In gesprek met een donorarts

Bij het profiel Arts Maatschappij & Gezondheid kan er naast infectieziektebestrijding (lees de blog daarover hier) ook gekozen worden voor donorgeneeskunde. Vandaag gaan we in gesprek met twee artsen: Sanneke, voormalig anios bij Sanquin en Inge, donorarts bij Sanquin. Sanneke vertelt over haar ervaring als anios donorgeneeskunde en Inge vult aan.

Wat leuk dat jullie ons iets willen vertellen over het specialisme donorarts! Hoe zijn jullie hier terecht gekomen?
Sanneke: Na een aantal jaar op meerdere plekken als arts gewerkt te hebben, wist ik eigenlijk niet goed meer wat ik wilde. Ik had net ontslag genomen als anios chirurgie, omdat de hectische werkomgeving van het ziekenhuis toch niet goed bij me bleek te passen. Ik wilde even totaal iets anders, vooral iets met wat meer structuur. Zodoende ben ik gaan zoeken op internet naar interessante vacatures en kwam ik de vacature donorarts bij Sanquin tegen. Ik kon een dag meelopen, waardoor ik een beter beeld kreeg van de basistaken van een donorarts bij Sanquin en had het idee dat dit werk me wel de rustigere en meer gestructureerde werkomgeving kon bieden die ik op dat moment nodig had. Zodoende ben ik gestart met het werk als donorarts bij Sanquin, wat ik uiteindelijk één jaar heb gedaan. Momenteel ben ik op zoek naar de volgende uitdaging.

Inge: Zelf ben ik bij Sanquin terecht gekomen na één jaar als anios interne geneeskunde te hebben gewerkt. Het idee dat ik van de interne geneeskunde had, bleek in de praktijk toch anders te zijn: weinig tijd voor de patiënten, veel overleggen, regelen van onderzoeken, hiërarchie in het ziekenhuis. Dat waren allemaal factoren die mij opbraken. Toen kreeg ik een oproep voor bloeddonatie binnen, en per toeval kwam ik op de website het kopje ‘vacatures’ tegen. Ik reageerde op de functie donorarts en nu, 15 jaar later, werk ik hier nog steeds met plezier.

Kan je vertellen hoe jouw dagen eruit zien?
Sanneke: Als donorarts ben je (eind)verantwoordelijk voor de medische zaken van de keuringssessies. De meeste keuringen worden uitgevoerd door specialisten bloedinzameling, de mensen die bij het gehele bloedafnameproces betrokken zijn, maar onder andere nieuwe donoren en sommige senioren keur je zelf. Bij zo’n donorkeuring neem je de vragenlijst, die zij vooraf hebben ingevuld, door en bepaal je of de donor wel of niet (die dag) mag doneren. Daarnaast meet je de bloeddruk en het hemoglobine middels een vingerprik. Bij nieuwe donoren geef je uitleg over het proces en aandachtspunten van doneren.

Verder ben je als donorarts het aanspreekpunt voor de specialisten bloedinzameling en zorg je dat de donor, als er complicaties optreden tijdens het doneren, de juiste zorg krijgt. Daarnaast controleer je de keuringen die uitgevoerd zijn door de specialisten bloedinzameling op medische inhoud.

Naast de basistaken kun je bijvoorbeeld ook de landelijke telefoondienst op je nemen, afwijkende testuitslagen (zoals positieve hepatitis B en hiv testen of een te laag ferritine) afhandelen of deelnemen aan een werkgroep; zoals de werkgroep die richtlijnen maakt waar donoren aan moeten voldoen voor een veilige donatie. Daarnaast heeft elke bloedbank locatie een ‘senior donorarts op locatie’ die zich meer met organisatie bezighoudt.

Inge: Ik ben begonnen als algemeen donorarts. Later ben ik doorgegroeid naar senior donorarts, waarbij je meer verdieping en taken buiten de afnamesessies om hebt.
Verder is mijn grootste nevenfunctie keyuser eProgesa DG. eProgesa is ons belangrijkste softwaresysteem, waarin alles wordt bijgehouden, van registratie van de donor aan de balie tot uitgifte van het product richting ziekenhuis. Indien er bijvoorbeeld een vraag op de vragenlijst moeten worden veranderd, is het aan mij om dit goed te regelen met onze ICT-afdeling.
Je kan dus naast het reguliere werk veel leuke andere dingen doen. En ondanks dat je vaak alleen bent op locatie, leer je toch je collega’s via werkgroepen kennen.

