Blog 16: Dokter én moeder zijn, hoe doe je dat?

Zoals jullie weten schrijf ik blogs op verzoek!
Deze week spreek ik daarom met twee toppers van dokters én moeders! Want hoe combineer je het ouderschap met een drukke baan als dokter?
Ik ga in gesprek met Gabby, anesthesioloog in opleiding, maar momenteel fulltime promovendus en sinds maart 2021 moeder van een dochtertje, en Cecile, die recent de opleiding tot SEH-arts afrondde en in april 2021 moeder werd van zoontje Joes.

Gabby en Cecile, wat super dat jullie ons mee willen nemen in jullie leven als dokter en moeder. Hoe ziet jullie werkweek eruit?
Gabby: Momenteel doe ik fulltime onderzoek, dat wil zeggen dat ik 38 uur per week bezig ben met mijn promotie. Ik was net gestart met mijn tweede jaar van de opleiding tot anesthesioloog toen ik besloot deze tijdelijk te pauzeren zodat ik kon promoveren. Vanaf januari zal ik mijn opleiding tot anesthesioloog parttime herstarten en in mijn vrije tijd mijn promotie afronden. Dat zal best pittig worden met een baby, maar het scheelt dat ze tegen die tijd alweer 9 maanden is.
Cecile: Ik ben SEH-arts KNMG. Je treft me op een goed moment, want ik heb mijn opleiding nét afgerond. Ik heb vooralsnog dus alleen als moeder gewerkt tijdens mijn AIOS (Arts In Opleiding tot Specialist) periode. Ik werkte als AIOS 80% wat neer kwam op 36 uur in de week. Dat zijn vier diensten per week. Een werkweek op de SEH bestaat uit zeven dagen in plaats van vijf, dus mijn vier diensten zijn niet per definitie tussen maandag en vrijdag. Het is een pittige baan met veel onregelmatigheid. Een vloeiende overgang met thuis dus aangezien het leven met een kind ook volkomen onregelmatig is haha. Maar ik geniet van de onregelmatigheid en afwisseling! Een 8.00-18.00 uur baan zou niets voor mij zijn. Naast de diensten houd ik me bezig met onderwijs, cursussen en onderzoek. De voorbereiding en uitvoering daarvan moet vaak in je eigen tijd.

Cecile, wat is voor jou de grootste verandering geweest sinds je moeder bent?
Het ritme! Voordat ik een kindje had vond ik dat onregelmatige van mijn werk juist erg fijn. Natuurlijk is het niet leuk als iedereen in het weekend vrij is en ik niet mee kan naar een feestje omdat ik dienst heb, maar verder genoot ik van de afwisseling. Juist de avonddiensten vond ik heerlijk. Lekker druk beginnen en dan (hopelijk) een beetje rustiger afsluiten aan het einde van de avond, op de fiets naar huis, douchen en naar bed. De volgende ochtend kon ik dan uitslapen en de dag rustig starten. Even de stad in, koffie drinken of lunchen met een vriendin, maar een baby houdt geen rekening met hoe laat ik naar bed ga. Als ik om 1.00u in bed lig, is 6.00u een baby voeden wel heel vroeg…
En ik ben wat gemakkelijker geworden, vroeger wilde ik echt alles tot in de puntjes voorbereid en af hebben. Dat is een stuk lastiger met een baby thuis! Natuurlijk moeten bepaalde dingen af, maar als ik ergens niet aan toe kom (omdat ik het in mijn eigen tijd had moeten doen), dan kan ik gemakkelijker zeggen; helaas, volgende keer beter. Ik weet niet of dat echt komt doordat ik moeder ben geworden, of gewoon doordat ik wat ouder ben geworden. 

Gabby, hoe ziet je werkweek er vanaf januari uit als je weer aan de slag gaat als anesthesioloog in opleiding?
Ik ben dan weer 4,5 dagen per week aan het werk op het OK-complex in het ziekenhuis. Vrijdagmiddag hebben we altijd onderwijs. Daarnaast starten en eindigen we elke dag met een overdracht waarin op basis van de casuïstiek van die dag elkaar wat wordt geleerd. Op andere momenten wordt er onderwijs gegeven door een collega AIOS. De werkdagen variëren in welke dienst je hebt, in het begin doen we bij ons nog geen nachtdiensten, maar de andere varianten hebben we wel. Ik weet dat ze de diensten bij alle opleidingslocaties net wat anders doen. Dus sommige hebben wel direct nachtdiensten. De diensten vind ik het leukst en meest uitdagend! Kortom, leerzame dagen waarbij alles direct in de praktijk wordt gebracht! 

‘Je kunt je gewoon niet voorstellen hoe het is om ineens moeder te zijn’

– Cecile

Jullie zijn beide begin dit jaar moeder geworden. Hoe was dat?
Gabby: Het is heel bijzonder om zo’n afhankelijk mensje te hebben die direct onvoorwaardelijk kiest voor jou. Je leeft natuurlijk al langere tijd naar het moment toe dat je moeder wordt, je leest alle boeken, blogs, en alles wat je aanschaft gaat door een hele kritische keuring heen. Dat is eigenlijk op zich al bijzonder, want op andere materialistische keuzes in je leven bereid je je ook niet zo goed voor. Ik heb hiervoor altijd vooral op mijn gevoel keuzes gemaakt en me enigszins ingelezen. Nu had ik bedacht; ik wil het beste maar voor een eerlijke, redelijke prijs. En ik heb me suf gelezen en gegoogled, haha. Van matras en fles tot luier-emmer en nagelvijl… echt alles heeft een blog met een advies om het op een bepaalde manier te doen. Je wordt er gek van! Er is altijd een andere mening te vinden die het kiezen lastiger maakt. En dan blijkt vervolgens dat je kind die ene flessenspeen niet pakt, maar een andere wel. Kortom het is heel mooi en bijzonder, maar er gaat ook echt een bizarre wereld voor je open.
Cecile: Heel bijzonder! We hadden een heel gek jaar achter de rug waarin onze bruiloft werd geannuleerd vanwege COVID-19 en het traject om zwanger te worden werd stil gelegd. Gelukkig kon dat halverwege de zomer opgestart worden en was ik snel zwanger, maar de bruiloft werd voor de tweede keer uitgesteld door een harde lockdown en inmiddels was ik dus al 4 maanden zwanger. We wilden getrouwd zijn voordat de kleine zou komen, dus uiteindelijk zijn voor de wet getrouwd, maar de échte dag moet dus nog komen. De laatste loodjes op de SEH waren pittig. Het is toch wel even iets anders om met een dikke buik over een drukke spoed te banjeren! Je kunt je voorstellen dat ik wel toe was aan mijn verlof! Ik had verlof midden in de lockdown en kon dus niet echt ‘leuke’ dingen doen. Voordeel daarvan was wel dat ik veel thuis was en kon uitrusten (dat is volgens mij ook waar het verlof eigenlijk voor bedoeld is haha). Nadat Joes geboren was hebben we het ook met bezoek heel rustig aan gedaan. Geen drie kraambezoeken per dag gelukkig! Er mocht één iemand per dag op bezoek komen. Dat hebben wij als heel prettig ervaren, omdat het daardoor voor ons, maar vooral ook voor Joes veel rustiger was. Ik vond het heerlijk om lekker te wandelen en dat heb ik dan ook heel veel gedaan. Het was heel fijn om lekker lang vrij te kunnen zijn met je kindje. Er is zoveel waar je aan moet wennen! Mensen vragen weleens of het is zoals ik had verwacht, maar eerlijk gezegd; je kunt je gewoon niet voorstellen hoe het is, om ineens moeder te zijn! Er is gewoon zoveel waar je nog nooit over hebt nagedacht! 

Hoe was het voor jullie om weer aan het werk te gaan na je verlof?
Gabby: Omdat ik in mijn onderzoeksperiode zit kon ik prettig en rustig opstarten hoe dit voor mij het beste paste. Zo kon ik zelf beslissen dat ik na 10 weken een keer een halve dag ging werken in het ziekenhuis, of kon ik thuis achter de laptop even wat gaan schrijven. Ik vond het prettig om mezelf te oriënteren op wanneer en waar kolven, maar ook qua energieniveau en loskomen van je baby vond ik het fijn om alvast te oefenen. Persoonlijk was ik na 12 weken verplicht verlof helemaal klaar met 24/7 alles voor mijn baby doen. Ik was altijd al heel slecht in thuis zitten en het huishouden doen, haha. Nu met een baby erbij is het zeker heel anders hoor. En het was ook echt heel fijn om zoveel tijd met je kersverse kindje door te brengen, maar als ze zo klein zijn heb je nog zo weinig interactie en draait alles om voeden, slapen, huid-op-huid contact en luiers. Naast natuurlijk je eigen herstel van de bevalling. Dat had ik wel gezien na 3 maanden! De combinatie van werken en daarna thuiskomen om nog even die voeding te doen en te knuffelen is perfect! Ook even die hersenen laten draaien op een inhoudelijk hoger niveau met volwassen gesprekken in plaats van jezelf bezig houden met de vraag of deze kleur poep wel/niet normaal is om vervolgens maar weer eens google erbij te pakken. Maar pittig was het in het begin wel, met name de hele planning er omheen. Zodra ik aan het werk was, liep het gewoon. Maar tegen het einde van de werkdag begon die planning weer; tot hoe laat zal ik nog op het werk kolven, kan ik op tijd thuis zijn om nog te voeden etc. maar na enkele dagen stel je jezelf die vragen niet meer, dan zit je gewoon in de flow en gaat alles vanzelf. 
Cecile: Ik had na mijn verlof nog wat vakantie opgenomen, dus ben uiteindelijk 12 weken na de bevalling weer aan het werk gegaan. Ik had gedacht dat ik niet kon wachten om weer aan het werk te gaan, maar dat viel wel mee, haha! Ik vond het wel lekker zo thuis met een baby. Al merkte ik toen ik eenmaal weer aan het werk was, dat het ook wel heel fijn was om weer iets te hebben waarin ik meer kon zijn dan alleen moeder. Dokter Cecile i.p.v. mama Cecile ;). Het werken vind ik goed te combineren met een baby! Natuurlijk vind ik het niet leuk als ik thuis wegga voor een dienst en Joes achter moet laten bij de oppas of zijn mama, maar eenmaal op het werk is het helemaal prima. Aan het einde van de dag is het dan wel weer heel leuk om naar huis te gaan. Niets is fijner dan lekker knuffelen met een baby (nog beter; je eigen baby) nadat je een hele drukke en soms ook heftige dienst hebt gehad. 

Wauw, wat een hardwerkende moeders zijn jullie. Hoe doe je dat allemaal?
Gabby: Veel steun van familie, goed plannen/communiceren en efficiënt werken. Ik denk dat dat mijn mantra is en vooral die steun is erg belangrijk. Zonder hadden ik en mijn man meer compromissen moeten maken op onze hobby’s bijvoorbeeld. Nu kunnen we eigenlijk nog bijna alles doen wat we voorheen ook deden. Het is niet dat we beide geen compromissen willen maken, want we hebben beide 1 dag per week vrij van werk zodat we er volledig voor ons kindje kunnen zijn bijvoorbeeld. Maar de hobby’s die we hebben en het contact met vrienden is ook waar we energie uit halen. Wij vonden dat we daar niet teveel op in moeten leveren. Ik vind daarnaast mijn werk echt ontzettend leuk en ga er elke dag met veel plezier naartoe, dat zorgt er natuurlijk ook voor dat dit weinig stress veroorzaakt. 
Cecile: Ik werkte al parttime, maar ik heb ervoor gekozen om nog iets minder te gaan werken. De ene week vier diensten, de andere week drie diensten. Daarnaast geef ik dan nog les aan verpleegkundigen en co-assistenten, dat vind ik super leuk om te doen! Omdat mijn werk onregelmatig is en ik parttime werk scheelt dat qua opvang voor Joes. Hij gaat één dag in de week naar de opvang en wij hebben allebei een vaste vrije dag. Dan hebben we het geluk dat de opa’s en oma’s willen en kunnen oppassen. Zij zijn ook flexibel en kunnen eventueel een dag ruilen als dat beter uitkomt. In het weekend is mijn vrouw, Eefje, (meestal) thuis voor Joes. Soms ben ik toevallig vrij op een dag dat er opvang voor Joes is, of op de dag dat Eefje ook vrij is. Joes gaat dan gewoon naar de opvang, zodat ik even wat tijd voor mezelf heb, of juist nog dingen voor werk/de opleiding af kan maken. Maar als we samen vrij zijn genieten we even extra van de tijd met elkaar. Op die manier zorgen we er ook voor dat we niet volledig langs elkaar heen leven. 

‘Ik doe alles waar ik als jong meisje van droomde’

– Gabby

Gaat jullie kindje ook naar de opvang Gabby?
Onze dochter gaat 2 dagen per week naar de opvang en 1 dag per week gaat ze naar mijn ouders. Daarnaast hebben wij zelf dus 1 dag per week vrij om samen te zijn met onze dochter. Voor mij is het de perfecte combinatie om 4 dagen te werken en 3 dagen met mijn dochter te hebben. Mijn man zou in de toekomst wel terug willen naar 3 dagen werken in plaats van 4. 

