Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan – Tessa

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene dat zo spannend is te doen.

“Ik herinner mijn eerste dienst als achterwacht nog goed”, zegt Tessa. “Het was een weekenddienst die om acht uur begon.” De diensten die Tessa doet in het verpleeghuis zijn bereikbaarheidsdiensten, dat wil zeggen dat de arts in principe thuis is en alleen iets gaat doen als hij of zij gebeld wordt door de verpleegkundigen. Als de dienst om 8.00 uur begint, kan er om 8.00 gebeld worden. “Ik had mij aangekleed en ontbeten, en zat bij de start van mijn dienst achter mij laptop, klaar om gebeld te worden.” Wat Tessa na enige tijd besefte was dat zij geen voorwacht meer was en dus niet meer als eerste gebeld zou worden. Ze zat dus eigenlijk voor niks klaar achter haar laptop. Als Tessa tegenwoordig dienst heeft, dan zorgt ze dat ze op tijd wakker is, maar ze kan nog iets langer in haar pyjama op de bank blijven zitten. Soms is ze zelfs bij vrienden op bezoek, maar altijd met laptop. “Het kan zijn dat ik ineens moet gaan, omdat ik een cliënt moet gaan beoordelen”, geeft Tessa aan, “vrienden zijn ondertussen gewend dat dit kan gebeuren als ik dienst heb, het hoort er nu eenmaal bij.”
Tijdens haar eerste diensten als specialist vond Tessa het best spannend om achterwacht te zijn. Als aios had zij al meerdere keren overdag supervisie moeten geven en in haar laatste voorwachtdiensten als aios belde zij zelden haar achterwacht. Tessa vertelt: “ik was zenuwachtig, omdat ik bang was dat ik niet alle vragen zou kunnen beantwoorden. Ik heb als specialist geen achterwacht meer, ik moet zelf met een plan of oplossing komen. In zeldzame situaties kan je sparren met een collega, maar dat is absoluut niet standaard. Daarnaast wil je het goed doen, je wil compleet zijn. Dingen die voor mij vanzelfsprekend zijn, moet ik wel goed bespreken met de voorwacht. Het kan anders gebeuren dat er handelingen vergeten worden en het beleid niet compleet is.”  


Wat Tessa (nog steeds) lastig vindt aan de diensten als achterwacht, is het feit dat ze de cliënt niet zelf kan zien. De voorwacht beschrijft wat er aan de hand is, maar soms is één blik op de cliënt genoeg om in te schatten wat er nodig is: het gevoel wat je hebt als je naar een zieke cliënt kijkt. Tessa vertrouwt op de inschatting van haar collega’s, maar de ene voorwacht kent ze beter dan de andere. “Ik probeer de voorwachten het belang van hun beoordeling te benadrukken tijdens een dienst”, geeft Tessa aan, “cijfers, zoals de bloeddruk, zijn belangrijk, maar wat maakt in het klinisch beeld dat een cliënt wel of niet ziek is? Daarop baseer ik namelijk grotendeels mijn behandeling.”
Daarnaast wil Tessa de aios en anios graag zo veel mogelijk bij brengen over het vak, ook tijdens de diensten. Ze wil niet meteen het beleid bepalen, want zo leer je er weinig van. Echter, tijdens een dienst kan het enorm druk zijn, waarbij er niet altijd genoeg tijd is om uitgebreid stil te staan bij elke casus. Tessa kan nog moeite hebben om de balans te vinden tussen sparren met de voorwacht en diegene iets te leren of direct het beleid te geven, zodat haar collega verder kon. Wel probeert Tessa de drempel zo laag mogelijk te houden om haar als achterwacht te bellen voor overleg of zelfs met de vraag om een cliënt te gaan beoordelen. Ze zegt: “Ik weet nog goed als basisarts en als aios dat het lastig kan zijn om je achterwacht in te schakelen, omdat het je niet lukt om vanwege drukte alle cliënten te zien. Het was dan fijn als de achterwacht uit zichzelf aanbood om te komen helpen. Dit probeer ik nu als specialist ook te doen. Ik hoor soms de paniek of de stress in de stem van de voorwacht en de opluchting als ik voorstel om te komen helpen. Ik wil graag laagdrempelig benaderbaar zijn, ik geloof namelijk dat je dan de beste zorg kan leveren aan je cliënten.” Dat Tessa niet alles zelf kan beoordelen en daarmee controle kan houden op de situatie, heeft ze geleidelijk aan losgelaten. Ze kijkt mee in het dossier van de cliënt als er gebeld wordt en soms ook aan het einde van de dienst kijkt ze in het dossier hoe het met de cliënt gaat. “Ik moet af en toe loslaten dat ik eindverantwoordelijk ben voor een cliënt. Samen met de voorwacht maak ik een plan, we zijn een team en dus samen verantwoordelijk. Als ik zou blijven piekeren over mijn beslissingen, dan houd ik deze baan niet vol en zou ik ’s nachts niet meer kunnen slapen”, zegt Tessa.

“Ik was zenuwachtig, omdat ik bang was dat ik niet alle vragen zou kunnen beantwoorden”
– Tessa

Iets anders wat Tessa opvalt sinds ze specialist ouderengeneeskunde is, is dat mensen regelmatig aan haar vragen hoe oud ze is. Ze voelt zich soms inderdaad jong, ze was namelijk 28 jaar toen ze specialist werd. Een aantal aios of anios die ze superviseert zijn ouder dan haar, wat grappige situaties kan opleveren. “Cliënten en hun families moeten soms even schakelen, ik zie ze dan denken: ‘ben jij de specialist?’ Hier moet ik wel om lachen, ik kan het namelijk helemaal begrijpen”, zegt Tessa. Toch weerhoudt het haar niet om haar kennis te delen en maakt het haar niet onzeker in haar werk. Haar expertise heeft veel toegevoegde waarde tijdens overleggen of het bespreken van behandelopties; dan maakt het mensen niet meer uit hoe oud je bent.

In het overleg met de specialisten in de tweede lijn merkt Tessa dat ze serieuzer genomen wordt dan toen ze basisarts of aios was. Ze wordt gelijkwaardiger behandeld. Tessa weet niet goed waar dit aan ligt. “Het kan meerdere verklaringen hebben”, geeft ze aan, “sinds ik specialist ben heb ik een andere titel, maar ik voel me ook een stuk zekerder. Daarbij wordt het vak ‘specialist ouderengeneeskunde’ steeds bekender onder specialisten. Waar het eerste het imago van een stoffig vak had, wordt nu steeds duidelijker hoe belangrijk de expertise is die we als specialisten ouderengeneeskunde hebben. Tijdens onze opleiding komen we ook in het ziekenhuis, waarbij ziekenhuisspecialisten kennis maken met ons vak. Meer bekendheid betekent ook meer respect en begrip. Het voelt goed om deze verandering te merken”.

In gesprek met een arts en ondernemer Veerle Smit

Deze week een bijzondere blog, namelijk met een arts die naast dokter ook ondernemer is. Ik ga in gesprek met Veerle Smit, mede-oprichtster van de zeer succesvolle Compendium boeken reeks. Ze heeft gestudeerd aan de VU in Amsterdam en rondde haar master af in 2020. Nadien heeft ze gewerkt in de huisartsenpraktijk, bij kind & jeugdpsychiatrie en sinds enkele maanden is ze fulltime bezig met ondernemen.

Wat leuk dat je iets wilt vertellen over het leven als dokter én ondernemer. Hoe ben jij begonnen met ondernemen?
In het tweede jaar van mijn studie kregen Romée (Snijders, mede-oprichtster van Compendium red.) en ik door dat we een goed overzicht van alle leerstof misten. Daar liepen we met name tegenaan als we ons voorbereidden op de vierjaarlijkse voortgangstoets. We bedachten dat we deze samenvatting zelf zouden ontwikkelen en wilden dat met z’n tweeën doen. Al snel bleek dat een iets te ambitieus plan, want het kostte veel tijd! We hebben direct hulp gevraagd en zo is Compendium 1.0 ontstaan: vier boeken met complete samenvattingen ontwikkelt door circa 100 geneeskundestudenten en specialisten. Compendium 2.0 is zelfs met een team van 350 studenten, artsen & specialisten ontwikkelt! Zo is het eigenlijk allemaal begonnen en dat loopt nog steeds heel goed. Later in onze opleiding, tijdens onze coschappen, kwamen we er namelijk achter dat een samenvatting voor in je witte jas ook wel heel erg handig is. Zo ontstonden de pockets. Nog wat later bleek een super korte samenvatting van een vakgebied ook heel erg fijn: de flashcards!
Momenteel zijn we daar vooral druk mee bezig met onze flashcards, zo lanceerde we 22 september onze nieuwste flashcards: Cardiologie & Longgeneeskunde. De laatste pockets die verschenen zijn Radiologie, Longgeneeskunde en Huisartsgeneeskunde. Hier vind je een overzicht van alle producten van Compendium en met kortingscode INOEK10 krijg je zelfs 10% korting!

