Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan – Bas

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene dat zo spannend is te doen.

Bas is anesthesioloog in opleiding, maar werkte hiervoor op verschillende afdelingen waaronder de intensive care (IC). Je moet sterk in je schoenen staan om als zorgmedewerker op de IC te kunnen werken vanwege de ernstig zieke mensen die je daar behandelt. Bas vertelt over een bijzondere ervaring op de IC die hem lang zal bijblijven.

Bas: ‘Tijdens de ochtendoverdracht hoorde ik dat er een man was opgenomen na een reanimatie. Ik schrok, want ik herkende direct de naam en de plek waar het gebeurd was: het was de vader van een goede vriend van mij. Hij was op mijn afdeling opgenomen. Toen we uit de overdracht kwamen, zag ik mijn vriend op de gang staan. We hadden elkaar al een tijd niet meer gezien vanwege de coronapandemie en ik twijfelde of ik hem zou aanspreken aangezien het een gekke situatie was. Ik ben toch naar hem toegelopen, ik kon het feit dat zijn vader op mijn afdeling lag niet negeren. Het gesprek dat ik met hem had verraste me. Ik zie mezelf als een anios, werkend op een specialistische afdeling en bewust van alles wat ik (nog) niet kan. Mijn vriend zag mij als een bekend gezicht tussen al het onbekende, het gaf hem rust. 

Thuis merkte ik dat ik meerdere keren aan de situatie moest denken. Dat voelde voor mij niet goed, omdat ik dit bij andere patiënten nog nooit op deze manier heb gehad. Om deze reden heb ik de zorg voor de patiënt overgedragen aan een collega nadat ik kort met mijn collega’s sprak over het feit dat ik de patiënt persoonlijk kende. Zij stelden diepgaandere vragen, maar dat hoefde niet voor mij. Ik had thuis al kunnen spreken over de situatie en mijn emoties daarbij. Toch ben ik ben dankbaar dat mijn collega’s hier aandacht voor hadden, want het is mogelijk dat ik deze steun in andere situaties wel nodig zou hebben.

Tijdens het gesprek dat ik met mijn vriend voerde, vroeg hij mij om zo goed mogelijk op zijn vader te passen. Ik vond het bijzonder dat hij dit zo persoonlijk aan mij vroeg. Dit zette me aan het denken: ik realiseer me dat het niet alleen gaat om ziek zijn en weer beter worden. De angst van mensen gaat niet alleen over genezen, maar ook of er goed voor iemand wordt gezorgd. Als beginnend arts ben ik met name bezig met het maken van een goed behandelplan en heb ik korte contactmomenten met patiënten en hun familie, dat past bij cure. Verpleegkundigen hebben vaak langere contactmomenten met patiënten en zijn meer gericht op care. Deze situatie heeft me bewuster gemaakt dat ik een dokter wil zijn die ruimte wil hebben voor goede zorg en het (laten) zien van emoties. Naast mijn taak als ‘geneeskundige’ ben ik als arts ook mens. Ik moet soms proberen om meer persoonlijk aan te sluiten bij de situatie van mensen wat je niet uit de boeken leert, maar wat je moet ondervinden.

‘Vergeet niet dat je ook gewoon mens bent’
– Bas

Gelukkig kon de patiënt met ontslag naar huis. Ik heb getwijfeld of en wanneer ik contact met mijn vriend moest zoeken, ik vroeg me namelijk regelmatig af hoe het met zijn vader zou gaan, maar ook hoe het met hemzelf en de rest van de familie ging. Tijdens een IC-opname komt er veel op iemand en diens familie af, houden ze alles wel vol thuis? Uiteindelijk heb ik contact gezocht met mijn vriend en hebben we over de situatie gesproken: dat was voor mij erg prettig. We vonden beiden dat het best gek was om in zo’n situatie een bekend iemand te zien. Hij vroeg me dan ook hoe ik het ervaren had en hoe het nu met mij ging; dat vond ik erg waardevol, vooral omdat ik die vraag helemaal niet had verwacht toen ik het gesprek aanging. We hebben onze ervaringen met elkaar gedeeld en echt naar elkaar geluisterd. Dat gaf me troost. In de periode hierna dacht ik regelmatig aan de leuke momenten die ik met mijn vriend en zijn familie heb beleefd, al kwam daar soms wel een verdrietig gevoel bij.

Het grootste leermoment van dit alles is het feit dat het elke arts of zorgverlener kan overkomen: je moet iemand behandelen die je kent. Zowel bij beginnende als ervaren artsen. Ik heb zelf ervaren dat het bespreekbaar maken van de bijzondere situatie de afstand kan verkleinen. Belangrijk hierbij vind ik om aan mensen te vragen wat zij van de mogelijk beginnende behandelrelatie vinden, dat maakt je zelfs een goede dokter in mijn ogen. Het kan dan voor beiden partijen verlichting geven, je hoeft dan niet te gissen als arts wat jouw bekende patiënt van de situatie vindt. Neem hier de tijd voor, het is een gekke situatie. Blijf open voor de gevoelens van de ander, want die kunnen soms anders zijn dan je zelf denkt, maar heb er ook vrede mee als je niet de juiste persoon voor dat moment bent. Er is vaak een andere manier of een collega die je wil helpen. Het is niet makkelijk en het kan veel energie kosten, omdat je dichterbij diegene staat. Het kan moeilijk zijn om je op het juiste moment kwetsbaar op te stellen, op medisch en persoonlijk vlak. Ben eerlijk over je eigen gevoelens, kom dichter bij je patiënten en vergeet niet dat je ook gewoon een mens bent.’ 

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan – Tessa

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene dat zo spannend is te doen.