Wat doet jullie partner voor werk?
Gabby: Mijn man maakt websoftware en heeft een kantoorbaan. Dit helpt ook echt in de dagelijkse planning gezien hij geen avonden of weekenden hoeft te werken. Het zou veel meer gepuzzel zijn als hij ook diensten zou moeten draaien. Nu komt het alleen een enkele keer voor dat hij naar een evenement moet. Maar dan kunnen we dus terugvallen op ons grote familie netwerk die met liefde komen oppassen. 
Cecile: Mijn vrouw is momenteel bezig met het afronden van haar promotieonderzoek. Daar is ze behoorlijk druk mee en wat ze zeggen is echt zo; de laatste loodjes wegen het zwaarst! Wat na de bevalling heel fijn was, is dat zij nagenoeg volledig thuis werkte door COVID-19. Zij kon daardoor toch af en toe even helpen als het allemaal druk was en heeft daardoor heel bewust veel meer meegekregen van die eerste weken dan het geval zou zijn geweest als ze wel vier dagen in de week naar het ziekenhuis had gemoeten.

Hoe doen jullie dat met (nacht)diensten?
Gaby: Ik ga gewoon een nachtdienst doen wanneer dat zo is, haha. Gelukkig sliep onze dochter altijd heel goed waardoor we we snel terug konden naar 1 nachtvoeding. In de verdeling die we hadden gemaakt deed mijn man de nachtvoeding sowieso al, dus het enige wat voor hem veranderde was dat hij de ochtendvoeding erbij had. Dit is zeker pittig voor hem hoor! Maar als het niet al te vaak voorkomt, is dat wel te doen. Het is ongelofelijk hoeveel je ineens kan hebben voor je eigen kind. Zoals veel ouders zeggen: ‘ik snap niet hoe ik dat toen allemaal heb gedaan’. Dat gaat zeker op! En gek genoeg vergeet je ook snel hoe zwaar het was. Mijn dochter is nu bijna 8 maanden; slaapt door van 19-7u, heeft nog maar 5 flessen en eet al best wat vast voedsel. Ik kan me nu al niet meer voorstellen hoe het was toen ze 4 maanden was; waarbij ze meer sliep dan ze wakker was op een dag en ze nog 8 flessen kreeg (waarvan 3 in de tijd dat ze nu slaapt). Je groeit heel snel mee als ouder en het went ook snel. 
Cecile: Tot nu toe heb ik nog geen nachtdiensten gehad omdat ik nog borstvoeding geef. Dan hoef je tot 6 maanden na de bevalling geen nachtdiensten te doen. Ik ben dus wel heel benieuwd hoe dat straks gaat worden, die nachtdiensten! 

Heb je wel eens negatieve reacties gehad op je zwangerschap? Voelde je je bezwaard?
Gabby: Nee, ze zijn in ieder geval niet tegen mij geuit. Mensen dachten het misschien wel, haha. Ik vond het wel heel spannend om het tegen mijn begeleiders van mijn promotietraject te vertellen. Ik was bang dat ze inderdaad zouden zeggen dat het onverstandig was om zwanger te raken gezien de ambities die ik heb. Dus ik had mijn betoog al gemaakt in mijn hoofd. Maar ik heb mezelf eigenlijk nooit hoeven verdedigen. Dat was wel echt een geruststelling! Tegenover collega’s heb ik me nu ook niet bezwaard gevoeld omdat ik sowieso al geen diensten deed vanwege mijn onderzoek. Dus er heeft niemand roostertechnisch nadelen van ondervonden. Ik kan me echter heel goed voorstellen dat ik me wel bezwaard zou hebben gevoeld als ik mijn collega’s zou belasten met extra diensten. Vooral ook omdat ik mezelf gedurende de hele zwangerschap lichamelijk goed voelde, dus ik zou het wel hebben gekund denk ik. (Even buiten beschouwing gelaten wat nachtdiensten doen met jezelf en je kindje tijdens een zwangerschap.)
Cecile: Ik heb geen negatieve reacties gehad. Het is voor het rooster natuurlijk niet fijn dat je zwanger bent en geen nachtdiensten doet, maar ik heb het zo vroeg mogelijk aangegeven, zodat er met de roosterplanning rekening gehouden kon worden.

Geef je borstvoeding? Hoe doe je dat op werkdagen?
Gabby: Tip van Flip voor borstvoeding; niet bezuinigen op een kolfapparaat! Ik moest elke dag 30 minuten rijden naar mijn werk. Ik had een kolfapparaat op accu en kon daardoor in de auto kolven en op elke willekeurige plek in het ziekenhuis. Geen stopcontact nodig, alleen lopend water zodra ik klaar was. Dit maakt het combineren van werk met borstvoeding zoveel flexibeler. En verder zodra je gaat werken investeren in huid-op-huidcontact in de avonden om je productie goed te houden en natuurlijk om te wennen aan zo weinig bij elkaar zijn plotseling. Een baby voelt dat feilloos aan.  
Cecile: Ja, ik geef borstvoeding en dat verliep vanaf het begin gelukkig heel erg goed. Ik vind het super waardevol om mijn zoontje op die manier groot te kunnen brengen. Tijdens het werk had ik geluk dat ik door de afronding van mijn opleiding zogenoemde supervisie diensten deed. Daarmee kon ik alvast ‘oefenen’ hoe het is om straks echt de eindverantwoordelijkheid te hebben als SEH-arts. Groot voordeel hiervan was dat ik daarvoor boventallig ingepland werd. Dit maakte dat ik heel gemakkelijk even 20 minuten weg kon om te kolven. Als dat niet zo was geweest was het denk ik veel moeilijker geweest om de borstvoeding vol te houden. Ik merkte dat al op dagen dat ik niet overgepland stond. Dan heb je gewoon echt niet altijd tijd om even rustig te gaan zitten. Ik vergat dan soms ook weleens dat ik moest kolven… niet oké natuurlijk. Maar gelukkig is dat niet zo vaak gebeurd. 

Hebben jullie nog tips?
Gabby: Eigenlijk is het allerbelangrijkste dat je voor jezelf een goed moment kiest om moeder te worden. Die afweging kan je alleen zelf maken: zijn jij en je partner er klaar voor, is thuis alles zo ver op orde dat er een baby bij kan, wat is het handigste qua timing met een eventuele opleiding (qua stages, dienstbelasting, grote examens) en heb je een plan B en C voor de tegenvallers. Zodra je daar een idee van hebt, werkt hopelijk de natuur een beetje mee, want het is helaas niet iedereen gegeven. Voor mij was het de beste keus om het te doen tijdens mijn onderzoeksperiode waarin ik geen diensten had, ik mijn eigen tijd kon plannen en geen grote deadlines had. En de natuur werkte ook mee. Laatste tip: ontdek en bewaak je grenzen. Je verliest jezelf snel in de dagelijkse drukte, dus communiceer goed met je partner om te voorkomen dat je een burn-out krijgt. Maar laat je ook niet direct uit het veld slaan bij een uitdaging! Alles draait om balans in je energiegevers en -vreters. 
Cecile: Een goed moment kiezen is belangrijk, maar aan de andere kant is er geen perfect moment. Nog niet als je ANIOS bent, want tja je moet nog in opleiding komen, maar ook niet meteen nadat in de opleiding ben. Dan maar beetje aan het einde van de opleiding? Nou ja, dat is ook wel weer heel druk… Net na de opleiding is alleen ook niet handig, want dan moet je solliciteren voor een plek als specialist. Kortom; het komt nooit uit. Maar het is super leuk! En het komt wel goed. In elke fase is er wel een draai aan te geven. Dus probeer die planning ook een beetje los te laten! 


Vragen of opmerkingen? Stuur een e-mail of een bericht op Instagram.
Heb je geen Facebook of Instagram en wil je wel op de hoogte gehouden worden van nieuwe blogs, meld je dan nu aan voor de mailinglist.

Blog 15: In gesprek met een jeugdarts in opleiding

Deze week ga ik in gesprek met dokter Hilke Swinkels, een sociaal persoon met het hart op de tong, ze is dol op kinderen en zit helemaal op haar plek bij de jeugdgezondheidszorg (JGZ) waar ze in opleiding is tot jeugdarts, een heel belangrijk specialisme!

Want wist je dat..
* Iedere euro die jaarlijks in de JGZ wordt geïnvesteerd minstens 11 euro oplevert? Dat is de kracht van preventie!
* Dankzij preventieve adviezen zo’n 170 sterfgevallen door wiegendood per jaar voorkomen worden?
* Door het Rijksvaccinatieprogramma 6000 ziekte- en 50 sterfgevallen per jaar voorkomen worden?


Hilke, wat fijn dat jij ons mee wilt nemen in jouw werkende leven als jeugdarts in opleiding. Hoe lang ben je nu werkzaam binnen JGZ?
Na 9 maanden als basisarts in de JGZ gewerkt te hebben, ben ik sinds september 2021 in opleiding tot Jeugdarts KNMG. Daarnaast heb ik tijdens mijn coschappen al ervaring opgedaan binnen de JGZ, 4 weken coschap sociale geneeskunde op het consultatiebureau (0-4 jaar) en daarna 10 weken keuze coschap bij de GGD (4-18 jaar).

Wat is er zo leuk aan jouw werk als jeugdarts?
Om te beginnen natuurlijk de kinderen! Die kleine mensjes met hun gekke fratsen en hun onschuldige manier van denken, ze kunnen mijn hele dag goedmaken! Daarnaast is JGZ de enige partij (!) in de gezondheidszorg die alle kinderen ziet, terwijl dit bij andere specialismen maar een selecte groep is, kinderartsen zien namelijk alleen de patiënten die naar het ziekenhuis moeten en dat is maar een klein percentage.
Ik vind het echt super gaaf dat ik voor deze hele groep het verschil kan maken. Je kunt met preventie en interventies zoveel narigheid voorkomen. Het eeuwenoude gezegde luidt niet voor niets ‘voorkomen is beter dan genezen!’.
Tot slot kun je als jeugdarts jouw werkzaamheden helemaal aanpassen aan jouw voorkeuren. Vind je het leuk om de hele week spreekuur te draaien? Dat kan. Vind je het leuker om met projecten of vernieuwingen aan de slag te gaan? Ook goed. Of toch liever met de gemeente om tafel om beleidsafspraken te maken? Het is helemaal aan jou!

Hoe zien jouw dagen er dan uit? Waar hou jij je met name mee bezig?
Als ANIOS hield ik mij voornamelijk bezig met spreekuren op het consultatiebureau. Ontzettend leuk, maar na een aantal maanden was het toch wat teveel van hetzelfde. Nu ik in opleiding ben ziet mijn week er heel anders uit. Op maandag en dinsdag werk ik op locatie in Den Bosch, daar zie ik ouders met kinderen op het spreekuur, verwijs kinderen indien nodig, overleg met ketenpartners (soms individueel, soms in multidisciplinaire overleggen), werk samen met scholen en natuurlijk hoort er af en toe een vergadering bij. Op woensdag en donderdag werk ik vooral aan praktijkopdrachten vanuit de opleiding. Hierbij kies ik welke rollen van jeugdarts ik verder wil ontwikkelen en daar ga ik dan mee aan de slag. Hierdoor ziet iedere week er anders uit en werk ik zowel op verschillende locaties als thuis. De week sluit ik af op vrijdag met een leerzame onderwijsdag in Eindhoven.

Jeugdgezondheidszorg is de enige partij die álle kinderen ziet. Dat maakt het super leuk!

Zijn er verschillende richtingen binnen de JGZ? Welke?
Op veel plekken is de JGZ onderverdeeld in verschillende leeftijdscategorieën. Enkele jaren geleden was er de tweedeling 0-4 jaar en 4-18 jaar. Deze strikte onderverdeling wordt steeds meer losgelaten. In sommige regio’s wordt ook zorg geboden aan adolescenten tot 23 jaar. De organisatie waar ik werk (GGD Hart voor Brabant) werkt met de groepen 0-12 jaar en 12+. Dat betekent niet dat je perse moet kiezen als jeugdarts, je kan er ook voor kiezen om kinderen van alle leeftijden te blijven zien, het is maar waar jouw interesse ligt.
Daarnaast kun je ervoor kiezen om je te specialiseren in bepaalde gebieden, een aantal voorbeelden zijn: premature kinderen, speciaal onderwijs, kindermishandeling en asielzoekers.

Wat was voor jou de belangrijkste reden om te kiezen voor JGZ?
Toen ik Geneeskunde ging studeren wilde ik kinderarts worden, want ik merkte dat ik enorm veel energie kreeg van werken met kinderen. Dat ik dus met kinderen zou gaan werken wist ik zeker, maar het vak kinderarts bleek toch niet bij me te passen. Inhoudelijk vond ik het ontzettend interessant, maar alles daar omheen (de lange dagen, diensten, de ziekenhuiscultuur, weinig autonomie) past niet bij mij. In het ziekenhuis had ik het gevoel dat ik leefde om te werken, terwijl ik naast mijn ambities als arts ook nog veel wensen heb buiten werk om. Dus ging ik op zoek naar alternatieve specialismen. Ik leerde JGZ en kinderrevalidatie kennen tijdens mijn keuzecoschappen. Toen was het eigenlijk heel snel duidelijk, van vrienden en familie kreeg ik te horen dat het enthousiasme van mij af spatte als ik het had over JGZ. Daar ligt mijn hart. Daar wil ik als arts graag het verschil kunnen maken.

Nog even voor de duidelijkheid: een jeugdarts is geen kinderarts. Wat zijn de belangrijkste verschillen?
Een jeugdarts werkt bij een instelling in opdracht vanuit de gemeente (meestal de GGD) bijvoorbeeld op een consultatiebureau en ziet álle kinderen. Een kinderarts werkt in het ziekenhuis en ziet alleen de kinderen die doorverwezen worden door een huisarts of jeugdarts.

