Blog 14: Alle ballen hoog houden, gezond, fit én een (fulltime)baan

We vertellen het allemaal aan onze patiënten: het is belangrijk om gezond te eten, voldoende te bewegen, niet te roken en niet te veel alcohol te drinken. Maar lukt het onszelf wel? Hoe blijf je gezond en fit naast een fulltime baan die vaak bestaat uit meer dan 40 uur?


Gezonde voeding
Volgens het Voedingscentrum Nederland zou je elke dag ten minste één product uit alle vijf categorieën van de schijf van vijf moeten eten. En het liefst natuurlijk niet elke dag hetzelfde, maar gevarieerd! Gezond eten volgens Voedingscentrum Nederland houdt in 250 gram groente per dag en twee stuks fruit, het liefst volkoren producten, eiwitrijke voeding zoals vlees, vis, peulvruchten of eieren (en het liefst niet dagelijks vlees), voldoende zuivelproducten, een handje noten op z’n tijd, bakken en braden in zachte of vloeibare vetten zoals olijfolie, deze bevatten veel onverzadigde vetten en drink water of thee zonder suiker, het liefst zo’n 1,5 liter per dag.

Het klinkt zo gemakkelijk en we weten allemaal wel hoe het moet, maar toch is iets halen bij het personeelsrestaurant vaak nóg gemakkelijker. Je ontbijt overslaan en je lunch kopen in het ziekenhuis zodat je in de ochtend toch nog maar een keer kunt snoozen. Klinkt herkenbaar?
Hier een aantal tips die niet al te veel tijd kosten naast je drukke baan op gezonder te eten:

  • Eet niet alleen groente bij de avondmaaltijd, maar ook tijdens je lunch of als tussendoortje. Een bakje cherrytomaatjes, (mini)komkommer, wortel of (punt)paprika. Kant-en-klaar te koop dus het kost weinig tijd en is heel gezond!
  • Geen tijd of zin om uitgebreid fruit te snijden zoals watermeloen of ananas? Doe diepvries fruit door je yoghurt, neem een appel, peer, banaan of mandarijn of kant-en-klaar bakje vers fruit mee naar je werkt. Scheelt tijd en net zo lekker!
  • Kook in de avond wat meer en neem een klein portie mee als lunch met groente en volkoren producten.
  • Wil je er wel (een beetje) tijd aan besteden? Maak de avond van te voren eens een volkoren wrap in plaats van die boterham met kaas elke dag, of maak een salade om mee te nemen.
  • Drinkt voldoende water en/of thee, en uiteraard als je het nodig hebt koffie! Tip is om een grote fles mee te nemen die je kunt vullen en bij je computer kunt zetten. Zo word je er telkens aan herinnerd om te drinken en hoef je niet telkens naar de kraan te lopen en meerdere wegwerkbekertjes te gebruiken. Met een eigen flesje drink je meer, bespaar je tijd en tevens is het beter voor het milieu!

Je ontbijt overslaan en lunch op je werk kopen zodat je wat langer in bed kunt blijven liggen. Herkenbaar?

Voldoende bewegen
De Gezondheidsraad publiceerde in augustus 2017 de beweegrichtlijn. Daarin wordt geadviseerd om wekelijks 150 minuten matig intensief te bewegen (wandelen, fietsen, hardlopen et cetera) verspreid over meerdere dagen, tweemaal per week spier- en botversterkende oefeningen te doen en veel zitten te voorkomen. Uit onderzoek blijkt dat 52,9% van de volwassenen in 2020 dit haalden. Dat onderzoek hebben we natuurlijk herhaald bij de volgers van het Instagramaccount @doktersdiehetandersdoen en daar denkt, van de vijftig personen die meededen, zo’n 55% de beweegnorm te halen. Vergelijkbaar met de Nederlandse volwassenbevolking dus. En eerlijk is eerlijk, 150 minuten, oftewel 2,5 uur (klinkt ineens veel meer he?!) is best veel. Hoe doe je dat nou naast die drukke baan? Jullie gaven tips!

  • Probeer te fietsen of lopen naar je werk. Is dat te ver? Zet de auto dan niet pal voor de deur maar loop een stuk.
  • Probeer eens tijdens je lunchpauze (als je die hebt) een stuk te wandelen. Bij de meeste ziekenhuizen is het bereik van je sein prima rondom het ziekenhuis. Als je even buiten bent geweest ben je daarna weer helemaal fris om hard aan het werk te gaan!
  • Neem altijd de trap! Alle ziekenhuizen hebben een lift, maar die hoef je natuurlijk niet te nemen.
  • Werk je in een groot ziekenhuis dan zet je al snel een groot aantal stappen per dag en dat is gezond! En vind je het toch te weinig? Vraag aan diegene die het rooster maakt of je een weekje ingedeeld kan worden op de consulten, dan haal je die 10.000 stappen per dag zeker ;).
    Wil je het serieuzer aanpakken of heb je wat tijd over?
  • Zoek een sportmaatje! Sporten en bijkletsen met een collega of vriend(in)? Twee vliegen in één klap! Een stuk wandelen en spraakberichten naar vriendinnen versturen of tegelijkertijd je moeder bellen werkt natuurlijk ook!
  • Zorg voor regelmaat en plan bewegen/sporten in. We zijn nou eenmaal gewoonte dieren en houden van routine. Maandagavond je vaste sport avondje? Dan plan je de rest daar gemakkelijker omheen dan wanneer je je sporten plant in de tijd die overblijft.
  • Voldoende bewegen is niet hetzelfde als helemaal stuk gaan en totaal bezweet van een zware sportsessie weer thuis komen (dan zou ik er namelijk ook minder zin in hebben). Maak het makkelijk: wandel een halfuurtje met een luisterboek of muziekje, doe thuis een workout via YouTube of download de app ‘7 minute workout’ en doe dit voordat je naar je werk gaat. Kleine moeite, groot plezier!
    En dan nog een kleine side-note. Ik heb gelezen dat je met een half uur in een warm bad liggen ook veel kcal verbrand, ik zou zeggen: doe er je voordeel mee ;).

Niet roken
Deze snappen we allemaal en lijkt me niet zo ingewikkeld. Gewoon niet doen!

Beperk alcohol
Tja.. Een wijntje, (speciaal)biertje, Gin Tonic of goede cocktail met lekker weer, wie geniet daar nou niet van?! Maar erg gezond is het natuurlijk niet. Het klinkt suf ‘geniet, maar drink met mate’ maar het is natuurlijk wel de waarheid. Beperk je alcoholgebruik bijvoorbeeld tot één of twee dagen in het weekend en probeer dan niet te veel te drinken.

Zo dat waren een heleboel tips op een rijtje. Wat mij geholpen heeft de afgelopen weken is met name bewust zijn van wat je eet en bewegen/sporten inplannen. Sportkleding van te voren klaar leggen is trouwens ook een goede tip! Verder probeer ik te variëren in mijn ontbijt en lunch en maak ik het de avond van te voren klaar. Ik heb een hele lading aan vershoudbakjes gekocht en zorg zo dat ik altijd iets lekkers en gezonds bij me heb, dan ga je ook niet snacken van de honger!

Veel succes en zet ‘m op!

Nog meer tips of lekkere recepten? Maak een foto en tag @doktersdiehetandersdoen op Instagram!

Blog 13: Hoe voel je je zo fit mogelijk tijdens je dienst(en)?

Als je in de zog werkt hoort het erbij: diensten. Dagdienst, tussendienst, avonddienst, nachtdienst én weekenddienst, de zorg draait 24/7 door. Maar hoe zorg je nou dat je je zo goed mogelijk voelt tijdens je dienst?

Het verschilt per specialisme hoe je diensten eruit zien, maar ook je functies zorgt voor verschillen. Medisch specialisten hebben vaak bereikbaarheidsdienst, een dienst op afstand dus, waarbij ze telefonisch bereikbaar zijn voor overleg en supervisie van de patiënten die worden beoordeeld door de arts-assistent. Bij sommige specialismen is het als medisch specialist wel nodig om in het ziekenhuis te zijn tijdens de dienst. Een patiënt met een hartinfarct kan niet op afstand gedotterd worden en ook een keizersnede of blinde darm operatie kan niet telefonisch.
Als arts-assistent ben je tijdens je dienst aanwezig in het ziekenhuis en beantwoord je alle vragen van verpleegkundigen en beoordeel je patiënten op de spoedeisende hulp of opgenomen patiënten die erg ziek zijn. Daarna maak je samen met je supervisor telefonisch een plan voor je patiënt.
Ook de verpleegkundigen, physician assistents, verpleegkundig specialisten, fysiotherapeuten, voedingsassistenten et cetera zijn altijd aanwezig (en aan het werk) tijdens hun diensten en hebben geen bereikbaarheidsdienst.

Je dienst kan er dus op verschillende manieren uitzien, maar één ding hebben ze allemaal: je werkt op onregelmatige tijden en vaak als anderen vrij zijn (of slapen).

Persoonlijk vind ik diensten vaak leuk om te doen, want je ziet allerlei verschillende patiënten en dus ziektebeelden en je kunt vaak echt iets betekenen. Daarnaast leer je heel veel tijdens de dienst. De sfeer in het ziekenhuis in de avonden, nachten en weekenden is heel anders dan overdag, maar heel gemoedelijk en gezellig. Echter kunnen lange drukke diensten op onregelmatige tijden heel vermoeiend voor je lichaam zijn en dat maakt het soms best pittig. Van de onregelmatige tijden raakt je biologische klok van slag en dat maakt je slaperig, hongerig of humeurig op de gekste tijdstippen.
Belangrijke vraag is dus: hoe zorg je dat je je zo goed en fit mogelijk voelt in de dienst?

‘De zorg, en dus ook de verpleegkundigen en dokters, draait 24/7 door, dus ook als anderen vrij zijn of slapen’

Via Instagram kreeg ik heel veel tips en tricks van jullie en zelfs een artikel met evidence based tips. Hiermee ga jij de (nacht)diensten fit in en kom je er ook weer fit uit!

