In gesprek met een AIOS Arts voor Verstandelijk Gehandicapten

Deze week ga ik in gesprek met dr. Renée Blom, zij is in opleiding tot arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG). Voor vele een onbekend specialisme, en precies daarom is het zo leuk om er meer van te weten te komen! Wat wist je bijvoorbeeld dat..
* Er in Nederland zo’n 142.000 mensen zijn met een verstandelijke beperking? Om dit in perspectief te plaatsen; in 2021 waren er in Nederland 290.000 mensen met dementie.
* Nederland het enige land ter wereld is met dit specialisme en dat dit pas sinds 2000 bestaat?
* Een huisarts poliklinisch kan verwijzen naar een arts voor verstandelijk gehandicapten?

Renée Blom

Renée, wat leuk dat je iets willen vertellen over jouw werk! Vertel eens, hoe zien jouw dagen eruit als Arts voor Verstandelijk Gehandicapten in opleiding? 
Mijn dagen zien er meestal heel afwisselend uit! Ik werk op de medische dienst van een instelling waar cliënten met een verstandelijke beperking wonen. De cliënten die daar wonen variëren van jong tot oud en van mensen met een licht verstandelijke beperking tot een ernstige meervoudige beperking. Doordat de mensen binnen de instelling wonen en niet per definitie ziek zijn, noemen wij hen dan meestal ook niet patiënten maar cliënten of bewoners.
Op een gemiddelde dag heb ik spreekuur, maar ik doe ook visites bij cliënten voor wie het lastiger is om naar de medische dienst te komen. Verder heb ik regelmatig overleg met alle disciplines betrokken rondom een cliënt (zoals gedragsdeskundigen, fysiotherapie, logopedie, ergotherapie, verwanten) in de vorm van een MDO. Ook werk ik om de week een dag voor een kinderdagcentrum voor kindjes met een verstandelijke beperking. Verder heb ik af en toe poli waarbij mensen worden gezien die niet wonen binnen een instelling, maar waar wel behoefte is aan de expertise van een Arts VG (zoals bijvoorbeeld de Down poli in het MUMC).

Waarom heb je gekozen voor Arts voor Verstandelijk Gehandicapten, was het een lastige keuze? 
Ik heb altijd al affiniteit gehad met de doelgroep, doordat mijn moeder werkt als activiteitenbegeleidster voor mensen met een verstandelijke beperking. Tijdens mijn geneeskunde opleiding heb ik dan ook een keuzeblok en mijn sociale coschap in deze richting gevolgd. Later in de opleiding heb ik nog de ambitie gehad om kinderarts te worden. Echter tijdens mijn semi-artsstage merkte ik hoe hoog de werkdruk is binnen de kindergeneeskunde en hoe moeilijk het kan zijn om een opleidingsplek te kunnen krijgen. Ook twijfelde ik of ik uiteindelijk echt in het ziekenhuis zou willen werken. Toen ik vervolgens een vacature voor basisarts binnen de gehandicaptenzorg tegenkwam, werd ik hier wel heel nieuwsgierig naar. Met het idee dat ik altijd weer terug kon naar het ziekenhuis ben ik dat toen gaan doen. Vervolgens heb ik het ziekenhuis nooit meer echt gemist en vond ik het specialisme waar ik naar op zoek was!
Binnen het werk als Arts voor Verstandelijk Gehandicapten vind ik nu eigenlijk alles wat ik leuk vind.

Wat houdt het vak precies in?
We zijn er in principe voor alle mensen met een verstandelijke beperking. In Nederland zijn dit zo’n 142.000 mensen, die dus een IQ hebben onder de 70. Binnen deze groep heeft ongeveer de helft een lichte verstandelijke beperking en de andere helft een matige, tot ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking. De oorzaak van deze verstandelijke beperking kan met de huidige technieken bij 80% van de mensen verklaard door een genetische afwijking. Soms zijn dit bekende afwijkingen zoals het syndroom van Down, maar vaak zijn dit ook zeldzame syndromen waarbij allerlei orgaansystemen betrokken kunnen zijn. Kennis van deze syndromen is dan ook belangrijk binnen ons vakgebied omdat je dan weet of je bijvoorbeeld alert moet zijn op cardiale problematiek of visusproblemen. Soms kan een verstandelijke beperking ontstaan door hersenschade rond de geboorte of op latere leeftijd (niet aangeboren hersenletsel), waarbij epilepsie en/of spasticiteit weer meer voorkomt. Een andere groep binnen ons werk zijn de cliënten met een lichte verstandelijke beperking, die in de steeds moeilijker wordende maatschappij tegenwoordig minder goed mee kunnen komen. Binnen deze groep spelen soms ook dingen als psychiatrische stoornissen of verslaving. Soms laten cliënten ook gedragsproblemen zien zoals agressiviteit of automutilatie waarbij we dan meekijken of dit een lichamelijke oorzaak kan hebben.
We zijn eigenlijk een soort generalistische specialist. We kijken naar het hele plaatje rondom een cliënt, maar hebben daarbij hele specifiek kennis over zaken als epilepsie, genetica, revalidatiegeneeskunde, psychiatrie e.d. Op deze vlakken werken we samen met andere specialisten. Zo komt er binnen de instelling elke paar maanden een neuroloog, revalidatiearts, psychiater, internist, reumatoloog en klinisch geneticus langs die dan spreekuur doet op locatie.
Een deel van de mensen met een verstandelijke beperking woont niet binnen een zorginstelling, maar bijvoorbeeld bij ouders thuis. Deze mensen hebben allemaal een eigen huisarts, maar voor een huisarts kan het soms lastig zijn om de zorg rondom een specifiek syndroom of gedragsproblemen op zich te nemen. Voor deze groep mensen zijn we poliklinisch te betrekken op verwijzing van de huisarts. Ook zijn er voor veel syndromen speciale expertisecentra binnen de academische ziekenhuizen waar meestal ook een Arts Verstandelijk Gehandicapten aan verbonden is.

