.

En hoe ziet de opleiding er vervolgens dan uit? Hoe lang duurt de opleiding?
De opleiding duurt 4 jaar. Ik heb nog het oude curriculum gevolgd, waarbij je begon met 9 maanden cardiologie en vervolgens 3 maanden longgeneeskunde. Het tweede jaar bestond uit een heel jaar orthopedie. Het derde en vierde jaar bestond uit 1,5 jaar sportgeneeskunde en (vaak verspreid) 3 maanden huisartsgeneeskunde en 3 maanden wetenschapstage.
In het nieuwe curriculum begin je gelijk met 3 maanden sportgeneeskunde, wat denk ik een goede verandering is! Verder is de orthopedie stage verkort naar 9 maanden.

Hoe zijn jouw dagen als sportarts eruit?
Als sportarts draai je in principe alleen spreekuren, je hebt geen afdeling of diensten (tenzij je sportmedische begeleiding doet, zie de vraag over diensten). Je doet deze spreekuren in een ziekenhuis of in een sportmedische instelling.
Op een spreekuur zie je patiënten met blessures, zoals patellofemoraal pijn syndroom, patellapeestendinopathie, schouder impingement etc.
Verder doe je ook regelmatig sportmedische onderzoeken, altijd bestaande uit anamnese en lichamelijk onderzoek, en afhankelijk van de indicatie uitgebreid met bijvoorbeeld ECG, spirometrie en inspanningstesten op de fiets- of loopband. De indicaties voor deze sportmedische onderzoeken zijn erg divers. Soms is er sprake van inspanningsgerelateerde klachten zoals dyspnoe, pijn op de borst of conditieverlies. Het kan ook in het kader van bijvoorbeeld hart- of oncologierevalidatie zijn, of begeleiding bij long-COVID patiënten. Een andere groep mensen zijn diegenen die op eigen initiatief komen, bijvoorbeeld omdat ze hun drempels willen weten of omdat een sportmedisch onderzoek verplicht is (zoals bij topsporters, maar ook voor bepaalde opleidingen).
Tot slot zijn veel sportartsen betrokken bij sportmedische begeleiding. Dit kan bij bijvoorbeeld een sportbond, club of evenement zijn. Zelf ben ik teamarts van de KNVB Jong OranjeLeeuwinnen. Hierbij ben ik, samen met de fysiotherapeut, verantwoordelijk voor alle sportmedische zaken. Denk hierbij aan o.a. blessure management, bewaken van belasting/belastbaarheid en voeding/hydratie. En natuurlijk de afgelopen tijd alles rondom COVID-19. Ik zeg gekscherend wel eens dat ik tegenwoordig meer COVID-19 dokter ben dan teamarts…
 
Wat vind je het allerleukst aan jouw baan? En wat het lastigst?  
Het allerleukste vind ik de vaak erg gemotiveerde patiënten populatie. Je moet hen over het algemeen eerder afremmen dan motiveren. Het lastige vind ik soms dat toch veel mensen (ook collega artsen) nog niet precies weten wat je als sportarts nou doet. Aan ons de taak om dit te veranderen!

Draai je ook diensten? En hoe zien die diensten eruit?
Nee, in principe niet. Maar als ik met de Jong OranjeLeeuwinnen weg ben op activiteit, dan ben je wel 24/7 beschikbaar. Dus dat zou je als dienst kunnen zien, maar het voelt heel anders dan de diensten die ik in het ziekenhuis heb gedraaid.

‘Het allerleukste aan mijn baan is de gemotiveerde patiëntenpopulatie!’

Hoe veel administratie heb jij? Is dat net zoveel als in het ziekenhuis?
Ik denk dat het niet zoveel verschilt met de spreekuren van andere specialisten in het ziekenhuis. Voor elke patiënt op je spreekuur heb je natuurlijk de gebruikelijke administratie: voorbereiding, statusvoering en brief naar de huisarts. Een inspanningstest uitwerken kan soms bij afwijkingen nog wel eens wat meer tijd in beslag nemen. Ook tijdens teambegeleiding houden we van de blessures en ziektes administratie bij.

Heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze?
Zelf heb ik ooit tijdens een co-schap de tip gekregen om te kiezen voor het specialisme waarvan je de routine het minst vervelend vindt. Dat klinkt misschien wat negatief, maar ik vond het eigenlijk wel een mooie tip. Elk specialisme heeft natuurlijk dingen die je veel ziet en doet, dat wil je liever niet al na een jaar zat zijn.
Luister verder goed naar je gevoel en ontdek waar je je thuis voelt. Durf te twijfelen en rond te kijken. En durf ook buiten de ziekenhuismuren te kijken! Daar zijn ook nog zoveel mooie mogelijkheden: sociale geneeskunde, militaire geneeskunde, bestuurs- en advies functies etc.
 

Blog 21; in gesprek met een specialist ouderengeneeskunde

Deze week ga ik in gesprek met dokter Marina Goorts, specialist ouderengeneeskunde in opleiding.
Wist je dat..?
– Een specialist ouderengeneeskunde niet hetzelfde is als een geriater?
– Een specialist ouderengeneeskunde vaak werkzaam is in een verpleeghuis, vroeger werd dit dan ook verpleeghuisarts genoemd?

Wat leuk dat je iets willen vertellen over jouw werk! Vertel eens, hoe zien jouw dagen eruit als specialist ouderengeneeskunde (SOG) in opleiding?
 Ik volg de opleiding parttime, dat wil zeggen 3 dagen in het verpleeghuis en 1 dag in de schoolbanken in Nijmegen. Mijn werkweek bestaat uit visites van mijn eigen afdelingen, maar daarnaast heb ik veel vrije ruimte om zelf in te delen. Tijdens de visites neem ik door hoe het met de patiënten gaat en besteed ik aandacht aan preventie, om te zorgen dat patiënten zo min mogelijk naar het ziekenhuis hoeven. Ik stel hun medicatie voor suikerziekte in, houd hun hartfalen onder controle en kijk naar secundaire preventie voor beroertes. Naast mijn vaste afspraken ben ik flexibel om ruimte te maken om een Parkinson patiënt uitgebreid te onderzoeken of een moeilijk familie gesprek van een terminale patiënt te voeren. Tussendoor krijg ik telefoontjes met onverwachte dingen zoals een patiënt die is gevallen met een hechtwond of verdenking op een gebroken heup of bijvoorbeeld een plotselinge wegraking. Een verpleegkundige trieert tussen spoed en geen spoed, wat kan wachten komt op de wekelijkse visite, wat niet kan wachten ga ik direct naar toe. Daarbij werk ik vrij zelfstandig. Ik krijg altijd supervisie van een vaste specialist ouderengeneeskunde. Juist die afwisseling en de flexibele agenda is iets wat mij enorm aanspreekt! Als AIOS (Arts In Opleiding tot Specialist red.) heb ik een keer per week een leergesprek van een uur met mijn opleider waarin ik mijn leerpunten van die week en leerdoelen voor de toekomst bespreek. Het is confronterend omdat er een vergrootglas over je eigen handelen gelegd wordt, maar ook erg leerzaam om hier juist inzicht in te krijgen waardoor je enorm kan groeien.