Wat stoer dat jullie dit gewoon gedaan hebben! Waar ben je naast Compendium nog meer druk mee?
Naast Compendium houd ik me bezig met Dokters op hakken en stichting Zorgmakers. Dokters op hakken hebben Romée en ik overgenomen van aios Urologie Tahnee de Vringer, Daar promoten we gelijke kansen voor vrouwen binnen de geneeskunde. Vrouwelijke dokters zijn er inmiddels namelijk erg veel, maar de hogere bestuurlijke functies worden nog veelal bekleed door mannen. We promoten die kans gelijkheid door succesvolle vrouwelijke artsen te interviewen die fungeren als rolmodel voor anderen.
Stichting Zorgmakers heb ik opgezet samen met arts Sarah van der Lely en zorgbestuurder Rob van der Kolk, om de ondernemendheid van zorgmedewerkers te promoten. Ik ben ervan overtuigd dat we de zorg kunnen verbeteren met de mensen die daadwerkelijk in de zorg werken en dat vele oplossingen al beschikbaar zijn. Het wiel hoeft echt niet telkens opnieuw uitgevonden te worden. We bieden een platform voor zorgmedewerkers om een probleem waar men tegenaan liep en wat inmiddels intern is opgelost te delen zodat andere ziekenhuizen en zorgmedewerkers de oplossing kunnen kopiëren. Zo helpen we elkaar en verbeteren we uiteindelijk de zorg. Het is goed dat de mensen op de werkvloer betrokken worden, maar zich ook betrokken en verantwoordelijk voelen. Die ondernemendheid in de vorm van: ik zie een probleem en ik ga ermee aan de slag, dat moeten we stimuleren. Oplossingen zullen dan uiteindelijk ook veel breder gedragen worden. Ik geloof dat de zorg alleen gemaakt kan worden als we ons allemaal een zorgmaker voelen, durf dus ondernemend te zijn. Benieuwd naar de problemen waarvoor reeds oplossingen zijn bedacht, neem snel een kijkje op het platform!

En daarnaast geef je ook nog advies! Hoe is dat zo gekomen?
Al jaren werd ik overladen met vragen van vrienden en vrienden van vrienden over een idee, bedrijf of project dat ze hebben. Op een gegeven moment gaf ik zoveel mensen advies die ik niet persoonlijk kende, dat ik begonnen ben met “Advies- & Inspiratiegesprekken”. Ik geef dan advies over heel veel verschillende dingen. Zo verzin ik soms binnen een seconde een goede slogan of plan voor promotie tijdens een congres, maar werk ik ook samen met ondernemers hun 10-jaarplan uit. Ik denk graag strategisch mee en ben dan voor mensen een fijne sparringpartner omdat ik niet snel een idee te groot of te ambitieus vind. Ik ben eerder degene die vraagt: “Kan je er niet nog een nul achter zetten?”. Een Advies & inspiratiegesprek is 60-90 minuten. Soms zijn mensen na een gesprek al zo geholpen dat ze weer zelf aan de slag gaan, soms willen ze en langer traject aangaan en zich bijvoorbeeld elke maand of kwartaal laten adviseren. Ik ben vrij flexibel want ik vind niks leuker dan meedenken over nieuwe ideeën haha.

Voor alle Compendium producten klik hier en krijg 10% korting met kortingscode INOEK10

Op Instagram zag ik dat je ook vaker spreekt!
Klopt! Spreken doe ik over allerlei dingen. Zo gaf ik laatst een talk aan aios psychiatrie die bijna klaar waren met de opleiding en een summer school hadden over je eigen praktijk starten. Zo geef ik talks genaamd “EHBO”, waarbij de “O” voor ondernemen staat, doe ik inspiratiesessies als de Paarse Krokodil van Zorgmakers ergens wordt gelanceerd of vertel ik ons Compendium verhaal op congressen of ondernemers events. Het is altijd super leuk om een tegengeluid in de zorg te laten horen waarbij ondernemen als iets positiefs gezien wordt en ik hoop altijd dat de vijf jaar jongere versie van mijzelf in de zaal zit die zich door mijn verhaal iets minder alleen voelt.

Wat een prachtige initiatieven! Ben jij altijd zo ondernemend geweest?
Ik kom niet uit een ondernemersgezin en had ook niet gedacht dat het zo zou lopen. Maar als ik terugkijk op hoe ik was als kind herken ik toch wel dat ondernemerschap. Koninginnedag was mijn lievelingsfeestdag als klein kind, dan zat ik klaar op mijn kleedje om mijn spulletjes te verkopen haha, dus ergens heeft het er dus toch zeker altijd in gezeten.

En hoe heb je jezelf het ondernemerschap eigen gemaakt?
Het belangrijkste in het ondernemerschap is zelfvertrouwen, het gevoel dat het uiteindelijk wel op z’n pootjes terecht komt. En je moet je verantwoordelijk voelen en zorgen dat de dingen gebeuren. Ik ben het gewoon gaan doen en al doende leer je. Maar ik heb er ook veel boeken over gelezen en cursussen gevolgd. Ik ben altijd ambitieus geweest en stel altijd doelen voor mezelf. Zo was mijn doel afgelopen jaar om twee boeken per maand te lezen, dat lukte dus deed ik er een schepje bovenop. Zo is een van mijn huidige doelen om elke week een boek te lezen en ook dat lukt tot nu toe! Dé tip hiervoor is trouwens Storytel haha.

‘Steek je kop boven het maaiveld uit en denk groot!’

En wat zijn je doelen in het doktersvak? Of blijf je fulltime ondernemen?
Dat weet ik eigenlijk nog niet! Kindergeneeskunde heeft langere tijd in het lijstje gestaan, maar dat was uiteindelijk toch niet wat ik zocht. Momenteel twijfel ik tussen huisartsgeneeskunde, psychiatrie en fulltime ondernemen. Of een combinatie natuurlijk. Bij zowel de huisartsgeneeskunde als de psychiatrie heb ik daarom een tijd gewerkt en nu ben ik sinds enkele maanden dus fulltime aan het ondernemen. Ik heb besloten dat ik dat een jaar ga doen en daarna kan ik goed kiezen tussen de drie opties. Inmiddels ben ik er al wel achter dat je niet alleen kiest voor het specialisme, maar ook voor het leven dat daarbij komt kijken. En uiteindelijk moet je kiezen waar je blij van wordt, waar jouw hart sneller van gaat kloppen.

Wat is jullie grote doel voor Compendium?
Wij willen alles bieden wat een geneeskundestudent tot aan een pensionado nodig heeft om zijn of haar vak goed uit te kunnen oefenen. En dan wereldwijd. Je moet groot dromen!

Wat vind je lastig aan ondernemen?
Hmm.. Ik merk dat er toch een beetje een negatief stigma zit op het ondernemerschap binnen de zorg. Commercieel zijn of iets commercieels doen wordt als een lelijk woord gezien binnen de zorg. Ik heb Compendium lang ‘een project’ genoemd, terwijl het al snel een groot en succesvol bedrijf was. Het is jammer dat er vaak zo tegenaan gekeken wordt want ondernemen kan de zorg ook echt verbeteren. Nou hoeft niet iedereen ondernemer te worden, maar ondernemend zijn is in mijn ogen alleen maar goed.

Als je een tip mag geven aan de lezers, wat zou dat dan zijn?
Op het moment dat je een idee hebt, maar het gevoel hebt dat je niemand om je heen hebt die daarin gelooft zorg dan dat je andere mensen om je heen verzameld die het wel een goed idee vinden. Denk niet, doordat anderen er niet in geloven dat het een slecht idee is, maar steek je kop boven het maaiveld uit. En ohja: denk groot! 😉


Interview: weloverwogen beslissen

Voor ‘De Jonge Specialist’ is Inoek geïnterviewd over deze website. Waarom ze hiermee gestart is en wat haar overwegen waren tot haar keuze voor een specialisme. Inoek beschrijft wat er voor haar nodig was om een weloverwogen beslissing te nemen. Hoe neem jij een weloverwogen beslissing?