“Ik herinner mijn eerste dienst als achterwacht nog goed”, zegt Tessa. “Het was een weekenddienst die om acht uur begon.” De diensten die Tessa doet in het verpleeghuis zijn bereikbaarheidsdiensten, dat wil zeggen dat de arts in principe thuis is en alleen iets gaat doen als hij of zij gebeld wordt door de verpleegkundigen. Als de dienst om 8.00 uur begint, kan er om 8.00 gebeld worden. “Ik had mij aangekleed en ontbeten, en zat bij de start van mijn dienst achter mij laptop, klaar om gebeld te worden.” Wat Tessa na enige tijd besefte was dat zij geen voorwacht meer was en dus niet meer als eerste gebeld zou worden. Ze zat dus eigenlijk voor niks klaar achter haar laptop. Als Tessa tegenwoordig dienst heeft, dan zorgt ze dat ze op tijd wakker is, maar ze kan nog iets langer in haar pyjama op de bank blijven zitten. Soms is ze zelfs bij vrienden op bezoek, maar altijd met laptop. “Het kan zijn dat ik ineens moet gaan, omdat ik een cliënt moet gaan beoordelen”, geeft Tessa aan, “vrienden zijn ondertussen gewend dat dit kan gebeuren als ik dienst heb, het hoort er nu eenmaal bij.”
Tijdens haar eerste diensten als specialist vond Tessa het best spannend om achterwacht te zijn. Als aios had zij al meerdere keren overdag supervisie moeten geven en in haar laatste voorwachtdiensten als aios belde zij zelden haar achterwacht. Tessa vertelt: “ik was zenuwachtig, omdat ik bang was dat ik niet alle vragen zou kunnen beantwoorden. Ik heb als specialist geen achterwacht meer, ik moet zelf met een plan of oplossing komen. In zeldzame situaties kan je sparren met een collega, maar dat is absoluut niet standaard. Daarnaast wil je het goed doen, je wil compleet zijn. Dingen die voor mij vanzelfsprekend zijn, moet ik wel goed bespreken met de voorwacht. Het kan anders gebeuren dat er handelingen vergeten worden en het beleid niet compleet is.”  


Wat Tessa (nog steeds) lastig vindt aan de diensten als achterwacht, is het feit dat ze de cliënt niet zelf kan zien. De voorwacht beschrijft wat er aan de hand is, maar soms is één blik op de cliënt genoeg om in te schatten wat er nodig is: het gevoel wat je hebt als je naar een zieke cliënt kijkt. Tessa vertrouwt op de inschatting van haar collega’s, maar de ene voorwacht kent ze beter dan de andere. “Ik probeer de voorwachten het belang van hun beoordeling te benadrukken tijdens een dienst”, geeft Tessa aan, “cijfers, zoals de bloeddruk, zijn belangrijk, maar wat maakt in het klinisch beeld dat een cliënt wel of niet ziek is? Daarop baseer ik namelijk grotendeels mijn behandeling.”
Daarnaast wil Tessa de aios en anios graag zo veel mogelijk bij brengen over het vak, ook tijdens de diensten. Ze wil niet meteen het beleid bepalen, want zo leer je er weinig van. Echter, tijdens een dienst kan het enorm druk zijn, waarbij er niet altijd genoeg tijd is om uitgebreid stil te staan bij elke casus. Tessa kan nog moeite hebben om de balans te vinden tussen sparren met de voorwacht en diegene iets te leren of direct het beleid te geven, zodat haar collega verder kon. Wel probeert Tessa de drempel zo laag mogelijk te houden om haar als achterwacht te bellen voor overleg of zelfs met de vraag om een cliënt te gaan beoordelen. Ze zegt: “Ik weet nog goed als basisarts en als aios dat het lastig kan zijn om je achterwacht in te schakelen, omdat het je niet lukt om vanwege drukte alle cliënten te zien. Het was dan fijn als de achterwacht uit zichzelf aanbood om te komen helpen. Dit probeer ik nu als specialist ook te doen. Ik hoor soms de paniek of de stress in de stem van de voorwacht en de opluchting als ik voorstel om te komen helpen. Ik wil graag laagdrempelig benaderbaar zijn, ik geloof namelijk dat je dan de beste zorg kan leveren aan je cliënten.” Dat Tessa niet alles zelf kan beoordelen en daarmee controle kan houden op de situatie, heeft ze geleidelijk aan losgelaten. Ze kijkt mee in het dossier van de cliënt als er gebeld wordt en soms ook aan het einde van de dienst kijkt ze in het dossier hoe het met de cliënt gaat. “Ik moet af en toe loslaten dat ik eindverantwoordelijk ben voor een cliënt. Samen met de voorwacht maak ik een plan, we zijn een team en dus samen verantwoordelijk. Als ik zou blijven piekeren over mijn beslissingen, dan houd ik deze baan niet vol en zou ik ’s nachts niet meer kunnen slapen”, zegt Tessa.

“Ik was zenuwachtig, omdat ik bang was dat ik niet alle vragen zou kunnen beantwoorden”
– Tessa

Iets anders wat Tessa opvalt sinds ze specialist ouderengeneeskunde is, is dat mensen regelmatig aan haar vragen hoe oud ze is. Ze voelt zich soms inderdaad jong, ze was namelijk 28 jaar toen ze specialist werd. Een aantal aios of anios die ze superviseert zijn ouder dan haar, wat grappige situaties kan opleveren. “Cliënten en hun families moeten soms even schakelen, ik zie ze dan denken: ‘ben jij de specialist?’ Hier moet ik wel om lachen, ik kan het namelijk helemaal begrijpen”, zegt Tessa. Toch weerhoudt het haar niet om haar kennis te delen en maakt het haar niet onzeker in haar werk. Haar expertise heeft veel toegevoegde waarde tijdens overleggen of het bespreken van behandelopties; dan maakt het mensen niet meer uit hoe oud je bent.

In het overleg met de specialisten in de tweede lijn merkt Tessa dat ze serieuzer genomen wordt dan toen ze basisarts of aios was. Ze wordt gelijkwaardiger behandeld. Tessa weet niet goed waar dit aan ligt. “Het kan meerdere verklaringen hebben”, geeft ze aan, “sinds ik specialist ben heb ik een andere titel, maar ik voel me ook een stuk zekerder. Daarbij wordt het vak ‘specialist ouderengeneeskunde’ steeds bekender onder specialisten. Waar het eerste het imago van een stoffig vak had, wordt nu steeds duidelijker hoe belangrijk de expertise is die we als specialisten ouderengeneeskunde hebben. Tijdens onze opleiding komen we ook in het ziekenhuis, waarbij ziekenhuisspecialisten kennis maken met ons vak. Meer bekendheid betekent ook meer respect en begrip. Het voelt goed om deze verandering te merken”.

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan! – Isabelle

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene dat zo spannend is te doen.