  1. Roteer voorwaarts.
    Dat wil zeggen dat het verstandig is om te starten met een dag- of tussendienst, daarna een avonddienst en dan pas een nachtdienst. Zo verleg je langzaam je eigen circadiane ritme. Het ideale aantal nachtdiensten achter elkaar zou wetenschappelijk drie zijn met een maximale duur van acht uur per dienst. In de praktijk is dat bij dokters vaak anders, maar zeg nou zelf: liever zeven nachten bikkelen en wat minder vaak nachtdienst dan drie nachtdiensten elke maand toch?
  2. Doe een dutje voor je nachtdienst.
    Uit onderzoek is gebleken dat ‘in het voren’ slapen effectief is en je significant minder vermoeid bent tijdens je nachtdienst. De duur van je dutje maakt niet zoveel uit, maar de beste tijd zou tussen 14.00 en 16.00 uur zijn. Een evidence based siësta is dus de ultieme tip!
  3. Zorg voor zoveel mogelijk (blauw) licht tijdens je nachtdienst.
    Blauw licht heeft van alle kleuren licht het grootste effect op onze biologische klok en meer blauw licht in je nachtdienst zorgt voor betere prestaties. Blauw licht remt namelijk de aanmaak van melatonine, het stofje dat ons slaperig maakt. Een studie laat zien dat je jezelf het beste aan blauw licht kunt blootstellen tussen 0.00 en 4.00 uur, dit zou het omgooien van je ritme gemakkelijker maken en zorgen voor een betere kwaliteit van slaap overdag. Een andere studie laat zien dat veel (blauw) licht met name belangrijk is twee uur voordat je normaal gesproken gaat slapen. Lang verhaal kort: veel licht in je nachtdienst is een goed idee.
  4. Powernap tijdens je nachtdienst.
    Tja, direct een lastig advies want dit kan natuurlijk heel vaak niet. Maar als het wél kan dan kun je het beste een dutje doen tussen 1.00 en 3.00 uur net niet langer dan 20 minuten. Het zorgt ervoor dat je alerter bent, je beter presteert en het verminderd je slaap tekort. Maar pas op, hele korte dutjes kunnen je soms juist humeurig maken terwijl het niet helpt voor je slaap tekort. Een gepland dutje werkt het beste, maar is wellicht niet erg praktisch uitvoerbaar tijdens je dienst.
  5. Drink koffie (of andere cafeïne houdende drank), maar niet meer na 1.30 uur.
  6. Vermijd grote maaltijden, eet kleine porties.
    Probeer gezonde dingen te eten, het beste kun je maaltijden eten rijk aan eiwitten en gezonde vetten. Vermijd maaltijden of dranken met veel suiker, dit zorgt voor een snelle piek en daarna een dip in je glucosespiegel en maakt je humeurig, hongerig en verstoort je ritme.
  7. Vermijd (blauw) licht in de laatste uren van je nachtdienst en op de terugweg richting huis.
    Draag bijvoorbeeld een zonnebril in de auto of op de fiets naar huis, daarmee zorg je voor een betere kwaliteit slaap overdag.
  8. Overweeg melatonine.
    De resultaten van verschillende studies verschillen, maar er lijkt een voordeel te zijn van melatonine ten opzichte van placebo als het gaat om kwaliteit en duur van je slaap overdag. Het beste kun je de melatonine 30 tot 90 minuten voordat je gaat slapen innemen.
  9. Zorg voor een donkere slaapkamer en boots hiermee de donkere nacht zo goed mogelijk na.
  10. Zorg voor een koele slaapkamer.
    Als je normaal gesproken gaat slapen koelt je lichaamstemperatuur snel af, het verliest haar warmte door perifere vasodilatatie (de bloedvaten in je voeten/benen en handen/armen gaan open staan). Deze snelle daling in temperatuur zou zorgen voor het intreden van de slaap. In een koele kamer val je dus gemakkelijk in slaap.

Als aanvulling hierop gaven vele van jullie de tip om te blijven sporten/bewegen voor je nachtdienst, veel water te drinken en vooral gezond te eten.

Samenvattend kun je dus het beste in een dienstblok voorwaarts roteren, niet te veel nachtdiensten achter elkaar draaien, voor je nachtdienst een siësta houden met tijdens je dienst ook nog een kort dutje. Je kunt het beste veel water drinken en kleine vet- en eiwitrijke porties eten en geen ongezonde snacks nuttigen. Verder is tijdens je dienst fel (blauw) licht een goed idee, maar op de weg naar huis minder. Thuis aangekomen kun je het beste zorgen voor een donkere, koele kamer om zo goed mogelijk te slapen overdag zodat je fit je volgende nachtdienst in kunt!



Ik ga deze tips zeker ter harte nemen in mijn volgende dienstblok. Heb jij iets gehad aan deze tips en voel je je beter tijdens je diensten? Deel je verhaal op Instagram en tag @doktersdiehetandersdoen

Blog 12: In gesprek met een dokter in de psychiatrie

Inmiddels zijn we er al achter dat er heel erg veel te kiezen is in het werkveld als jonge dokter. Je kunt in het ziekenhuis werken, maar ook daarbuiten, je kunt werken met relatief jonge en gezonde patiënten (bijvoorbeeld bij de gynaecologie), maar ook met oude patiënten en hele zieke patiënten. Bij de psychiatrie is dat ook zo, maar gaat het hier niet om lichamelijke ziekten, maar mentale ziekten. En die zijn vaak nog lastiger te begrijpen voor patiënt en omgeving dan een lichamelijke ziekte.  Deze week krijgen we een inkijk in het leven van jonge dokter Merel Keulen werkzaam in de psychiatrie. 


Merel, jij werkt sinds dat je dokter bent binnen de psychiatrie! Wat vind jij zo leuk aan de psychiatrie? 
Het leuke aan de psychiatrie is dat het een erg pragmatisch vak is. Daarmee bedoel ik dat je veelal doelgericht handelt en behandelt. Je bent niet altijd op zoek naar de precieze diagnose (dat proberen we natuurlijk wel) maar naar de meest passende behandeling voor je patiënt. In de psychiatrie is het namelijk vaak niet zo zwart-wit als met somatische ziekten, maar begeef je je soms in een grijs gebied waarin diagnoses nog kunnen veranderen. 
Verder is het enorm uitdagend op communicatief gebied, het vraagt veel van je communicatievaardigheden. Je vraagt de patiënten het hemd van het lijf (voor zover communicatie mogelijk is, want bij psychotische mensen is dat natuurlijk een stuk lastiger). Dit is de belangrijkste manier van informatie verzamelen. En zulke gesprekken zijn vaak geen gezellige theekransjes, maar gesprekken die écht ergens over gaan, waarbij patiënten zich ook kwetsbaar moeten opstellen. Zo praat je over traumatische gebeurtenissen, iemands jeugd, maar worden ook zaken als gedachten aan de dood besproken, zaken die patiënten vaak met niemand anders (durven te) bespreken. Soms lukt het je niet om een gedegen gesprek te voeren omdat iemand zo in de war is, maar dat levert je ook een hoop informatie op. Vervolgens stel je aan de hand van klinisch beeld, gesprekken en eventueel psychologische testen een (differentiaal)diagnose en behandelplan op. Behandeling kan bestaan uit gesprekken, medicatie of psychotherapie en meer. Afhankelijk van waar je werkt is het overigens ook heel erg belangrijk om te varen op de hulpvraag van je patiënt, want zonder motivatie van de patiënt is het moeilijk om behandeling te laten slagen. Alhoewel dat binnen forensisch kader en gedwongen zorg natuurlijk anders loopt.
Wat ik daarnaast zo leuk vind aan psychiatrie is de menselijke psyche. Het gedrag van mensen vind ik gewoon enorm fascinerend en ik houd van dynamiek in de gesprekken, sommige mensen denken en leven zo ánders dan jij (!). Geen dag is hetzelfde en geen patiënt is hetzelfde, dat maakt het super uitdagend en afwisselend.
Je maak af en toe wel gekke dingen mee, waardoor je een boel leuke verhalen spaart! Ik denk af en toe weleens: ‘ wat heb ik nou weer meegemaakt?‘, wanneer een manische patiënt met zijn zonnebril op (binnen) langs me loopt en begint te fluiten omdat ik een ‘vogeltje’ ben, tja dan kan ik wel lachen.  

Het lijkt me soms ook wel heel lastig om zo’n heftige gesprekken te voeren of heb jij daar geen last van? 
Sommige heftige gesprekken kosten inderdaad veel energie, maar meestal krijg ik er ook heel veel energie voor terug. Je moet je voorstellen dat een gesprek met een (vrolijke) manische patiënt heel vlot en gemoedelijk verloopt, daar waar een suïcidale patiënt natuurlijk een hele andere energie met zich meebrengt. Daarnaast voelt het voor mij als belangrijk werk, hetgeen heel relativerend werkt. Maar het maakt absoluut indruk wanneer je heftige verhalen hoort, en die zijn er heel veel. Het leuke binnen de psychiatrie is dat jíj als persoon het diagnosticum bent, je vaart op wat je ziet, denkt en voelt (het typisch onderbuikgevoel). Dat laatste is soms ingewikkeld, maar geeft je veel informatie. Bij sommige gesprekken met patiënten voelt de sfeer drukkend, zwaar, je voelt je eigen energie wegsijpelen, dit kan bijvoorbeeld zijn bij een patiënt in een zware depressie. Van manische patiënten word je zelf vaak ook energieker, het is normaal om iemands energie voor een gedeelte over te nemen. Daarmee helpt je eigen gevoel je dus bij het sturen richting een bepaalde diagnose/klinisch beeld. Je moet goed luisteren naar je eigen gedachten en gevoel: raakt dit me, of waarom irriteert dit me? Dat verplicht je om met je eigen persoonlijke ontwikkeling bezig te blijven en dat is leuk! Je moet je eigen gevoel erkennen en herkennen. Het zorgt er daarmee voor dat je jezelf heel erg goed leert kennen, dat is onvermijdelijk. 
Verder is de manier van gespreksvoering heel belangrijk, jij bent in de lead en stuurt het gesprek. Je moet als het ware boven de stof staan en je vragen met een bepaald doel stellen. Soms is dat doel informatie verzamelen, maar soms is dat ook het testen van iemands reactie. Zo stel je bijvoorbeeld wat meer vervelende vragen wanneer je wilt weten of iemand geïrriteerd of boos wordt om te zien of er potentieel gevaar is. Je moet goed kunnen doorvragen en bepaalde signalen van je patiënt oppikken, maar je moet ook weten hoe je in bepaalde situaties op de ander reageert. Een patiënt met een persoonlijkheidsstoornis die vastloopt vanwege emotieregulatie problemen is heel wat anders dan een psychotische patiënt die zijn medicatie weigert in te nemen en een gevaar is voor zichzelf. Dat vereist dus ook een andere aanpak, en ja dat kan wel eens lastig zijn, maar maakt het vooral leuk en uitdagend! Je hebt gesprekken die écht ergens over gaan en praat over zaken waar patiënten vaak met niemand anders over durven praten’

‘Je voert écht gesprekken, je bespreekt ook de zaken die mensen vaak met niemand durven bespreken’

Hoe zien jouw dagen eruit? 
Ik draai nu met name poli en zie veel patiënten met persoonlijkheidsproblematiek en ADHD of autisme. Eerder werkte ik bij de crisisdienst, kinder- & jeugdpsychiatrie en heb ik stage gelopen op de HIC  (High Intensive Care Psychiatrie Unit) gewerkt, oftewel de gesloten acute afdeling. Bij de laatst genoemde zien je dagen er heel anders uit! Daar begin je je dag met een overdracht waarbij je van de nachtdienst de laatste informatie over de nieuwe patiënten krijgt en de bijzonderheden binnen de kliniek. Direct hierna maak je een dagplanning en loop je eerst visite langs de nieuwe patiënten (of eigenlijk komen ze bij jou) en de patiënten op de gesloten afdeling of zelfs de separeer. Dat is best wel heftig. De separeerruimte is een kale ruimte waar patiënten naar toe gaan als ze een gevaar voor zichzelf of hun omgeving vormen waarbij ze niet op de normale afdeling kunnen verblijven, dit gebeurt alleen als het echt strikt noodzakelijk is. Deze maatregel neem je voor de veiligheid van de patiënt of omgeving, maar gaat (vaak) wel onder dwang dus dat voelt weleens dubbel en duurt het liefst zo kort mogelijk. Opname op een gesloten afdeling is gericht op het stabiliseren van een patiënt in een crisissituatie. Het is dus vaak een korte opname voor stabilisatie of time-out, nadien volgt vaak nadien volgt vaak op andere plekken een traject voor verdere behandeling. 
Naast de dagdiensten heb ik vaker (bereikbaarheids)dienst, dat is eigenlijk voor alle verschillende locaties, bijvoorbeeld ook voor de TBS kliniek. Het kan tijdens zo’n dienst best druk zijn. Je bent tijdens een dienst verantwoordelijk voor het zien van de nieuwe opgenomen patiënten, maar wordt ook gebeld als er problemen ontstaan bij opgenomen patiënten. Een voorbeeld is wat we noemen ‘acting out gedrag’ waarbij patiënten schreeuwen of zelfdestructief gedrag vertonen. Dan is acuut handelen natuurlijk nodig en kun je niet wachten tot de volgende dag. Maar ik word bijvoorbeeld ook gebeld voor medicatievragen of vragen over lichamelijke klachten.  