Mijn derde column; administratie in orde(r)?

De administratie last als dokter is hoog. We brengen met z’n allen veel tijd door achter de computer, want alles dient genoteerd te worden en zonder order krijg je niets geregeld voor je patiënt. Enkele weken geleden kwam over dit onderwerp mijn derde column uit, welke ik mocht schrijven voor de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD). Wat vind jij van de administratie last? Welke zaken of orders vind jij overbodig?

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan! – Isabelle

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene dat zo spannend is te doen.

Veel artsen krijgen tijdens hun carrière te maken met de dood. Dit kan een heel vluchtig contact zijn, maar ook na een lang en intensief traject. Isabelle is specialist ouderengeneeskunde in opleiding en begeleidt regelmatig patiënten en hun familie in deze laatste levensfase. Voor een beginnend arts kan een terminale patiënt confronterend zijn en veel onzekerheden met zich meebrengen. Hoe herken je iemand die zich in de laatste levensfase bevindt en wat houdt het in om iemand in die fase te begeleiden? Isabelle vertelt over één van haar eerste ervaringen met een terminale patiënt:

‘Ik was toentertijd nog anios en had voorwacht in één van mijn eerste weekenddiensten. Ik werd gebeld door de verpleging over een terminale mevrouw die woonachtig was op een psychogeriatrische afdeling (gesloten afdeling). De verpleging vond mevrouw comfortabel, maar de familie van mevrouw was het hier niet mee eens, zij zagen namelijk kleine schokjes bij haar armen en benen. De verpleging had de familie uitgebreid uitleg gegeven over de terminale fase en daarbij besproken dat er nu geen indicatie was om te starten met het slaapmiddel midazolam, maar familie accepteerde dit niet. Ik werd gebeld door de verpleging met de vraag of ik mevrouw kon komen beoordelen en in gesprek kon gaan met de familie. Ik wist niet goed wat ik kon verwachten, mede omdat ik hier nog maar weinig ervaring mee had. Daarnaast was het tijdens een weekenddienst, ik kende deze mevrouw niet goed en ik kon geen supervisor meenemen naar deze beoordeling. Allerlei factoren die mij op voorhand al wat onzekerder maakten. Terwijl ik naar de locatie reed probeerde ik me voor te bereiden: ik zou mogelijk een boze familie gaan zien en ik moest in gesprek gaan over een zeer gevoelig en belangrijk onderwerp waarin de meningen tussen verpleging en de familie verschilden. Hoe bespreek je zoiets? Deze vraag had ik nog niet beantwoord toen ik bij mevrouw binnenliep.

De familie kwam direct geïrriteerd op mij over: ze wisten waarom ik was gekomen en dat ik als arts waarschijnlijk ook geen midazolam wilde gaan starten. Dit overviel mij, omdat ik nog niets met de familie had besproken. Ik heb de familie uiteindelijk meegenomen naar een andere kamer, omdat er voor mijn gevoel bijna letterlijk over de terminale, en tevens comateuze, mevrouw heen werd geschreeuwd. Schokjes had ik niet gezien bij mevrouw, maar haar familie was hier zo van overtuigd, in hoeverre kan en ga ik dat dan tegenspreken? Ik had ten tijde van deze casus nog niet zo veel mensen gezien die stervende waren, dus ik had zelf geen goed beeld van wat normaal is rondom het overlijden. Hoe zie ik eigenlijk of iemand comfortabel is? Misschien was de familie wel zo fel, omdat mijn beoordeling niet goed was? Ik voelde enige weerstand bij mezelf om midazolam te starten. Dit was één van de eerste keren dat ik dit middel zou gaan voorschrijven. Is er wel een indicatie voor dit middel? Is het te vroeg in deze fase en volg ik de regels wel? Uiteindelijk heb ik mijn achterwacht gebeld en uitgebreid gesproken over mijn beoordeling van mevrouw, mijn twijfels en de verwachtingen van de familie. Uiteindelijk hebben we samen geconcludeerd dat mevrouw comfortabel was en dat deze schokjes ook veroorzaakt konden worden door de sterke pijnstiller morfine. Toch kozen we ervoor om zo nodig midazolam in lage dosering te starten, deels om de familie tegemoet te komen. Toen ik het beleid besprak met de familie kreeg ik de indruk dat ze het me kwalijk namen dat het voor hun beleving zo lang duurde voordat hun moeder comfortabel werd gemaakt. Dit gaf mij een vervelend gevoel. Ik wilde mijn handelen namelijk eerst verifiëren voordat ik zou starten met een middel waar ikzelf nauwelijks ervaring mee had. Het was uiteraard niet mijn intentie om de familie dwars te zitten en hun ongelijk te geven. Ik vond de familie op dat moment onredelijk, maar inmiddels snap ik dat zij uit emotie handelden en heb ik dit gevoel naast mij neer kunnen leggen.’

“Zolang we die glazen bol niet hebben, weten we niet precies wat er gaat gebeuren.”

Terugkijkend op deze casus merkt Isabelle dat ze nu minder terughoudend is met het starten van medicatie in de terminale/palliatieve fase. Ze heeft in de afgelopen jaren meer ervaring kunnen opdoen met deze medicamenten en het stervensproces. Ze herkent nu beter wanneer iemand comfortabel is en de tekenen van iemand die stervende is. Ook het spreken met en uitleg geven aan de familie is Isabelle niet meer vreemd. Ze kan makkelijker een inschatting maken welke woorden er nodig zijn. Tegenwoordig neemt ze de wensen en meningen van de familie meer mee in haar beleid. Het is de familie die verder moet met de herinneringen aan hun stervende familielid. Ze legt het beloop en de mogelijkheden van medisch ingrijpen uit, wat voor veel patiënten en familieleden rust geeft. Hoewel Isabelle nu een stuk zekerder van haar zaak is, blijft het sterven een onvoorspelbaar proces. Deze onzekerheid durft Isabelle met haar patiënten en hun familie te bespreken, wat vaak enorm gewaardeerd wordt. Zolang we die glazen bol niet hebben, weten we niet precies wat er gaat gebeuren en is goede uitleg belangrijk. Er valt nog veel te leren, want elke situatie is weer anders. Zoals een specialist ouderengeneeskunde ooit tegen Isabelle heeft gezegd: ‘groeien door te knoeien’ en daar houdt ze zich aan vast. 

In gesprek met een AIOS Arts voor Verstandelijk Gehandicapten

Deze week ga ik in gesprek met dr. Renée Blom, zij is in opleiding tot arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG). Voor vele een onbekend specialisme, en precies daarom is het zo leuk om er meer van te weten te komen! Wat wist je bijvoorbeeld dat..
* Er in Nederland zo’n 142.000 mensen zijn met een verstandelijke beperking? Om dit in perspectief te plaatsen; in 2021 waren er in Nederland 290.000 mensen met dementie.
* Nederland het enige land ter wereld is met dit specialisme en dat dit pas sinds 2000 bestaat?
* Een huisarts poliklinisch kan verwijzen naar een arts voor verstandelijk gehandicapten?

Renée Blom

Renée, wat leuk dat je iets willen vertellen over jouw werk! Vertel eens, hoe zien jouw dagen eruit als Arts voor Verstandelijk Gehandicapten in opleiding? 
Mijn dagen zien er meestal heel afwisselend uit! Ik werk op de medische dienst van een instelling waar cliënten met een verstandelijke beperking wonen. De cliënten die daar wonen variëren van jong tot oud en van mensen met een licht verstandelijke beperking tot een ernstige meervoudige beperking. Doordat de mensen binnen de instelling wonen en niet per definitie ziek zijn, noemen wij hen dan meestal ook niet patiënten maar cliënten of bewoners.
Op een gemiddelde dag heb ik spreekuur, maar ik doe ook visites bij cliënten voor wie het lastiger is om naar de medische dienst te komen. Verder heb ik regelmatig overleg met alle disciplines betrokken rondom een cliënt (zoals gedragsdeskundigen, fysiotherapie, logopedie, ergotherapie, verwanten) in de vorm van een MDO. Ook werk ik om de week een dag voor een kinderdagcentrum voor kindjes met een verstandelijke beperking. Verder heb ik af en toe poli waarbij mensen worden gezien die niet wonen binnen een instelling, maar waar wel behoefte is aan de expertise van een Arts VG (zoals bijvoorbeeld de Down poli in het MUMC).