Veel artsen krijgen tijdens hun carrière te maken met de dood. Dit kan een heel vluchtig contact zijn, maar ook na een lang en intensief traject. Isabelle is specialist ouderengeneeskunde in opleiding en begeleidt regelmatig patiënten en hun familie in deze laatste levensfase. Voor een beginnend arts kan een terminale patiënt confronterend zijn en veel onzekerheden met zich meebrengen. Hoe herken je iemand die zich in de laatste levensfase bevindt en wat houdt het in om iemand in die fase te begeleiden? Isabelle vertelt over één van haar eerste ervaringen met een terminale patiënt:

‘Ik was toentertijd nog anios en had voorwacht in één van mijn eerste weekenddiensten. Ik werd gebeld door de verpleging over een terminale mevrouw die woonachtig was op een psychogeriatrische afdeling (gesloten afdeling). De verpleging vond mevrouw comfortabel, maar de familie van mevrouw was het hier niet mee eens, zij zagen namelijk kleine schokjes bij haar armen en benen. De verpleging had de familie uitgebreid uitleg gegeven over de terminale fase en daarbij besproken dat er nu geen indicatie was om te starten met het slaapmiddel midazolam, maar familie accepteerde dit niet. Ik werd gebeld door de verpleging met de vraag of ik mevrouw kon komen beoordelen en in gesprek kon gaan met de familie. Ik wist niet goed wat ik kon verwachten, mede omdat ik hier nog maar weinig ervaring mee had. Daarnaast was het tijdens een weekenddienst, ik kende deze mevrouw niet goed en ik kon geen supervisor meenemen naar deze beoordeling. Allerlei factoren die mij op voorhand al wat onzekerder maakten. Terwijl ik naar de locatie reed probeerde ik me voor te bereiden: ik zou mogelijk een boze familie gaan zien en ik moest in gesprek gaan over een zeer gevoelig en belangrijk onderwerp waarin de meningen tussen verpleging en de familie verschilden. Hoe bespreek je zoiets? Deze vraag had ik nog niet beantwoord toen ik bij mevrouw binnenliep.

De familie kwam direct geïrriteerd op mij over: ze wisten waarom ik was gekomen en dat ik als arts waarschijnlijk ook geen midazolam wilde gaan starten. Dit overviel mij, omdat ik nog niets met de familie had besproken. Ik heb de familie uiteindelijk meegenomen naar een andere kamer, omdat er voor mijn gevoel bijna letterlijk over de terminale, en tevens comateuze, mevrouw heen werd geschreeuwd. Schokjes had ik niet gezien bij mevrouw, maar haar familie was hier zo van overtuigd, in hoeverre kan en ga ik dat dan tegenspreken? Ik had ten tijde van deze casus nog niet zo veel mensen gezien die stervende waren, dus ik had zelf geen goed beeld van wat normaal is rondom het overlijden. Hoe zie ik eigenlijk of iemand comfortabel is? Misschien was de familie wel zo fel, omdat mijn beoordeling niet goed was? Ik voelde enige weerstand bij mezelf om midazolam te starten. Dit was één van de eerste keren dat ik dit middel zou gaan voorschrijven. Is er wel een indicatie voor dit middel? Is het te vroeg in deze fase en volg ik de regels wel? Uiteindelijk heb ik mijn achterwacht gebeld en uitgebreid gesproken over mijn beoordeling van mevrouw, mijn twijfels en de verwachtingen van de familie. Uiteindelijk hebben we samen geconcludeerd dat mevrouw comfortabel was en dat deze schokjes ook veroorzaakt konden worden door de sterke pijnstiller morfine. Toch kozen we ervoor om zo nodig midazolam in lage dosering te starten, deels om de familie tegemoet te komen. Toen ik het beleid besprak met de familie kreeg ik de indruk dat ze het me kwalijk namen dat het voor hun beleving zo lang duurde voordat hun moeder comfortabel werd gemaakt. Dit gaf mij een vervelend gevoel. Ik wilde mijn handelen namelijk eerst verifiëren voordat ik zou starten met een middel waar ikzelf nauwelijks ervaring mee had. Het was uiteraard niet mijn intentie om de familie dwars te zitten en hun ongelijk te geven. Ik vond de familie op dat moment onredelijk, maar inmiddels snap ik dat zij uit emotie handelden en heb ik dit gevoel naast mij neer kunnen leggen.’

“Zolang we die glazen bol niet hebben, weten we niet precies wat er gaat gebeuren.”

Terugkijkend op deze casus merkt Isabelle dat ze nu minder terughoudend is met het starten van medicatie in de terminale/palliatieve fase. Ze heeft in de afgelopen jaren meer ervaring kunnen opdoen met deze medicamenten en het stervensproces. Ze herkent nu beter wanneer iemand comfortabel is en de tekenen van iemand die stervende is. Ook het spreken met en uitleg geven aan de familie is Isabelle niet meer vreemd. Ze kan makkelijker een inschatting maken welke woorden er nodig zijn. Tegenwoordig neemt ze de wensen en meningen van de familie meer mee in haar beleid. Het is de familie die verder moet met de herinneringen aan hun stervende familielid. Ze legt het beloop en de mogelijkheden van medisch ingrijpen uit, wat voor veel patiënten en familieleden rust geeft. Hoewel Isabelle nu een stuk zekerder van haar zaak is, blijft het sterven een onvoorspelbaar proces. Deze onzekerheid durft Isabelle met haar patiënten en hun familie te bespreken, wat vaak enorm gewaardeerd wordt. Zolang we die glazen bol niet hebben, weten we niet precies wat er gaat gebeuren en is goede uitleg belangrijk. Er valt nog veel te leren, want elke situatie is weer anders. Zoals een specialist ouderengeneeskunde ooit tegen Isabelle heeft gezegd: ‘groeien door te knoeien’ en daar houdt ze zich aan vast. 

In gesprek met een AIOS Arts voor Verstandelijk Gehandicapten

Deze week ga ik in gesprek met dr. Renée Blom, zij is in opleiding tot arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG). Voor vele een onbekend specialisme, en precies daarom is het zo leuk om er meer van te weten te komen! Wat wist je bijvoorbeeld dat..
* Er in Nederland zo’n 142.000 mensen zijn met een verstandelijke beperking? Om dit in perspectief te plaatsen; in 2021 waren er in Nederland 290.000 mensen met dementie.
* Nederland het enige land ter wereld is met dit specialisme en dat dit pas sinds 2000 bestaat?
* Een huisarts poliklinisch kan verwijzen naar een arts voor verstandelijk gehandicapten?