De patiënten op een gesloten afdeling kunnen niet zomaar vertrekken, mag je patiënten wel onder dwang behandelen? 
In sommige situaties mag dat. Bij patiënten met een onderliggende psychiatrische stoornis, welke daaruit voortkomend een gevaar voor zichzelf of omgeving vormen, oftewel: waar (acuut) ernstig nadeel dreigt, mogen gedwongen behandeld worden mits er een gedwongen maatregel is. Dat heet een crisismaatregel sinds dit jaar, eerder werd dat IBS (in bewaring stelling) genoemd. Dat krijg je niet zomaar: je moet allereerst beoordeeld worden door een psychiater en vervolgens dient de burgemeester toestemming te geven voor het verlenen van de crisismaatregel. Deze maatregel is alleen voor een crisissituatie en daarmee maar 72 uur geldig. Nadien bepaalt de rechter of dit verlengd moet worden of niet. Zo’n maatregel is altijd in het belang van de patiënt (en omgeving). 
Een andere optie is een zorgmachtiging (vroeger heette dit een RM), dat is een machtiging welke ook wordt afgegeven wanneer de psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, maar deze niet acuut is (zoals bij de crisismaatregel). Deze maatregel wordt alleen  aangevraagd wanneer vrijwillige zorg niet mogelijk is en verplichte zorg de enige manier is om ernstig nadeel weg te nemen, weliswaar over een langere periode. Bijvoorbeeld een patiënt welke door middelengebruik telkens een hevige psychose krijgt met gevaar voor zichzelf en dan aangeeft niet behandeld te willen worden. In zo’n situatie mag je iemand dan gedwongen behandelen of opnemen in het belang van de patiënt. Maar er zijn ook genoeg patiënten vrijwillig opgenomen hoor!

Hoe ziet de opleiding tot psychiater eruit? 
De opleiding duurt 4,5 jaar. Het bestaat uit een basisopleiding van 2,5 jaar waarbij je werkzaam bent op verschillende plekken binnen de kliniek zoals de gesloten afdeling en het ziekenhuis, maar ook ambulant zoals binnen een FACT team of de crisisdienst. FACT staat voor ‘Flexible Assertive Community Treatment’ wat wil zeggen dat patiënten in de thuissituatie behandeling en begeleiding krijgen, daarbij kom je dus bij je patiënten thuis in plaats van zij op jouw spreekuur. Daarna volgen twee jaar van verdieping, daarin mag je zelf een keuze maken tussen kinder- volwassen- of ouderenpsychiatrie. 

‘Door corona waren er veel meer eenzame, onzekere jongeren die in een depressie raakten’

Welke opties heb je binnen de psychiatrie? 
Er zijn veel verschillende opties, want je hebt heel veel verschillende ziektebeelden en settings binnen de psychiatrie. Zo heb je onder andere persoonlijkheidsproblematiek, ADHD/autisme, depressie, bipolaire stoornissen, trauma en angststoornissen en psychoses. Het is echt een breed vak. De drie grote stromingen zijn kind & jeugd psychiatrie, volwassen psychiatrie en ouderen psychiatrie. En dat kan poliklinische zorg zijn waarbij patiënten op jouw spreekuur komen of juist de acute crisiszorg en zorg voor opgenomen patiënten. Daarnaast kun je kiezen voor een ziekenhuis of een GGZ-instelling en kan je ook nog kiezen voor de forensische tak. Oftewel, de keuze is reuze! 

 Is het lastig om in opleiding te komen? 
Nee, momenteel zijn er voldoende opleidingsplekken. De vraag naar psychiaters is groot, want er zijn veel patiënten met een psychische aandoening. Momenteel zijn de wachtlijsten helaas erg lang mede door toename van zorgvraag en een tekort aan behandelaren waaronder psychiaters. Je moet natuurlijk wel affiniteit hebben met het vak. Dus als je nieuwsgierig bent, probeer het dan eens!! 

Komt dat door corona? 
Nee, het is al een langer bestaand probleem met veel verschillende oorzaken. Al heeft corona wel invloed natuurlijk. Bij de crisisdienst merkten we dat wel echt, er waren veel meer eenzamere, onzekere jongeren die in een depressie raakten, maar ook chronische patiënten welke ontregelde omdat hun dagbehandeling of dagbesteding niet door mocht gaan door corona. Aan de andere kant zijn er ook genoeg patiënten die meer rust kregen door corona en het juist fijn vonden om thuis te blijven. 

Mis je de lichamelijke ziekten soms niet? Tijdens je geneeskunde studie heb je natuurlijk alles geleerd over het menselijk lichaam en nu hou je je daar helemaal niet meer mee bezig of toch wel?  
Dat ligt eraan op welke werkplek ik sta. Nu ik met name poli doe mis ik dat wel eens, maar tijdens de dienst of op de gesloten afdeling zie je wel veel somatiek. Mijn patiënten kunnen natuurlijk ook een blindedarmontsteking krijgen of een hartinfarct. Daarom onderzoek je de patiënt altijd volledig, prik je bloed en maak je bijvoorbeeld op indicatie een ECG. Als het nodig is kun je overleggen met het ziekenhuis en je patiënt eventueel insturen naar de spoedeisende hulp. Daarnaast moet je ook altijd denken aan somatisch onderliggend lijden bij psychiatrische ziektebeelden. Je bent dus nog zeker een echte dokter!

Hoe veel administratie heb jij? 
Tja de administratielast is helaas hoog, ik denk dat het hetzelfde is dan die van een arts-assistent in het ziekenhuis. Het verschilt ook erg per plek. Ik gok zo’n 50-60%, maar ik vind het moeilijk in te schatten. Ik moet me namelijk uitgebreid inlezen, formulieren invullen (met name bij verplichte en gedwongen zorg), de gesprekken overzichtelijk en volledig uitwerken in de status van de patiënt en ik ben ook veel bezig met veel rompslomp en regelzaken. Maar ik probeer ook wel genoeg directe tijd te hebben met mijn patiënten. 

‘Een psychose kan iedereen overkomen en als psychiater kan je je patiënt dan écht helpen’

Waarom denk je dat mensen kiezen voor de psychiatrie? 
Ik denk wanneer je een diepe interesse hebt in het doen en denken van de mens, je een mensen-mensen bent en wanneer je je interesseert voor zowel biologische, psychische en sociale aspecten van psychiatrische ziektebeelden. Daarnaast kun je op veel verschillende werkplekken werken gedurende je carrière, dat maakt het een divers vakgebied. Er is voor ieder wat wils! Je moet natuurlijk wel affiniteit hebben met je doelgroep en erin geloven dat je je patiënt écht kan helpen. Er wordt weleens gezegd dat je patiënten toch niet beter worden en het onbegonnen zaak is, maar dat vind ik zo kort door de bocht. Je kunt je patiënten helpen, beter maken of stabiel houden. En soms moet je er gewoon voor ze zijn. Je moet je realiseren dat ook jij op een dag zomaar op de stoel van de patiënt kunt zitten, het kan iedereen overkomen. Wist je dat zo’n 43% van de Nederlanders in hun leven te maken krijgt met een psychische aandoening? En dat zo’n 2% van de bevolking ooit in een psychose raakt? Bij iedereen kan de wereld dus even op zijn kop staan waardoor je het niet meer begrijpt. Dat heb ik tijdens mijn werk op de crisisdienst vaak genoeg meegemaakt, en juist dan kun je heel veel betekenen voor iemand. Ziekten als kanker, hartfalen of suikerziekte gaan vaak ook niet over, daar help je je patiënten ook door ze stabiel te houden.  
Als je misschien liever niet in het ziekenhuis wilt werken, maar wel graag een afwisselende baan wilt wat snel en soms acuut is dan zit je bij de psychiatrie echt goed! 

Een laatste tip? 
Doe waar je blij van wordt en wat je energie geeft met de collega’s die je leuk vindt! Je moet je goed kunnen voelen.


Meepraten over dit onderwerp? Of vragen of opmerkingen voor Merel of voor mij?
Stuur een berichtje via instagram!

Blog 11: Werk-privé balans

Als jonge dokter moet je een hoop keuzes maken en dat is best lastig. Het is belangrijk dat je kiest wat je leuk vindt, maar er zijn veel meer zaken die meewegen in de uiteindelijke keuze voor een specialisme of baan. Een aantal daarvan zijn besproken in eerdere blogs zoals administratielasten, de noodzaak tot promoveren of het aantal opleidingsplekken en daarmee de kans dat jij je mag gaan specialiseren in het door jouw gekozen specialisme. Maar hoe zit met met de werkdruk en de werk-privé balans? Hoe zwaar weegt dat mee in het maken van je keuze? 

Bij het ene specialisme is de werkdruk hoger dan bij het andere specialisme en op sommige
plekken is er eerder sprake van een werk-privé disbalans in plaats van balans. Daar is steeds meer aandacht voor en je leest er dan ook vaker iets over in het nieuws. Zo kopte organisatie de jonge specialist in 2018 ‘1 op de 5 jonge artsen heeft burn-out klachten’ en deed organisatie de jonge dokter in 2020 een onderzoek onder bijna 630 jonge dokters waaruit blijkt dat de werkdruk hoog is en er gemiddeld wekelijks 9 uur ongecompenseerd overgewerkt wordt. 

Ook de volgers van dokters die het anders doen werd gevraagd of zij wel eens burn-out klachten ervaren. Van de circa 100 reacties geeft een kleine 70% aan dit wel eens te hebben of te hebben gehad. Een te hoog percentage als je het mij vraagt. 


Maar hoe komt dat dan? Leggen we het onszelf op of is het ‘het systeem’ dat het van ons vraagt? 

Ik denk dat het een combinatie van beide is. Geneeskundestudenten staan er om bekend vrij streberig te zijn. Dat moet vaak ook wel om een plekje te bemachtigen, maar ook nadien nemen de meeste geen genoegen met alleen hun studie, maar volgen vele extra-curriculaire cursussen, zit een groot gedeelte in commissies, besturen of doet database werk om affiniteit met onderzoek te krijgen. 
Aan de andere kant zijn er weinig opleidingsplekken en zit je als jonge dokter in een afhankelijkheidspositie ten opzichte van je opleiders als het gaat om zo’n opleidingsplek. Dat zal zeker invloed hebben op het accepteren van een hoge werkdruk of veel onbetaalde extra uren. 

Weet jij hoe jouw lichaam tot rust komt? Ken jij je energiegevers en energievreters?

Een andere vraag is dan of een hoge werkdruk en veel extra uren slecht is? Je leert natuurlijk ook meer in extra uren, mits de begeleiding goed is, en een hoge werkdruk kan ook energie geven. Maar het is een feit dat té veel extra uren en een té hoge werkdruk niet goed zijn voor je mentale gezondheid. Je hebt het simpelweg ook nodig om op te laden en te ontspannen.

Weet jij hoe je lichaam het beste tot rust komt? Of wat voor jou energiegevers en energievreters zijn? Het is goed om dat eens in kaart te brengen en desnoods je rustmoment gewoon in te plannen. 


Als ik naar mezelf kijk heb ik me echt wel eens wat overwerkt gevoeld. Ik heb nooit een burn-out gehad, en het plan is om dat zo te houden, maar er zijn zeker momenten geweest dat je weken op je tandvlees loopt. Tijdens coschappen het continu aan staan, het altijd zo goed mogelijk willen doen (ja, ook ik ben een streber), je bewust zijn van alles wat je nog niet weet en daarom veel op te zoeken of te studeren in de avonduren met daarnaast een bijbaantje voor extra inkomsten. Ik was soms zo moe van alle indrukken dat ik het gevoel had dagen te kunnen slapen. Ook tijdens mijn eerste ANIOS baan was die balans soms ver te zoeken, want je hoort de hele dag van alles wat je nog niet kunt of weet dus was er altijd wel iets te studeren. En daarnaast wilde ik natuurlijk bij elk feestje, filmavond of borrelmoment zijn! Hele leuke dingen, maar ook die kosten energie. 
Eigenlijk weet ik inmiddels best goed hoe ik zorg dat zaken in balans zijn en herken ik de signalen, al denk ik dat dit een blijvende uitdaging gaat zijn.