Je moet goed kunnen samenwerken, communiceren en initiatief tonen als jeugdarts

Welke eigenschappen heb je nodig om een goede jeugdarts te zijn of worden?
Als ik er drie moet kiezen dan zijn dat samenwerken, goed kunnen communiceren en initiatief tonen. Als jeugdarts ben je de schakel tussen verschillende partijen (kind, ouders, school, verschillende zorgverleners), dus daarvoor moet je goed kunnen samenwerken. Communicatieve vaardigheden zijn belangrijk in de spreekkamer, daar is het van belang om naar kinderen en ouders te luisteren, empathie te tonen en jouw communicatie af te stemmen op de personen die tegenover jou zitten. Alleen op die manier kun je goed aansluiten bij de behoeften van kinderen en hun ouders. En zoals ik hierboven al noemde kun je als jeugdarts jouw werkzaamheden helemaal aanpassen aan jouw voorkeuren, mits je hierin initiatief toont en kans grijpt, dan is er zoveel mogelijk en heb jij de allerleukste baan!

Is het lastig om een opleidingsplek te bemachtigen? Wat zijn de criteria?
Op dit moment bestaat de opleiding uit twee fasen: de profielopleiding tot jeugdarts (fase 1) en de opleiding tot arts Maatschappij en Gezondheid (M&G, fase 2). Momenteel zijn voor de eerste fase voldoende opleidingsplekken beschikbaar. Voor de tweede fase zijn helaas een stuk minder opleidingsplekken beschikbaar, waardoor niet iedereen die dat wil direct door kan stromen. Je kunt ervoor kiezen om alleen de eerste fase te doen, hierna ben je Jeugdarts KNMG. Er zijn plannen voor de toekomst om de opleiding samen te voegen tot een opleiding die vier jaar duurt.

Op welke plekken kun je allemaal in opleiding? En hoe lang duurt de opleiding eigenlijk?
Er is een landelijke selectieprocedure om in opleiding te komen. Vervolgens kun je voorkeuren voor verschillende locaties opgeven. Middels loting worden de opleidingsplekken verdeeld. Afhankelijk van de locatie van jouw praktijkopleiding word je aan een opleidingsinstituut gekoppeld.
De opleiding (fase 1 en 2 samen) duurt in zijn totaliteit 4 jaar. Na 2 jaar ben je jeugdarts KNMG en na 4 jaar mag je jezelf arts Maatschappij&Gezondheid noemen.

Is je salaris anders dan dat van een ANIOS in het ziekenhuis als je start bij JGZ?
Als ik vrienden die in het ziekenhuis werken moet geloven krijg je daar vaak niet de kans om te onderhandelen over het salaris. Dat kan binnen de JGZ wel, dus daardoor kwam ik iets hoger uit dan vrienden die startten als basisarts, maar dat zal per organisatie ook weer verschillen. Nu ik in opleiding ben gegaan kon ik gebruik maken van een subsidieregeling waardoor ik niet in salaris zou achteruitgaan, dus dat is mooi meegenomen!

Jeugdarts is zoveel meer dan het consultatiebureau, het is een ontzettend breed vak. Ben je benieuwd, loop eens een dagje mee!

Hoe staat het met de administratielast? Hoe veel procent van je tijd ben je kwijt aan administratie?
Lastige vraag, het is maar net wat je onder administratie vindt vallen. Wanneer ik een ochtend spreekuur draai ben ik ongeveer een half uur bezig met voorbereiden en nadien een uurtje met uitwerken of vervolgacties inzetten. Het is erg afhankelijk van de wijk waarin je werkzaam bent. Nu ik sinds kort in een aandachtswijk werk kost het iets meer tijd.

Draai je ook diensten? Hoe zien die eruit?
In de JGZ wordt niet met diensten gewerkt. Stel je voor: een leven als dokter zonder diensten! Voor mij echt een uitkomst. Ik was nooit zo goed in switchen tussen dag-, avond- en nachtdienst, dus voor mij is dit ideaal.

Heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze?
Stap eens uit je comfortzonde en kijk eens een dag mee met een minder bekend specialisme. Hierdoor kunnen nieuwe mogelijkheden ontstaan waarvan je eerder het bestaan niet afwist. Het is zonde dat er in de geneeskundeopleiding weinig aandacht besteed wordt aan de JGZ. Hierdoor denken veel studenten dat een jeugdarts alleen maar op het consultatiebureau zit, terwijl dit vak zoveel breder is en je echt het verschil kunt maken! Ik sta er altijd voor open om jonge dokters een dagje mee te laten kijken, dus laat me dat vooral weten!


Enthousiast geworden van deze blog? Stuur een berichtje via Instagram of e-mail en ik geef het door aan Hilke.
Heb je geen Instagram of Facebook en wil je wel op de hoogte gehouden worden als er nieuwe blogs zijn? Stuur een mail, dat zet ik je op de mailinglist!

Blog 12: In gesprek met een dokter in de psychiatrie

Inmiddels zijn we er al achter dat er heel erg veel te kiezen is in het werkveld als jonge dokter. Je kunt in het ziekenhuis werken, maar ook daarbuiten, je kunt werken met relatief jonge en gezonde patiënten (bijvoorbeeld bij de gynaecologie), maar ook met oude patiënten en hele zieke patiënten. Bij de psychiatrie is dat ook zo, maar gaat het hier niet om lichamelijke ziekten, maar mentale ziekten. En die zijn vaak nog lastiger te begrijpen voor patiënt en omgeving dan een lichamelijke ziekte.  Deze week krijgen we een inkijk in het leven van jonge dokter Merel Keulen werkzaam in de psychiatrie. 


Merel, jij werkt sinds dat je dokter bent binnen de psychiatrie! Wat vind jij zo leuk aan de psychiatrie? 
Het leuke aan de psychiatrie is dat het een erg pragmatisch vak is. Daarmee bedoel ik dat je veelal doelgericht handelt en behandelt. Je bent niet altijd op zoek naar de precieze diagnose (dat proberen we natuurlijk wel) maar naar de meest passende behandeling voor je patiënt. In de psychiatrie is het namelijk vaak niet zo zwart-wit als met somatische ziekten, maar begeef je je soms in een grijs gebied waarin diagnoses nog kunnen veranderen. 
Verder is het enorm uitdagend op communicatief gebied, het vraagt veel van je communicatievaardigheden. Je vraagt de patiënten het hemd van het lijf (voor zover communicatie mogelijk is, want bij psychotische mensen is dat natuurlijk een stuk lastiger). Dit is de belangrijkste manier van informatie verzamelen. En zulke gesprekken zijn vaak geen gezellige theekransjes, maar gesprekken die écht ergens over gaan, waarbij patiënten zich ook kwetsbaar moeten opstellen. Zo praat je over traumatische gebeurtenissen, iemands jeugd, maar worden ook zaken als gedachten aan de dood besproken, zaken die patiënten vaak met niemand anders (durven te) bespreken. Soms lukt het je niet om een gedegen gesprek te voeren omdat iemand zo in de war is, maar dat levert je ook een hoop informatie op. Vervolgens stel je aan de hand van klinisch beeld, gesprekken en eventueel psychologische testen een (differentiaal)diagnose en behandelplan op. Behandeling kan bestaan uit gesprekken, medicatie of psychotherapie en meer. Afhankelijk van waar je werkt is het overigens ook heel erg belangrijk om te varen op de hulpvraag van je patiënt, want zonder motivatie van de patiënt is het moeilijk om behandeling te laten slagen. Alhoewel dat binnen forensisch kader en gedwongen zorg natuurlijk anders loopt.
Wat ik daarnaast zo leuk vind aan psychiatrie is de menselijke psyche. Het gedrag van mensen vind ik gewoon enorm fascinerend en ik houd van dynamiek in de gesprekken, sommige mensen denken en leven zo ánders dan jij (!). Geen dag is hetzelfde en geen patiënt is hetzelfde, dat maakt het super uitdagend en afwisselend.
Je maak af en toe wel gekke dingen mee, waardoor je een boel leuke verhalen spaart! Ik denk af en toe weleens: ‘ wat heb ik nou weer meegemaakt?‘, wanneer een manische patiënt met zijn zonnebril op (binnen) langs me loopt en begint te fluiten omdat ik een ‘vogeltje’ ben, tja dan kan ik wel lachen.  

Het lijkt me soms ook wel heel lastig om zo’n heftige gesprekken te voeren of heb jij daar geen last van? 
Sommige heftige gesprekken kosten inderdaad veel energie, maar meestal krijg ik er ook heel veel energie voor terug. Je moet je voorstellen dat een gesprek met een (vrolijke) manische patiënt heel vlot en gemoedelijk verloopt, daar waar een suïcidale patiënt natuurlijk een hele andere energie met zich meebrengt. Daarnaast voelt het voor mij als belangrijk werk, hetgeen heel relativerend werkt. Maar het maakt absoluut indruk wanneer je heftige verhalen hoort, en die zijn er heel veel. Het leuke binnen de psychiatrie is dat jíj als persoon het diagnosticum bent, je vaart op wat je ziet, denkt en voelt (het typisch onderbuikgevoel). Dat laatste is soms ingewikkeld, maar geeft je veel informatie. Bij sommige gesprekken met patiënten voelt de sfeer drukkend, zwaar, je voelt je eigen energie wegsijpelen, dit kan bijvoorbeeld zijn bij een patiënt in een zware depressie. Van manische patiënten word je zelf vaak ook energieker, het is normaal om iemands energie voor een gedeelte over te nemen. Daarmee helpt je eigen gevoel je dus bij het sturen richting een bepaalde diagnose/klinisch beeld. Je moet goed luisteren naar je eigen gedachten en gevoel: raakt dit me, of waarom irriteert dit me? Dat verplicht je om met je eigen persoonlijke ontwikkeling bezig te blijven en dat is leuk! Je moet je eigen gevoel erkennen en herkennen. Het zorgt er daarmee voor dat je jezelf heel erg goed leert kennen, dat is onvermijdelijk. 
Verder is de manier van gespreksvoering heel belangrijk, jij bent in de lead en stuurt het gesprek. Je moet als het ware boven de stof staan en je vragen met een bepaald doel stellen. Soms is dat doel informatie verzamelen, maar soms is dat ook het testen van iemands reactie. Zo stel je bijvoorbeeld wat meer vervelende vragen wanneer je wilt weten of iemand geïrriteerd of boos wordt om te zien of er potentieel gevaar is. Je moet goed kunnen doorvragen en bepaalde signalen van je patiënt oppikken, maar je moet ook weten hoe je in bepaalde situaties op de ander reageert. Een patiënt met een persoonlijkheidsstoornis die vastloopt vanwege emotieregulatie problemen is heel wat anders dan een psychotische patiënt die zijn medicatie weigert in te nemen en een gevaar is voor zichzelf. Dat vereist dus ook een andere aanpak, en ja dat kan wel eens lastig zijn, maar maakt het vooral leuk en uitdagend! Je hebt gesprekken die écht ergens over gaan en praat over zaken waar patiënten vaak met niemand anders over durven praten’

‘Je voert écht gesprekken, je bespreekt ook de zaken die mensen vaak met niemand durven bespreken’

Hoe zien jouw dagen eruit? 
Ik draai nu met name poli en zie veel patiënten met persoonlijkheidsproblematiek en ADHD of autisme. Eerder werkte ik bij de crisisdienst, kinder- & jeugdpsychiatrie en heb ik stage gelopen op de HIC  (High Intensive Care Psychiatrie Unit) gewerkt, oftewel de gesloten acute afdeling. Bij de laatst genoemde zien je dagen er heel anders uit! Daar begin je je dag met een overdracht waarbij je van de nachtdienst de laatste informatie over de nieuwe patiënten krijgt en de bijzonderheden binnen de kliniek. Direct hierna maak je een dagplanning en loop je eerst visite langs de nieuwe patiënten (of eigenlijk komen ze bij jou) en de patiënten op de gesloten afdeling of zelfs de separeer. Dat is best wel heftig. De separeerruimte is een kale ruimte waar patiënten naar toe gaan als ze een gevaar voor zichzelf of hun omgeving vormen waarbij ze niet op de normale afdeling kunnen verblijven, dit gebeurt alleen als het echt strikt noodzakelijk is. Deze maatregel neem je voor de veiligheid van de patiënt of omgeving, maar gaat (vaak) wel onder dwang dus dat voelt weleens dubbel en duurt het liefst zo kort mogelijk. Opname op een gesloten afdeling is gericht op het stabiliseren van een patiënt in een crisissituatie. Het is dus vaak een korte opname voor stabilisatie of time-out, nadien volgt vaak nadien volgt vaak op andere plekken een traject voor verdere behandeling. 
Naast de dagdiensten heb ik vaker (bereikbaarheids)dienst, dat is eigenlijk voor alle verschillende locaties, bijvoorbeeld ook voor de TBS kliniek. Het kan tijdens zo’n dienst best druk zijn. Je bent tijdens een dienst verantwoordelijk voor het zien van de nieuwe opgenomen patiënten, maar wordt ook gebeld als er problemen ontstaan bij opgenomen patiënten. Een voorbeeld is wat we noemen ‘acting out gedrag’ waarbij patiënten schreeuwen of zelfdestructief gedrag vertonen. Dan is acuut handelen natuurlijk nodig en kun je niet wachten tot de volgende dag. Maar ik word bijvoorbeeld ook gebeld voor medicatievragen of vragen over lichamelijke klachten.  