Renée Blom

Renée, wat leuk dat je iets willen vertellen over jouw werk! Vertel eens, hoe zien jouw dagen eruit als Arts voor Verstandelijk Gehandicapten in opleiding? 
Mijn dagen zien er meestal heel afwisselend uit! Ik werk op de medische dienst van een instelling waar cliënten met een verstandelijke beperking wonen. De cliënten die daar wonen variëren van jong tot oud en van mensen met een licht verstandelijke beperking tot een ernstige meervoudige beperking. Doordat de mensen binnen de instelling wonen en niet per definitie ziek zijn, noemen wij hen dan meestal ook niet patiënten maar cliënten of bewoners.
Op een gemiddelde dag heb ik spreekuur, maar ik doe ook visites bij cliënten voor wie het lastiger is om naar de medische dienst te komen. Verder heb ik regelmatig overleg met alle disciplines betrokken rondom een cliënt (zoals gedragsdeskundigen, fysiotherapie, logopedie, ergotherapie, verwanten) in de vorm van een MDO. Ook werk ik om de week een dag voor een kinderdagcentrum voor kindjes met een verstandelijke beperking. Verder heb ik af en toe poli waarbij mensen worden gezien die niet wonen binnen een instelling, maar waar wel behoefte is aan de expertise van een Arts VG (zoals bijvoorbeeld de Down poli in het MUMC).

Waarom heb je gekozen voor Arts voor Verstandelijk Gehandicapten, was het een lastige keuze? 
Ik heb altijd al affiniteit gehad met de doelgroep, doordat mijn moeder werkt als activiteitenbegeleidster voor mensen met een verstandelijke beperking. Tijdens mijn geneeskunde opleiding heb ik dan ook een keuzeblok en mijn sociale coschap in deze richting gevolgd. Later in de opleiding heb ik nog de ambitie gehad om kinderarts te worden. Echter tijdens mijn semi-artsstage merkte ik hoe hoog de werkdruk is binnen de kindergeneeskunde en hoe moeilijk het kan zijn om een opleidingsplek te kunnen krijgen. Ook twijfelde ik of ik uiteindelijk echt in het ziekenhuis zou willen werken. Toen ik vervolgens een vacature voor basisarts binnen de gehandicaptenzorg tegenkwam, werd ik hier wel heel nieuwsgierig naar. Met het idee dat ik altijd weer terug kon naar het ziekenhuis ben ik dat toen gaan doen. Vervolgens heb ik het ziekenhuis nooit meer echt gemist en vond ik het specialisme waar ik naar op zoek was!
Binnen het werk als Arts voor Verstandelijk Gehandicapten vind ik nu eigenlijk alles wat ik leuk vind.

Wat houdt het vak precies in?
We zijn er in principe voor alle mensen met een verstandelijke beperking. In Nederland zijn dit zo’n 142.000 mensen, die dus een IQ hebben onder de 70. Binnen deze groep heeft ongeveer de helft een lichte verstandelijke beperking en de andere helft een matige, tot ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking. De oorzaak van deze verstandelijke beperking kan met de huidige technieken bij 80% van de mensen verklaard door een genetische afwijking. Soms zijn dit bekende afwijkingen zoals het syndroom van Down, maar vaak zijn dit ook zeldzame syndromen waarbij allerlei orgaansystemen betrokken kunnen zijn. Kennis van deze syndromen is dan ook belangrijk binnen ons vakgebied omdat je dan weet of je bijvoorbeeld alert moet zijn op cardiale problematiek of visusproblemen. Soms kan een verstandelijke beperking ontstaan door hersenschade rond de geboorte of op latere leeftijd (niet aangeboren hersenletsel), waarbij epilepsie en/of spasticiteit weer meer voorkomt. Een andere groep binnen ons werk zijn de cliënten met een lichte verstandelijke beperking, die in de steeds moeilijker wordende maatschappij tegenwoordig minder goed mee kunnen komen. Binnen deze groep spelen soms ook dingen als psychiatrische stoornissen of verslaving. Soms laten cliënten ook gedragsproblemen zien zoals agressiviteit of automutilatie waarbij we dan meekijken of dit een lichamelijke oorzaak kan hebben.
We zijn eigenlijk een soort generalistische specialist. We kijken naar het hele plaatje rondom een cliënt, maar hebben daarbij hele specifiek kennis over zaken als epilepsie, genetica, revalidatiegeneeskunde, psychiatrie e.d. Op deze vlakken werken we samen met andere specialisten. Zo komt er binnen de instelling elke paar maanden een neuroloog, revalidatiearts, psychiater, internist, reumatoloog en klinisch geneticus langs die dan spreekuur doet op locatie.
Een deel van de mensen met een verstandelijke beperking woont niet binnen een zorginstelling, maar bijvoorbeeld bij ouders thuis. Deze mensen hebben allemaal een eigen huisarts, maar voor een huisarts kan het soms lastig zijn om de zorg rondom een specifiek syndroom of gedragsproblemen op zich te nemen. Voor deze groep mensen zijn we poliklinisch te betrekken op verwijzing van de huisarts. Ook zijn er voor veel syndromen speciale expertisecentra binnen de academische ziekenhuizen waar meestal ook een Arts Verstandelijk Gehandicapten aan verbonden is.

‘We zijn eigenlijk een soort generalistische specialist met specifieke kennis over syndromen en alles dat daarbij hoort’

Hoe ziet de sollicitatieprocedure voor een opleidingsplek eruit? 
De sollicitatieprocedure bestaat als uit het schrijven van een motivatiebrief en aanleveren van CV. Vervolgens word je uitgenodigd voor het sollicitatiegesprek wat volgens de STAR-methode wordt uitgevoerd. Hierbij wordt dus specifiek ingegaan op situaties die je hebt meegemaakt en hoe je hierop kunt reflecteren. Als je vervolgens bent aangenomen wordt gekeken op welke locatie er een opleidingsplek beschikbaar is om geplaatst te kunnen worden.