Mijn belangrijkste tips:

  •  Ken je energievreters (hallo nachtdienstweek) en je energiegevers (ik word helemaal zen van een avondje in bad inclusief Netflix) 
  • Maak een (realistische) planning. Bedenk wat je op een dag wilt doen en doe dat ook, dan hoef je daar alvast niet meer over na te denken. 
  • Plan de leuke dingen waar je energie van krijgt ook in. Zo zorg je ervoor dat dat ook daadwerkelijk gebeurt en je agenda niet zo propvol is dat je niet eens tijd hebt voor een ontspannen avond wandeling, lekker lange warme douche, FaceTime avond met je beste vriendin of de vrijdagmiddag borrel met collega’s.
  • Ken de signalen van je lichaam dat aangeeft dat je toe bent aan rust. Zo ga ik vrijwel automatisch meer koffie drinken als ik moe ben, kan ik in de ochtend moeilijker m’n bed uit en ben ik te lui om zelf lunch klaar te maken en ga ik het standaard halen (of eet ik niet, foei). Ik heb sneller hoofdpijn en stel huishoudelijke taken (nog meer) uit. Als je de signalen sneller herkent kun je er sneller op anticiperen en komt het niet tot stress of burn-out klachten. 
  • Nee is ook een antwoord, je kunt niet alles. Kies wat je het leukst vindt of je het meeste energie geeft! 
  • Wees lief voor jezelf en accepteer dat er maar 24 uur in een dag zitten. Zo vond ik het eerder suf om heel vroeg te gaan slapen, inmiddels weet ik dat ik net een baby ben en 8-9 uur slaap nodig heb. Avondje om 21.00 uur naar bed? Heerlijk! 

Als er één uur langer in de dag zit, wat zou jij dan doen met je tijd?

Beantwoord onderstaande vragen eens voor jezelf en probeer echt eerlijk te zijn. Wat vind jij het allerleukst om te doen? Waar krijg je energie van? Stel dat er een uur langer in de dag zat, wat zou je dan gaan doen? En wat daarvan zou je nu al kunnen doen? Welke signalen geeft jouw lichaam? Zie je ze? En als je ze ziet, luister je er dan ook naar? 

Jouw signalen herkennen en hier iets mee doen is het halve werk. Zorg goed voor jezelf en geniet van het feit dat je mag werken als dokter, want dat is toch echt het mooiste beroep dat er is!

Blog 10: In gesprek met een militair (huis)arts

De eerste verzoekjes voor blogs komen binnen en dat vind ik dus echt super leuk!
Deze week ga ik daarom in gesprek met Liesbeth Kemkers, moeder van twee kinderen, fietsfanaat en werkzaam bij defensie als militair huisarts. Een totaal onbekende wereld voor mij. 


Liesbeth, wat leuk dat ik jou wat vragen mag stellen! Hoe ben jij terecht gekomen bij defensie? 
Eigenlijk wist ik heel snel wat ik wilde, die struggle over wat je moet kiezen ken ik dus helemaal niet! Ik kwam er tijdens mijn coschappen al vrij snel achter dat ik niet zo goed paste in het ziekenhuis, iedereen was soms zo stug. Daarnaast vond ik defensie altijd al interessant, als ik niet toegelaten was tot de studie Geneeskunde was ik wellicht wel militair geworden. Zodoende heb ik mijn keuzecoschap gevolgd op de kazerne in Assen nadat ik nog enthousiaster was geworden op een open dag. Na mijn keuze-coschap wist ik het direct, dit is het helemaal. 

Wat trok je dan zo enorm? 
Hmm, lastig om één ding te noemen, maar ik denk toch het avontuur. Het is natuurlijk een hele andere wereld, spannend, een echt avontuur. Daarnaast vind ik het heel erg fijn om in teamverband te werken en bij defensie werk je als algemeen militair arts (AMA) écht in een team, je moet op elkaar kunnen bouwen. Wat ook zo leuk is, is dat je bij defensie leert dat je zoveel meer kunt dan je zelf denkt, je verlegt echt je grenzen. 

En hoe word je dan algemeen militair arts? 
Voordat je mag starten met de opleiding moet je eerst gekeurd worden. Daarbij moet je voldoen aan de standaard eisen voor een militair, dat wil zeggen niet medicatie afhankelijk, fysiek fit, minimaal 1.55m, minimaal 55kg, niet kleurenblind en indien bril/lens afhankelijk een niet te hoge sterkte.
De opleiding is eigenlijk heel erg breed en duurt iets langer dan twee jaar. Je begint met een opleiding tot officier en militair aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In de twee jaar daarna word je opgeleid tot algemeen militair arts. Je begint met een half jaar stage in een huisartsenpraktijk via de normale huisartsenopleiding gevolg door een half jaar op de spoedeisende hulp. Daarna volg je allerlei cursussen over sportgeneeskunde, forensische geneeskunde en je leert van alles over tropengeneeskunde.

‘Die struggle over wat ik moest kiezen ken ik totaal niet!’

Waar zit de opleiding en zijn er veel opleidingsplekken of is het lastig om ertussen te komen?  
De opleiding tot officier is alleen maar in Breda. Voor het deel van de opleiding dat je volgt via de huisartsenopleiding (huisartsgeneeskunde en spoedeisende hulp) kun je overal geplaatst worden. Daar heb je zelf niet zoveel invloed op, dus het kan zomaar zijn dat dat ver van je woonplaats is. Dan kun je in de buurt overnachten op een kazerne, dat noem je binnen slapen, of heb je gewoon veel reistijd. Het aantal opleidingsplekken weet ik niet precies, in mijn tijd waren dat er 24. Je kunt de opleiding tot militair arts volgen bij de landmacht, luchtmacht en de marine. De basis van de opleiding is voor alle drie hetzelfde, maar de oefeningen zijn anders. Ik ben militair bij de landmacht.  

Wat zijn je taken als militair arts? 
Tijdens een gemiddelde week als militair arts begin je de ochtend vaak met sporten zodat je fysiek fit blijft, daarnaast heb je vaker overleggen met je collega ama-artsen of met je commandant. Je bereidt oefeningen voor en geeft les aan de verpleegkundigen. Je werkt ongeveer 1 à 2 dagen op het militair gezondheidscentrum, daar voer je huisarts taken uit en draai je dus spreekuur. 
Een ander groot gedeelte zijn de oefeningen. Als militair arts word je bij een (medische) eenheid geplaatst. In de eenheid vorm je met twee verpleegkundigen, twee verzorgenden, twee helpenden een hulppost. Met je eenheid ga je op oefening. Eigenlijk zijn er twee soorten oefeningen. Ten eerste groene oefeningen, daarbij train je mee in de oefening en werk je achter de gevechtseenheden. Je oefent om een hulppost op te zetten en snel te verplaatsen, je moet wachtlopen en je leert met acute patiënten om gaan en met name te handelen met weinig middelen. Tijdens oefening ga je ook vaak op rantsoen dat betekent weinig slapen, niet douchen en rantsoenen eten. Een ander soort oefening wordt ook wel de non-excercising club genoemd. Daarbij werk je niet direct in het oefengebied maar bouw je een huisartsenpost ter plaatse op. Je werkt dus buiten het terrein en bent de eerste hulp bij kleine ongevallen (zoals verzwikte enkels of geschaafde geïnfecteerde knieën tijdens een oefening) en draait spreekuur voor de gevechtseenheden. 

Ben je ook wel eens op uitzending geweest? 
Ja. Als je de opleiding tot militair arts hebt afgerond ga je vaak op oefening en soms ook op uitzending. Toen ik in opleiding was gingen we minimaal zes keer per jaar op oefening. Zo’n oefening duurt tussen de twee en vier weken en is in Duitsland, Tsjechië of Polen.
Na je opleiding ben je tenminste drie jaar verbonden aan defensie dus dat komt neer op in ieder geval vijf jaar bij defensie. Ik ben twee keer op uitzending geweest, een keer naar Afghanistan voor bijna vijf maanden en een keer naar Sint Maarten, vlak na orkaan Irma, voor ongeveer zeven weken. Het is natuurlijk afhankelijk van de hoeveelheid militaire missies of en hoe vaak je op uitzending gaat. 

Hoe bedoel je tenminste vijf jaar bij defensie? Kun je geen militair arts blijven? 
Nee, dat kan niet. Het is net zoiets als een ANIOS (Arts Niet In Opleiding tot Specialist), dat kun je ook niet blijven, op een gegeven moment ga je verder specialiseren. Militair arts blijf je dus ongeveer vijf jaar, daarna ga je je specialiseren net zoals in het ziekenhuis. De meeste kiezen voor huisarts, militair of civiel (= gewoon de huisarts zoals we die allemaal kennen). Maar de vervolgstap tot bedrijfsarts, sportarts of arts maatschappij & gezondheid wordt ook veel gekozen. Je kunt ook specialist worden met een dubbel dienstverband, dat wil zeggen dat je een aantal dagen per week werkt als specialist in een ‘gewoon’ ziekenhuis en een aantal dagen per week in het militair hospitaal. Want ook in het militair hospitaal zijn eigenlijk alle specialismen nodig zoals in een gewoon ziekenhuis. Revalidatiearts in het militair revalidatiecentrum is ook een optie. 

Jij hebt gekozen voor militair huisarts. Wat is het verschil met een gewone huisarts? 
Eigenlijk zijn de verschillen klein, behalve dat je als militair arts militairen als patiënten hebt. Dat komt omdat alle militairen een militair huisarts hebben en geen civiele huisarts. Dat heeft eigenlijk twee belangrijke redenen. Ten eerste omdat een gewone huisarts niet in kan schatten wat oefeningen inhouden en wat de lichamelijke belasting is. Ten tweede omdat militairen collectief verzekerd zijn en daardoor geen gebruik maken van de standaard gezondheidszorg. Militairen hebben dus hun eigen huisarts, tandarts, fysiotherapeut, maar ook hun eigen ziekenhuis en eigen revalidatiecentrum. Als militair huisarts werk je vaak een aantal dagen op de kazerne, maar ook een aantal dagen in een civiele huisartsenpraktijk om je kennis over kinder- en ouderengeneeskunde te blijven behouden, want kinderen en ouderen zie je op de kazerne natuurlijk niet. Daarnaast doe je diensten op de huisartsenpost in de avonden/nachten en weekenden.

‘Je kunt geen algemeen militair arts blijven, net zoals je geen ANIOS kunt blijven. Je gaat je uiteindelijk specialiseren.’

En wat zijn jouw werkzaamheden als militair huisarts? Ga je dan nog wel eens op uitzending, want ik kan me voorstellen dat dat lastig te combineren is met het moederschap? 
Ik draai nu spreekuur op de kazerne en werk daarnaast één dag per week in een civiele huisartsenpraktijk. In de avonden, nachten of weekenden heb ik af en toe dienst op de huisartsenpost. Als militair huisarts is de kans op een uitzending een stuk minder groot dan als AMA. Het zou wel kunnen, maar dat ligt dus ook aan het aantal uitzendingen. Mijn plan was eigenlijk om vijf jaar als militair arts te werken en me dan te specialiseren tot sportarts of civiele huisarts, maar uiteindelijk ben ik dus militair huisarts geworden. Ik kon mijn opleiding tot huisarts via defensie doen en die kans heb ik gegrepen. Ik vind het nog steeds super leuk om voor defensie te werken en het is net als het huisartsenvak goed te combineren met het moederschap. De opleiding tot militair arts en de drie jaar als militair arts zijn veel lastiger te combineren met het moederschap. Sowieso vergt dat wel wat flexibiliteit en aanpassingsvermogen van niet alleen jezelf, maar ook je omgeving. Maar militair huisarts en moeder zijn is een prachtige combinatie. 