De patiënten op een gesloten afdeling kunnen niet zomaar vertrekken, mag je patiënten wel onder dwang behandelen? 
In sommige situaties mag dat. Bij patiënten met een onderliggende psychiatrische stoornis, welke daaruit voortkomend een gevaar voor zichzelf of omgeving vormen, oftewel: waar (acuut) ernstig nadeel dreigt, mogen gedwongen behandeld worden mits er een gedwongen maatregel is. Dat heet een crisismaatregel sinds dit jaar, eerder werd dat IBS (in bewaring stelling) genoemd. Dat krijg je niet zomaar: je moet allereerst beoordeeld worden door een psychiater en vervolgens dient de burgemeester toestemming te geven voor het verlenen van de crisismaatregel. Deze maatregel is alleen voor een crisissituatie en daarmee maar 72 uur geldig. Nadien bepaalt de rechter of dit verlengd moet worden of niet. Zo’n maatregel is altijd in het belang van de patiënt (en omgeving). 
Een andere optie is een zorgmachtiging (vroeger heette dit een RM), dat is een machtiging welke ook wordt afgegeven wanneer de psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, maar deze niet acuut is (zoals bij de crisismaatregel). Deze maatregel wordt alleen  aangevraagd wanneer vrijwillige zorg niet mogelijk is en verplichte zorg de enige manier is om ernstig nadeel weg te nemen, weliswaar over een langere periode. Bijvoorbeeld een patiënt welke door middelengebruik telkens een hevige psychose krijgt met gevaar voor zichzelf en dan aangeeft niet behandeld te willen worden. In zo’n situatie mag je iemand dan gedwongen behandelen of opnemen in het belang van de patiënt. Maar er zijn ook genoeg patiënten vrijwillig opgenomen hoor!

Hoe ziet de opleiding tot psychiater eruit? 
De opleiding duurt 4,5 jaar. Het bestaat uit een basisopleiding van 2,5 jaar waarbij je werkzaam bent op verschillende plekken binnen de kliniek zoals de gesloten afdeling en het ziekenhuis, maar ook ambulant zoals binnen een FACT team of de crisisdienst. FACT staat voor ‘Flexible Assertive Community Treatment’ wat wil zeggen dat patiënten in de thuissituatie behandeling en begeleiding krijgen, daarbij kom je dus bij je patiënten thuis in plaats van zij op jouw spreekuur. Daarna volgen twee jaar van verdieping, daarin mag je zelf een keuze maken tussen kinder- volwassen- of ouderenpsychiatrie. 

‘Door corona waren er veel meer eenzame, onzekere jongeren die in een depressie raakten’

Welke opties heb je binnen de psychiatrie? 
Er zijn veel verschillende opties, want je hebt heel veel verschillende ziektebeelden en settings binnen de psychiatrie. Zo heb je onder andere persoonlijkheidsproblematiek, ADHD/autisme, depressie, bipolaire stoornissen, trauma en angststoornissen en psychoses. Het is echt een breed vak. De drie grote stromingen zijn kind & jeugd psychiatrie, volwassen psychiatrie en ouderen psychiatrie. En dat kan poliklinische zorg zijn waarbij patiënten op jouw spreekuur komen of juist de acute crisiszorg en zorg voor opgenomen patiënten. Daarnaast kun je kiezen voor een ziekenhuis of een GGZ-instelling en kan je ook nog kiezen voor de forensische tak. Oftewel, de keuze is reuze! 

 Is het lastig om in opleiding te komen? 
Nee, momenteel zijn er voldoende opleidingsplekken. De vraag naar psychiaters is groot, want er zijn veel patiënten met een psychische aandoening. Momenteel zijn de wachtlijsten helaas erg lang mede door toename van zorgvraag en een tekort aan behandelaren waaronder psychiaters. Je moet natuurlijk wel affiniteit hebben met het vak. Dus als je nieuwsgierig bent, probeer het dan eens!! 

Komt dat door corona? 
Nee, het is al een langer bestaand probleem met veel verschillende oorzaken. Al heeft corona wel invloed natuurlijk. Bij de crisisdienst merkten we dat wel echt, er waren veel meer eenzamere, onzekere jongeren die in een depressie raakten, maar ook chronische patiënten welke ontregelde omdat hun dagbehandeling of dagbesteding niet door mocht gaan door corona. Aan de andere kant zijn er ook genoeg patiënten die meer rust kregen door corona en het juist fijn vonden om thuis te blijven. 

Mis je de lichamelijke ziekten soms niet? Tijdens je geneeskunde studie heb je natuurlijk alles geleerd over het menselijk lichaam en nu hou je je daar helemaal niet meer mee bezig of toch wel?  
Dat ligt eraan op welke werkplek ik sta. Nu ik met name poli doe mis ik dat wel eens, maar tijdens de dienst of op de gesloten afdeling zie je wel veel somatiek. Mijn patiënten kunnen natuurlijk ook een blindedarmontsteking krijgen of een hartinfarct. Daarom onderzoek je de patiënt altijd volledig, prik je bloed en maak je bijvoorbeeld op indicatie een ECG. Als het nodig is kun je overleggen met het ziekenhuis en je patiënt eventueel insturen naar de spoedeisende hulp. Daarnaast moet je ook altijd denken aan somatisch onderliggend lijden bij psychiatrische ziektebeelden. Je bent dus nog zeker een echte dokter!

Hoe veel administratie heb jij? 
Tja de administratielast is helaas hoog, ik denk dat het hetzelfde is dan die van een arts-assistent in het ziekenhuis. Het verschilt ook erg per plek. Ik gok zo’n 50-60%, maar ik vind het moeilijk in te schatten. Ik moet me namelijk uitgebreid inlezen, formulieren invullen (met name bij verplichte en gedwongen zorg), de gesprekken overzichtelijk en volledig uitwerken in de status van de patiënt en ik ben ook veel bezig met veel rompslomp en regelzaken. Maar ik probeer ook wel genoeg directe tijd te hebben met mijn patiënten. 

‘Een psychose kan iedereen overkomen en als psychiater kan je je patiënt dan écht helpen’

Waarom denk je dat mensen kiezen voor de psychiatrie? 
Ik denk wanneer je een diepe interesse hebt in het doen en denken van de mens, je een mensen-mensen bent en wanneer je je interesseert voor zowel biologische, psychische en sociale aspecten van psychiatrische ziektebeelden. Daarnaast kun je op veel verschillende werkplekken werken gedurende je carrière, dat maakt het een divers vakgebied. Er is voor ieder wat wils! Je moet natuurlijk wel affiniteit hebben met je doelgroep en erin geloven dat je je patiënt écht kan helpen. Er wordt weleens gezegd dat je patiënten toch niet beter worden en het onbegonnen zaak is, maar dat vind ik zo kort door de bocht. Je kunt je patiënten helpen, beter maken of stabiel houden. En soms moet je er gewoon voor ze zijn. Je moet je realiseren dat ook jij op een dag zomaar op de stoel van de patiënt kunt zitten, het kan iedereen overkomen. Wist je dat zo’n 43% van de Nederlanders in hun leven te maken krijgt met een psychische aandoening? En dat zo’n 2% van de bevolking ooit in een psychose raakt? Bij iedereen kan de wereld dus even op zijn kop staan waardoor je het niet meer begrijpt. Dat heb ik tijdens mijn werk op de crisisdienst vaak genoeg meegemaakt, en juist dan kun je heel veel betekenen voor iemand. Ziekten als kanker, hartfalen of suikerziekte gaan vaak ook niet over, daar help je je patiënten ook door ze stabiel te houden.  
Als je misschien liever niet in het ziekenhuis wilt werken, maar wel graag een afwisselende baan wilt wat snel en soms acuut is dan zit je bij de psychiatrie echt goed! 

Een laatste tip? 
Doe waar je blij van wordt en wat je energie geeft met de collega’s die je leuk vindt! Je moet je goed kunnen voelen.


Meepraten over dit onderwerp? Of vragen of opmerkingen voor Merel of voor mij?
Stuur een berichtje via instagram!

Blog 10: In gesprek met een militair (huis)arts

De eerste verzoekjes voor blogs komen binnen en dat vind ik dus echt super leuk!
Deze week ga ik daarom in gesprek met Liesbeth Kemkers, moeder van twee kinderen, fietsfanaat en werkzaam bij defensie als militair huisarts. Een totaal onbekende wereld voor mij. 


Liesbeth, wat leuk dat ik jou wat vragen mag stellen! Hoe ben jij terecht gekomen bij defensie? 
Eigenlijk wist ik heel snel wat ik wilde, die struggle over wat je moet kiezen ken ik dus helemaal niet! Ik kwam er tijdens mijn coschappen al vrij snel achter dat ik niet zo goed paste in het ziekenhuis, iedereen was soms zo stug. Daarnaast vond ik defensie altijd al interessant, als ik niet toegelaten was tot de studie Geneeskunde was ik wellicht wel militair geworden. Zodoende heb ik mijn keuzecoschap gevolgd op de kazerne in Assen nadat ik nog enthousiaster was geworden op een open dag. Na mijn keuze-coschap wist ik het direct, dit is het helemaal. 

Wat trok je dan zo enorm? 
Hmm, lastig om één ding te noemen, maar ik denk toch het avontuur. Het is natuurlijk een hele andere wereld, spannend, een echt avontuur. Daarnaast vind ik het heel erg fijn om in teamverband te werken en bij defensie werk je als algemeen militair arts (AMA) écht in een team, je moet op elkaar kunnen bouwen. Wat ook zo leuk is, is dat je bij defensie leert dat je zoveel meer kunt dan je zelf denkt, je verlegt echt je grenzen. 

En hoe word je dan algemeen militair arts? 
Voordat je mag starten met de opleiding moet je eerst gekeurd worden. Daarbij moet je voldoen aan de standaard eisen voor een militair, dat wil zeggen niet medicatie afhankelijk, fysiek fit, minimaal 1.55m, minimaal 55kg, niet kleurenblind en indien bril/lens afhankelijk een niet te hoge sterkte.
De opleiding is eigenlijk heel erg breed en duurt iets langer dan twee jaar. Je begint met een opleiding tot officier en militair aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In de twee jaar daarna word je opgeleid tot algemeen militair arts. Je begint met een half jaar stage in een huisartsenpraktijk via de normale huisartsenopleiding gevolg door een half jaar op de spoedeisende hulp. Daarna volg je allerlei cursussen over sportgeneeskunde, forensische geneeskunde en je leert van alles over tropengeneeskunde.

‘Die struggle over wat ik moest kiezen ken ik totaal niet!’

Waar zit de opleiding en zijn er veel opleidingsplekken of is het lastig om ertussen te komen?  
De opleiding tot officier is alleen maar in Breda. Voor het deel van de opleiding dat je volgt via de huisartsenopleiding (huisartsgeneeskunde en spoedeisende hulp) kun je overal geplaatst worden. Daar heb je zelf niet zoveel invloed op, dus het kan zomaar zijn dat dat ver van je woonplaats is. Dan kun je in de buurt overnachten op een kazerne, dat noem je binnen slapen, of heb je gewoon veel reistijd. Het aantal opleidingsplekken weet ik niet precies, in mijn tijd waren dat er 24. Je kunt de opleiding tot militair arts volgen bij de landmacht, luchtmacht en de marine. De basis van de opleiding is voor alle drie hetzelfde, maar de oefeningen zijn anders. Ik ben militair bij de landmacht.  

Wat zijn je taken als militair arts? 
Tijdens een gemiddelde week als militair arts begin je de ochtend vaak met sporten zodat je fysiek fit blijft, daarnaast heb je vaker overleggen met je collega ama-artsen of met je commandant. Je bereidt oefeningen voor en geeft les aan de verpleegkundigen. Je werkt ongeveer 1 à 2 dagen op het militair gezondheidscentrum, daar voer je huisarts taken uit en draai je dus spreekuur. 
Een ander groot gedeelte zijn de oefeningen. Als militair arts word je bij een (medische) eenheid geplaatst. In de eenheid vorm je met twee verpleegkundigen, twee verzorgenden, twee helpenden een hulppost. Met je eenheid ga je op oefening. Eigenlijk zijn er twee soorten oefeningen. Ten eerste groene oefeningen, daarbij train je mee in de oefening en werk je achter de gevechtseenheden. Je oefent om een hulppost op te zetten en snel te verplaatsen, je moet wachtlopen en je leert met acute patiënten om gaan en met name te handelen met weinig middelen. Tijdens oefening ga je ook vaak op rantsoen dat betekent weinig slapen, niet douchen en rantsoenen eten. Een ander soort oefening wordt ook wel de non-excercising club genoemd. Daarbij werk je niet direct in het oefengebied maar bouw je een huisartsenpost ter plaatse op. Je werkt dus buiten het terrein en bent de eerste hulp bij kleine ongevallen (zoals verzwikte enkels of geschaafde geïnfecteerde knieën tijdens een oefening) en draait spreekuur voor de gevechtseenheden. 

Ben je ook wel eens op uitzending geweest? 
Ja. Als je de opleiding tot militair arts hebt afgerond ga je vaak op oefening en soms ook op uitzending. Toen ik in opleiding was gingen we minimaal zes keer per jaar op oefening. Zo’n oefening duurt tussen de twee en vier weken en is in Duitsland, Tsjechië of Polen.
Na je opleiding ben je tenminste drie jaar verbonden aan defensie dus dat komt neer op in ieder geval vijf jaar bij defensie. Ik ben twee keer op uitzending geweest, een keer naar Afghanistan voor bijna vijf maanden en een keer naar Sint Maarten, vlak na orkaan Irma, voor ongeveer zeven weken. Het is natuurlijk afhankelijk van de hoeveelheid militaire missies of en hoe vaak je op uitzending gaat. 