Waarom heb je gekozen voor Arts voor Verstandelijk Gehandicapten, was het een lastige keuze? 
Ik heb altijd al affiniteit gehad met de doelgroep, doordat mijn moeder werkt als activiteitenbegeleidster voor mensen met een verstandelijke beperking. Tijdens mijn geneeskunde opleiding heb ik dan ook een keuzeblok en mijn sociale coschap in deze richting gevolgd. Later in de opleiding heb ik nog de ambitie gehad om kinderarts te worden. Echter tijdens mijn semi-artsstage merkte ik hoe hoog de werkdruk is binnen de kindergeneeskunde en hoe moeilijk het kan zijn om een opleidingsplek te kunnen krijgen. Ook twijfelde ik of ik uiteindelijk echt in het ziekenhuis zou willen werken. Toen ik vervolgens een vacature voor basisarts binnen de gehandicaptenzorg tegenkwam, werd ik hier wel heel nieuwsgierig naar. Met het idee dat ik altijd weer terug kon naar het ziekenhuis ben ik dat toen gaan doen. Vervolgens heb ik het ziekenhuis nooit meer echt gemist en vond ik het specialisme waar ik naar op zoek was!
Binnen het werk als Arts voor Verstandelijk Gehandicapten vind ik nu eigenlijk alles wat ik leuk vind.

Wat houdt het vak precies in?
We zijn er in principe voor alle mensen met een verstandelijke beperking. In Nederland zijn dit zo’n 142.000 mensen, die dus een IQ hebben onder de 70. Binnen deze groep heeft ongeveer de helft een lichte verstandelijke beperking en de andere helft een matige, tot ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking. De oorzaak van deze verstandelijke beperking kan met de huidige technieken bij 80% van de mensen verklaard door een genetische afwijking. Soms zijn dit bekende afwijkingen zoals het syndroom van Down, maar vaak zijn dit ook zeldzame syndromen waarbij allerlei orgaansystemen betrokken kunnen zijn. Kennis van deze syndromen is dan ook belangrijk binnen ons vakgebied omdat je dan weet of je bijvoorbeeld alert moet zijn op cardiale problematiek of visusproblemen. Soms kan een verstandelijke beperking ontstaan door hersenschade rond de geboorte of op latere leeftijd (niet aangeboren hersenletsel), waarbij epilepsie en/of spasticiteit weer meer voorkomt. Een andere groep binnen ons werk zijn de cliënten met een lichte verstandelijke beperking, die in de steeds moeilijker wordende maatschappij tegenwoordig minder goed mee kunnen komen. Binnen deze groep spelen soms ook dingen als psychiatrische stoornissen of verslaving. Soms laten cliënten ook gedragsproblemen zien zoals agressiviteit of automutilatie waarbij we dan meekijken of dit een lichamelijke oorzaak kan hebben.
We zijn eigenlijk een soort generalistische specialist. We kijken naar het hele plaatje rondom een cliënt, maar hebben daarbij hele specifiek kennis over zaken als epilepsie, genetica, revalidatiegeneeskunde, psychiatrie e.d. Op deze vlakken werken we samen met andere specialisten. Zo komt er binnen de instelling elke paar maanden een neuroloog, revalidatiearts, psychiater, internist, reumatoloog en klinisch geneticus langs die dan spreekuur doet op locatie.
Een deel van de mensen met een verstandelijke beperking woont niet binnen een zorginstelling, maar bijvoorbeeld bij ouders thuis. Deze mensen hebben allemaal een eigen huisarts, maar voor een huisarts kan het soms lastig zijn om de zorg rondom een specifiek syndroom of gedragsproblemen op zich te nemen. Voor deze groep mensen zijn we poliklinisch te betrekken op verwijzing van de huisarts. Ook zijn er voor veel syndromen speciale expertisecentra binnen de academische ziekenhuizen waar meestal ook een Arts Verstandelijk Gehandicapten aan verbonden is.

‘We zijn eigenlijk een soort generalistische specialist met specifieke kennis over syndromen en alles dat daarbij hoort’

Hoe ziet de sollicitatieprocedure voor een opleidingsplek eruit? 
De sollicitatieprocedure bestaat als uit het schrijven van een motivatiebrief en aanleveren van CV. Vervolgens word je uitgenodigd voor het sollicitatiegesprek wat volgens de STAR-methode wordt uitgevoerd. Hierbij wordt dus specifiek ingegaan op situaties die je hebt meegemaakt en hoe je hierop kunt reflecteren. Als je vervolgens bent aangenomen wordt gekeken op welke locatie er een opleidingsplek beschikbaar is om geplaatst te kunnen worden.

En hoe ziet de opleiding er vervolgens dan uit? 
De opleiding duurt in totaal 3 jaar en is georganiseerd vanuit het Erasmuc MC in Rotterdam. Er is een wekelijkse onderwijsdag op maandag en deze is de ene week fysiek in Rotterdam en de andere week digitaal. In het eerste en het derde jaar van de opleiding ben je werkzaam binnen een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking onder supervisie van je opleider. In het tweede jaar ben je een geheel jaar bezig met het doen van stages binnen aangrenzende vakgebieden (zoals psychiatrie, klinische genetica, revalidatie, epilepsiezorg, ouderengeneeskunde). Deze stages mag je zelf uitkiezen zodat ze aansluiten op jouw interesses en leerdoelen.
De opzet van de opleiding lijkt dus erg op die van de huisartsenopleiding, echter is de inhoud heel anders. We leren vooral over alle zaken die specifiek komen kijken bij mensen met een verstandelijke beperking, zoals kennis over syndromen, epilepsie, bewegingsproblemen, gedragsproblemen enz.
Ik volg de opleiding fulltime, maar er bestaat ook de mogelijkheid om deze parttime te volgen. Het is nog een jong specialisme (het is erkent sinds 2000), dus daarmee is het nog volop in ontwikkeling. Er zijn veel mogelijkheden om je verder te specialiseren in een specifieke richting maar het is ook mogelijk om heel breed te blijven werken.
Een PhD traject is ook een optie! Dit wordt een AIOTO traject genoemd waarbij je de opleiding afwisselt met het doen van onderzoek. Dit is dan een gecombineerd traject van 5 tot 6 jaar waarbij de AIOS in blokken om en om werkt aan het onderzoek en stukken van de opleiding doorloopt. Vaak zijn er vanuit het Erasmus MC of vanuit het Radboud UMC lopende onderzoeken vanuit waar een PhD kandidaat wordt gezocht.

Is het lastig om een opleidingsplek te bemachtigen. Wat zijn de criteria? 
In principe is dit niet heel lastig. Doordat het een erg onbekend specialisme is, worden de opleidingsplekken helaas elk jaar nog niet helemaal opgevuld. Er zijn geen specifieke criteria om te kunnen solliciteren. Wel is het natuurlijk een pré als je al wat ervaring hebt met de doelgroep.
 
Wat vind je het allerleukst aan jouw baan? En wat het lastigst?  
Het allerleukste vind ik het contact met de cliënten. Zij zijn heel puur in hun reactie en altijd eerlijk. Dus ik kan best wel eens te horen krijgen dat ik bijvoorbeeld een rare trui aan heb, maar vervolgens ook dat ze blij zijn met mij als dokter. Doordat ik langdurig betrokken ben bij de cliënten, leer ik hen goed kennen en dit helpt mij vervolgens om ook te kunnen zien wanneer het minder goed met hen gaat. De communicatie met de cliënten kan soms een uitdaging zij, want een deel van de cliënten kan bijvoorbeeld niet praten. Daardoor kunnen zij hun klachten niet verbaal uiten en kan het soms een hele zoektocht zijn om te achterhalen waarom iemand bijvoorbeeld pijnklachten lijkt te uiten. Daarin is het dan belangrijk om goed te luisteren naar de begeleiding van de woongroep, andere betrokken disciplines en verwanten om alle kleine signalen te verzamelen. Vervolgens ga je samen puzzelen naar de oorzaak van de klachten en hoe je de cliënt het beste kunt helpen.
Verder vind ik de afwisseling erg leuk. We zorgen dus voor alle mensen met een verstandelijke beperking, dus dit maakt dat we ons met veel verschillende dingen bezighouden. Het ene moment kun je bijvoorbeeld een gesprek voeren met iemand met een licht verstandelijke beperking en slaapproblemen, het andere moment word je geroepen bij iemand in een epileptisch insult of begeleid je iemand in de terminale fase.