En hoe ziet de opleiding er vervolgens dan uit? 
De opleiding duurt in totaal 3 jaar en is georganiseerd vanuit het Erasmuc MC in Rotterdam. Er is een wekelijkse onderwijsdag op maandag en deze is de ene week fysiek in Rotterdam en de andere week digitaal. In het eerste en het derde jaar van de opleiding ben je werkzaam binnen een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking onder supervisie van je opleider. In het tweede jaar ben je een geheel jaar bezig met het doen van stages binnen aangrenzende vakgebieden (zoals psychiatrie, klinische genetica, revalidatie, epilepsiezorg, ouderengeneeskunde). Deze stages mag je zelf uitkiezen zodat ze aansluiten op jouw interesses en leerdoelen.
De opzet van de opleiding lijkt dus erg op die van de huisartsenopleiding, echter is de inhoud heel anders. We leren vooral over alle zaken die specifiek komen kijken bij mensen met een verstandelijke beperking, zoals kennis over syndromen, epilepsie, bewegingsproblemen, gedragsproblemen enz.
Ik volg de opleiding fulltime, maar er bestaat ook de mogelijkheid om deze parttime te volgen. Het is nog een jong specialisme (het is erkent sinds 2000), dus daarmee is het nog volop in ontwikkeling. Er zijn veel mogelijkheden om je verder te specialiseren in een specifieke richting maar het is ook mogelijk om heel breed te blijven werken.
Een PhD traject is ook een optie! Dit wordt een AIOTO traject genoemd waarbij je de opleiding afwisselt met het doen van onderzoek. Dit is dan een gecombineerd traject van 5 tot 6 jaar waarbij de AIOS in blokken om en om werkt aan het onderzoek en stukken van de opleiding doorloopt. Vaak zijn er vanuit het Erasmus MC of vanuit het Radboud UMC lopende onderzoeken vanuit waar een PhD kandidaat wordt gezocht.

Is het lastig om een opleidingsplek te bemachtigen. Wat zijn de criteria? 
In principe is dit niet heel lastig. Doordat het een erg onbekend specialisme is, worden de opleidingsplekken helaas elk jaar nog niet helemaal opgevuld. Er zijn geen specifieke criteria om te kunnen solliciteren. Wel is het natuurlijk een pré als je al wat ervaring hebt met de doelgroep.
 
Wat vind je het allerleukst aan jouw baan? En wat het lastigst?  
Het allerleukste vind ik het contact met de cliënten. Zij zijn heel puur in hun reactie en altijd eerlijk. Dus ik kan best wel eens te horen krijgen dat ik bijvoorbeeld een rare trui aan heb, maar vervolgens ook dat ze blij zijn met mij als dokter. Doordat ik langdurig betrokken ben bij de cliënten, leer ik hen goed kennen en dit helpt mij vervolgens om ook te kunnen zien wanneer het minder goed met hen gaat. De communicatie met de cliënten kan soms een uitdaging zij, want een deel van de cliënten kan bijvoorbeeld niet praten. Daardoor kunnen zij hun klachten niet verbaal uiten en kan het soms een hele zoektocht zijn om te achterhalen waarom iemand bijvoorbeeld pijnklachten lijkt te uiten. Daarin is het dan belangrijk om goed te luisteren naar de begeleiding van de woongroep, andere betrokken disciplines en verwanten om alle kleine signalen te verzamelen. Vervolgens ga je samen puzzelen naar de oorzaak van de klachten en hoe je de cliënt het beste kunt helpen.
Verder vind ik de afwisseling erg leuk. We zorgen dus voor alle mensen met een verstandelijke beperking, dus dit maakt dat we ons met veel verschillende dingen bezighouden. Het ene moment kun je bijvoorbeeld een gesprek voeren met iemand met een licht verstandelijke beperking en slaapproblemen, het andere moment word je geroepen bij iemand in een epileptisch insult of begeleid je iemand in de terminale fase.

Draai je ook diensten? En hoe zien die diensten eruit?
Dit verschilt per locatie. Op sommige plekken draaien de artsen diensten in de vorm van bereikbaarheidsdienst. Er is dan een verpleegkundige voorwacht en je bent dan oproepbaar vanuit huis. Op de locatie waar ik momenteel werk is er een overeenkomst met de huisartsenpost, waardoor zij worden benaderd in de avond-nacht en weekenden. Wel zijn we als Arts VG voor de HAP bereikbaar voor specifieke vragen waar zij minder ervaring mee hebben (zoals epilepsie, gedragsproblemen e.d.).

Hoe veel administratie heb jij? Is dat net zoveel als in het ziekenhuis? 
Dit verschilt nogal per dag. Voor de cliënten die wonen binnen de instelling waar ik werkzaam ben, hoef ik geen brieven of iets dergelijks te maken. Daarvan hoef ik alleen mijn notities van een consult of visite te noteren. Wel hebben we ook wat administratieve taken die voortkomen doordat de cliënten binnen de instelling wonen, zoals het invullen van zaken in het zorgplan of opstellen van verklaringen voor aanvragen voor hulpmiddelen.

Heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze? 
Mijn tip zou vooral zijn om te gaan kijken bij alle specialismen die je interessant lijken om zo een breed beeld van de opties te krijgen. Daarbij is het inhoudelijke natuurlijk belangrijk, maar denk ook na over de randvoorwaarden zoals werktijden, dienstbelasting e.d. Ook zou ik bij deze mensen wel willen aanmoedigen om ook te denken aan de specialismen buiten het ziekenhuis!

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan! – Imke

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene dat zo spannend is te doen.

Imke is huisarts in opleiding en heeft veel ervaring opgedaan in spoedeisende hulpverlening. Tijdens haar werk als anios op de spoedeisende hulp heeft zij meermaals situaties meegemaakt die nieuw waren voor haar. Eén situatie zal haar altijd bij blijven. 

Het verhaal van Imke:

‘Het was de eerste nachtdienst waarin ik niet boventallig was ingedeeld. Samen met een meer ervaren collega anios was ik verantwoordelijk voor het gehele ziekenhuis. Dat betekent dat we verantwoordelijk waren voor de spoedeisende hulp, de intensive care, de eerste harthulp en alle verpleegafdelingen. Die nacht sliep er een intensivist in het ziekenhuis, maar die zou alleen in actie komen als ik en mijn collega dit vroegen. Deze situatie op zichzelf bracht al de nodige spanning en adrenaline met zich mee. Verantwoordelijk voor de hele kiet, je weet nooit waarvoor je gebeld gaat worden. Je kent zowel het medische personeel als de patiënten niet, dat maakt het werk een stuk ingewikkelder.