Hoe bedoel je tenminste vijf jaar bij defensie? Kun je geen militair arts blijven? 
Nee, dat kan niet. Het is net zoiets als een ANIOS (Arts Niet In Opleiding tot Specialist), dat kun je ook niet blijven, op een gegeven moment ga je verder specialiseren. Militair arts blijf je dus ongeveer vijf jaar, daarna ga je je specialiseren net zoals in het ziekenhuis. De meeste kiezen voor huisarts, militair of civiel (= gewoon de huisarts zoals we die allemaal kennen). Maar de vervolgstap tot bedrijfsarts, sportarts of arts maatschappij & gezondheid wordt ook veel gekozen. Je kunt ook specialist worden met een dubbel dienstverband, dat wil zeggen dat je een aantal dagen per week werkt als specialist in een ‘gewoon’ ziekenhuis en een aantal dagen per week in het militair hospitaal. Want ook in het militair hospitaal zijn eigenlijk alle specialismen nodig zoals in een gewoon ziekenhuis. Revalidatiearts in het militair revalidatiecentrum is ook een optie. 

Jij hebt gekozen voor militair huisarts. Wat is het verschil met een gewone huisarts? 
Eigenlijk zijn de verschillen klein, behalve dat je als militair arts militairen als patiënten hebt. Dat komt omdat alle militairen een militair huisarts hebben en geen civiele huisarts. Dat heeft eigenlijk twee belangrijke redenen. Ten eerste omdat een gewone huisarts niet in kan schatten wat oefeningen inhouden en wat de lichamelijke belasting is. Ten tweede omdat militairen collectief verzekerd zijn en daardoor geen gebruik maken van de standaard gezondheidszorg. Militairen hebben dus hun eigen huisarts, tandarts, fysiotherapeut, maar ook hun eigen ziekenhuis en eigen revalidatiecentrum. Als militair huisarts werk je vaak een aantal dagen op de kazerne, maar ook een aantal dagen in een civiele huisartsenpraktijk om je kennis over kinder- en ouderengeneeskunde te blijven behouden, want kinderen en ouderen zie je op de kazerne natuurlijk niet. Daarnaast doe je diensten op de huisartsenpost in de avonden/nachten en weekenden.

‘Je kunt geen algemeen militair arts blijven, net zoals je geen ANIOS kunt blijven. Je gaat je uiteindelijk specialiseren.’

En wat zijn jouw werkzaamheden als militair huisarts? Ga je dan nog wel eens op uitzending, want ik kan me voorstellen dat dat lastig te combineren is met het moederschap? 
Ik draai nu spreekuur op de kazerne en werk daarnaast één dag per week in een civiele huisartsenpraktijk. In de avonden, nachten of weekenden heb ik af en toe dienst op de huisartsenpost. Als militair huisarts is de kans op een uitzending een stuk minder groot dan als AMA. Het zou wel kunnen, maar dat ligt dus ook aan het aantal uitzendingen. Mijn plan was eigenlijk om vijf jaar als militair arts te werken en me dan te specialiseren tot sportarts of civiele huisarts, maar uiteindelijk ben ik dus militair huisarts geworden. Ik kon mijn opleiding tot huisarts via defensie doen en die kans heb ik gegrepen. Ik vind het nog steeds super leuk om voor defensie te werken en het is net als het huisartsenvak goed te combineren met het moederschap. De opleiding tot militair arts en de drie jaar als militair arts zijn veel lastiger te combineren met het moederschap. Sowieso vergt dat wel wat flexibiliteit en aanpassingsvermogen van niet alleen jezelf, maar ook je omgeving. Maar militair huisarts en moeder zijn is een prachtige combinatie. 

Is je salaris als militair arts in opleiding anders dan dat van een ANIOS in het ziekenhuis? 
Nee, dat is ongeveer hetzelfde. 

En de administratielast? 
Als militair arts in opleiding is dat minder dan dat van een ANIOS in het ziekenhuis denk ik. Maar nu heb ik dezelfde administratielast als dat van een huisarts. 

Heb je nog tips voor mensen die nadenken over het specialisme militair arts?  
Het is het belangrijkst om te kiezen wat je leuk vindt! Militair arts worden kan een heel mooi voortraject zijn als je bijvoorbeeld huisarts of sportarts wilt worden. Maar als je al zeker weet dat je medisch specialist wilt worden, bijvoorbeeld orthopeed of cardioloog, dan is de opleiding tot militair arts wellicht niet de juiste vooropleiding. Het duurt namelijk al twee jaar en nadien dien je nog drie jaar. Maar het is een prachtig vak, een erg breed vak en geeft je zeker ervaring en kennis wat nuttig kan zijn bij verschillende specialisaties nadien. Ik ben nog steeds blij met de keuze die ik destijds gemaakt heb. 


Meepraten over deze blog? Of heb je nog vragen voor Liesbeth? Laat het me weten via Instagram of e-mail!

Blog 9: In gesprek met internist acute geneeskunde en onderwijsfanaat Anique Baten

Deze week ga ik in gesprek met Anique Baten, oorspronkelijk opgeleid tot internist acute geneeskunde, maar ondertussen fulltime werkzaam als onderwijskundig adviseur medische opleidingen en als promovenda o.g.v. medisch onderwijs. Haar missie: een training en inwerktraject ontwikkelen om de transitie van schoolbank naar beroepspraktijk te ondersteunen en jonge dokters zo een veilig en effectief leerklimaat te bieden ter voorbereiding op de eerste dienst. 


Anique, wat leuk dat je mij benaderd hebt voor dit gesprek! Jij bent namelijk een dokter die het anders doet, je bent afgestudeerd medisch specialist maar je hebt je nu gericht op onderwijs. Wanneer wist jij dat je dokter wilde worden? 
Haha, dat weet ik nog precies. Het was september 1994, ik was 11 jaar en keek naar de eerste aflevering van een destijds nieuwe ziekenhuisserie genaamd ER… Heel classic verhaal dus! 
Na mijn VWO werd ik direct ingeloot voor Geneeskunde, na zes jaar studeerde ik af als basisarts. Ik ben na mijn coschappen aan de slag gegaan als ANIOS Interne geneeskunde en kreeg binnen een half jaar een opleidingsplek aangeboden. Ik kwam erachter dat ik goed was in het in kaart brengen van klinische problemen en in staat was om patiënten gedurende dat proces snel op hun gemak te stellen. Na een loopbaan als intensivist of hematoloog te hebben overwogen, kwam ik terecht bij de acute geneeskunde. De acute geneeskunde intrigeerde me en sloot perfect aan bij mijn kwaliteiten. Daarnaast vond ik het werken in teamverband heel fijn; de SEH (Spoedeisende Hulp) voelde als een veilige plek waar je het samen doet.

En wanneer wist je dat je eigenlijk geen dokter meer wilde zijn? Je hebt je hele opleiding tot internist doorlopen, dat is een lange weg!
Nadat ik een plek als fellow bij de hematologie had bemachtigd was er een kort moment van paniek: “Is dit het wel? Kan ik dit wel?” De immense verantwoordelijkheid voelde erg ongemakkelijk, alsof ik noodgedwongen een jas aan moest trekken die me toch echt nog een paar maten te groot was. Uiteindelijk bleek een ander specialisme me dus beter te passen. Ondanks mijn gebrek aan zelfvertrouwen heb ik mijn opleiding vlot doorlopen. Mijn onzekerheid werd door de opleiders gesust; volgens hen “kon ik het echt wel”!
Na vier jaar algemeen interne geneeskunde werd ik een van de eerste fellows acute geneeskunde in Nederland. Ik kreeg veel ruimte van mijn opleiders om de opleiding in mijn ziekenhuis verder vorm te geven en had veel contact met fellows uit andere centra. Ik voelde me binnen de acute geneeskunde als een vis in het water en toch…de onzekerheid bleef. Zeker toen de eindstreep in zicht kwam en ik me meer en meer realiseerde dat ik straks een rol als supervisor op me zou moeten gaan nemen. Door een samenloop van omstandigheden begon ik tegen het einde van mijn opleiding met een promotietraject op het gebied van medisch onderwijs en toen viel plots alles op z’n plaats. Ik vind bezig zijn met medisch onderwijs zo leuk en het geeft me zoveel energie dat ik uiteindelijk niet meer terug de kliniek in ben gegaan. Een keuze waar ik tot op de dag van vandaag nog geen seconde spijt van heb gehad!

‘De immense verantwoordelijkheid voelde ongemakkelijk, alsof ik een jas moest aantrekken die me nog een paar maten te groot was’

Waar houd je je nu mee bezig? 
Ik combineerde mijn promotie de eerste jaren met een baan als docent medische hulpverlening aan de HAN (Hogeschool Arnhem Nijmegen), om in 2018 de overstap te maken naar de ambulancezorg waar ik een functie bekleedde als onderwijsadviseur en –ontwikkelaar. Daar heb ik met veel plezier gewerkt tot afgelopen juli. Per 1 juli ben ik begonnen in mijn nieuwe functie als onderwijskundig adviseur medische opleidingen binnen Isala (Zwolle en Meppel). Hier mag ik mij o.a. bezig houden met het onderwijs voor de coassistenten, de kwaliteit van de coschappen en de opleiding van de arts-assistenten. De transitie van coassistent naar a(n)ios kan ik zo ook duidelijk positioneren als een overgang die alle aandacht verdient. 

Wat goed dat je daar meer aandacht voor wilt vragen! Ik denk inderdaad dat daar gemiddeld weinig aandacht voor is terwijl het een mega stap is en je nog zóveel moet leren als jonge dokter. Waar gaat jouw promotieonderzoek over? 
Ik ben bezig met het ontwikkelen van een onderwijsinterventie om de stap van coassistent naar dokter kleiner te maken en jonge dokters beter voor te bereiden op hun eerste dienst. Aan het medische gedeelte, de medische kennis, wordt uiteraard heel veel aandacht besteed, maar dokter zijn bestaat uit zoveel meer. Welke patiënt ga je als eerste beoordelen? Wanneer bel je je supervisor om te overleggen in de dienst? Hoe ga je om met een zeer ervaren verpleegkundige die het duidelijk niet eens is met jouw beleid? Of met een coördinator op de spoedeisende hulp die vindt dat jij eerder moet overleggen met je achterwacht zodat de doorstroom van patiënten sneller gaat? Wat doe je als je tussendoor ook nog telefoontjes krijgt van verpleegkundigen over patiënten die je niet kent over verhoogde glucosewaarden of het mogen geven van een slaaptabletje? Hoe overleg je überhaupt een patiënt telefonisch met je supervisor, want tijdens dagdiensten kijken ze natuurlijk vaak over je schouder met je mee. Hou houd je overzicht tijdens een drukke dienst? Allemaal naar mijn mening onderbelichte zaken, maar wel heel belangrijk. 

Hoe ziet jouw training eruit? 
Het originele trainingsconcept (PREPARE) bestaat uit 3 trainingsdagen waarbinnen middels verschillende werkvormen de eerder beschreven situaties worden getraind. Ter ondersteuning gebruiken de deelnemers een naslagwerk dat in samenwerking met het team van Compendium Geneeskunde werd geschreven. Dit naslagwerk, dat uiteraard ook los van de cursus kan worden gebruikt, behandelt alles van ABCDE-systematiek tot hoe om te gaan met vragen over afdelingspatiënten. Zowel de inhoudsopgave van dit naslagwerk als het trainingsprogramma zijn gebaseerd op de resultaten van de verschillende deelstudies. Tijdens de lockdown was live onderwijs niet tot nauwelijks mogelijk, daarom zijn we op zoek gegaan naar online alternatieven om de eerste dienst te kunnen simuleren. Dit alternatief vonden we in een nieuw te ontwikkelen webapplicatie. Aan deze webapplicatie (PREPAREsim) wordt momenteel hard gewerkt en hopelijk hebben we er zo over een aantal maanden een heuse online, interprofessionele opleidingstool bij. Binnen PREPAREsim doen artsen en verpleegkundigen/medisch hulpverleners samen dienst op een virtuele SEH. De supervisor is beschikbaar voor overleg en coördineert het spel. Zo bepaalt de supervisor de patiëntenstroom en kan hij/zij bijv. ook vragen van afdelingsverpleegkundigen inschieten. Na afloop van een sessie volgt een uitgebreide debriefing. Hier zit het grootste leerrendement. Ik heb goede hoop dat deze tool tot ver na het coronatijdperk zal bijdragen aan een inspirerende en uitdagende leeromgeving.

Wauw! Dat klinkt super leuk en tegelijkertijd heel leerzaam. Welke geluksvogels hebben deze trainingen mogen volgen? 
Het was tot nu toe alleen nog maar in studieverband voor mijn promotieonderzoek. Ik onderzoek nu mogelijkheden om PREPARE te integreren binnen het opleidingsaanbod van de Isala Academie en hier meteen een laatste deelstudie aan te koppelen.