Draai je ook diensten? En hoe zien die diensten eruit?
Dit verschilt per locatie. Op sommige plekken draaien de artsen diensten in de vorm van bereikbaarheidsdienst. Er is dan een verpleegkundige voorwacht en je bent dan oproepbaar vanuit huis. Op de locatie waar ik momenteel werk is er een overeenkomst met de huisartsenpost, waardoor zij worden benaderd in de avond-nacht en weekenden. Wel zijn we als Arts VG voor de HAP bereikbaar voor specifieke vragen waar zij minder ervaring mee hebben (zoals epilepsie, gedragsproblemen e.d.).

Hoe veel administratie heb jij? Is dat net zoveel als in het ziekenhuis? 
Dit verschilt nogal per dag. Voor de cliënten die wonen binnen de instelling waar ik werkzaam ben, hoef ik geen brieven of iets dergelijks te maken. Daarvan hoef ik alleen mijn notities van een consult of visite te noteren. Wel hebben we ook wat administratieve taken die voortkomen doordat de cliënten binnen de instelling wonen, zoals het invullen van zaken in het zorgplan of opstellen van verklaringen voor aanvragen voor hulpmiddelen.

Heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze? 
Mijn tip zou vooral zijn om te gaan kijken bij alle specialismen die je interessant lijken om zo een breed beeld van de opties te krijgen. Daarbij is het inhoudelijke natuurlijk belangrijk, maar denk ook na over de randvoorwaarden zoals werktijden, dienstbelasting e.d. Ook zou ik bij deze mensen wel willen aanmoedigen om ook te denken aan de specialismen buiten het ziekenhuis!

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan! – Imke

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene dat zo spannend is te doen.

Imke is huisarts in opleiding en heeft veel ervaring opgedaan in spoedeisende hulpverlening. Tijdens haar werk als anios op de spoedeisende hulp heeft zij meermaals situaties meegemaakt die nieuw waren voor haar. Eén situatie zal haar altijd bij blijven. 

Het verhaal van Imke:

‘Het was de eerste nachtdienst waarin ik niet boventallig was ingedeeld. Samen met een meer ervaren collega anios was ik verantwoordelijk voor het gehele ziekenhuis. Dat betekent dat we verantwoordelijk waren voor de spoedeisende hulp, de intensive care, de eerste harthulp en alle verpleegafdelingen. Die nacht sliep er een intensivist in het ziekenhuis, maar die zou alleen in actie komen als ik en mijn collega dit vroegen. Deze situatie op zichzelf bracht al de nodige spanning en adrenaline met zich mee. Verantwoordelijk voor de hele kiet, je weet nooit waarvoor je gebeld gaat worden. Je kent zowel het medische personeel als de patiënten niet, dat maakt het werk een stuk ingewikkelder.

Tijdens de nachtdienst ging het spoedsein af. Snel liep ik samen met mijn collega naar de verpleegafdeling waar de melding vandaan kwam. Bij binnenkomst op de kamer was de verpleegkundige van de afdeling aan het reanimeren. Mijn collega anios liep weg om de intensivist te halen. Ik wist dat dit moest gebeuren, maar ik wilde eigenlijk niet dat de collega wegging. Nu werd ik ‘alleen’ gelaten, wat moest ik doen? Ik voelde me onthand, ik moest wachten op de reanimatiekar en kon nog niet veel handelingen doen. Op de automatische piloot ging ik in de rij staan om borstcompressies te geven. De verpleegkundige keek me aan en maakte me duidelijk dat ik niet in de rij moest gaan staan, maar dat ik de leiding moest nemen. Op dat moment voelde ik de lichte paniek veranderen in echte paniek. Ik zei tegen mezelf dat ik moest weten wat ik zou moeten doen, omdat ik dit had geleerd in mijn opleiding. Ik wist me geen houding te geven, ik zei of benoemde niets en leek een soort van te bevriezen. Op dat moment kwam de reanimatiekar binnengereden, wat me een handvat gaf om in actie te komen. Aan deze kar hing een handleiding met alle stappen van een reanimatie, maar ik kon er geen wijs uit worden. Het was net alsof het briefje in een andere taal was geschreven. De collega anios kwam terug de kamer in. Ik gaf onmiddellijk aan dat het me niet lukte de leiding te nemen en dat ik wilde dat zij het overnam. Dit deed ze en ik ervaarde een gevoel van enorme opluchting. Ik kon de verantwoordelijkheid afgeven. 

Enkele uren na de reanimatie hebben ik, de anios en de intensivist de gehele situatie nabesproken. Hier besprak ik dat ik enorm baalde dat het me niet gelukt was om de reanimatie te leiden. De intensivist gaf juist aan dat het goed was dat ik mijn grenzen had aangegeven. Het had een enorm onveilige situatie kunnen worden als ik de leiding had genomen en er een chaos was ontstaan. Ik had verwacht dat ik zou worden afgesnauwd of dat ik beschuldigd zou worden dat ik dit had moeten kunnen. Niets was minder waar en ik voelde me gesteund na dit gesprek.’

Ik zei tegen mezelf dat ik moest weten wat ik zou moeten doen, omdat ik dit had geleerd in mijn opleiding.”

Imke leerde door deze situatie om haar grenzen aan te geven. Juist in spoedsituaties kan dat belangrijk zijn. De tweede keer dat ze een reanimatie meemaakte, voelde ze zich beter voorbereid en wist ze wat ze moest doen waardoor er geen gevoel van paniek meer was. Het is niet fout om om hulp te vragen. Haar ervaring vanuit de geneeskundeopleiding is dat je wordt opgeleid om zelfstandig te kunnen werken, maar je werkt bijna altijd in een team. Als je dan aangeeft dat er iets niet lukt, is dit niet fout; je kan juist meer samenwerken. Het heeft even geduurd voordat ze deze conclusie kon trekken. Door te spreken over haar ervaring met familie en collega’s heeft ze dit kunnen verwerken. 

In haar huidige werk geeft Imke beter haar grenzen aan, omdat ze deze nu beter kent. Ze vraagt haar supervisoren hoe zij iets aanpakken zodat ze ervaringen kunnen delen. Ze raakt niet snel meer in paniek, ze heeft een bepaald zelfvertrouwen en structuur opgebouwd door de ervaring in het ziekenhuiswerk. Het is goed om te beseffen hoe één ervaring waarvan je denkt dat je faalt, je juist zo veel succes kan opleveren.

Blog 32; In gesprek met een AIOS urologie

Laatste vroeg ik jullie of het leuk zou zijn om af en toe ook eens een specialisme uit het ziekenhuis de revue te laten passeren en de meeste vonden dat een goed idee. Vandaag dan eindelijk de aftrap! We beginnen met een klein specialisme in het ziekenhuis waar zeker niet alle coassistenten de kans krijgen om een kijkje te nemen: de urologie.
Ik ga in gesprek met hardwerkende dokter Ella Cauffman, een AIOS bij de urologie die heel enthousiast is over haar werk en ons graag meeneemt.