Marina, specialist ouderengeneeskunde in opleiding

Waarom heb je gekozen voor SOG, was het een lastige keuze?
Ik vond het een hele moeilijke keuze! Sterker nog, tijdens de geneeskunde opleiding en mijn eerste jaren als ANIOS (Arts Niet In Opleiding tot Specialist red.) had ik het verpleeghuis nooit als optie overwogen. Het verpleeghuis had een suf imago en ik dacht dat mijn toekomst in het ziekenhuis lag, maar wist nog niet waar. Daarom heb ik er voor gekozen om na mijn afstuderen op de spoedeisende hulp te gaan werken, zodat ik van verschillende specialismen patiënten kon zien. Ik had daarbij de hoop dat ik na een jaar werken wel een beter idee zou hebben in welk specialisme mijn interesse zou liggen, maar helaas. Ik vond alles leuk, maar geen specialisme sprong er echt uit. Ik kon daarna de overstap maken naar de Intensive Care (IC) van een groot perifeer ziekenhuis, waar ik ook een jaar met veel plezier gewerkt heb. Maar ook daar kwam ik er achter dat ik nog iets miste. Ik vond acute zorg erg leuk, maar merkte dat ik juist ook veel energie haalde uit een praatje maken met patiënten als ze weer wakker werden na sedatie. Die praatjes waren altijd maar kort, want stabiele patiënten verlaten de IC weer snel. Ik vond het dan toch altijd jammer dat ik daarna niet meer zag hoe het verder met die mensen afliep. Na wikken en wegen en gesprekken met specialisten dacht ik dat wellicht de eerstelijnszorg toch meer bij mij paste. Vooral het langdurige patiëntencontact vind ik toch erg belangrijk, en daarom overwoog ik om huisarts te worden. Om de overgang van de IC naar de huisartsenpraktijk wat geleidelijker te laten verlopen, koos ik ervoor om eerst een jaar in het verpleeghuis te gaan werken voordat ik zou solliciteren voor de huisartsenopleiding.
Die overgang was enorm! Ik vond het in het begin echt moeilijk om te aarden in het verpleeghuis, omdat werkelijk alles anders is dan op de IC en heb zelfs even getwijfeld om te stoppen. Uiteindelijk heb ik bij de specialist ouderengeneeskunde aangeven waar ik tegenaan liep. Zij heeft met mij meegedacht en gekeken naar oplossingen die echt bij mij paste, dat was ik niet gewend vanuit het ziekenhuis. In het verpleeghuis word je echt gewaardeerd als persoon. Dat is de kracht van het verpleeghuis en maakt dat ik hier nog steeds werkzaam ben! Zo ben ik uiteindelijk geswitcht van de chronische zorg naar de revalidatie afdeling (GRZ), waar ik eerder nog niet bekend mee was. Het is het tussenstation tussen het ziekenhuis en thuis, waar mensen hard werken om te herstellen naar hun oude niveau. Vooral het werken naar een doel en potentieel ontslag naar huis vond ik erg leuk! Revalidatie heeft wel twee kanten en soms overlijden mensen, maar daardoor heb ik wel ingezien dat het soms ook heel mooi kan zijn als iemand accepteert dat hij of zij niet meer beter wordt. Ik kan ook juist heel veel voldoening halen uit het begeleiden van die laatste fase tot overlijden. Dat klinkt misschien vreemd, en dat was ik vanuit het ziekenhuis ook nooit gewend, maar dit heeft voor mij mijn ogen geopend. Je behandelt in het verpleeghuis niet alleen een ziekte, je behandelt een persoon. Juist de langdurige band die je met mensen opbouwt geeft mij veel voldoening. Soms moet je creatief zijn om te zoeken naar oplossingen. Binnen het verpleeghuis heb je daarin verrassend veel mogelijkheden en dat is juist iets wat mij erg aanspreekt. En zo ben ik dus blijven plakken in het verpleeghuis, die sollicitatie voor de huisartsenopleiding is er nooit meer gekomen.

‘Ik vond het een hele moeilijke keuze, ik heb zelfs overwogen om te stoppen!’

Hoe ziet de sollicitatie procedure voor een opleidingsplek SOG eruit?
Je schrijft een sollicitatie brief en er is een interview met de opleidingscommissie. Bij mij was het interview digitaal, dat zal wellicht voorlopig nog wel even zo blijven. Officieel wijst de universiteit je daarna een opleidingsplaats toe, maar in de praktijk is het ook mogelijk om zelf een plekje te vinden bij een verpleeghuis welke ook opleidingsplaatsen biedt.