Tijdens de nachtdienst ging het spoedsein af. Snel liep ik samen met mijn collega naar de verpleegafdeling waar de melding vandaan kwam. Bij binnenkomst op de kamer was de verpleegkundige van de afdeling aan het reanimeren. Mijn collega anios liep weg om de intensivist te halen. Ik wist dat dit moest gebeuren, maar ik wilde eigenlijk niet dat de collega wegging. Nu werd ik ‘alleen’ gelaten, wat moest ik doen? Ik voelde me onthand, ik moest wachten op de reanimatiekar en kon nog niet veel handelingen doen. Op de automatische piloot ging ik in de rij staan om borstcompressies te geven. De verpleegkundige keek me aan en maakte me duidelijk dat ik niet in de rij moest gaan staan, maar dat ik de leiding moest nemen. Op dat moment voelde ik de lichte paniek veranderen in echte paniek. Ik zei tegen mezelf dat ik moest weten wat ik zou moeten doen, omdat ik dit had geleerd in mijn opleiding. Ik wist me geen houding te geven, ik zei of benoemde niets en leek een soort van te bevriezen. Op dat moment kwam de reanimatiekar binnengereden, wat me een handvat gaf om in actie te komen. Aan deze kar hing een handleiding met alle stappen van een reanimatie, maar ik kon er geen wijs uit worden. Het was net alsof het briefje in een andere taal was geschreven. De collega anios kwam terug de kamer in. Ik gaf onmiddellijk aan dat het me niet lukte de leiding te nemen en dat ik wilde dat zij het overnam. Dit deed ze en ik ervaarde een gevoel van enorme opluchting. Ik kon de verantwoordelijkheid afgeven. 

Enkele uren na de reanimatie hebben ik, de anios en de intensivist de gehele situatie nabesproken. Hier besprak ik dat ik enorm baalde dat het me niet gelukt was om de reanimatie te leiden. De intensivist gaf juist aan dat het goed was dat ik mijn grenzen had aangegeven. Het had een enorm onveilige situatie kunnen worden als ik de leiding had genomen en er een chaos was ontstaan. Ik had verwacht dat ik zou worden afgesnauwd of dat ik beschuldigd zou worden dat ik dit had moeten kunnen. Niets was minder waar en ik voelde me gesteund na dit gesprek.’

Ik zei tegen mezelf dat ik moest weten wat ik zou moeten doen, omdat ik dit had geleerd in mijn opleiding.”

Imke leerde door deze situatie om haar grenzen aan te geven. Juist in spoedsituaties kan dat belangrijk zijn. De tweede keer dat ze een reanimatie meemaakte, voelde ze zich beter voorbereid en wist ze wat ze moest doen waardoor er geen gevoel van paniek meer was. Het is niet fout om om hulp te vragen. Haar ervaring vanuit de geneeskundeopleiding is dat je wordt opgeleid om zelfstandig te kunnen werken, maar je werkt bijna altijd in een team. Als je dan aangeeft dat er iets niet lukt, is dit niet fout; je kan juist meer samenwerken. Het heeft even geduurd voordat ze deze conclusie kon trekken. Door te spreken over haar ervaring met familie en collega’s heeft ze dit kunnen verwerken. 

In haar huidige werk geeft Imke beter haar grenzen aan, omdat ze deze nu beter kent. Ze vraagt haar supervisoren hoe zij iets aanpakken zodat ze ervaringen kunnen delen. Ze raakt niet snel meer in paniek, ze heeft een bepaald zelfvertrouwen en structuur opgebouwd door de ervaring in het ziekenhuiswerk. Het is goed om te beseffen hoe één ervaring waarvan je denkt dat je faalt, je juist zo veel succes kan opleveren.

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene te doen dat zo spannend is.

Aan mij de eer om te starten met deze rubriek. Het grappige is dat mijn ervaring de inspiratie is geweest voor deze rubriek. Mijn naam is Iris Merks, ik ben 28 jaar en volg de opleiding tot huisarts. Ik heb altijd al ‘iets’ willen doen binnen de enorme grenzen van de geneeskunde, zonder medische kennis te gebruiken voor directe patiëntenzorg. Hiermee bedoel ik bijvoorbeeld onderwijs geven, schrijven of wetenschappelijk onderzoek doen. Maar hoe spannend is dat? Ik ben altijd opgeleid om voor patiënten te zorgen, dus zomaar iets totaal anders gaan doen; je moet het maar durven. Daar was de oproep van Inoek: wie kan haar helpen? ‘Dokters die het anders doen’ heeft mij al meerdere malen laten zien dat ik verder moet kijken dan mijn neus lang is. Er is zoveel mogelijk binnen de medische kaders, maar het is belangrijk om buiten je eigen kaders te blijven kijken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik meerdere malen naar de oproep van Inoek heb gekeken. Het leek mij perfect om rustig te ontdekken of schrijven iets voor mij is. Maar kan ik wel schrijven? Ik heb geen ervaring, enkel ambitie. De interne criticus zorgde ervoor dat de gedachte alleen al een zenuwachtig gevoel in mij naar boven bracht. Zonder ervaring doe ik maar wat, dacht ik. Ik zal meteen door de mand vallen als ik iets schrijf of dingen inlever die niet goed genoeg zijn. Het voelde voor mij dat ik me bloot moest gaan geven op een gebied dat ik niet goed ken. Dat maakt mij enorm onzeker. Zoals jullie kunnen lezen heb ik deze stap nu toch gemaakt, omdat ik hoop dat het mij voldoening en vaardigheden gaat opleveren. De wens om mij verder te ontwikkelen is sterker dan de onzekerheid die de interne criticus mij aanpraat. 

Zo’n stap uit mijn comfort zone heb ik eerder gemaakt. Gedurende mijn hele geneeskunde opleiding heb ik mij gefocust op het specialisme dermatologie. Dat paste bij mij en ik zou alles op alles zetten om daar in opleiding te komen. Tijdens de eerste periode van de covid-19 pandemie heb ik juist ontdekt dat dit mogelijk toch niets voor mij was. Het werken in het ziekenhuis en de afstand die ik ervaarde tot mijn patiënten, zorgde dat ik vraagtekens bij mijn carrièreambities zette. Ik wilde dichter bij de mensen komen te staan en het sociale aspect een grotere rol laten spelen. Maar hoe eng is het om af te gaan wijken van een spoor dat je al jaren aan het volgen bent? Ik begon te twijfelen over al mijn keuzes die ik eerder had gemaakt. Het gevoel dat ik iets anders wilde bleef aanhouden en werd alleen maar sterker. Uiteindelijk heb ik de stap gemaakt naar de eerste lijn en heb ik daar nog geen moment spijt van gehad. Hopelijk is dit een voorbode voor mijn schrijversavontuur. 

Blog 27; Tips voor coassistenten

Alle dokters zijn in het verleden coassistent geweest, maar sommigen lijken dat alweer totaal vergeten. Er wordt wel eens gekscherend gezegd dat de coassistenten moeten voldoen aan de drie K’: koffie halen, krukje zitten en kop houden. Totaal onterecht natuurlijk, want coassistenten zijn de dokters van de toekomst. Maar wat kan je er als coassistent zelf aan doen om zoveel mogelijk te leren van je coschap?