Is je salaris als militair arts in opleiding anders dan dat van een ANIOS in het ziekenhuis? 
Nee, dat is ongeveer hetzelfde. 

En de administratielast? 
Als militair arts in opleiding is dat minder dan dat van een ANIOS in het ziekenhuis denk ik. Maar nu heb ik dezelfde administratielast als dat van een huisarts. 

Heb je nog tips voor mensen die nadenken over het specialisme militair arts?  
Het is het belangrijkst om te kiezen wat je leuk vindt! Militair arts worden kan een heel mooi voortraject zijn als je bijvoorbeeld huisarts of sportarts wilt worden. Maar als je al zeker weet dat je medisch specialist wilt worden, bijvoorbeeld orthopeed of cardioloog, dan is de opleiding tot militair arts wellicht niet de juiste vooropleiding. Het duurt namelijk al twee jaar en nadien dien je nog drie jaar. Maar het is een prachtig vak, een erg breed vak en geeft je zeker ervaring en kennis wat nuttig kan zijn bij verschillende specialisaties nadien. Ik ben nog steeds blij met de keuze die ik destijds gemaakt heb. 


Meepraten over deze blog? Of heb je nog vragen voor Liesbeth? Laat het me weten via Instagram of e-mail!

Blog 9: In gesprek met internist acute geneeskunde en onderwijsfanaat Anique Baten

Deze week ga ik in gesprek met Anique Baten, oorspronkelijk opgeleid tot internist acute geneeskunde, maar ondertussen fulltime werkzaam als onderwijskundig adviseur medische opleidingen en als promovenda o.g.v. medisch onderwijs. Haar missie: een training en inwerktraject ontwikkelen om de transitie van schoolbank naar beroepspraktijk te ondersteunen en jonge dokters zo een veilig en effectief leerklimaat te bieden ter voorbereiding op de eerste dienst. 


Anique, wat leuk dat je mij benaderd hebt voor dit gesprek! Jij bent namelijk een dokter die het anders doet, je bent afgestudeerd medisch specialist maar je hebt je nu gericht op onderwijs. Wanneer wist jij dat je dokter wilde worden? 
Haha, dat weet ik nog precies. Het was september 1994, ik was 11 jaar en keek naar de eerste aflevering van een destijds nieuwe ziekenhuisserie genaamd ER… Heel classic verhaal dus! 
Na mijn VWO werd ik direct ingeloot voor Geneeskunde, na zes jaar studeerde ik af als basisarts. Ik ben na mijn coschappen aan de slag gegaan als ANIOS Interne geneeskunde en kreeg binnen een half jaar een opleidingsplek aangeboden. Ik kwam erachter dat ik goed was in het in kaart brengen van klinische problemen en in staat was om patiënten gedurende dat proces snel op hun gemak te stellen. Na een loopbaan als intensivist of hematoloog te hebben overwogen, kwam ik terecht bij de acute geneeskunde. De acute geneeskunde intrigeerde me en sloot perfect aan bij mijn kwaliteiten. Daarnaast vond ik het werken in teamverband heel fijn; de SEH (Spoedeisende Hulp) voelde als een veilige plek waar je het samen doet.

En wanneer wist je dat je eigenlijk geen dokter meer wilde zijn? Je hebt je hele opleiding tot internist doorlopen, dat is een lange weg!
Nadat ik een plek als fellow bij de hematologie had bemachtigd was er een kort moment van paniek: “Is dit het wel? Kan ik dit wel?” De immense verantwoordelijkheid voelde erg ongemakkelijk, alsof ik noodgedwongen een jas aan moest trekken die me toch echt nog een paar maten te groot was. Uiteindelijk bleek een ander specialisme me dus beter te passen. Ondanks mijn gebrek aan zelfvertrouwen heb ik mijn opleiding vlot doorlopen. Mijn onzekerheid werd door de opleiders gesust; volgens hen “kon ik het echt wel”!
Na vier jaar algemeen interne geneeskunde werd ik een van de eerste fellows acute geneeskunde in Nederland. Ik kreeg veel ruimte van mijn opleiders om de opleiding in mijn ziekenhuis verder vorm te geven en had veel contact met fellows uit andere centra. Ik voelde me binnen de acute geneeskunde als een vis in het water en toch…de onzekerheid bleef. Zeker toen de eindstreep in zicht kwam en ik me meer en meer realiseerde dat ik straks een rol als supervisor op me zou moeten gaan nemen. Door een samenloop van omstandigheden begon ik tegen het einde van mijn opleiding met een promotietraject op het gebied van medisch onderwijs en toen viel plots alles op z’n plaats. Ik vind bezig zijn met medisch onderwijs zo leuk en het geeft me zoveel energie dat ik uiteindelijk niet meer terug de kliniek in ben gegaan. Een keuze waar ik tot op de dag van vandaag nog geen seconde spijt van heb gehad!

‘De immense verantwoordelijkheid voelde ongemakkelijk, alsof ik een jas moest aantrekken die me nog een paar maten te groot was’

Waar houd je je nu mee bezig? 
Ik combineerde mijn promotie de eerste jaren met een baan als docent medische hulpverlening aan de HAN (Hogeschool Arnhem Nijmegen), om in 2018 de overstap te maken naar de ambulancezorg waar ik een functie bekleedde als onderwijsadviseur en –ontwikkelaar. Daar heb ik met veel plezier gewerkt tot afgelopen juli. Per 1 juli ben ik begonnen in mijn nieuwe functie als onderwijskundig adviseur medische opleidingen binnen Isala (Zwolle en Meppel). Hier mag ik mij o.a. bezig houden met het onderwijs voor de coassistenten, de kwaliteit van de coschappen en de opleiding van de arts-assistenten. De transitie van coassistent naar a(n)ios kan ik zo ook duidelijk positioneren als een overgang die alle aandacht verdient. 

Wat goed dat je daar meer aandacht voor wilt vragen! Ik denk inderdaad dat daar gemiddeld weinig aandacht voor is terwijl het een mega stap is en je nog zóveel moet leren als jonge dokter. Waar gaat jouw promotieonderzoek over? 
Ik ben bezig met het ontwikkelen van een onderwijsinterventie om de stap van coassistent naar dokter kleiner te maken en jonge dokters beter voor te bereiden op hun eerste dienst. Aan het medische gedeelte, de medische kennis, wordt uiteraard heel veel aandacht besteed, maar dokter zijn bestaat uit zoveel meer. Welke patiënt ga je als eerste beoordelen? Wanneer bel je je supervisor om te overleggen in de dienst? Hoe ga je om met een zeer ervaren verpleegkundige die het duidelijk niet eens is met jouw beleid? Of met een coördinator op de spoedeisende hulp die vindt dat jij eerder moet overleggen met je achterwacht zodat de doorstroom van patiënten sneller gaat? Wat doe je als je tussendoor ook nog telefoontjes krijgt van verpleegkundigen over patiënten die je niet kent over verhoogde glucosewaarden of het mogen geven van een slaaptabletje? Hoe overleg je überhaupt een patiënt telefonisch met je supervisor, want tijdens dagdiensten kijken ze natuurlijk vaak over je schouder met je mee. Hou houd je overzicht tijdens een drukke dienst? Allemaal naar mijn mening onderbelichte zaken, maar wel heel belangrijk. 

Hoe ziet jouw training eruit? 
Het originele trainingsconcept (PREPARE) bestaat uit 3 trainingsdagen waarbinnen middels verschillende werkvormen de eerder beschreven situaties worden getraind. Ter ondersteuning gebruiken de deelnemers een naslagwerk dat in samenwerking met het team van Compendium Geneeskunde werd geschreven. Dit naslagwerk, dat uiteraard ook los van de cursus kan worden gebruikt, behandelt alles van ABCDE-systematiek tot hoe om te gaan met vragen over afdelingspatiënten. Zowel de inhoudsopgave van dit naslagwerk als het trainingsprogramma zijn gebaseerd op de resultaten van de verschillende deelstudies. Tijdens de lockdown was live onderwijs niet tot nauwelijks mogelijk, daarom zijn we op zoek gegaan naar online alternatieven om de eerste dienst te kunnen simuleren. Dit alternatief vonden we in een nieuw te ontwikkelen webapplicatie. Aan deze webapplicatie (PREPAREsim) wordt momenteel hard gewerkt en hopelijk hebben we er zo over een aantal maanden een heuse online, interprofessionele opleidingstool bij. Binnen PREPAREsim doen artsen en verpleegkundigen/medisch hulpverleners samen dienst op een virtuele SEH. De supervisor is beschikbaar voor overleg en coördineert het spel. Zo bepaalt de supervisor de patiëntenstroom en kan hij/zij bijv. ook vragen van afdelingsverpleegkundigen inschieten. Na afloop van een sessie volgt een uitgebreide debriefing. Hier zit het grootste leerrendement. Ik heb goede hoop dat deze tool tot ver na het coronatijdperk zal bijdragen aan een inspirerende en uitdagende leeromgeving.

Wauw! Dat klinkt super leuk en tegelijkertijd heel leerzaam. Welke geluksvogels hebben deze trainingen mogen volgen? 
Het was tot nu toe alleen nog maar in studieverband voor mijn promotieonderzoek. Ik onderzoek nu mogelijkheden om PREPARE te integreren binnen het opleidingsaanbod van de Isala Academie en hier meteen een laatste deelstudie aan te koppelen.

‘Dokter zijn bestaat uit zoveel meer dan alleen het hebben van medische kennis’

Als jij de cursussen die je zelf hebt ontwikkeld had gehad als jonge arts-assistent of jonge internist denk je dan dat je nog werkzaam was als dokter? 
Goh, dat is een moeilijke vraag. Bij mij ging de 1e overgang (die van coassistent naar dokter) eigenlijk heel soepel door een hele goede mentor. Maar tijdens mijn gehele arts-assistententijd heb ik wel het gevoel gehad dat ik niet goed genoeg was. Ik dacht dat de supervisoren me aardig vonden en betrouwbaar, maar niet goed. Ik dacht altijd dat er een moment zou komen waarbij ik door de mand zou vallen, dat past wel bij het imposter syndroom, iets wat je nu veel vaker hoort. Doordat ik altijd dacht eens door de mand te vallen en niet goed genoeg te zijn denk ik dat de 2e overgang gewoon te groot was. Of ik met mijn eigen leermethode minder aan mezelf getwijfeld had weet ik niet, maar dat zou zeker kunnen. Al denk ik dat er nu sowieso wel meer aandacht is voor de beoordeling van je eigen kunnen in de opleiding door middel van de EPA’s (Entrustable Professional Activities). 

Wat is jouw grote droom op werkgebied? 
Dat PREPARE als evidence based onderwijsinterventie wordt opgepakt door faculteiten en ziekenhuizen in heel Nederland, zodat jonge dokters optimaal begeleid worden in hun overstap naar de praktijk en in het bijzonder in hun voorbereiding op de eerste dienst.

Heb je nog een laatste tip voor coassistenten of jonge dokters? 
Volg je hart en vraag om hulp! 

Wat vond jij het lastigst als beginnende dokter? Kan er nog iets verbeterd worden aan de begeleiding die jij hebt gehad als jonge dokter? Praat mee via instagram!

Blog 8: Promoveren of niet?