Wat leuk dat je iets willen vertellen over jouw werk! Vertel eens, hoe zien jouw dagen eruit als uroloog in opleiding? 
Het zijn volle dagen: de urologie is een vak met vele aspecten, en dat maakt het ook zo leuk! Gemiddeld genomen heb je 1 dag per week afdeling, waarbij je om kwart voor 8 begint met visite lopen. Vervolgens heb je de tijd voor administratie. De diagnostiek bij de patiënten voer je zelf uit, zoals het maken van een echo (van de blaas, nieren en prostaat) of cystoscopie (= met een camera in de blaas kijken) of het plaatsen van catheters (blaascatheter, JJ of nefrostomie catheter). Als je op de afdeling staat heb je ook het consultensein en de huisartsentelefoon en zie je zelf de patiënten op de spoed. Dat kan vriezen of dooien, de ene keer is het rustig, maar op sommige dagen komt alles tegelijk en moet je goed prioriteiten kunnen stellen. De rest van de week is gevuld met 1 à 2 dagen op OK, 1 à 2 dagen op de poli en wisselend een dagdeel kleine ingrepen op de poliklinische OK. Op de operatiekamers heb je hele grote ingrepen zoals blaas-, nier- en prostaatverwijderingen (open, laparoscopisch of met de robot), maar ook veel endoscopisch behandelingen (bv transurethrale resectie van blaastumoren en ureterorenoscopie voor nierstenen). Verder heb je nog een heel scala aan andere ingrepen afhankelijk van het ziekenhuis waar je zit, denk bijvoorbeeld aan incontinentie chirurgie en kinderurologische ingrepen. Deze ingrepen leer je gaandeweg uitbreiden tot je ze zelfstandig kunt uitvoeren. Ook op de poli heb je hele wisselende activiteiten: uiteraard zie je zelf de patiënten, maar je doet ook bijna alle diagnostiek zelf zoals eerder genoemd. Naast echo’s, cystoscopieën en plaatsen van catheters, nemen we prostaatbiopten af en maken opspuitfoto’s van de nieren. De patiënten die bij jou komen, kan je soms heel snel van hun probleem afhelpen, maar er zijn ook patiënten die je jaren vervolgt. De meerderheid van de populatie is mannelijk, maar je ziet ook genoeg vrouwen en de patiënten leeftijd varieert van kinderleeftijd tot wel 90 jaar. Dit afwisselende is mijn favoriete aspect aan de urologie. Je hoeft niet te kiezen, het vak heeft alles.
Behalve de klinische werkzaamheden zijn er uiteraard ook neventaken die voor of na de werkdag gebeuren, zoals het voorbereiden en voorzitten van MDO’s en het geven van onderwijs. Als assistent kan je fulltime of parttime werken, de meeste specialisten werken parttime.

Waarom heb je gekozen voor urologie, was het een lastige keuze? 
Ik ben eigenlijk per ongeluk tijdens mijn coschap chirurgie bij de urologie terecht gekomen. Ik was ingedeeld bij de orthopedie, maar dat leek me niets voor mij, dus ik heb geruild. Toen al vond ik het een heel leuk vak.
Ook wist ik al snel dat ik een vak wilde doen met een combinatie van snijdend en beschouwend. Aanvankelijk dacht ik aan gynaecologie, maar dit bleek toch niet helemaal mijn wereld te zijn. Eenmaal bij de urologie als ANIOS voelde ik me meteen op mijn plek.  De combinatie van een vak waarin je moet kunnen doorpakken en dingen kan oplossen, met tegelijk ook veel patiëntencontact en samenwerking met collega’s, paste helemaal bij mij. Alle verschillende vaardigheden en handelingen die je moet beheersen, maakt het uitdagend en afwisselend

Hoe ziet de sollicitatie procedure voor een opleidingsplek eruit? 
De opleiding urologie is geregeld per regio. Je schrijft een brief naar de opleidingscommissie en gaat daarna op gesprek bij de drie opleiders en drie AIOS uit die regio.

‘Het allerleukste aan de urologie is de afwisseling, het vak heeft alles!’

En hoe ziet de opleiding er vervolgens dan uit? 
De opleiding urologie duurt 5 jaar en 9 maanden. De eerste 1,5 jaar, je vooropleiding, volg je bij de chirurgie om de snijdende basis te leren. Bij het urologische gedeelte daarna zit je ongeveer de helft van de tijd in het academisch ziekenhuis en de andere helft van de tijd in een perifeer centrum. Tijdens die jaren werk je als arts-assistent waarbij je de verschillende deelgebieden van de urologie ziet langskomen: oncologie, functionele en reconstructieve urologie, endo-urologie, kinderurologie en andrologie. De laatste maanden van je opleiding doe je een differentiatie binnen een van deze deelgebieden. Als je eenmaal specialist bent, is het overigens goed te doen om een baan te vinden, hetzij beginnend als chef de clinique of soms zelfs meteen in een maatschap.

Is het lastig om een opleidingsplek te bemachtigen. Wat zijn de criteria? 
In regio Maastricht waren er bij mijn sollicitatieronde drie AIOS plekken, dit jaar zijn het er twee. Hoeveel kandidaten er zijn voor die plekken, wisselt van jaar tot jaar, gemiddeld zijn er zo’n twee tot vier kandidaten voor één plek. Klinische ervaring als ANIOS bij de urologie is een vereiste. De meesten hebben één tot drie jaar ervaring voor ze worden aangenomen. Het is niet nodig om gepromoveerd te zijn, al zijn er altijd wel een aantal mensen die dit hebben gedaan. Het belangrijkste is dat je enthousiast bent over het vak en hebt laten zien dat je zowel de technische handigheid hebt die nodig is voor de urologie, als de sociale skills met patiënten en collega’s.

Wat vind je het allerleukst aan jouw baan? En wat het lastigst?  
Het allerleukst vind ik de afwisseling; “never a dull moment”. En dat gecombineerd met fijn patiëntencontact, waarbij je zowel luchtige gesprekken hebt en mensen van hun probleem af helpt met medicatie of een operatie, als de intensievere gesprekken met mensen die bijvoorbeeld last hebben van erectiestoornissen of de diagnose kanker krijgen. Ook het feit dat je patiënten ziet, zelf de diagnostiek en behandeling uitvoert, en nadien zelf de follow-up kan doen geeft veel voldoening. Daarnaast heb je nauw contact met de verpleegkundigen op de poli en afdeling en verschillende andere specialismen, zoals de SEH, huisartsen, radiotherapeuten etc.
Het lastigste wat mij betreft is dat het toch wel een echt ziekenhuisspecialisme is waar ook de bijbehorende uren bij komen kijken. De werkdagen in het ziekenhuis zijn vrij lang, meestal van 07u45 tot 18u-18u30, en daarna moet je je vaak thuis nog voorbereiden.
Je moet ook kunnen schakelen tussen verschillende werkzaamheden. Omdat we een relatief klein specialisme en dus ook een klein team zijn, helpt iedereen waar nodig. Dit is fijn voor de teamsfeer, maar maakt ook dat lange lunchpauzes of vroeg naar huis niet altijd mogelijk zijn.
Verder is het een breed vak waarbij je heel veel aspecten van de geneeskunde uitvoert, maar wel gespecialiseerd in beperkte onderwerpen. Het is dus beduidend minder algemeen dan bijvoorbeeld interne geneeskunde of huisartsgeneeskunde. Dit vind ik er prettig aan, maar het kan een afknapper zijn voor iemand die zich niet wil toeleggen op één deelgebied.

Draai je ook diensten? En hoe zien die diensten eruit?
Bij de urologie is de meeste zorg planbaar, wat ervoor zorgt dat de diensten relatief rustig zijn. Daardoor doen wij onze diensten niet in blokken zoals veel andere ziekenhuisspecialismen, maar achter de werkdagen aan. Afhankelijk van de kliniek en het aantal assistenten in je team heb je gemiddeld 1 keer per 1-2 weken een avond/nacht dienst. Dit is een bereikbaarheidsdienst waarbij je veel telefonisch kan afhandelen, maar ook soms in huis moet komen voor het beoordelen van patiënten op de afdeling of spoedeisende hulp en soms ’s avonds of ’s nachts operaties moet uitvoeren. Hiervoor heb je dan geen compensatie, dus de dag erna werk je gewoon weer. Daarbij heb je ongeveer 1 keer per maand een weekenddienst, die van vrijdagavond tot maandagochtend duurt. Dan krijg je wel die maandag vrij als compensatie. In deze diensten loop je ’s ochtends visite en heb je de rest van de dag in principe bereikbaarheidsdienst vanuit huis waarbij je wel vaak één of soms meerdere keren naar het ziekenhuis moet.
Hoe druk de diensten zijn is niet van tevoren in te schatten: sommige diensten heb je quasi niks te doen en word je nauwelijks gebeld, andere diensten word je continue gebeld en sta je het hele weekend afwisselend op de spoedeisende hulp en de operatiekamer. Maar de dienstbelasting is dus een stuk minder zwaar dan bijvoorbeeld bij de interne geneeskunde, chirurgie of spoedeisende hulp. Daar staat tegenover dat je relatief vaak bereikbaar moet zijn en je af en toe een zware dienst hebt waar weinig compensatie tegenover staat. Persoonlijk vond ik de diensten als assistent meestal wel heel leuk omdat je veel zelf mag en kan doen en interessante patiënten ziet. Daarbij komt dat eenmaal als specialist de diensten wat rustiger worden en je de meeste dingen telefonisch kan oplossen met de assistent.