Wat vind je het leukste aan jouw baan? En wat vind je het minst leuke
Sanneke: Het leuke aan dit werk is de sfeer van de gesprekken met donoren en binnen het team. Er komen in principe alleen maar gezonde mensen op vrijwillige basis, waardoor er een andere sfeer heerst. Daardoor kun je erg leuke en grappige gesprekken over allerlei willekeurige onderwerpen hebben met donoren. Daarnaast vond ik het leuk om over de moeilijkere vraagstukken van de specialisten bloedinzameling na te denken en een weloverwogen beslissing te nemen over het wel of niet doneren. Niet alle aandoeningen staan in de richtlijnen, dus me verdiepen in een niet veelvoorkomende aandoening en beslissen over het mogelijke bijbehorende risico voor donor of ontvanger was een leerzame uitdaging

Het minder leuke aan het werk vond ik de verdeling van de werkdruk. Op het ene moment had ik maar een paar keuringen gepland in de agenda, terwijl op andere momenten naast een volgeplande agenda ook nog een aantal seniorenkeuringen en vraagstukken stonden te wachten.

Heb je veel administratie tijdens je dag?
Sanneke: De administratie vond ik goed te doen, het is niet zoveel als in het ziekenhuis. Tijdens de keuringen is het de bedoeling dat bepaalde medische informatie in het dossier wordt genoteerd en dat de vragenlijst die de donor heeft ingevuld ook in de computer gezet wordt. Dit kon ik bijna altijd helemaal tijdens de keuring doen, terwijl de metingen bezig waren. Hierdoor was een keuring ook echt afgesloten als de donor de kamer weer uitliep om de donatie te gaan geven.

Het andere deel van de administratie, het controleren van de medische inhoud van de keuringen uitgevoerd door de specialisten bloedinzameling, probeerde ik zoveel mogelijk tussendoor te doen. Dit betreft vooral het doorlezen van de toelichting op het vragenformulier en zorgen dat dat in lijn was met de regels van de richtlijnen. Op het moment dat daar iets niet leek te kloppen, zocht je verheldering in het dossier of bij degene die de keuring verricht had en probeerde je dit, waar nodig, (samen) op te lossen.

“Er komen in principe alleen maar gezonde mensen op vrijwillige basis, waardoor er een andere sfeer heerst.”

Werk je veel samen met andere artsen of ben je met name met je eigen taken bezig?
Sanneke: Als donorarts ben je voornamelijk met je eigen taken bezig. Tijdens de keuringssessies ben je in principe de enige arts op locatie en werk je samen met de specialisten bloedinzameling. Je werkt in sommige werkgroepen wel samen met andere artsen en je ziet de artsen uit je eigen regio eens in de paar maanden tijdens een training of intercollegiaal bespreekmoment.

Hoe werkt de sollicitatieprocedure om in opleiding te komen tot donorarts? Hoe ziet vervolgens de opleidingstijd eruit?
Inge: Sinds 2015 is donorgeneeskunde een erkend profiel geworden. Sinds vorig jaar is de volledige opleiding eindelijk van start gegaan, deze wordt via de NSPOH geregeld en valt onder de opleiding arts Maatschappij + Gezondheid. Je solliciteert via artsMG.nl en de selectieprocedure is competentiegericht.
De opleiding bestaat uit twee fasen, waarbij in de eerste fase de sociaalgeneeskundige basis wordt gelegd en de specialisatie in één van de acht profielen wordt voldaan; jeugdgezondheidszorg, infectieziektebestrijding, tuberculosebestrijding, medische milieukunde, sociaal medische indicatiestelling en advisering, beleid en advies, vertrouwensarts en donorgeneeskunde.