Stel jezelf voor.
In het ziekenhuis werken vaak ontzettend veel mensen en iedereen heeft zijn of haar eigen taak. Aan de kleur van de jas en de lengte is soms iets van de taak en verantwoordelijkheden af te lezen, maar vooral heel vaak ook niet. Natuurlijk zou het leuk zijn als iemand vraagt wie je bent en wat je wilt komen leren of als een ander je voorstelt, maar stel dat dat niet gebeurt neem dan het heft in eigen hand!

Ken jouw leermethode.
Sommigen leren van het trucje afkijken, sommigen leren door het zelf te doen. Sommigen vinden het fijn om vragen te stellen en uitleg te krijgen, anderen leren meer door zaken zelf op te zoeken. Iedereen leert op een andere manier. Weet van jezelf hoe jij het beste leert en communiceer dit duidelijk met diegene waarmee je meeloopt.

Maak duidelijke leerdoelen en bespreek dit met de arts
(-assistent).
Wil je leren om zelf visite te lopen met de verpleeg- kundige? Wil je je verdiepen in een patiënt met een nierinsufficiëntie of wil je graag lichamelijk onderzoek doen en dit juist interpreteren? Wil je zelf een familiegesprek voeren of zelfs een slecht nieuws gesprek bijwonen of voeren? Of richt jij je op het oefenen van skills zoals een infuus of arterieel bloedgas prikken? Zorg dat je voor jezelf helder hebt wat je wilt leren en geeft dit aan, dan is de kans het grootst dat je jouw leerdoelen behaald hebt aan het einde van je coschap.

Ken je grenzen en vraag hulp.
Het is oké als je iets (nog) niet weet of iets (nog) niet kunt, je bent er om te leren! Maar zorg wel dat je dit niet probeert te verbergen omdat je je dom voelt maar juist om hulp vraagt. Je zult merken dat wanneer je duidelijk communiceert over wat je wel en niet kunt en je grenzen aangeeft, de arts-assistent je veel meer durft te laten doen. Voor arts-assistenten kan het namelijk best spannend zijn om zaken uit handen te geven aangezien zij uiteindelijk de verantwoordelijkheid dragen, samen met de supervisor natuurlijk. En als jij bang bent om dom gevonden te worden en dus dingen niet vraagt en maar aanmoddert, is dat voor de arts-assistent erg vervelend aan het einde van de dag als zaken uiteindelijk toch geregeld moeten worden. Voel je niet dom en vraag dus om hulp als je dingen (nog) niet weet!

‘Krijg korting op de boeken van Compendium Geneeskunde met kortingscode ‘Inoek10’

Koop een zakkaartje of pocketboek.
Nee, je hoeft echt nog niet alles te weten want zoals eerder genoemd: je bent er om te leren. Maar het is wel leuk als je de basiskennis van het specialisme waarbij je meeloopt kent of paraat hebt in de vorm van een zakkaartje of leerboek in pocketversie. Compendium biedt zowel zakkaartjes als pocketversies aan voor veel verschillende specialismen, vind hier een overzicht van alle pocketversies en krijg 10% korting met kortingscode ‘Inoek10’.
m.u.v. pocketversie KNO, huisartsgeneeskunde, radiologie

Geniet van de vrijheid.
Als coassistent heb je geen verplichtingen dus geniet daarvan! Je hoeft namelijk niet perse op de afdeling te blijven. Wil je met je patiënt mee naar een onderzoek zoals een hartkatheterisatie, echo, pacemaker implantatie, gastroscopie, CT-scan of nierbiopt? Vraag het de de patiënt en de afdeling waar het onderzoek plaatsvindt. Grote kans dat ze het alleen maar leuk vinden en je graag alles uitleggen! Wil je je juist verdiepen achter de computer? Ook prima. Graag eens een kijkje op de SEH nemen, kan waarschijnlijk ook geregeld worden!

Leg de lat niet te hoog en heb het leuk!
Tuurlijk zijn we allemaal streberig en willen we graag veel leren en goede dokters worden, maar dat is een proces dat tijd en beslag neemt en niet iets wat in een weekje lukt. Leg de lat dus niet te hoog en geniet gewoon van de positie waarin je een kijkje mag nemen bij alle specialismen.


Heb je iets gehad aan de tips? Deel dat dan op Instragram.
Lijkt het jou leuk om de volgers van doktersdiehetandersdoen eens een weekje mee te nemen tijdens jouw coschappen via de instagram pagina of een blog? Stuur me dan een berichtje.

Blog 25; Op pad en een overvolle agenda

Eindelijk kunnen we weer van alles plannen: uiteten, feestjes, concerten, stedentripjes, vakanties. Kortom, we kunnen weer op pad! Maar hoe combineer je al die leuke dingen met je soms drukke baan als dokter?

Tip 1: Plan vooruit!
Soms is het lastig om al je vriendinnen te blijven zien, omdat er maar 24 uur in een dag zit en als je fulltime werkt je maar twee vrije dagen hebt per week. En in het leven van een dokter komen daar nog weekend-, avond- en nachtdiensten bij wat afspreken vaak een extra uitdaging maakt. Mijn beste vriendin en ik plannen vaak drie maanden of zelfs langer vooruit en blokkeren dan het hele weekend. Word je dan toch ingepland om een zaterdag of zondag te werken? Heb je alsnog een dag over om samen iets leuks te doen.

Tip 2: Hou in je agenda ruimte over voor spontane dingen
Ik kan enorm genieten van spontane leuke dingen. Spontaan een kopje koffie doen bij vrienden of familie wat dan uiteindelijk een gezellige avond met wijntjes en hapjes wordt of die vriendin die in de buurt is en langs komt voor een lekkere cappuccino in de zon in de tuin? Als je hele agenda altijd al volgepland is, is er geen ruimte voor spontane dingen dus laat ook eens een gaatje open.

Tip 3: Creëer tradities
Breng je oud en nieuw altijd met dezelfde vrienden door? Is de paasbrunch op tweede paasdag standaard in jouw familie? Ga je elk jaar een weekendje weg met vriendinnen in het voorjaar? Grote kans dat je dat het jaar daarna opnieuw doet. Zijn er dingen die je leuk vindt en waar je van geniet, maar is het lastig om het in te plannen? Maak er een traditie van, en iedereen houdt er automatisch rekening mee! Zo hebben wij als familie het drie maandelijkse etentje vorig jaar in het leven geroepen. Om de beurt is het bij iemand en tijdens het etentje plannen we direct de volgende keer in met elkaar.

