Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan! – Imke

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene dat zo spannend is te doen.

Imke is huisarts in opleiding en heeft veel ervaring opgedaan in spoedeisende hulpverlening. Tijdens haar werk als anios op de spoedeisende hulp heeft zij meermaals situaties meegemaakt die nieuw waren voor haar. Eén situatie zal haar altijd bij blijven. 

Het verhaal van Imke:

‘Het was de eerste nachtdienst waarin ik niet boventallig was ingedeeld. Samen met een meer ervaren collega anios was ik verantwoordelijk voor het gehele ziekenhuis. Dat betekent dat we verantwoordelijk waren voor de spoedeisende hulp, de intensive care, de eerste harthulp en alle verpleegafdelingen. Die nacht sliep er een intensivist in het ziekenhuis, maar die zou alleen in actie komen als ik en mijn collega dit vroegen. Deze situatie op zichzelf bracht al de nodige spanning en adrenaline met zich mee. Verantwoordelijk voor de hele kiet, je weet nooit waarvoor je gebeld gaat worden. Je kent zowel het medische personeel als de patiënten niet, dat maakt het werk een stuk ingewikkelder.

Tijdens de nachtdienst ging het spoedsein af. Snel liep ik samen met mijn collega naar de verpleegafdeling waar de melding vandaan kwam. Bij binnenkomst op de kamer was de verpleegkundige van de afdeling aan het reanimeren. Mijn collega anios liep weg om de intensivist te halen. Ik wist dat dit moest gebeuren, maar ik wilde eigenlijk niet dat de collega wegging. Nu werd ik ‘alleen’ gelaten, wat moest ik doen? Ik voelde me onthand, ik moest wachten op de reanimatiekar en kon nog niet veel handelingen doen. Op de automatische piloot ging ik in de rij staan om borstcompressies te geven. De verpleegkundige keek me aan en maakte me duidelijk dat ik niet in de rij moest gaan staan, maar dat ik de leiding moest nemen. Op dat moment voelde ik de lichte paniek veranderen in echte paniek. Ik zei tegen mezelf dat ik moest weten wat ik zou moeten doen, omdat ik dit had geleerd in mijn opleiding. Ik wist me geen houding te geven, ik zei of benoemde niets en leek een soort van te bevriezen. Op dat moment kwam de reanimatiekar binnengereden, wat me een handvat gaf om in actie te komen. Aan deze kar hing een handleiding met alle stappen van een reanimatie, maar ik kon er geen wijs uit worden. Het was net alsof het briefje in een andere taal was geschreven. De collega anios kwam terug de kamer in. Ik gaf onmiddellijk aan dat het me niet lukte de leiding te nemen en dat ik wilde dat zij het overnam. Dit deed ze en ik ervaarde een gevoel van enorme opluchting. Ik kon de verantwoordelijkheid afgeven. 

Enkele uren na de reanimatie hebben ik, de anios en de intensivist de gehele situatie nabesproken. Hier besprak ik dat ik enorm baalde dat het me niet gelukt was om de reanimatie te leiden. De intensivist gaf juist aan dat het goed was dat ik mijn grenzen had aangegeven. Het had een enorm onveilige situatie kunnen worden als ik de leiding had genomen en er een chaos was ontstaan. Ik had verwacht dat ik zou worden afgesnauwd of dat ik beschuldigd zou worden dat ik dit had moeten kunnen. Niets was minder waar en ik voelde me gesteund na dit gesprek.’

Ik zei tegen mezelf dat ik moest weten wat ik zou moeten doen, omdat ik dit had geleerd in mijn opleiding.”

Imke leerde door deze situatie om haar grenzen aan te geven. Juist in spoedsituaties kan dat belangrijk zijn. De tweede keer dat ze een reanimatie meemaakte, voelde ze zich beter voorbereid en wist ze wat ze moest doen waardoor er geen gevoel van paniek meer was. Het is niet fout om om hulp te vragen. Haar ervaring vanuit de geneeskundeopleiding is dat je wordt opgeleid om zelfstandig te kunnen werken, maar je werkt bijna altijd in een team. Als je dan aangeeft dat er iets niet lukt, is dit niet fout; je kan juist meer samenwerken. Het heeft even geduurd voordat ze deze conclusie kon trekken. Door te spreken over haar ervaring met familie en collega’s heeft ze dit kunnen verwerken. 