‘Dokter zijn bestaat uit zoveel meer dan alleen het hebben van medische kennis’

Als jij de cursussen die je zelf hebt ontwikkeld had gehad als jonge arts-assistent of jonge internist denk je dan dat je nog werkzaam was als dokter? 
Goh, dat is een moeilijke vraag. Bij mij ging de 1e overgang (die van coassistent naar dokter) eigenlijk heel soepel door een hele goede mentor. Maar tijdens mijn gehele arts-assistententijd heb ik wel het gevoel gehad dat ik niet goed genoeg was. Ik dacht dat de supervisoren me aardig vonden en betrouwbaar, maar niet goed. Ik dacht altijd dat er een moment zou komen waarbij ik door de mand zou vallen, dat past wel bij het imposter syndroom, iets wat je nu veel vaker hoort. Doordat ik altijd dacht eens door de mand te vallen en niet goed genoeg te zijn denk ik dat de 2e overgang gewoon te groot was. Of ik met mijn eigen leermethode minder aan mezelf getwijfeld had weet ik niet, maar dat zou zeker kunnen. Al denk ik dat er nu sowieso wel meer aandacht is voor de beoordeling van je eigen kunnen in de opleiding door middel van de EPA’s (Entrustable Professional Activities). 

Wat is jouw grote droom op werkgebied? 
Dat PREPARE als evidence based onderwijsinterventie wordt opgepakt door faculteiten en ziekenhuizen in heel Nederland, zodat jonge dokters optimaal begeleid worden in hun overstap naar de praktijk en in het bijzonder in hun voorbereiding op de eerste dienst.

Heb je nog een laatste tip voor coassistenten of jonge dokters? 
Volg je hart en vraag om hulp! 

Wat vond jij het lastigst als beginnende dokter? Kan er nog iets verbeterd worden aan de begeleiding die jij hebt gehad als jonge dokter? Praat mee via instagram!

Blog 7: In gesprek met een revalidatiearts in opleiding

Deze week ga ik in gesprek met dokter Sigrid Meijer, een sociaal iemand met het hart op de juiste plek. Een dokter die echt iets wil betekenen voor de patiënt en dat graag in teamverband doet. Ze is revalidatiearts in opleiding in Nijmegen en heeft haar plekje daar helemaal gevonden!


Sigrid, wat fijn dat je ons mee wilt nemen in jouw werk als revalidatiearts in opleiding. Hoe is het met je?
Het gaat heel erg goed! Ik zit zo op mijn plek bij de revalidatie en ben toegelaten tot de opleiding tot revalidatiearts per september komend jaar dus dat is helemaal super!

Ik heb eerlijk gezegd niet zo’n goed beeld van de revalidatiegeneeskunde, waar houd je je als revalidatiearts eigenlijk mee bezig?
Het is een ontzettend breed vakgebied en dat maakt het ook zo leuk. Je werkt buiten het ziekenhuis, maar de lijntjes zijn heel kort en je bent ook vaak in het ziekenhuis dus voor mij is dat de perfecte combinatie! De revalidatiegeneeskunde heeft eigenlijk vier grote vakgebieden. Allereerst houding & beweging, daaronder valt bijvoorbeeld de revalidatie na een amputatie door een infectie, ongeluk of suikerziekte, of patiënten met reumatische aandoeningen of meerdere botbreuken door een ongeluk. Ten tweede patiënten met chronische pijnklachten met een anatomisch substraat (dat wil zeggen dat er een anatomische oorzaak voor de pijnklachten is, er zijn ook centra die zich richten op chronische pijnklachten waar met name psychische problematiek de oorzaak is) vallen hieronder. Daarnaast is de neurorevalidatie een groot gedeelte van ons werk, dat zijn patiënten na een herseninfarct of -bloeding of patiënten met hersenletsel na een ongeluk of bijvoorbeeld zuurstofgebrek na een reanimatie. Maar ook mensen met een dwarslaesie en patiënten met progressieve neurologische aandoeningen zoals Multiple Sclerose (MS). Als laatste de kinderrevalidatie, daaronder valt eigenlijk alles bij kinderen t/m 18 jaar, het zijn vaak aangeboren aandoeningen. Het laatste jaar is hier een hele nieuwe groep bijgekomen: de patiënten die revalideren na een COVID19-infectie, hier zijn nieuwe programma’s voor opgezet maar omdat het pas zo kort bestaat zijn we daarin nog wat zoekende.

Hoe ben je terecht gekomen bij de revalidatiegeneeskunde? 
In mijn coschapspoor had ik heel snel een keuzecoschap, dat regel je zelf en daar kan je niet in de week voor het coschap mee beginnen. Ik moest dus een plekje zoeken waar ik graag een coschap wilde lopen voordat ik überhaupt coschappen in het ziekenhuis had gehad. Dus heb ik me door ervaringen van anderen te lezen verdiept in de opties voor een keuzecoschap. Daar kwam ik een stukje over revalidatiegeneeskunde tegen en dat leek me wel wat! Ik heb het revalidatiecentrum gemaild en mocht daar mijn keuzecoschap volgen. Ondertussen was ik begonnen met de coschappen in het ziekenhuis en ik merkte dat ik me daar niet zo thuis voelde. De revalidatiegeneeskunde vond ik direct leuk! En ook nadat ik alle coschappen had gehad vond ik de revalidatie nog steeds het allerleukst. Mijn laatste coschap heb ik dus ook bij de revalidatiegeneeskunde gedaan en toen wist ik het eigenlijk zeker. Om ervaring als arts op te doen heb ik een tijd bij de neurologie gewerkt, en daar wist ik weer direct waarom ik liever niet in het ziekenhuis zou willen werken. Toen er een vacature voor arts-assistent revalidatiegeneeskunde voorbij kwam heb ik direct gesolliciteerd en nu heb ik dus zelfs een opleidingsplek weten te bemachtigen!   

‘De revalidatie geneeskunde is ontzettend breed, dat maakt het ook zo leuk!’

Waarom wilde je niet in het ziekenhuis werken? Wat stond je tegen aan het ziekenhuis?
Ik voelde me er niet echt thuis, de sfeer is heel erg competitief en hiërarchisch. En daarnaast stoort het me enorm dat iedereen alleen naar zijn eigen stukje kijkt, als de patiënt niet precies de symptomen heeft volgens het boekje volgt er altijd een discussie over wie de hoofdbehandelaar moet worden. Ik wil het gewoon samen doen op de plek waar de patiënt de beste zorg krijgt!
Bij de revalidatie werken we echt in teamverband, we doen het samen in plaats van allemaal alleen ons eigen stukje, dat vind ik ontzettend leuk! Daarnaast is de sfeer binnen de revalidatie ook heel erg open, je kunt het overal over hebben, en zijn de werktijden, administratietijd, pauzes, vrije dagen en diensten gewoon echt heel erg goed geregeld. Anders dan binnen het ziekenhuis waar je vaak veel langere dagen maakt dan in je contract staat en er standaard te weinig compensatie is voor diensten. En niemand zegt er natuurlijk wat van, want je zit in een afhankelijkheidspositie als je nog een opleidingsplek wil.

Je geeft aan dat je de zorg van de patiënt zo graag samen doet. Wie werken er allemaal mee aan de revalidatie van jullie patiënten?
Het is een groot team bestaande uit een revalidatiearts, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, logopedisten, psychologen, maatschappelijk werk, ergotherapeuten en soms de diëtiste uit het ziekenhuis. Maar ook de psychomotore therapeut die zich met name richten op het bepalen en laten ervaren van iemands fysieke grenzen en balans tussen belasting en belastbaarheid samen met de ergotherapeut. Daarnaast de bewegingsagoog die heel specifiek naar bepaalde bewegingen en sporten kijkt, als iemand bijvoorbeeld heel graag zwemt kijkt diegene mee om te zorgen dat dat mogelijk gemaakt wordt.

Hoe ziet jouw gemiddelde werkweek eruit? 
Als revalidatiearts (in opleiding) heb je zowel dagen in de kliniek, dat wil zeggen dat je de intake van de nieuwe patiënten doet en de ontslaggesprekken van de patiënten die opgenomen hebben gelegen. Daarnaast heb je een aantal dagdelen poli, ingeplande administratietijd, doe je consulten in het ziekenhuis en neem je deel aan een aantal MDO’s (Multi Disciplinaire Overleggen). Het is dus heel erg afwisselend werk.
Als arts-assistent werk je 36 uur, dat zijn 4 dagen van 9 uur in ons geval. Tijdens de opleiding worden dat weer vijf dagen per week, maar nadien als revalidatiearts kun je gemakkelijk parttime werken.  

‘Ik wil het gewoon samen doen, op de plek waar de patiënt de beste zorg krijgt’

Je hebt het over ingeplande administratietijd, dat klinkt fantastisch! Lekker afgebakend! Hoeveel procent van jouw werkdag besteed jij aan administratie?
Mijn ingeplande administratietijd ook wel indirecte patiententijd genoemd is ongeveer 33% van mijn wekelijkse uren, dus ik heb ongeveer 3 uur administratietijd per dag ingepland staan in mijn agenda. Dit zijn vaak kleine blokjes van 15 minuten dus niet super efficiënt, maar hiermee kom je al wel een eind.

Heb je diensten?
Nu niet, maar dat komt uiteraard wel! Er liggen denk ik gemiddeld ongeveer 25 tot 30 patiënten opgenomen in het revalidatiecentrum. De patiënten liggen gemiddeld 50 dagen dus ongeveer 2 maanden opgenomen, zij zijn er natuurlijk dag en nacht. Als er in de nacht iets gebeurt bellen de verpleegkundigen de dienstdoende revalidatiearts. De diensten die je hebt zijn in principe dus bereikbaarheidsdiensten waarbij je thuis bent en gebeld wordt als je nodig bent.

Verschilt jouw salaris van het salaris van een arts-assistent die in het ziekenhuis werkt?
Nee in principe is dat hetzelfde, enige verschil is wellicht dat ik ook daadwerkelijk de uren in mijn contract werk en vrijwel geen (onbetaalde) overuren draai.

Als er mensen zijn die enthousiast geworden zijn over de revalidatiegeneeskunde. Waar zou je kunnen gaan werken? En waar kun je in opleiding?
Je hebt acht opleidingsregio’s en onder die regio’s vallen meerdere revalidatiecentra. Je hebt twee regio’s in Amsterdam (aangesloten aan VU en aan AMC), maar ook regio Leiden en regio Utrecht, regio Noord Oost Nederland, Zuid Oost Nederland, Oost Nederland en Zuid West Nederland. Ik ben in opleiding in regio Oost Nederland, daaronder valt het Radboud umc (Nijmegen), de Sint Maarten kliniek (Nijmegen), de Tolbrug (’s-Hertogenbosch), Klimmendaal (Arnhem) en het Rijnstate ziekenhuis (Arnhem). Alle informatie is te vinden op de website www.revalidatiegeneeskunde.nl.

Laatste vraag, is promoveren een must om in opleiding te komen? Zo niet, is er wel ruimte om onderzoek te doen mochten mensen dat leuk vinden?
Nee, het is geen must om gepromoveerd te zijn om in opleiding te komen. Het is wel een must om ervaring te hebben als arts-assistent in het ziekenhuis. Veel collega’s hebben bij de neurologie of de orthopedie gewerkt. Wat betreft onderzoek, er wordt veel onderzoek gedaan binnen de revalidatiegeneeskunde. In de ene regio meer dan de andere, in mijn regio is met name de Sint Maartenskliniek in Nijmegen heel erg ver op dat gebied. In onze opleiding is er tijd ingebouwd voor óf management óf onderwijs & opleiding óf onderzoek. Dus ja, er is zeker ruimte voor! 

Blog 6: In gesprek met Richard de Leth, expert op het gebied van een gezonde leefstijl

Ik ben op zoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt met een doktersdiploma. De standaardroute van arts-assistent tot medisch specialist in het ziekenhuis kennen we allemaal door de coschappen, maar wat is er buiten het ziekenhuis eigenlijk allemaal te kiezen? Elke week staat er een blog online, de ene week over van alles wat te maken heeft met het maken van die keuze, de andere week een inkijkje in het leven van een dokter die andere keuzes gemaakt heeft. Want hoe ziet je dag er dan uit? Waarom zijn keuzes gemaakt? En hoe is hij of zij gekomen op de plek waar die dokter nu staat?

Deze week ga ik in gesprek met Richard de Leth. Een dokter die na het afronden van de coschappen, voor zijn doktersexamen, heel snel afscheid heeft genomen van het dokterschap, omdat de ‘ziektezorg’ niet bij hem paste. Hij wil zich veel meer richten op preventie in plaats van ziekte, want hoe cliché ook: voorkomen is beter dan genezen. Hij heeft zich verdiept in wat gezondheid nou eigenlijk is en hoe je dit kunt bereiken en helpt nu duizenden mensen met zijn platform OERsterk naar een gezonde leefstijl, een fit lichaam en een sterke geest. Een fantastisch mooie missie waar naar mijn mening veel meer aandacht voor zou moeten zijn!


Richard, nogmaals bedankt dat je tijd wilt maken voor dit interview en ons een kijkje wilt geven in jouw leven en de keuzes die jij hebt gemaakt om op deze plek te komen. Jij hebt in 2007 jouw coschappen afgerond en bent heel snel daarna gestopt. Wat stond je het meest tegen aan het dokterschap en hoe heb je de keuze om iets anders te doen zo snel na het afstuderen gemaakt? 
Tijdens de coschappen merkte ik al dat ik veel breder keek dan in het ziekenhuis werd gedaan. Ik keek naar de hele patiënt, wilde adviezen geven over bewegen, gezonde voeding, maar ook de oosterse geneeskunde interesseerde me waarover ik adviezen wilde geven. Echter merkte ik ook direct dat dit niet echt gewaardeerd werd. Een supervisor heeft me wel eens de kamer uitgestuurd waarbij ik op de gang moest wachten en moest nadenken waarom ik bepaalde adviezen gaf. Dit out of the box denken werd dus totaal niet gewaardeerd. Daarnaast stond het behandelen van ziekte die mogelijk ook voorkomen hadden kunnen worden me tegen, overal is wel een pilletje voor. De reguliere geneeskunde is naar mijn mening te veel bezig met korte termijn oplossingen. Vroeger heette de studie medicijnen, dat is veranderd in geneeskunde, maar eigenlijk is de oude benaming passender voor de reguliere geneeskunde zoals deze nu is in mijn optiek. 