Zal ik wel of niet gaan promoveren?
Een vraag waar veel jonge dokters, inclusief ikzelf, zich tegenwoordig mee bezig houden. Dit komt met name omdat er steeds meer jonge dokters zijn die promoveren. In een artikel van de NTvG uit 2018 wordt gekeken naar het aantal promovendi aan medische faculteiten tussen 1992 en 2018. Daaruit blijkt dat het aantal promoties bijna is verdrievoudigd door de jaren heen. Dat is een behoorlijke toename! Waarom promoveren er zo veel meer dokters? Maakt promoveren je een betere dokter? Hoe ziet je dag er eigenlijk uit als je promoveert? Een heleboel vragen waar ik geen antwoord op heb, maar hopelijk wel antwoord op ga krijgen. Ik ga in gesprek met Eefje van Helvoort, afgestudeerd als arts, interesse in de orthopedie en nu werkzaam als arts-onderzoeker en hopelijk over een aantal maanden gepromoveerd en dus écht dokter én expert op het gebied van knie artrose. 


Eefje, vertel, hoe is het met je? En hoe zien jouw dagen eruit? 
Met mij gaat het goed! Ik ben sinds januari 2017 bezig met mijn promotieonderzoek naar knie artrose en hoop dit over ongeveer vijf maanden af te ronden. Promoveren duurt gemiddeld drie a vier jaar, maar door corona heb ik wat uitloop gehad. Het verdedigen van je proefschrift, dus het echte promoveren, volgt vaak wat later dan dat je onderzoek is afgerond, bij mij dus ook.
Mijn promotie bestaat eigenlijk uit twee grote onderzoeken. Allereerst een grote klinische patiëntenstudie met ongeveer 300 patiënten die we twee jaar gevolgd hebben. Deze patiënten hebben allemaal artrose van hun knie en hebben allerlei onderzoeken gehad (bloedtesten, foto’s, scans et cetera) om uiteindelijk beter in beeld te krijgen wat voor soort artrose er speelt en hoe het beloop is. Momenteel wordt artrose slechts op één manier behandeld, echter is de knie artrose van een 30-jarige voetballer een heel ander soort artrose dan die van een 85-jarige patiënt. We proberen de verschillen beter in beeld te krijgen om gerichte adviezen en behandeling te kunnen geven. Daarnaast hebben we een studie opgezet waarbij we kijken naar de effectiviteit van injecties met ontstekingsremmende cytokinen in het kniegewricht.
Mijn dagen zijn enorm wisselend, ik heb er dagen bij dat ik mezelf aan het einde van de dag afvraag wat ik nou eigenlijk gedaan heb haha, maar dat hoort erbij! Je start met het opbouwen van een database, ik doe een klinische studie dus heb veel patiënten gezien en gesproken. Andere dagen zit ik ook de hele dag te puzzelen op de statistiek of sluit ik mezelf op om een gedeelte van een artikel te schrijven.

Wat ga je doen als je over vijf maanden klaar bent?
Ik zou graag in de consultancy gaan werken en daarbij processen in en buiten het ziekenhuis verbeteren. Ziekenhuizen huren vaker externe partijen in om bijvoorbeeld fusies of interne processen in kaart te brengen en te begeleiden, dat lijkt me heel erg tof! Promoveren en onderzoek doen vond ik erg leuk, maar dat zie ik mezelf niet voor altijd doen. Ik heb er heel veel van geleerd, maar het is soms toch echt wel heel traag, je moet veel wachten. Wachten op subsidies, wachten op goedkeuring van de Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC), wachten op goedkeuring voor plaatsing van een artikel en ga zo maar door.  Daar ben ik te ongeduldig voor.

Je wilt dus niet opnieuw in het ziekenhuis aan de slag?
Nee, klopt. Langer geleden heb ik eigenlijk al gemerkt dat het werk in het ziekenhuis uiteindelijk toch niet mijn ding is. Ik vond de orthopedie het allerleukst, dus daar heb ik mijn laatste coschap gedaan. Al snel merkte ik dat het toch veel routine werk is en ik vind juist de complexe problemen waarbij echt nadenkwerk vereist is het leukst. Toen ik onderzoek ging doen tijdens mijn wetenschapsstage van mijn coschappen merkte ik dat ik dat heel erg leuk vond en het ziekenhuis en het directe patiëntencontact niet echt miste. De sfeer in het ziekenhuis, het ellebogenwerk om in opleiding te komen, de regeltjes en politieke spelletjes, daar pas ik gewoon niet zo goed tussen haha.

Wat vind je het leukste aan promoveren?
Dat je heel erg veel van één onderwerp weet en dus echt een beetje expert bent op een bepaald gebied. En natuurlijk de congressen! Ik heb er zelf 5-10 bezocht. Het is leuk om (internationale) collega’s die met hetzelfde bezig zijn te ontmoeten en te leren kennen. Vaak zijn congressen internationaal, en dus in het buitenland, dat maakt het extra leuk. Maar ook zelf een praatje houden over datgene waar je zoveel van weet en zoveel mee bezig bent, daar krijg ik echt voldoening van.

En wat het minst leuk?
De politieke spelletjes of bepaalde regeltjes. Je moet je artikel zo schrijven en je bevindingen zo presenteren dat het ergens geaccepteerd wordt, terwijl ik het liever op zou willen schrijven zoals ik dat zelf graag wil. In de wereld van het wetenschappelijk onderzoek is iedereen altijd gebrand op de p-waarde, want is een uitkomst wel statisch significant? Terwijl je je soms ook moet afvragen of iets klinisch relevant is of niet, en sommige uitkomsten die statistisch niet significant zijn kunnen toch relevant zijn.

Steeds meer jonge dokters gaan promoveren, vaak ook omdat promoveren je kans op een opleidingsplek vergroot. Op sommige plekken is het zelfs zo dat je gepromoveerd moet zijn om in opleiding te komen. Wat vind jij daarvan?
Ik vind dat echt niet goed! Of je gepromoveerd bent of niet zegt niets over iemands kwaliteiten als AIOS (Arts In Opleiding tot Specialist). Daarnaast heb je in een vakgroep dokters met allerlei verschillende kwaliteiten  nodig. Natuurlijk is het fijn als je dokters hebt die affiniteit hebben met wetenschappelijk onderzoek, maar is het een must om specialist te worden? Ik vind van niet!
Daarnaast zorgt deze trend ervoor dat mensen gaan promoveren om in opleiding te komen, niet omdat ze graag willen promoveren. Ik denk dat dat de kwaliteit van het onderzoek niet ten goede doet. Promoveren kost veel geld en tijd voor een instelling dus het moet wel echt iets toevoegen. Zo’n halfbakken, soms weinig relevant proefschrift schrijven, alleen maar omdat het goed op je CV staat als je gaat solliciteren voor een opleidingsplek, is naar mijn mening echt geen goede, maar wel steeds groter wordende trend binnen de medische wetenschap.  

‘Mensen gaan tegenwoordig promoveren om in opleiding te komen, niet omdat ze willen promoveren en dat komt de kwaliteit van het onderzoek niet ten goede’

Hoe wordt de kwaliteit van een proefschrift gewaarborgd?
De eisen om te promoveren verschillen volgens mij per faculteit of vakgroep. Bij mij zijn er ongeveer vier publicaties nodig. Uiteindelijk bepaalt een leescommissie of de kwaliteit hoog genoeg is om je proefschrift te mogen verdedigen, dus het is echt niet zo dat je zomaar even promoveert hoor! Maar toch denk ik dat als je iets doet omdat het volgens jou moet, en niet omdat je het wilt, je het moeilijker volhoudt, je er zelf minder voldoening uit haalt én de kwaliteit niet altijd op de eerste plaats komt.

Denk je dat je een betere dokter wordt van promoveren?
Ja! Dat denk ik zeker. Je gaat analytischer denken, doet veel kennis op en leert wetenschappelijke artikelen beter lezen, begrijpen en op waarde te schatten. Je kunt wat beter tussen de regels doorlezen en begrijpt waarom zaken soms opgeschreven staan zoals ze opgeschreven zijn. Je doorziet tegen welke problemen de auteurs opgelopen zijn en waarom er gekozen wordt om iets wel of niet te benoemen, dat maakt dat je de kwaliteit beter en sneller kunt beoordelen Daarnaast leer je eigenschappen die je niet zo snel op een andere manier leert zoals wetenschappelijk Engels spreken en schrijven of een groot publiek toespreken in het Engels of juist een korte, goede pitch houden. Aan de andere kant kun je zonder te promoveren ook een hele goede dokter worden, dus naar mijn mening moet het zeker geen vereiste zijn voor een arts.

‘Ik denk dat je van promoveren een betere dokter wordt, aan de andere kant kun je zonder promoveren ook een hele goede dokter worden. Het moet geen vereiste zijn.’

En dan als laatste, welke eigenschappen moet iemand hebben om te gaan promoveren volgens jou?
Allereerst moet je gaan promoveren omdat je het leuk vindt. Wat betreft eigenschappen: je moet geduldig zijn, want onderzoek doen is zoals eerder gezegd veel wachten. Je moet nieuwsgierig zijn, het naadje van de kous willen weten en nooit klaar willen zijn met leren. Daarnaast moet je je niet te snel uit het veld laten slaan, want plannen worden continu gewijzigd en er ligt geen kant-en-klaar plan, dus je moet ook flexibel zijn. Je moet er tegen kunnen dat het soms voelt alsof je niks hebt gedaan en je moet het grotere geheel kunnen zien en vooruit kunnen denken. Je moet niet gaan promoveren als je het doet voor een opleidingsplek, dan is het gewoon echt een te zware kluif, het is namelijk niet iets wat je er even bij doet. Maar in principe zou iedereen het kunnen!


Op de Instagram pagina van dokters die het anders doen vroegen we naar jullie mening over dit onderwerp. Van de bijna 100 reacties dacht 14% dat promoveren je een betere dokter maakte, 86% was het daar niet mee eens. Waar iedereen het eigenlijk wel over eens was is dat promoveren als vereiste voor een opleidingsplek geen goede trend is.

Ik ben eigenlijk erg enthousiast geworden over promoveren na mijn gesprek met Eefje. Dus wellicht is promoveren of klinisch onderzoek doen wel iets voor mij! Hoe zit dat bij jou? Zou jij willen promoveren of is het nodig om in opleiding te komen bij jouw favoriete specialisme? Laat het me weten via Email of Instagram!


Blog 7: In gesprek met een revalidatiearts in opleiding

Deze week ga ik in gesprek met dokter Sigrid Meijer, een sociaal iemand met het hart op de juiste plek. Een dokter die echt iets wil betekenen voor de patiënt en dat graag in teamverband doet. Ze is revalidatiearts in opleiding in Nijmegen en heeft haar plekje daar helemaal gevonden!


Sigrid, wat fijn dat je ons mee wilt nemen in jouw werk als revalidatiearts in opleiding. Hoe is het met je?
Het gaat heel erg goed! Ik zit zo op mijn plek bij de revalidatie en ben toegelaten tot de opleiding tot revalidatiearts per september komend jaar dus dat is helemaal super!

Ik heb eerlijk gezegd niet zo’n goed beeld van de revalidatiegeneeskunde, waar houd je je als revalidatiearts eigenlijk mee bezig?
Het is een ontzettend breed vakgebied en dat maakt het ook zo leuk. Je werkt buiten het ziekenhuis, maar de lijntjes zijn heel kort en je bent ook vaak in het ziekenhuis dus voor mij is dat de perfecte combinatie! De revalidatiegeneeskunde heeft eigenlijk vier grote vakgebieden. Allereerst houding & beweging, daaronder valt bijvoorbeeld de revalidatie na een amputatie door een infectie, ongeluk of suikerziekte, of patiënten met reumatische aandoeningen of meerdere botbreuken door een ongeluk. Ten tweede patiënten met chronische pijnklachten met een anatomisch substraat (dat wil zeggen dat er een anatomische oorzaak voor de pijnklachten is, er zijn ook centra die zich richten op chronische pijnklachten waar met name psychische problematiek de oorzaak is) vallen hieronder. Daarnaast is de neurorevalidatie een groot gedeelte van ons werk, dat zijn patiënten na een herseninfarct of -bloeding of patiënten met hersenletsel na een ongeluk of bijvoorbeeld zuurstofgebrek na een reanimatie. Maar ook mensen met een dwarslaesie en patiënten met progressieve neurologische aandoeningen zoals Multiple Sclerose (MS). Als laatste de kinderrevalidatie, daaronder valt eigenlijk alles bij kinderen t/m 18 jaar, het zijn vaak aangeboren aandoeningen. Het laatste jaar is hier een hele nieuwe groep bijgekomen: de patiënten die revalideren na een COVID19-infectie, hier zijn nieuwe programma’s voor opgezet maar omdat het pas zo kort bestaat zijn we daarin nog wat zoekende.