In haar huidige werk geeft Imke beter haar grenzen aan, omdat ze deze nu beter kent. Ze vraagt haar supervisoren hoe zij iets aanpakken zodat ze ervaringen kunnen delen. Ze raakt niet snel meer in paniek, ze heeft een bepaald zelfvertrouwen en structuur opgebouwd door de ervaring in het ziekenhuiswerk. Het is goed om te beseffen hoe één ervaring waarvan je denkt dat je faalt, je juist zo veel succes kan opleveren.

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!

Deze rubriek vertelt de verhalen van artsen die buiten hun comfortzone zijn gestapt door iets te doen wat zij ontzettend spannend vonden, maar juist daarom zo belangrijk om door te zetten. Denk hierbij aan een carrière switch, werk naast het dokterschap, maar ook de eerste keer een (nacht)dienst draaien of een ingreep doen. Hopelijk geven deze verhalen jou dat zetje om een sprong in het diepe te wagen of juist dat ene te doen dat zo spannend is.

Aan mij de eer om te starten met deze rubriek. Het grappige is dat mijn ervaring de inspiratie is geweest voor deze rubriek. Mijn naam is Iris Merks, ik ben 28 jaar en volg de opleiding tot huisarts. Ik heb altijd al ‘iets’ willen doen binnen de enorme grenzen van de geneeskunde, zonder medische kennis te gebruiken voor directe patiëntenzorg. Hiermee bedoel ik bijvoorbeeld onderwijs geven, schrijven of wetenschappelijk onderzoek doen. Maar hoe spannend is dat? Ik ben altijd opgeleid om voor patiënten te zorgen, dus zomaar iets totaal anders gaan doen; je moet het maar durven. Daar was de oproep van Inoek: wie kan haar helpen? ‘Dokters die het anders doen’ heeft mij al meerdere malen laten zien dat ik verder moet kijken dan mijn neus lang is. Er is zoveel mogelijk binnen de medische kaders, maar het is belangrijk om buiten je eigen kaders te blijven kijken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik meerdere malen naar de oproep van Inoek heb gekeken. Het leek mij perfect om rustig te ontdekken of schrijven iets voor mij is. Maar kan ik wel schrijven? Ik heb geen ervaring, enkel ambitie. De interne criticus zorgde ervoor dat de gedachte alleen al een zenuwachtig gevoel in mij naar boven bracht. Zonder ervaring doe ik maar wat, dacht ik. Ik zal meteen door de mand vallen als ik iets schrijf of dingen inlever die niet goed genoeg zijn. Het voelde voor mij dat ik me bloot moest gaan geven op een gebied dat ik niet goed ken. Dat maakt mij enorm onzeker. Zoals jullie kunnen lezen heb ik deze stap nu toch gemaakt, omdat ik hoop dat het mij voldoening en vaardigheden gaat opleveren. De wens om mij verder te ontwikkelen is sterker dan de onzekerheid die de interne criticus mij aanpraat. 

Zo’n stap uit mijn comfort zone heb ik eerder gemaakt. Gedurende mijn hele geneeskunde opleiding heb ik mij gefocust op het specialisme dermatologie. Dat paste bij mij en ik zou alles op alles zetten om daar in opleiding te komen. Tijdens de eerste periode van de covid-19 pandemie heb ik juist ontdekt dat dit mogelijk toch niets voor mij was. Het werken in het ziekenhuis en de afstand die ik ervaarde tot mijn patiënten, zorgde dat ik vraagtekens bij mijn carrièreambities zette. Ik wilde dichter bij de mensen komen te staan en het sociale aspect een grotere rol laten spelen. Maar hoe eng is het om af te gaan wijken van een spoor dat je al jaren aan het volgen bent? Ik begon te twijfelen over al mijn keuzes die ik eerder had gemaakt. Het gevoel dat ik iets anders wilde bleef aanhouden en werd alleen maar sterker. Uiteindelijk heb ik de stap gemaakt naar de eerste lijn en heb ik daar nog geen moment spijt van gehad. Hopelijk is dit een voorbode voor mijn schrijversavontuur.