Tip 4: Gebruik de standaard vrije dagen nuttig
‘O, is het dit weekend alweer Pasen? Dat had ik niet door! Woensdag vrij, hoezo dan? O Koningsdag..’ Klinkt dit herkenbaar voor jou? Grote kans dat je dan de standaard vrije dagen niet maximaal benut. Mijn doel voor 2022 was om weekendjes weg of vakanties beter vooruit te plannen zodat ik niet op de eerste vrije dag nog hoef te bedenken of we wel of niet weg gaan en we uiteindelijk wat in huis klussen en niet volop genieten van een week vakantie. Zo hebben we in mijn compensatie week na mijn dienstblok in november een tourtje Nederland gedaan (Amsterdam – Delft – Den Haag) en zijn we op diezelfde manier in februari drie dagen wezen skiën in Winterberg. En vorig paasweekend zijn we met mijn familie vier dagen wezen skiën in Oostenrijk door de vrijdag voor Pasen vrij te nemen. Al met al kostte dit één vakantiedag en hebben we genoten van drie mini vakanties.

Tip 5: Maak een bucket list en begin met afstrepen
Wil je graag naar Zuid-Afrika? Maak het concreet: zoek op wat de beste reistijd is en zorg dat je voor het jaar daarna in die periode vrij neemt (en begin met sparen ;)). Zou je Ed Sheeran heel graag een keer live willen zien? Zoek op wanneer hij in Nederland is en blokkeer deze datum in je agenda. Stuur meteen even een mailtje naar de roostermaker op je werk dat je niet per ongeluk ingedeeld wordt voor een dienst.

Tip 6: Date night
Plan een vaste date night met je lover. Samen naar dat nieuwe restaurant, thuis muziek luisteren en borrelen of gewoon op de bank netflixen en vroeg naar bed ;).


Wat zijn de dingen waar jij veel energie uithaalt? Hoe zorg jij dat je dat doet en hoe ga jij om met een volle agenda? Laat het me weten via Instagram @doktersdiehetandersdoen.

Blog 18; een gloednieuw jaar!

2 januari 2022, het nieuwe jaar is begonnen! Ik wens jullie allemaal een heel erg gelukkig nieuw jaar! De blog van deze week kan natuurlijk niet over iets anders gaan dat het nieuwe jaar en alle doelen, wensen en goede voornemens die daarbij horen.

Zo’n 80% van de mensen in Nederland maakt goede voornemens blijkt uit onderzoek en daar weer 80% van denkt dit ook te gaan volhouden het hele jaar. Dit blijkt optimistisch! Populaire goede voornemens zijn: minder stress en meer tijd voor ontspanning, meer sporten, gezonder eten en afvallen.
Ik vroeg jullie natuurlijk ook via Instagram of jullie goede voornemens hadden. Daaruit blijkt dat slechts 45% van jullie goede voornemens heeft. Misschien niet geheel onlogisch als je bedenkt dat ongeveer 1 op de 4 mensen die goede voornemens ook volhoudt tot het einde van het jaar. Nog pijnlijker is dat het percentage mannen dat hun goede voornemens volhoudt groter is dan dat van vrouwen.

Slechts 1 op de 4 houdt hun goede voornemens vol tot het einde van het jaar!

Toch maak ik wel altijd goede voornemens, al noem ik ze liever wensen of doelen.
Een doelt klinkt namelijk veel krachtiger en ik krijg er direct energie van! Ik kan je vertellen dat mijn doelen voor 2021 aardig goed gelukt zijn. Mijn goede voornemens of doelen waren:
– Mijn droombaan vinden en weten bij welk specialisme mijn hart ligt
– Fit zijn en voldoende bewegen
– Ons droomhuis creëren
Vooral dat eerste doel is heel erg belangrijk (geweest) en daar is dit platform ook uitgekomen. Het voelt dan ook heel erg goed dat dit gelukt is en dat mijn volgende doel een opleidingsplek bemachtigen is!

Als je goede voornemens of doelen maakt, hoe houd je ze dan vol?
1) Maak je doel concreet. Daarom is fit zijn eigenlijk ook te vaag. Mijn nieuwe doel is dan ook minstens drie keer per week te sporten. Dat kan in de vorm van een lange wandeling, hardlopen, maar ook binnen op de tax fietsen. Nog concreter is mijn doel om met gemak 5km te kunnen lopen in 30 minuten.
2) Deel je doelen. Gedeelde smart is halve smart, vele handen maken licht werk en nog meer van dit soort gezegdes bewijzen maar weer dat alles gemakkelijker is als je het samen doet. Deel je doelen met anderen en help elkaar. Wil je meer sporten? Zoek een sportmaatje, gezelliger en je hebt direct een stok achter de deur.
3) Maak een planning! Alles wat je niet inplant gebeurt doorgaans ook niet. Hangt een beetje samen met puntje 4.
4) Verbind je goede voornemens aan je routine. Alles wat we op automatische piloot doen kost minder energie. Sport jij elke maandag en donderdag? Dan denk je daar op een gegeven moment niet meer over na en ga je gewoon, betekent dat je jezelf niet de hele dag hoeft over te halen. Zo probeer ik op twee vaste avonden in de week bezig te zijn met mijn blogs of mijn werk. Ik zoek onderwerpen op die ik nog niet voldoende begrijp, ik maak afspraken voor onderzoek wat opgezet wordt, ik werk aan een wetenschappelijk artikel of werk mijn CV bij. Hoef ik dus ook niet meer na te denken wanneer ik dat allemaal ga doen.

Noem het geen goed voornemen, maar een doel. Klinkt veel krachtiger!

Ik ben benieuwd naar jullie doelen en jullie tips om ze vol te houden. Heb je goede doelen, deel ze dan dus vooral! Dat kan met vrienden zijn, maar mag ook op social media. En als je dat doet, tag dan meteen even @doktersdiehetandersdoen. Dan houd ik mijn doelen ook weer beter vol. Samen gaat dat zeker lukken!
Heb je geen Facebook of Instagram maar wil je wel graag op de hoogte gehouden worden over nieuwe blogs? Meld je dan aan voor de mailinglist via doktersdiehetandersdoen@gmail.com.