Hoe ben je terecht gekomen bij de revalidatiegeneeskunde? 
In mijn coschapspoor had ik heel snel een keuzecoschap, dat regel je zelf en daar kan je niet in de week voor het coschap mee beginnen. Ik moest dus een plekje zoeken waar ik graag een coschap wilde lopen voordat ik überhaupt coschappen in het ziekenhuis had gehad. Dus heb ik me door ervaringen van anderen te lezen verdiept in de opties voor een keuzecoschap. Daar kwam ik een stukje over revalidatiegeneeskunde tegen en dat leek me wel wat! Ik heb het revalidatiecentrum gemaild en mocht daar mijn keuzecoschap volgen. Ondertussen was ik begonnen met de coschappen in het ziekenhuis en ik merkte dat ik me daar niet zo thuis voelde. De revalidatiegeneeskunde vond ik direct leuk! En ook nadat ik alle coschappen had gehad vond ik de revalidatie nog steeds het allerleukst. Mijn laatste coschap heb ik dus ook bij de revalidatiegeneeskunde gedaan en toen wist ik het eigenlijk zeker. Om ervaring als arts op te doen heb ik een tijd bij de neurologie gewerkt, en daar wist ik weer direct waarom ik liever niet in het ziekenhuis zou willen werken. Toen er een vacature voor arts-assistent revalidatiegeneeskunde voorbij kwam heb ik direct gesolliciteerd en nu heb ik dus zelfs een opleidingsplek weten te bemachtigen!   

‘De revalidatie geneeskunde is ontzettend breed, dat maakt het ook zo leuk!’

Waarom wilde je niet in het ziekenhuis werken? Wat stond je tegen aan het ziekenhuis?
Ik voelde me er niet echt thuis, de sfeer is heel erg competitief en hiërarchisch. En daarnaast stoort het me enorm dat iedereen alleen naar zijn eigen stukje kijkt, als de patiënt niet precies de symptomen heeft volgens het boekje volgt er altijd een discussie over wie de hoofdbehandelaar moet worden. Ik wil het gewoon samen doen op de plek waar de patiënt de beste zorg krijgt!
Bij de revalidatie werken we echt in teamverband, we doen het samen in plaats van allemaal alleen ons eigen stukje, dat vind ik ontzettend leuk! Daarnaast is de sfeer binnen de revalidatie ook heel erg open, je kunt het overal over hebben, en zijn de werktijden, administratietijd, pauzes, vrije dagen en diensten gewoon echt heel erg goed geregeld. Anders dan binnen het ziekenhuis waar je vaak veel langere dagen maakt dan in je contract staat en er standaard te weinig compensatie is voor diensten. En niemand zegt er natuurlijk wat van, want je zit in een afhankelijkheidspositie als je nog een opleidingsplek wil.

Je geeft aan dat je de zorg van de patiënt zo graag samen doet. Wie werken er allemaal mee aan de revalidatie van jullie patiënten?
Het is een groot team bestaande uit een revalidatiearts, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, logopedisten, psychologen, maatschappelijk werk, ergotherapeuten en soms de diëtiste uit het ziekenhuis. Maar ook de psychomotore therapeut die zich met name richten op het bepalen en laten ervaren van iemands fysieke grenzen en balans tussen belasting en belastbaarheid samen met de ergotherapeut. Daarnaast de bewegingsagoog die heel specifiek naar bepaalde bewegingen en sporten kijkt, als iemand bijvoorbeeld heel graag zwemt kijkt diegene mee om te zorgen dat dat mogelijk gemaakt wordt.

Hoe ziet jouw gemiddelde werkweek eruit? 
Als revalidatiearts (in opleiding) heb je zowel dagen in de kliniek, dat wil zeggen dat je de intake van de nieuwe patiënten doet en de ontslaggesprekken van de patiënten die opgenomen hebben gelegen. Daarnaast heb je een aantal dagdelen poli, ingeplande administratietijd, doe je consulten in het ziekenhuis en neem je deel aan een aantal MDO’s (Multi Disciplinaire Overleggen). Het is dus heel erg afwisselend werk.
Als arts-assistent werk je 36 uur, dat zijn 4 dagen van 9 uur in ons geval. Tijdens de opleiding worden dat weer vijf dagen per week, maar nadien als revalidatiearts kun je gemakkelijk parttime werken.  

‘Ik wil het gewoon samen doen, op de plek waar de patiënt de beste zorg krijgt’

Je hebt het over ingeplande administratietijd, dat klinkt fantastisch! Lekker afgebakend! Hoeveel procent van jouw werkdag besteed jij aan administratie?
Mijn ingeplande administratietijd ook wel indirecte patiententijd genoemd is ongeveer 33% van mijn wekelijkse uren, dus ik heb ongeveer 3 uur administratietijd per dag ingepland staan in mijn agenda. Dit zijn vaak kleine blokjes van 15 minuten dus niet super efficiënt, maar hiermee kom je al wel een eind.

Heb je diensten?
Nu niet, maar dat komt uiteraard wel! Er liggen denk ik gemiddeld ongeveer 25 tot 30 patiënten opgenomen in het revalidatiecentrum. De patiënten liggen gemiddeld 50 dagen dus ongeveer 2 maanden opgenomen, zij zijn er natuurlijk dag en nacht. Als er in de nacht iets gebeurt bellen de verpleegkundigen de dienstdoende revalidatiearts. De diensten die je hebt zijn in principe dus bereikbaarheidsdiensten waarbij je thuis bent en gebeld wordt als je nodig bent.

Verschilt jouw salaris van het salaris van een arts-assistent die in het ziekenhuis werkt?
Nee in principe is dat hetzelfde, enige verschil is wellicht dat ik ook daadwerkelijk de uren in mijn contract werk en vrijwel geen (onbetaalde) overuren draai.

Als er mensen zijn die enthousiast geworden zijn over de revalidatiegeneeskunde. Waar zou je kunnen gaan werken? En waar kun je in opleiding?
Je hebt acht opleidingsregio’s en onder die regio’s vallen meerdere revalidatiecentra. Je hebt twee regio’s in Amsterdam (aangesloten aan VU en aan AMC), maar ook regio Leiden en regio Utrecht, regio Noord Oost Nederland, Zuid Oost Nederland, Oost Nederland en Zuid West Nederland. Ik ben in opleiding in regio Oost Nederland, daaronder valt het Radboud umc (Nijmegen), de Sint Maarten kliniek (Nijmegen), de Tolbrug (’s-Hertogenbosch), Klimmendaal (Arnhem) en het Rijnstate ziekenhuis (Arnhem). Alle informatie is te vinden op de website www.revalidatiegeneeskunde.nl.

Laatste vraag, is promoveren een must om in opleiding te komen? Zo niet, is er wel ruimte om onderzoek te doen mochten mensen dat leuk vinden?
Nee, het is geen must om gepromoveerd te zijn om in opleiding te komen. Het is wel een must om ervaring te hebben als arts-assistent in het ziekenhuis. Veel collega’s hebben bij de neurologie of de orthopedie gewerkt. Wat betreft onderzoek, er wordt veel onderzoek gedaan binnen de revalidatiegeneeskunde. In de ene regio meer dan de andere, in mijn regio is met name de Sint Maartenskliniek in Nijmegen heel erg ver op dat gebied. In onze opleiding is er tijd ingebouwd voor óf management óf onderwijs & opleiding óf onderzoek. Dus ja, er is zeker ruimte voor! 

Blog 6: In gesprek met Richard de Leth, expert op het gebied van een gezonde leefstijl

Ik ben op zoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt met een doktersdiploma. De standaardroute van arts-assistent tot medisch specialist in het ziekenhuis kennen we allemaal door de coschappen, maar wat is er buiten het ziekenhuis eigenlijk allemaal te kiezen? Elke week staat er een blog online, de ene week over van alles wat te maken heeft met het maken van die keuze, de andere week een inkijkje in het leven van een dokter die andere keuzes gemaakt heeft. Want hoe ziet je dag er dan uit? Waarom zijn keuzes gemaakt? En hoe is hij of zij gekomen op de plek waar die dokter nu staat?

Deze week ga ik in gesprek met Richard de Leth. Een dokter die na het afronden van de coschappen, voor zijn doktersexamen, heel snel afscheid heeft genomen van het dokterschap, omdat de ‘ziektezorg’ niet bij hem paste. Hij wil zich veel meer richten op preventie in plaats van ziekte, want hoe cliché ook: voorkomen is beter dan genezen. Hij heeft zich verdiept in wat gezondheid nou eigenlijk is en hoe je dit kunt bereiken en helpt nu duizenden mensen met zijn platform OERsterk naar een gezonde leefstijl, een fit lichaam en een sterke geest. Een fantastisch mooie missie waar naar mijn mening veel meer aandacht voor zou moeten zijn!


Richard, nogmaals bedankt dat je tijd wilt maken voor dit interview en ons een kijkje wilt geven in jouw leven en de keuzes die jij hebt gemaakt om op deze plek te komen. Jij hebt in 2007 jouw coschappen afgerond en bent heel snel daarna gestopt. Wat stond je het meest tegen aan het dokterschap en hoe heb je de keuze om iets anders te doen zo snel na het afstuderen gemaakt? 
Tijdens de coschappen merkte ik al dat ik veel breder keek dan in het ziekenhuis werd gedaan. Ik keek naar de hele patiënt, wilde adviezen geven over bewegen, gezonde voeding, maar ook de oosterse geneeskunde interesseerde me waarover ik adviezen wilde geven. Echter merkte ik ook direct dat dit niet echt gewaardeerd werd. Een supervisor heeft me wel eens de kamer uitgestuurd waarbij ik op de gang moest wachten en moest nadenken waarom ik bepaalde adviezen gaf. Dit out of the box denken werd dus totaal niet gewaardeerd. Daarnaast stond het behandelen van ziekte die mogelijk ook voorkomen hadden kunnen worden me tegen, overal is wel een pilletje voor. De reguliere geneeskunde is naar mijn mening te veel bezig met korte termijn oplossingen. Vroeger heette de studie medicijnen, dat is veranderd in geneeskunde, maar eigenlijk is de oude benaming passender voor de reguliere geneeskunde zoals deze nu is in mijn optiek. 

‘Voorkomen is beter dan genezen, maar tegenwoordig is overal wel een pilletje voor’

Vond je het een lastige keuze om te maken?
De keuze was niet lastig, want ik wist dat ik niet in het ziekenhuis paste. Ik had direct een duidelijke missie: gezondheid promoten en verbeteren. Het was wel lastig om uiteindelijk op de plek te komen waar ik nu sta, dat ging met vallen en opstaan. Ik startte mijn eigen bedrijf maar wist niets van ondernemen, het ging me financieel dus absoluut niet voor de wind, maar ik had een duidelijk doel voor ogen en heb gewoon doorgezet. 