Je start als arts in opleiding tot specialist met een opleidingsperiode van negen maanden bij een als opleidingsinstelling erkende organisatie binnen de donorgeneeskunde: Sanquin, Matchis, NTS of Eurotransplant. Ben je bij start van de opleiding al minstens een jaar werkzaam als donorarts bij een erkende opleidingsinstelling? Dan start je de eerste opleidingsperiode in principe bij een andere opleidingsinstelling. Daarna volg je twee stages van drie maanden: een klinische stage en een stage in de breedte van het werkveld van de arts Maatschappij + Gezondheid. De stages zijn gericht op verbreding en verdieping van je expertise en worden afgestemd op je individuele opleidingsplan. Vervolgens ga je door met een opleidingsperiode van zes maanden. Dit doe je bij een andere opleidingsinstelling dan de organisatie waar je je eerste opleidingsperiode hebt gevolgd. Je sluit de opleiding af met een keuzestage op basis van je individuele opleidingsplan. Deze stage duurt drie maanden.
Gedurende de hele opleiding volg je gemiddeld één dag per week over diverse thema’s cursorisch onderwijs bij de NSPOH. Ook de juridische grondslag van je werk en advies- en gespreksvaardigheden komen aan bod. Voor verdieping volg je keuzeonderwijs.  Daarnaast volg je – samen met de deelnemers van de andere eerste faseopleidingen M+G – sociaalgeneeskundige onderwijsmodules bij NSPOH.
De opleiding tot donorarts KNMG is duaal ingestoken: deels theoretisch, maar vooral ook praktijkgericht. Je krijgt opdrachten die je toepast in je dagelijkse werk bij je opleidingsinstelling. Afhankelijk van de omvang van je dienstverband, duurt de opleiding tot donorarts KNMG twee jaar.
Na afronding van de eerste fase kun je doorstromen naar de tweede fase arts M+G.  In de tweede opleiding word je opgeleid tot arts Maatschappij + Gezondheid. Je hoeft de tweede fase niet dírect na de eerste fase (profielopleiding) te volgen. Je kunt ook eerst een tijd aan de slag als donorarts. 

Draai je als donorarts diensten? Hoe zien deze diensten eruit en voor wat voor zaken word je dan gebeld?
Sanneke: In principe heb je geen diensten naast je reguliere werk. Als donorarts word je ingeroosterd voor de keuringssessies, die zowel in de ochtend, middag als de avond zijn, waarbij de eindtijd in principe 21:00 uur is. Eens in de maand zijn de bloedbank locaties ook open op zaterdagochtend, dus dat is de enige ‘extra’ onregelmatigheid waar je als donorarts mee te maken krijgt.

Heb je tips voor jonge dokters die nog twijfelen over welk specialisme goed bij hen past?
Sanneke: Dit specialisme is anders dan je als arts gewend bent. Het gaat om gezonde mensen die vrijwillig komen en dat geeft een andere sfeer. Je bent als donorarts wel medisch inhoudelijk bezig, maar benadert dat op een andere manier. Het gaat dus niet om het uitzoeken wat iemand heeft en dat vervolgens behandelen, maar juist om het volledig samenvatten van iemands gezondheid en daarover oordelen of het wel of niet samengaat met donorschap. Je doet weinig ‘echte’ verrichtingen, dus geen kleine ingreepjes of bloedprikken, alleen een bloeddruk- en hemoglobinemeting. Het is een rustigere werkomgeving dan het ziekenhuis, maar kan op sommige momenten alsnog wel aanvoelen als ‘hollen of stilstaan’. Het vereist dat je kunt schakelen tussen je eigen werkzaamheden en vragen en problemen vanuit de werkvloer. Wel is je werk (bijna altijd) echt klaar aan het einde van je dienst en de meeste dingen die nog gedaan zouden moeten worden als je sessie voorbij is, kunnen overgedragen worden aan de aflossende donorarts of kun je zelf op een later moment oppakken.

Belangrijkste tip die ik mee kan geven, is dat je iets zoekt wat je echt leuk vindt. Ga bij jezelf na wat voor soort werk en werkomstandigheden bij je passen, wat je leuk vindt en waardoor je het naar je zin hebt tijdens werk. Ook weten wat niet goed bij je past, is waardevol in de zoektocht naar wat je later wilt worden.

Je bent zelf ook nog bezig met jouw zoektocht. Hoe pak je dat aan?
Sanneke: Tijdens mijn werk bij Sanquin heb ik extra tijd gestoken in het uitzoeken wat voor werk bij me past via onder andere loopbaan coaching. Het is naar mijn idee erg helpend om met iemand, die daar meer verstand van heeft, door te nemen waar de knelpunten in je werk zitten en wat voor werkomstandigheden helpend en niet-helpend zijn. Uit dat traject zijn een aantal werkrichtingen, zowel binnen als buiten het ziekenhuis en als arts en als niet-arts, naar voren gekomen. Mijn volgende stappen zijn om die richtingen verder uit te diepen, zoveel mogelijk meelopen om een goed beeld te vormen of het bij me past en uiteindelijk een weloverwogen keuze maken. En blijven uitproberen, want zolang je iets niet probeert en dus niet zelf ervaart, weet je ook niet hoe het is om dat werk te doen en of het bij je past.