‘Voorkomen is beter dan genezen, maar tegenwoordig is overal wel een pilletje voor’

Vond je het een lastige keuze om te maken?
De keuze was niet lastig, want ik wist dat ik niet in het ziekenhuis paste. Ik had direct een duidelijke missie: gezondheid promoten en verbeteren. Het was wel lastig om uiteindelijk op de plek te komen waar ik nu sta, dat ging met vallen en opstaan. Ik startte mijn eigen bedrijf maar wist niets van ondernemen, het ging me financieel dus absoluut niet voor de wind, maar ik had een duidelijk doel voor ogen en heb gewoon doorgezet. 

Ik denk dat het voor velen herkenbaar is dat men in het ziekenhuis vooral bezig is met ziekten en veel minder met preventie en een goede leefstijl, terwijl een ongezonde leefstijl wel de basis is van vele ziekten. Wat zou er moeten veranderen aan het systeem zoals deze nu is? 
Ten eerste worden er te veel beslissingen gebaseerd op de korte termijn en niet op de lange termijn. Bij een patiënt met bijvoorbeeld beginnende suikerziekte of een hoge bloeddruk is het veel gemakkelijker om een pilletje voor te schrijven dan om uitgebreide uitleg te geven over een gezonde levensstijl en actief te coachen. Dat kost meer tijd en dus geld. Daarnaast denken we te veel in hokjes, de geneeskunde en het ziekenhuis zijn allemaal losse bedrijven die maar naar één stukje van de patiënt kijken, het zijn allemaal losse eilandjes, terwijl een patiënt niet uit losse eilandjes bestaat maar één persoon is. Foto geneeskunde noem ik dat, er wordt gekeken naar één moment en niet naar de film. Ik denk dat we daar de plank misslaan en minder goede zorg bieden dan dat mogelijk zou zijn. Maar ook de financiële inrichting van het systeem zorgt voor verkeerde impulsen. De dorpsdokter in China van jaren geleden kreeg betaald als patiënten niet ziek werden, want dan was je een goede genezer, nu wordt er betaald per ziekte en per ingreep. Dat is natuurlijk niet erg stimulerend in het voorkomen van ziekten. We zouden het systeem anders moeten inrichten en bruggen moeten bouwen tussen de reguliere en de complementaire geneeskunde. 

In mijn Geneeskunde opleiding was er heel erg weinig aandacht voor wat een gezonde leefstijl en gezonde voeding nou eigenlijk is terwijl dat dus zó belangrijk is, hoe was dat in jouw opleiding?
Nee, daar werd niet over gesproken en het leefden ook totaal niet. Ik heb het idee dat het nu veel meer leeft bij de jongere dokters. Er zijn veel meer artsen die zich hierin verdiepen, hierover uitspreken en er aandacht aan besteden. Prachtige initiatieven! Des te schrijnender is het om te zien dat er in het ziekenhuis weinig veranderd is naar mijn mening.  

‘De dorpsdokter in China kreeg betaald als iemand niet ziek werd, tegenwoordig wordt er per ziekte en per ingreep betaald’

Hoe ben jij aan al jouw kennis gekomen over een gezonde levensstijl en gezonde voeding?
Na Geneeskunde heb ik me verdiept in de orthomoleculair geneeskunde, de kinesiologie en de psycho-neuroimmunologie door verschillende opleidingen te volgen. De orthomoleculaire geneeskunde, ook wel nutritionele geneeskunde genoemd, is een vorm van geneeskunde die zich verdiept in voedingsmiddelen, vitamines en mineralen voor een gezond lichaam en om eventueel in te zetten bij ziekten. Kinesiologie, oftewel bewegingsleer houdt zich bezig met de mens als geheel en de motoriek, het zelfhelend vermogen van het lichaam staat hierbij op de voorgrond. En psycho-neuroimmunologie kijkt naar de wisselwerking tussen de psyche, het zenuwstelsel en het immuunsysteem, maar ook de hormonale cycli. Door opleidingen te volgen en veel boeken te lezen heb ik geleerd om naar de gehele mens te kijken en denk ik dat ik weet wat gezondheid is en hoe je dit kunt bereiken. Ik voel me nu eigenlijk een échte dokter.

Jij bent OERsterk begonnen omdat hetgeen wat je deed niet paste. Je hebt een duidelijke missie, maar hoe ziet jouw gemiddelde werkdag er eigenlijk uit?
Mijn werkdagen zijn heel erg afwisselend, ik houd me bezig met mijn twee bedrijven: OERsterk en Vitaily. OERsterk is het platform waar we mensen helpen bij een vitaler leven en een gezonde leefstijl, Vitaily biedt dagelijkse supplementen die de gemiddelde mens te kort komt. Beide bedrijven zijn dus gericht op gezondheid. Mijn dagen vul ik met trainingen geven over gezondheid, maar ook besteed ik veel tijd aan de wekelijkse nieuwsbrief waarbij we mensen informeren over de nieuwste onderzoeken en inzichten in een gezonde leefstijl. Daarnaast nemen we elke week een podcast op: de OERsterk podcast. Daar ga ik in gesprek met allerlei mensen over gezondheid. Mijn werkzaamheden zijn dus allemaal gericht op gezondheid en een goede leefstijl promoten door het gezondheidsvirus te verspreiden! Het is een heel besmettelijk virus, maar gelukkig ongevaarlijk, sterker nog, je kunt er zelfs gezonder van worden!

De drie peilers voor een gezonde leefstijl zijn volgens jou gezonde voeding, regelmatig bewegen en voldoende ontspanning. Over het algemeen denk ik dat dokters vaak niet erg goed voor zichzelf zorgen door de lange werkdagen, hoge werkdruk en het onregelmatige leven. Jouw werkdagen klinken ook erg druk! Hoe zorg jij dat je voldoende beweegt en ontspant?
Mijn werk voelt absoluut niet als werk, het is echt mijn missie en ik krijg er veel energie van! Daarnaast is het fijn dat ik eigen baas ben, ik bepaal mijn eigen agenda. Ik werk maximaal 40 uur per week. Daarbij probeer ik ontspanning en beweging te combineren door bijvoorbeeld twee keer per week te sporten met mijn zoon. Op ons kantoor is er ook veel aandacht voor beweging en gezonde voeding, we kunnen staand werken en er is een tafeltennistafel.  

Wat zijn jouw doelen?
Mijn doel is om 1000 mensen op te leiden, zodat ook zij het gezondheidsvirus weer kunnen verspreiden en we nóg meer mensen helpen bij een gezonde levensstijl. Daarnaast zou ik het fantastisch vinden om onze cursussen ook aan te kunnen bieden in het Engels om zo nog meer mensen te bereiken.

Stel er zijn mensen mega enthousiast geworden van jouw verhaal en zij zouden hetzelfde willen doen. Heb je tips?
Volg je hart, laat je inspireren door andere dokters en geef niet op!

Tot slot, had je bepaalde keuzes anders willen maken? Was je opnieuw begonnen aan de studie Geneeskunde?
Nee, ik had het niet anders aangepakt als ik het over had mogen doen. Ik heb nooit spijt gehad van de studie Geneeskunde, want het menselijk lichaam is ontzettend interessant en het heeft veel deuren geopend.


Wil je meer weten over het platform OERsterk of over de supplementen van Richard, klik dan op onderstaande buttons.
Ben je coassistent of basisarts en wil je meer weten over gezonde voeding? Volg dan een coachopleiding van Richard of neem een kijkje op de site en Instagram pagina van stichting Student en Leefstijl. Zij staan voor een Geneeskunde opleiding met meer onderwijs over voeding en leefstijl en bieden de SELF-cursus aan waar je alles leert over gezonde voeding!

Blog 4: In gesprek met een arts in eHealth

Ik ben op zoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt met een doktersdiploma. De standaardroute van arts-assistent tot medisch specialist in het ziekenhuis kennen we allemaal door de coschappen, maar wat is er buiten het ziekenhuis eigenlijk allemaal te kiezen? Elke week staat er een blog online, de ene week over van alles wat te maken heeft met het maken van die keuze, de andere week een inkijkje in het leven van een dokter die andere keuzes gemaakt heeft. Want hoe ziet je dag er dan uit? Waarom zijn keuzes gemaakt? En hoe is hij of zij gekomen op de plek waar die dokter nu staat?

Deze week ga ik in gesprek met dokter Renske Braken, een creatieveling die graag out of the box denkt, het beste wil voor de patiënt en ook de processen rondom de zorg interessant vindt en graag verbetert. Ze is in 2019 afgestudeerd en is inmiddels werkzaam als arts in eHealth. Een hele andere richting dus! Super stoer!


Wat ontzettend leuk dat je wilt vertellen over jouw zoektocht en jouw huidige baan! Vertel eens, wat doe jij nou precies?
Ik werk bij everywhereIM, een relatief jong eHealth bedrijf gevestigd in Amsterdam. Hier ben ik tijdens mijn tweede masterstudie als bijbaan begonnen, 1 à 2 dagen in de week. Het bedrijf bestaat eigenlijk uit vier pijlers. Allereerst heeft het eigen software producten ontwikkeld. Met één van die producten, genaamd No-Code Greg, kan eigenlijk iedereen gemakkelijk een medische richtlijnen app ontwerpen zonder enige kennis van programmeren nodig te hebben. Daarnaast geven we zelf ook medische apps uit gericht op onderwerpen waarvan wij denken dat behoefte aan is binnen de zorg. Hiernaast werken we ook veel samen met grote klanten zoals ziekenhuizen, onderzoeksgroepen, overheidsinstanties of farmaceuten waarvoor we apps ontwikkelen met No-Code Greg, of custom-made, waarbij we een app helemaal ‘from scratch’ opzetten. Buiten het ontwikkelen van apps hebben we een consulterende rol in CE markering van medische apps. Software die kwalificeert als medisch hulpmiddel, maar niet is voorzien van een CE-markering mag namelijk niet worden verhandeld. Met het aanbrengen van een CE keurmerk geef je aan dat je medische product voldoet aan de Europese eisen wat betreft kwaliteit en veiligheid.

Wauw, wat een bijzondere baan! Heel wat anders dan de meeste afgestudeerde artsen doen. Waarom heb jij gekozen voor de baan die je nu doet? Wat stond je tegen aan het dokterschap? 
Tijdens de coschappen twijfelde ik al over het dokterschap, ik voelde me niet zo thuis in de ziekenhuiswereld. Ik had moeite met de cultuur, het is toch best een haantjescultuur, veel autoriteit, erg protocollair en weinig autonomie. Daarnaast miste ik de creativiteit, ik houd van ‘out of the box’ denken, kijken naar de specifieke wensen van de patiënt en niet het strakke protocolwerk. Ik ben altijd erg breed geïnteresseerd geweest, ik vind verschillende dingen leuk en ik ben ook best idealistisch ingesteld: ik wil graag dingen beter maken. Ik richt me dus liever niet alleen op het menselijk lichaam, maar ook op alles eromheen: het opstellen van beleid bijvoorbeeld en het management rondom alle zorgprocessen. Dat super specialistische in het ziekenhuis past gewoon minder goed bij mij. 

‘Ik had moeite met de cultuur, het is toch best een haantjescultuur’

Vond je het een lastige keuze om te maken om niet in het ziekenhuis te gaan werken? 
Ja, ik vond het zeker een lastige keuze. Al vond ik de struggle tijdens de coschappen misschien wel het lastigst. Iedereen was zo enthousiast over de coschappen en ik voelde me toch niet zo goed op mijn plek en dacht ‘ja maar wat wil ik dan wel?’. Toen ben ik gaan praten met de studieadviseur en mijn mentor en die lieten mij zien dat er eigenlijk heel veel andere opties waren naast en na Geneeskunde. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om tijdens het afronden van mijn master Geneeskunde een tweede master te volgen aan de VU in Amsterdam en daar voelde ik me direct thuis!

 Wat voor master is dat dan? 
Wil je dat echt weten? Het is een hele lange naam haha. 
De master heet: Management, Policy Analysis and Entrepreneurship in Health and Life Sciences (MPA). En dan de communicatie richting. Mond vol he ;). 
Het is een tweejarige onderzoek master. Ik vond het zo leuk om allerlei nieuwe dingen te leren rondom de zorg en ook om heel veel verschillende soorten mensen te leren kennen. In juni dit jaar rond ik deze master af, ik ben nu bezig met het schrijven van mijn scriptie, maar daarnaast werk ik 4 dagen. 

Hoe ziet jouw werkdag eruit? 
Pfoe, dat verschilt veel, het is heel gevarieerd werk, dat maakt het meteen ook zo leuk! 
Meestal start de dag met een overleg met het team, ik stuur het medische team aan dus tijdens dat overleg bespreken we welke projecten er zijn, waar we staan en wat er nog moet gebeuren. Daarnaast heb ik veel meetings met klanten, dat kunnen dan professoren zijn uit het ziekenhuis of promovendi van bepaalde onderzoeksgroepen, maar soms ook mensen van de overheid of studenten bijvoorbeeld. Dan nemen we hun specifieke wensen door en maak ik, samen met onze software developers een plan om het idee om te zetten in een medische app. De developers richten zich op de technische ontwikkeling en wij (de artsen) richten ons voornamelijk op de inhoud en het design van de app, daar kan ik mijn creativiteit echt in kwijt! Daarna volgen er nog een aantal afspraken om de app te finetunen en uiteindelijk te testen. Verder ben ik bezig met documentatie rondom het CE-markeren, maar dat is met name juridisch papierwerk en vind ik het minst leuk. 