Hoe veel administratie heb jij? Is dat net zoveel als in het ziekenhuis? 
Ja, je heb ongeveer evenveel administratie als in de rest van het ziekenhuis. Het is een redelijk groot deel van je dagen, maar ik vind dat er wel voldoende tijd voor patiënten overblijft. En hopelijk gaan wij als nieuwe generatie dokters dit straks beter georganiseerd hebben :-).

Heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze? 
Het belangrijkste is denk ik om naar het complete plaatje van een vak te kijken. Dus niet alleen of je de werkzaamheden interessant vindt, maar ook wat voor collega’s je krijgt, hoe de werkbelasting is en hoe de opleidings- en baankansen zijn. En verder om niet alleen te kijken naar hoe je assistententijd is, maar ook naar hoe de dagindeling van een specialist eruit ziet. Ik vond bijvoorbeeld bij de gynaecologie de verloskamers een heel leuk deel van het werk, maar als specialist ’s nachts alleen komen opdraven als een bevalling niet goed gaat, leek me helemaal niks.
En voor de rest: het is oké om het niet te weten en verschillende dingen te proberen. Al die ervaringen neem je mee in wat je uiteindelijk gaat doen. En als je benieuwd bent naar een vak, probeer dan eventueel via via te regelen dat je een keer mee kan kijken.

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene te doen dat zo spannend is.

Aan mij de eer om te starten met deze rubriek. Het grappige is dat mijn ervaring de inspiratie is geweest voor deze rubriek. Mijn naam is Iris Merks, ik ben 28 jaar en volg de opleiding tot huisarts. Ik heb altijd al ‘iets’ willen doen binnen de enorme grenzen van de geneeskunde, zonder medische kennis te gebruiken voor directe patiëntenzorg. Hiermee bedoel ik bijvoorbeeld onderwijs geven, schrijven of wetenschappelijk onderzoek doen. Maar hoe spannend is dat? Ik ben altijd opgeleid om voor patiënten te zorgen, dus zomaar iets totaal anders gaan doen; je moet het maar durven. Daar was de oproep van Inoek: wie kan haar helpen? ‘Dokters die het anders doen’ heeft mij al meerdere malen laten zien dat ik verder moet kijken dan mijn neus lang is. Er is zoveel mogelijk binnen de medische kaders, maar het is belangrijk om buiten je eigen kaders te blijven kijken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik meerdere malen naar de oproep van Inoek heb gekeken. Het leek mij perfect om rustig te ontdekken of schrijven iets voor mij is. Maar kan ik wel schrijven? Ik heb geen ervaring, enkel ambitie. De interne criticus zorgde ervoor dat de gedachte alleen al een zenuwachtig gevoel in mij naar boven bracht. Zonder ervaring doe ik maar wat, dacht ik. Ik zal meteen door de mand vallen als ik iets schrijf of dingen inlever die niet goed genoeg zijn. Het voelde voor mij dat ik me bloot moest gaan geven op een gebied dat ik niet goed ken. Dat maakt mij enorm onzeker. Zoals jullie kunnen lezen heb ik deze stap nu toch gemaakt, omdat ik hoop dat het mij voldoening en vaardigheden gaat opleveren. De wens om mij verder te ontwikkelen is sterker dan de onzekerheid die de interne criticus mij aanpraat. 

Zo’n stap uit mijn comfort zone heb ik eerder gemaakt. Gedurende mijn hele geneeskunde opleiding heb ik mij gefocust op het specialisme dermatologie. Dat paste bij mij en ik zou alles op alles zetten om daar in opleiding te komen. Tijdens de eerste periode van de covid-19 pandemie heb ik juist ontdekt dat dit mogelijk toch niets voor mij was. Het werken in het ziekenhuis en de afstand die ik ervaarde tot mijn patiënten, zorgde dat ik vraagtekens bij mijn carrièreambities zette. Ik wilde dichter bij de mensen komen te staan en het sociale aspect een grotere rol laten spelen. Maar hoe eng is het om af te gaan wijken van een spoor dat je al jaren aan het volgen bent? Ik begon te twijfelen over al mijn keuzes die ik eerder had gemaakt. Het gevoel dat ik iets anders wilde bleef aanhouden en werd alleen maar sterker. Uiteindelijk heb ik de stap gemaakt naar de eerste lijn en heb ik daar nog geen moment spijt van gehad. Hopelijk is dit een voorbode voor mijn schrijversavontuur. 

Blog 30: In gesprek met een dokter van het Medical Traineeship van BKV

Deze week ga ik in gesprek met dokter Remi Vanmaris. Hij is 27 jaar oud en volgt een Medical Traineeship bij BKV, waarbij hij momenteel werkzaam is binnen de ouderengeneeskunde. Hij studeerde in 2021 af aan de universiteit van Utrecht via de arts-onderzoeker master SUMMA. Ik ben benieuwd waarom hij gekozen heeft voor een Medical Traineeship bij BKV en wat daar zo leuk aan is! Tevens gaan we in gesprek met Simone van Ham, werkzaam bij BKV als Senior Consultant Healthcare, die ons alle ins and outs kan vertellen over het Medical Traineeship.


Remi, vertel eens. Hoe ben jij bij BKV terecht gekomen?
Eigenlijk via een vriendin. In de bachelor vond ik vooral de theorie van de beschouwende vakken ontzettend leuk, maar met de praktijk van deze vakken in het ziekenhuis had ik minder affiniteit. Huisartsgeneeskunde daarentegen bleek een verrassend goede match, maar tja het is lastig om daar te aniossen. De interne geneeskunde en geriatrie vond ik in het ziekenhuis het leukst, de inhoud vond ik super interessant maar toch had ik het gevoel dat het niet helemaal paste. Ik kon er de vinger niet op leggen. Uiteindelijk kwam ik erachter dat ik de inhoud wel leuk vind, maar dat de manier van werken in het ziekenhuis minder goed bij mij past. Ik kon door de vluchtigheid van het patiëntencontact minder een band opbouwen met de patiënten. Een vriendin was erg enthousiast over het Medical Traineeship van BKV en de ouderengeneeskunde, dus nadat ik geneeskunde had afgerond ben ik, omdat ik ook erg enthousiast was, ook gestart bij BKV.

Hoe ziet een Medical Traineeship bij BKV er dan uit?  
Remi: Een Medical Traineeship duurt circa 2 jaar waarbij je vaak twee keer één jaar op een plek werkt. Je leert dus twee verschillende vakgebieden buiten het ziekenhuis goed kennen. Daarnaast werk je bij het Medical Traineeship niet alleen als arts, maar kun je ook een project opzetten. Ik heb bijvoorbeeld iProve, het portfolio voor de ANIOS, gepromoot en onderzoek gedaan naar de tevredenheid van de gebruikers. Buiten het project en je werk als anios is er tijd voor onderwijs en intervisie. Onderwijs is gemiddeld één keer per maand, het is zowel vakinhoudelijk als vakoverstijgend over bijvoorbeeld de financiering in de zorg of palliatieve zorg. Daarnaast is er intervisie waarbij we in groepsverband met een psycholoog allerlei casuïstiek bespreken en optioneel is er coaching waar we een probleem aanpakken of juist iets waar we al goed in zijn proberen te verbeteren. Het is veel meer dan alleen dokter zijn, er is veel aandacht voor persoonlijke ontwikkeling, dus en dat maakt het leuk, maar ook heel erg leerzaam.
Simone: Ik denk dat intervisie en coaching goed is. Je kunt beter iemand laten excelleren waar iemand goed in is, dan continu aandacht besteden aan de dingen die iemand niet zo goed kan.

Projecten en werken als arts dus. Over wat voor projecten gaat dat dan?
Simone: Trainees mogen zo’n project zelf invullen, maar er zijn ook een aantal projecten vanuit BKV waar je aan deel kan nemen. De projecten worden vaak opgestart na 3 tot 6 maanden werken, en de trainees zijn er gemiddeld 4 uur per week mee bezig. Tijdens een project leer je hele andere competenties dan bij het ‘dokter zijn’ en dat willen we promoten. Veel jonge dokters gaan tegenwoordig een PhD doen om de kans op een opleidingsplek in het ziekenhuis te vergroten, ook dan leer je natuurlijk nieuwe competenties, maar de beweegredenen zijn niet altijd goed. De projecten die de trainees doen zijn veel kleiner dan een PhD, maar laten wel zien dat er meer is dan alleen het dokter zijn.