Ik denk dat het voor velen herkenbaar is dat men in het ziekenhuis vooral bezig is met ziekten en veel minder met preventie en een goede leefstijl, terwijl een ongezonde leefstijl wel de basis is van vele ziekten. Wat zou er moeten veranderen aan het systeem zoals deze nu is? 
Ten eerste worden er te veel beslissingen gebaseerd op de korte termijn en niet op de lange termijn. Bij een patiënt met bijvoorbeeld beginnende suikerziekte of een hoge bloeddruk is het veel gemakkelijker om een pilletje voor te schrijven dan om uitgebreide uitleg te geven over een gezonde levensstijl en actief te coachen. Dat kost meer tijd en dus geld. Daarnaast denken we te veel in hokjes, de geneeskunde en het ziekenhuis zijn allemaal losse bedrijven die maar naar één stukje van de patiënt kijken, het zijn allemaal losse eilandjes, terwijl een patiënt niet uit losse eilandjes bestaat maar één persoon is. Foto geneeskunde noem ik dat, er wordt gekeken naar één moment en niet naar de film. Ik denk dat we daar de plank misslaan en minder goede zorg bieden dan dat mogelijk zou zijn. Maar ook de financiële inrichting van het systeem zorgt voor verkeerde impulsen. De dorpsdokter in China van jaren geleden kreeg betaald als patiënten niet ziek werden, want dan was je een goede genezer, nu wordt er betaald per ziekte en per ingreep. Dat is natuurlijk niet erg stimulerend in het voorkomen van ziekten. We zouden het systeem anders moeten inrichten en bruggen moeten bouwen tussen de reguliere en de complementaire geneeskunde. 

In mijn Geneeskunde opleiding was er heel erg weinig aandacht voor wat een gezonde leefstijl en gezonde voeding nou eigenlijk is terwijl dat dus zó belangrijk is, hoe was dat in jouw opleiding?
Nee, daar werd niet over gesproken en het leefden ook totaal niet. Ik heb het idee dat het nu veel meer leeft bij de jongere dokters. Er zijn veel meer artsen die zich hierin verdiepen, hierover uitspreken en er aandacht aan besteden. Prachtige initiatieven! Des te schrijnender is het om te zien dat er in het ziekenhuis weinig veranderd is naar mijn mening.  

‘De dorpsdokter in China kreeg betaald als iemand niet ziek werd, tegenwoordig wordt er per ziekte en per ingreep betaald’

Hoe ben jij aan al jouw kennis gekomen over een gezonde levensstijl en gezonde voeding?
Na Geneeskunde heb ik me verdiept in de orthomoleculair geneeskunde, de kinesiologie en de psycho-neuroimmunologie door verschillende opleidingen te volgen. De orthomoleculaire geneeskunde, ook wel nutritionele geneeskunde genoemd, is een vorm van geneeskunde die zich verdiept in voedingsmiddelen, vitamines en mineralen voor een gezond lichaam en om eventueel in te zetten bij ziekten. Kinesiologie, oftewel bewegingsleer houdt zich bezig met de mens als geheel en de motoriek, het zelfhelend vermogen van het lichaam staat hierbij op de voorgrond. En psycho-neuroimmunologie kijkt naar de wisselwerking tussen de psyche, het zenuwstelsel en het immuunsysteem, maar ook de hormonale cycli. Door opleidingen te volgen en veel boeken te lezen heb ik geleerd om naar de gehele mens te kijken en denk ik dat ik weet wat gezondheid is en hoe je dit kunt bereiken. Ik voel me nu eigenlijk een échte dokter.

Jij bent OERsterk begonnen omdat hetgeen wat je deed niet paste. Je hebt een duidelijke missie, maar hoe ziet jouw gemiddelde werkdag er eigenlijk uit?
Mijn werkdagen zijn heel erg afwisselend, ik houd me bezig met mijn twee bedrijven: OERsterk en Vitaily. OERsterk is het platform waar we mensen helpen bij een vitaler leven en een gezonde leefstijl, Vitaily biedt dagelijkse supplementen die de gemiddelde mens te kort komt. Beide bedrijven zijn dus gericht op gezondheid. Mijn dagen vul ik met trainingen geven over gezondheid, maar ook besteed ik veel tijd aan de wekelijkse nieuwsbrief waarbij we mensen informeren over de nieuwste onderzoeken en inzichten in een gezonde leefstijl. Daarnaast nemen we elke week een podcast op: de OERsterk podcast. Daar ga ik in gesprek met allerlei mensen over gezondheid. Mijn werkzaamheden zijn dus allemaal gericht op gezondheid en een goede leefstijl promoten door het gezondheidsvirus te verspreiden! Het is een heel besmettelijk virus, maar gelukkig ongevaarlijk, sterker nog, je kunt er zelfs gezonder van worden!

De drie peilers voor een gezonde leefstijl zijn volgens jou gezonde voeding, regelmatig bewegen en voldoende ontspanning. Over het algemeen denk ik dat dokters vaak niet erg goed voor zichzelf zorgen door de lange werkdagen, hoge werkdruk en het onregelmatige leven. Jouw werkdagen klinken ook erg druk! Hoe zorg jij dat je voldoende beweegt en ontspant?
Mijn werk voelt absoluut niet als werk, het is echt mijn missie en ik krijg er veel energie van! Daarnaast is het fijn dat ik eigen baas ben, ik bepaal mijn eigen agenda. Ik werk maximaal 40 uur per week. Daarbij probeer ik ontspanning en beweging te combineren door bijvoorbeeld twee keer per week te sporten met mijn zoon. Op ons kantoor is er ook veel aandacht voor beweging en gezonde voeding, we kunnen staand werken en er is een tafeltennistafel.  

Wat zijn jouw doelen?
Mijn doel is om 1000 mensen op te leiden, zodat ook zij het gezondheidsvirus weer kunnen verspreiden en we nóg meer mensen helpen bij een gezonde levensstijl. Daarnaast zou ik het fantastisch vinden om onze cursussen ook aan te kunnen bieden in het Engels om zo nog meer mensen te bereiken.

Stel er zijn mensen mega enthousiast geworden van jouw verhaal en zij zouden hetzelfde willen doen. Heb je tips?
Volg je hart, laat je inspireren door andere dokters en geef niet op!

Tot slot, had je bepaalde keuzes anders willen maken? Was je opnieuw begonnen aan de studie Geneeskunde?
Nee, ik had het niet anders aangepakt als ik het over had mogen doen. Ik heb nooit spijt gehad van de studie Geneeskunde, want het menselijk lichaam is ontzettend interessant en het heeft veel deuren geopend.


Wil je meer weten over het platform OERsterk of over de supplementen van Richard, klik dan op onderstaande buttons.
Ben je coassistent of basisarts en wil je meer weten over gezonde voeding? Volg dan een coachopleiding van Richard of neem een kijkje op de site en Instagram pagina van stichting Student en Leefstijl. Zij staan voor een Geneeskunde opleiding met meer onderwijs over voeding en leefstijl en bieden de SELF-cursus aan waar je alles leert over gezonde voeding!

Blog 5: Een opleidingsplek bemachtigen

Een opleidingsplek, het is iets waar bijna alle arts-assistenten in hun gedachten mee bezig zijn en waar ze keihard voor werken!
Elk jaar melden 8000 à 8500 kandidaten zich aan voor de studie Geneeskunde. Via de decentrale selectie zal er ‘gestreden’ worden om circa 2700 plekken.

Dat wil zeggen dat jaarlijks ongeveer 2700 kandidaten een opleidingsplek krijgen voor de studie Geneeskunde: het eerste gouden ticket. 

In de zes jaar die volgen zal er hard gestudeerd worden. Er zullen in de eerste drie jaar veel uren doorgebracht worden in de collegezaal, het skillslab,  de bibliotheek om te studeren, en oké vooruit, ook in de kroeg. Maar daarnaast moet er wel een CV opgebouwd worden natuurlijk, want tja: dat doet toch iedereen en anders kom je ‘later’ nooit in opleiding. En zo jut iedereen elkaar op en zitten we in commissies, bekleden we een bestuursfunctie van de studie- of studentenvereniging en doen we onderzoek (lees: urenlang database werk waarbij gegevens uit een patiëntendossier als 0 of 1 in Excel worden genoteerd). Daarna volgen er drie jaar waarin er veel tijd doorgebracht wordt in het ziekenhuis tijdens de coschappen, maar ook daarnaast doen veel studenten onderzoek of hebben zij een medische bijbaan als triagist op de huisartsenpost of werken zij op de prikpost.
Ikzelf ben absoluut geen uitzondering. Ik heb tijdens mijn bachelor met heel erg veel plezier in meerdere commissies gezeten, met iets minder plezier database werk gedaan en heb daarnaast op de huisartsenpost gewerkt. Allemaal zaken waar ik veel van geleerd heb en het meeste heel erg leuk vond om te doen! Maar, eerlijk is eerlijk, het woord CV is wel erg vaak gevallen tijdens mijn studie en het was vaak een goede reden om iets te doen. Het excelleren en ‘strijden’ om een plek te veroveren binnen de Geneeskunde wereld stopt niet na het eerste gouden ticket.

En dan komt daar dat tweede gouden ticket, wellicht nog lastiger te bemachtigen: een opleidingsplek binnen een door jouw gekozen specialisme. Bij het ene specialisme zijn er jaarlijks meer opleidingsplekken dan bij het andere specialisme. Wist jij bijvoorbeeld dat er jaarlijks 750 plekken binnen de huisartsgeneeskunde zijn, 116 voor de interne geneeskunde en slechts zes per jaar voor een opleiding tot neurochirurg? In de tabel hieronder zie je een overzicht van het geadviseerde aantal opleidingsplekken per jaar.

Tabel 1 – Overzicht jaarlijks aantal opleidingsplekken per specialisme
* Bron: Capaciteitsplan 2020-2023 – Capaciteitsorgaan Utrecht

Als je als jonge dokter besluit om te gaan werken buiten het ziekenhuis heb je uiteraard op veel plekken ook een opleidingsplek nodig. Over het algemeen is de kans op een opleidingsplek buiten het ziekenhuis groter dan binnen het ziekenhuis. En de duur van de opleiding is bij banen buiten het ziekenhuis korter dan binnen het ziekenhuis. Al met al verschilt de kans op een opleidingsplek dus per specialisme, maar over het algemeen zijn er meer welwillende, slimme en hardwerkende jonge dokters dan opleidingsplekken in het ziekenhuis. Het zijn dus factoren die bij de meesten zeker meewegen in het maken van een beslissing.

Daarnaast is het bij sommige specialismen gebruikelijk om eerst te promoveren à gemiddeld vier jaar. Promoveren vergroot vaak de kans om in opleiding te komen, maar daarover lees je binnenkort meer in een aparte blog.

‘Over het algemeen zijn er meer welwillende, slimme en hardwerkende jonge dokters dan opleidingsplekken in het ziekenhuis’

Je werk voelt natuurlijk heel vaak niet als strijden voor een opleidingsplek, maar gewoon als werk, als leuk werk zelfs! Maar het is een feit dat je hard moet werken en vaak veel moeten laten voor je werk én voor een opleidingsplek. En als je die opleidingsplek dan in de wacht gesleept hebt volgt er een opleidingstijd voor de specialisme binnen het ziekenhuis van gemiddeld een kleine zes jaar. Tijdens deze zes jaar word je opgeleid tot medisch specialist. Een opleidingstijd met veel uren en veel diensten waarin je jouw gekozen specialisme en verschillende andere vakgebieden nog beter gaat leren kennen. En dan, aan het einde van die zes jaar? Dan ben je klaar! Op zoek naar een derde gouden ticket: een vaste baan. Wellicht het lastigst te bemachtigen ticket. Gelukkig ben ik daar nog niet! Maar wellicht is het wel slim om daar alvast over na te denken.
Hoe zit dat bij jou? Hou jij rekening met de kans op een opleidingsplek bij het maken van jouw keuze? Of op de kans op een vaste baan voor als je ‘later’ klaar bent? Of ga jij er gewoon voor en zie je wel waar het schip strandt? Ik ben benieuwd!

Vragen of opmerkingen over deze blog? Leuk! Stuur me vooral een berichtje op Instagram of via e-mail!