Een voorbeeld van één van de ontwikkelde apps

Hoeveel vrijheid heb jij in je werk? Hoeveel uur werk je en wie bepaalt er wanneer jij werkt en hoe je werkdag eruit ziet?
Ik heb heel erg veel vrijheid in mijn werk, dat vind ik ook meteen het allerleukst en allerfijnst. Het is erg flexibel en ik bepaal in principe zelf wanneer ik werk, ik ben echt baas van mijn eigen agenda. Nu werk ik 4 dagen, één dag per week is gereserveerd voor het schrijven van mijn scriptie. Echter worden die 4 dagen ook wel eens 4,5 dag, want het is vaak druk, maar dat is niet erg. 

Ik neem aan dat jij geen diensten hebt nu of toch wel? 
Nee dat klopt, ik ben de weekenden en avonden vaak vrij, heerlijk! 

Kun je gemakkelijk rondkomen van jouw salaris, of is het financieel momenteel zoals tijdens de studententijd (een dubbeltje op z’n kant)?
Dat verschilt erg per bedrijf denk ik. Ik werk en studeer nu nog dus daar hoort een ander salaris bij. Als ik straks volledig afgestudeerd ben heb ik denk ik een salaris zoals de meeste arts-assistenten. Echter werk ik minder uren en heb ik geen diensten, dus mijn uursalaris is relatief gezien misschien wat hoger ;). 

Wat zijn in jouw baan de doorgroeimogelijkheden of zijn die er niet echt?
Eeuhm, ik denk dat dat per bedrijf ook weer verschilt. In principe heb ik doorgroeimogelijkheden naar een meer leidinggevende functie over een groter team.  

Stel er zijn mensen mega enthousiast geworden van jouw verhaal en zij zouden hetzelfde willen doen. Heb je tips? 
Ik denk dat er weinig bedrijven zijn die echt medische apps ontwikkelen, maar er zijn veel bedrijven die zich bezighouden met eHealth. Daarin zijn veel banen voor artsen! Veel collega’s van mij hebben deze baan parttime naast hun werk als klinische dokter of bijvoorbeeld promovendus. 

Mis je het ziekenhuis wel eens? En voel je je nog dokter? 
Ja en ja. Ik mis het ziekenhuis zeker wel eens, maar voel me ook nog dokter, al is dat wel een stuk minder dan eerst. Ik mis met name de medische inhoud soms, ik vind het menselijk lichaam zo interessant en daar houd ik me nu toch minder mee bezig. En ohja, het praktische mis ik, soms zou ik weer even een infuus of bloedgas willen prikken! Het patiëntencontact daarentegen mis ik eigenlijk niet zo erg. 

Word je ooit weer een klinische dokter?
Sowieso niet in het ziekenhuis denk ik, maar wellicht iets buiten het ziekenhuis. Ik vond de forensische geneeskunde leuk, maar cosmetische arts of arts bij de GGD lijkt me ook leuk. Iets meer in lijn met mijn huidige studie, zoals een functie binnen het management van een ziekenhuis lijkt me ook interessant, dus wie weet! 

‘Ik zou iedereen dan ook willen aanraden om zijn/haar eigen pad te volgen en niet bang te zijn voor keuzes die misschien niet zo voor de hand liggen!’

Hoe zou je de zorg willen veranderen?
Ik zou veel meer willen bijdragen aan verandering en daarmee aan het creëren van waarde voor een patiënt, of met een chique woord: waardegedreven zorg. Daarnaast erger ik me aan de inefficiënte systemen in het ziekenhuis, helemaal nu ik weet wat er allemaal mogelijk is. Nu moet je zo vaak klikken voordat je ergens komt en is gegevens delen tussen ziekenhuizen nog zo moeilijk. Best gek zo’n inefficiënt systeem, terwijl de werkdruk erg hoog is. Dat zou ik wel willen veranderen!

Tot slot, had je bepaalde keuzes anders willen maken?
Nee, zeker niet. Ik ben nog steeds blij dat ik Geneeskunde ben gaan studeren, want het menselijk lichaam is gewoon enorm boeiend. Vooral van de coschappen heb ik zoveel geleerd. Niet alleen op medisch vlak, maar ook op persoonlijk vlak. Ik zou iedereen dan ook willen aanraden om zijn/haar eigen pad te volgen en niet bang te zijn voor keuzes die misschien niet zo voor de hand liggen!


Vragen of opmerkingen over de blog? Ik vind het leuk als je me een berichtje stuurt op instragram of via e-mail. Vrienden of collega’s die deze blog wellicht ook interessant vinden? Deel het met ze!

Blog 2: In gesprek met een cosmetisch arts

Ik ben op zoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt met een doktersdiploma. De standaardroute van arts-assistent tot medisch specialist in het ziekenhuis kennen we allemaal goed door de coschappen, maar wat is er buiten het ziekenhuis eigenlijk allemaal te kiezen? Elke week staat er een blog online, de ene week over van alles wat te maken heeft met het maken van die keuze, de andere week krijg je een inkijkje in het leven van een dokter die andere keuzes gemaakt heeft. Want hoe ziet je dag er dan uit? Waarom zijn deze keuzes gemaakt? En hoe is hij of zij gekomen op de plek waar die dokter nu staat?

Deze week ga ik in gesprek met een cosmetisch arts, niemand minder dan dokter Dionne Deibel. Ze is slechts 25 lentes jong, enorm gedreven in alles wat ze doet, maar ook een echte levensgenieter en niet te vergeten mijn oud studie- en huisgenootje.


Lieve Dionne, wat ontzettend leuk dat jij een inkijkje wilt geven in jouw leven. Vertel eens, wat doe jij nou precies?
Ik ben cosmetisch arts. Op dit moment werk ik alleen met injectables: botox en fillers dus. Ik heb de hele dag poli waarbij ik patiënten zie, de hulpvraag achterhaal, een behandelplan maak en vrijwel altijd direct de behandeling uitvoer. Mijn dag bestaat uit nieuwe patiënten en herhaalbehandelingen. Ik vind het met name gewoon heel erg leuk om met mijn handen bezig te zijn. Je ziet direct resultaat, ook al is het eindresultaat pas na 2 weken echt goed zichtbaar, onder de naald zie je de verbeteringen ontstaan en dat maakt het leuk!  Waar ik ook erg blij mee ben is de sfeer in mijn spreekkamer. Doorgaans hebben patiënten echt geen zin om naar de dokter te gaan, maar bij mij komen ze allemaal uit vrije wil. Bij ons komen patiënten blij binnen en gaan nog blijer naar buiten. 

‘ Bij ons komen patiënten blij binnen en gaan nog blijer naar buiten. ‘

Vond je het moeilijk om de keuze te maken om buiten het ziekenhuis te gaan werken? Wat stond je het meest tegen in het ziekenhuis?
Ja, ik heb enorm geworsteld met de vraag wat ik wilde gaan doen na Geneeskunde. Zoals velen heb ik tijdens mijn studie mijn best gedaan om een CV op te bouwen. Ik heb onderzoek gedaan, verschillende artikelen geschreven, in het bestuur van IFMSA (International Federation of Medical Students Associations) gezeten, bijbaantjes gehad en een jaar lang masterclasses van VCMS (Vereniging Chirurgie voor Medische Studenten) gevolgd. Ik ben na mijn studie van Eindhoven naar Nijmegen verhuisd om daar gratis fulltime onderzoek in het Radboudumc te doen, na twee andere betaalde banen ervoor te hebben afgezegd. Naast fulltime onderzoek werkte ik bij bloedbank Sanquin, want de huur moet immers ook betaald worden, maar dat betekende weken van 70-80 uur.  Kortom, ik ben nooit bang geweest om hard te werken.
Echter, om politieke redenen ben ik niet in opleiding gekomen bij het specialisme dat ik graag wilde. Een lid van de sollicitatiecommissie heeft, zonder me ooit gesproken te hebben voor de sollicitatie zelf, een veto uitgesproken dat ze mij absoluut niet op de afdeling wilde hebben om onduidelijke redenen. Op de vraag wat ik niet mis aan het ziekenhuis, moet dit het antwoord zijn: de politieke spelletjes. Mijn toekomst ligt namelijk in de handen van de leden van de opleidingscommissie, dat is een enorme machtspositie. En hun keuzes worden niet altijd gebaseerd op hoe goed je bent, maar ook of ze je aardig vinden en welke contacten je hebt. Dan voel je je heel erg machteloos.
Enfin, de tweede optie was promoveren en verder uitzoeken wat ik nou eigenlijk wilde. Om contact te houden met de kliniek ben ik aan de slag gegaan als cosmetisch arts, maar dat is zo ontzettend goed bevallen dat ik dit fulltime ben gaan doen. Het is de beste keuze die ik had kunnen maken, maar het is zeker niet zonder rouwproces gegaan. Arts worden in het ziekenhuis had ik al bijna 20 jaar voor ogen, dus daar afscheid van nemen was lastig en ging gepaard met enige traantjes ondanks dat ik wist dat het goed was. 

Hoeveel vrijheid heb jij in je werk? Hoe veel uur werk je en wie bepaalt er wanneer jij werkt en hoe je werkdag eruit ziet?
Ik werk 5,5 dag in de week, maar de dagen zijn relatief kort. Op dit moment werk ik van 9.30-17.00 uur en in de zomer wordt dit 8.30-16.00 uur. Op het moment dat ik de deur achter me dicht trek, ben ik ook echt klaar met werken. Ik volg gemiddeld twee keer per maand een webinar in de avond, dat is niet verplicht maar vind ik gewoon interessant. 
Ik werk als ZZP’er, dat houdt in dat ik mijn eigen uren en vakantie bepaal. In principe heb ik daarin alle vrijheid. Het nadeel is wel dat wanneer je niet werkt, er ook geen geld binnen komt. Dat geeft soms wel druk om meer en meer te werken. 
Binnen het werk heb ik ook veel vrijheid. De eerste maanden viel het me op dat ik in het ziekenhuis altijd alles deed met de gedachte in mijn achterhoofd ‘wat gaat mijn supervisor hier van vinden? Is het goed genoeg?’, nu heb ik geen supervisor en hoef ik alleen nog maar met de patiënt bezig te zijn.  

Heb je diensten? Zo ja, hoe vaak en zijn deze diensten druk?
Gemiddeld heb ik één week per jaar dienst. Deze heb ik al gehad en ik ben nul keer gebeld, dus ze zijn wel te doen haha. 

‘Arts worden in het ziekenhuis had ik al bijna 20 jaar voor ogen, dus daar afscheid van nemen was lastig en ging gepaard met enige traantjes ondanks dat ik wist dat het goed was.’

Hoe veel procent van je werkdag ben je bezig met administratie?
Ik denk dat ik ongeveer twee minuten per consult bezig ben met administratie, consulten duren 15 tot 30 minuten. Deze administratie is af tijdens het consult, dus het komt nauwelijks voor dat ik nog aparte administratie moet doen. 

Wat vind jij het allerleukste aan je werk? En wat is voor jou een nadeel?
Ik ben in de lead van mijn eigen behandelingen en zoals eerder gezegd, de sfeer is heel goed. Als ik een nadeel zou noemen is dat het feit dat ik me een stuk minder dokter voel.

En dan een hele brutale vraag, wat schuift dat?
Dat ligt een beetje aan de kliniek waar je werkt, maar gemiddeld één tot meerdere medisch specialisten salarissen. Het nadeel: niet werken is geen geld.

Zijn er doorgroeimogelijkheden?
Op dit moment werk ik alleen met injectables, ik wil dat graag uitbreiden met chirurgie. Er is chirurgisch steeds meer mogelijk als cosmetisch arts en het is één van de snelst ontwikkelende vakgebieden, dus de mogelijkheden breiden alleen maar uit. Als je een ondernemershart hebt, zit je in dit vakgebied natuurlijk ook goed. Een eigen kliniek openen kan zeker tot de mogelijkheden behoren van je carrièrepad.

Mis je het ziekenhuis wel eens?
Soms mis ik het dokteren wel. Ik voel me meer een behandelaar dan een dokter op de meeste momenten. 

Had je bepaalde keuzes anders willen maken?
Nee, heel cliché, maar ik heb van al mijn keuzes waardevolle lessen geleerd. Ik heb door mijn reis veel nagedacht en geleerd over wie ik ben en wat mij gelukkig maakt, plus aan mijn tijd in het Radboud heb ik een hele leuke vriend over gehouden haha. 

Allerlaatste vraag, als er mensen zijn die ook cosmetisch arts zouden willen worden. Hoe zouden zij dat dan aan moeten pakken?
Cosmetisch arts is geen beschermde titel, ik heb een interne opleiding gevolgd. Je hoeft overigens niet per se arts te zijn, er zijn bij onze kliniek ook HBO-verpleegkundigen. Het is populairder bij patiënten dan bij artsen, dus op het moment staan er bij veel klinieken vacatures open! 

Wil je meer weten over Dionne en haar werk? Of heb je vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze blog? Laat dan een berichtje achter op instagram via onderstaande buttons. Heb je vrienden of collega’s die deze blog interessant of inspirerend kunnen vinden, deel het dan met ze!