Kun je eens wat voorbeelden geven van zo’n projecten?
Simone: Zeker! Laatst is er een trainee die een game wilde ontwikkelen voor ouderen om ze actief te houden, maar er zijn ook trainees die deelnemen aan scrumsessies en hun kennis en ervaring delen t.a.v. triagemodellen bijvoorbeeld. Of trainees die als junior consultant bijdragen aan de implementatie van WZD (Wet Zorg en Dwang) processen binnen zorginstellingen. Tevens kun je opleidingsdagen volgen via de Medic Academy of een externe opleiding. Bijvoorbeeld een ABCDE-training voor de ouderenzorg of een driedaagse training expeditie geneeskunde om maar iets te noemen.

Remi: ‘Nooit geweten dat er zoveel te kiezen is buiten het ziekenhuis is’

Simone, wat voor dokters volgen het Medical Traineeship via BKV?
Het Medical Traineeship is eigenlijk bedoeld voor drie groepen dokters. Allereerst voor dokters die niet goed weten wat ze willen, via ons Medical Traineeship kunnen ze kennismaken met meerdere specialismen. Ten tweede voor dokters die meer willen zijn dan alleen dokter. Een steeds groter deel van de dokters willen naast hun uitvoerende baan als arts zich ook op ander vlak ontwikkelen zoals voeding- en leefstijl of projectmanagement. Anderen willen graag bijdragen aan techniek en innovatie en vinden het interessant om betrokken te zijn bij een start up. En tenslotte voor dokters die al wel weten wat ze willen, maar het maximale uit hun jaar of twee jaar aniossen willen halen doordat ze bij ons de combinatie krijgen van werken, coaching, training op maat, een project én intervisie. Maar in principe is elke dokter welkom, een vereiste om deel te nemen aan het Medical Traineeship is dat je je leerbaar opstelt en daarbij, met geven en nemen, ook andere dokters naar een hoger plan helpt.

Hoe ziet jouw traject eruit als trainee Remi?
Ik werk 32 uur per week zoals de meeste trainees. Momenteel werk ik in de ouderengeneeskunde en het bevalt super goed! Ik was vooraf wat huiverig, omdat ik het beeld had dat werken in een verpleeghuis saai en stoffig zou zijn. Dat vooroordeel blijkt totaal niet te kloppen met de werkelijkheid, het is een onverwacht leuk en uitdagend vak, waar je met weinig aanvullend onderzoek een plan op maat maakt voor bijzondere populaties. Ik dacht ook altijd dat als je niet in het ziekenhuis wilde werken, de volgende optie huisartsgeneeskunde was. Nooit geweten dat er zoveel meer buiten het ziekenhuis is. Na mijn jaar bij de ouderengeneeskunde ga ik een jaar binnen de bedrijfsgeneeskunde werken. BKV helpt je met een keuze maken ten aanzien van de vakgebieden waarin je zult gaan werken. Dat gebeurt middels een online assessment, de grote vragen zijn ‘waar vaar jij wel bij? Wat voor type arts ben jij? Welke competenties beheers je al en waarin zou je je willen verbeteren?’ Bijna iedereen wordt het meest gelukkig om te excelleren daar waar je goed in bent. Je kiest dus niet lukraak twee plekken, maar gaat echt samen op zoek naar wat bij jou zou kunnen passen.
Simone: Doordat we met de trainees in gesprek gaan en een online assessment doen en daarbij echt kijken welke plekken bij hun interesses kunnen passen komt het niet vaak voor dat een werkplek niet bevalt. Maar het komt weleens voor natuurlijk. Ook dan helpen we. Het is namelijk de bedoeling dat de trainee kennis maakt met verschillende specialismen en zo op zijn of haar plek komt. Dokters vinden het prettig om onafhankelijk advies te krijgen. Er zijn bijna overal wel mogelijkheden en zo niet, dan vertellen we dat ook eerlijk. Het gaat er ons om dat iemand een YES gevoel heeft om via BKV een passende uitdaging aan te gaan.

Wat vind je het leukst aan de ouderengeneeskunde Remi? En wat het lastigst?
Ik werk momenteel op een GRZ (Geriatrische Revalidatiezorg) afdeling, Daar worden patiënten opgenomen om te revalideren na een ziekenhuisopname wegens bijvoorbeeld een CVA of een heupfractuur. Het allerleukst is dat je enorm generalistisch werkt en je zoveel meer bent dan alleen dokter. Je bent als arts de spil in het web en hebt korte lijntjes met bijvoorbeeld de fysiotherapeut, maatschappelijk werker, psycholoog en manager.  Ondanks dat de “doorsnee” verpleeghuispatiënt vaak een patiënt is met dementie, zijn er veel expertisegroepen, waaronder Parkinson, beademingspatiënten, Korsakov, Huntington en MS.  Het meest uitdagende aspect vind ik het leveren van zorg op maat. Moet je een kwetsbare zieke patiënte bijvoorbeeld nog insturen naar het ziekenhuis en hoe bespreek je dit met de familie? Gelukkig heb je als basisarts wel de tijd en supervisie om dit goed met de patiënt en diens familie te bespreken.

Simone: ‘Het gaat er ons om dat iemand een YES gevoel heeft om via BKV een passende uitdaging aan te gaan.’

Op wat voor plekken kan je nog meer werken binnen BKV?  
Simone: BKV biedt banen aan in de ouderengeneeskunde, ziekenhuispsychiatrie (PAAZ), psychiatrie, bedrijfsgeneeskunde, revalidatie en binnen de verstandelijk beperkten zorg. Daarnaast zijn er af en toe trainees die in het ziekenhuis werken via ons, maar dat komt niet veel voor. Ook zijn er mogelijkheden om naar het buitenland te gaan.

Wat is het voordeel van werken bij BKV in plaats van zelf een ANIOS baan zoeken en direct in dienst zijn van een maatschap of ziekenhuis?  
Remi: Het fijnst vind ik dat BKV je helpt en actief meedenkt. Ze brainstormen met je over wat er bij je past en helpen je nadien om een goede plek te krijgen. Je profiteert eigenlijk van hun netwerk. Daarnaast moet je zelf ook actief aan de bak, elke 4 tot 6 weken hebben we een gesprek over hoe het gaat, dat prikkelt om na te blijven denken wat je wil en wie je bent. Hierdoor kom je sneller tot een plan en verbeter je jezelf ook sneller. Daarnaast is het fijn dat je dingen uit mag proberen, je mag op twee verschillende plekken werken zonder dat daar iets aan vast zit.

Is je salaris anders als je via BKV ergens werkt?
Simone: Nee, trainees worden gewoon betaald volgens het CAO van het specialisme waar ze werkzaam zijn. Ze krijgen hetzelfde als hun collega’s op die werkplek die daar niet werken via BKV. De werkzaamheden en dienstbelasting is namelijk ook hetzelfde.

Als jullie een tip mogen geven, wat zou dat dan zijn?
Remi: Ik heb tijdens het afronden van mijn studie lang getwijfeld of ik wel buiten het ziekenhuis dúrfde te werken. Men zegt altijd dat je daar geen beroepsperspectief hebt, het saai is en als je daar eenmaal voor gekozen hebt je nooit meer binnen het ziekenhuis kunt werken als je dat zou willen. Daarnaast is het ook een stuk imagoverlies, hoe stom dat ook klinkt. Want alle vooroordelen over specialismen buiten het ziekenhuis bleken op heel weinig gegrond. Ik was bijvoorbeeld bang dat ik me minder dokter zou voelen, maar ik voel me júist dokter. Meer dan binnen het ziekenhuis, haha! Maar al die vooroordelen maakte de stap zetten wel des te lastiger. Maar echt, de specialismen buiten het ziekenhuis zijn zó breed, er zit altijd iets tussen wat je leuk vindt! Dus als je benieuwd bent naar de specialismen buiten het ziekenhuis, neem dan gewoon eens een kijkje en durf die stap te zetten! Dat ambitie en buiten het ziekenhuis werken niet samengaan is een vooroordeel waar niets van klopt.
Simone: Volg je hart, durf buiten de gebaande paden te gaan. Probeer en ontdek. Het is een reis, een avontuur, geen tweede keus!


Ben jij enthousiast geworden over het Medical Traineeship bij BKV? Ga dan naar de website en vind alle informatie!