En hoe ziet de opleiding er vervolgens dan uit?
De opleiding duurt 3 jaar. Het eerste en derde jaar zijn stages in het verpleeghuis, op de psychogeriatrie (PG)-afdeling, somatische afdeling en geriatrische revalidatie (GRZ). Het tweede jaar bestaat uit 6 maanden GGZ stage en 6 maanden ziekenhuis (afhankelijk van je eerdere werkervaring bijvoorbeeld neurologie, interne geneeskunde of geriatrie etc). Met eerdere werkervaring kun je soms korting voor de opleidingsduur krijgen.

‘De kracht van het verpleeghuis is dat ze echt kijken naar wat bij jou past. Het is afwisselend en je krijgt echt een band met je patiënten.’

Is het lastig om een opleidingsplek te bemachtigen. Wat zijn de criteria?
Met een goede motivatie en wat werkervaring heb je een redelijk goede kans om in opleiding te komen. Er wordt echt gekeken naar jouw kwaliteiten als persoon en of dat zou passen bij de doelgroep. En natuurlijk of je kunt samenwerken in multidisciplinaire teams, want dat doe je namelijk erg veel als specialist ouderengeneeskunde!

Wat vind je het allerleukst aan jouw baan? En wat het lastigst?  
Het leukste aan mijn baan vind ik het contact met mijn cliënten en nauwe samenwerking met collega’s. De cliënten op de chronische afdeling wonen in het verpleeghuis dus daarmee bouw je een goede band op. Sommigen zie je wekelijks, anderen wat minder. Juist het delen van kleine persoonlijke dingen vind ik erg leuk. En met collega’s werk je samen in een nauw multidisciplinair team. Naast je collega artsen heb je korte lijntjes met o.a. de fyiso-, ergo- en logopedie. We lopen geregeld bij elkaar binnen en is dit meestal erg gezellig.
Wat ik soms wel moeilijk vind, is het overlijden van mensen waar je een goede band mee opgebouwd hebt. In het ziekenhuis was een overlijden altijd vrij afstandelijk, meer een formaliteit. Omdat je in het verpleeghuis mensen beter kent, ben je hier automatisch ook nauwer bij betrokken. Maar als mensen vrede kunnen hebben met het overlijden en je kunt hen en hun familie hier goed begeleiden, kan ik hier juist ook veel voldoening uit halen.

Draai je ook diensten? En hoe zien die diensten eruit?
Ja zeker, diensten horen er bij. Het zijn altijd bereikbaarheidsdiensten, dus je bent in principe gewoon thuis en je telefoon staat aan. Ik heb meestal 1 dienst per week naast je reguliere werk, dit kan een avonddienst of dagdeel in het weekend zijn. Je kunt gebeld worden over te hoge glucoses of valincidenten, maar ook over een acuut benauwde patiënt of verdenking op een beroerte. Afhankelijk van je inschatting, geef je telefonisch advies of rijd je visite. Daarbij wordt verwacht dat je bij acute dingen binnen 30 minuten aanwezig kunt zijn.  Je hebt daarbij altijd een specialist ouderengeneeskunde als achterwacht, die je ondersteunt bij vragen of zo nodig een zieke patiënt mee komt beoordelen.

Hoe veel administratie heb jij? Is dat net zoveel als in het ziekenhuis?
Pfoe ja dat denk ik wel! Je schrijft alles op wat je doet, alleen op de chronische afdelingen krijgen mensen geen ontslagbrieven en dat scheelt wel heel veel. Wel zijn er regelmatig multidisciplinaire overleggen, waarbij de fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, diëtetiek en psychologie samen met jou kijken naar de doelen van een cliënt. Dit wordt ook weer vastgelegd in het dossier.

Heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze?
Vooral werkervaring opdoen op verschillende plekken en in verschillende ziekenhuizen of verpleeghuizen. Vraag ook vooral om een keer een dagje mee te lopen. In het verpleeghuis word je met open armen ontvangen! Mijn ervaring is dat het zo veel uitmaakt met wie je samenwerkt. Dus kijk vooral goed rond en schroom niet om te vragen om feedback waar specialisten of andere collega’s jou zouden zien werken en waarom. Wellicht geeft dit je nog nieuwe inzichten!