‘We zijn eigenlijk een soort generalistische specialist met specifieke kennis over syndromen en alles dat daarbij hoort’

Hoe ziet de sollicitatieprocedure voor een opleidingsplek eruit? 
De sollicitatieprocedure bestaat als uit het schrijven van een motivatiebrief en aanleveren van CV. Vervolgens word je uitgenodigd voor het sollicitatiegesprek wat volgens de STAR-methode wordt uitgevoerd. Hierbij wordt dus specifiek ingegaan op situaties die je hebt meegemaakt en hoe je hierop kunt reflecteren. Als je vervolgens bent aangenomen wordt gekeken op welke locatie er een opleidingsplek beschikbaar is om geplaatst te kunnen worden.

En hoe ziet de opleiding er vervolgens dan uit? 
De opleiding duurt in totaal 3 jaar en is georganiseerd vanuit het Erasmuc MC in Rotterdam. Er is een wekelijkse onderwijsdag op maandag en deze is de ene week fysiek in Rotterdam en de andere week digitaal. In het eerste en het derde jaar van de opleiding ben je werkzaam binnen een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking onder supervisie van je opleider. In het tweede jaar ben je een geheel jaar bezig met het doen van stages binnen aangrenzende vakgebieden (zoals psychiatrie, klinische genetica, revalidatie, epilepsiezorg, ouderengeneeskunde). Deze stages mag je zelf uitkiezen zodat ze aansluiten op jouw interesses en leerdoelen.
De opzet van de opleiding lijkt dus erg op die van de huisartsenopleiding, echter is de inhoud heel anders. We leren vooral over alle zaken die specifiek komen kijken bij mensen met een verstandelijke beperking, zoals kennis over syndromen, epilepsie, bewegingsproblemen, gedragsproblemen enz.
Ik volg de opleiding fulltime, maar er bestaat ook de mogelijkheid om deze parttime te volgen. Het is nog een jong specialisme (het is erkent sinds 2000), dus daarmee is het nog volop in ontwikkeling. Er zijn veel mogelijkheden om je verder te specialiseren in een specifieke richting maar het is ook mogelijk om heel breed te blijven werken.
Een PhD traject is ook een optie! Dit wordt een AIOTO traject genoemd waarbij je de opleiding afwisselt met het doen van onderzoek. Dit is dan een gecombineerd traject van 5 tot 6 jaar waarbij de AIOS in blokken om en om werkt aan het onderzoek en stukken van de opleiding doorloopt. Vaak zijn er vanuit het Erasmus MC of vanuit het Radboud UMC lopende onderzoeken vanuit waar een PhD kandidaat wordt gezocht.

Is het lastig om een opleidingsplek te bemachtigen. Wat zijn de criteria? 
In principe is dit niet heel lastig. Doordat het een erg onbekend specialisme is, worden de opleidingsplekken helaas elk jaar nog niet helemaal opgevuld. Er zijn geen specifieke criteria om te kunnen solliciteren. Wel is het natuurlijk een pré als je al wat ervaring hebt met de doelgroep.
 
Wat vind je het allerleukst aan jouw baan? En wat het lastigst?  
Het allerleukste vind ik het contact met de cliënten. Zij zijn heel puur in hun reactie en altijd eerlijk. Dus ik kan best wel eens te horen krijgen dat ik bijvoorbeeld een rare trui aan heb, maar vervolgens ook dat ze blij zijn met mij als dokter. Doordat ik langdurig betrokken ben bij de cliënten, leer ik hen goed kennen en dit helpt mij vervolgens om ook te kunnen zien wanneer het minder goed met hen gaat. De communicatie met de cliënten kan soms een uitdaging zij, want een deel van de cliënten kan bijvoorbeeld niet praten. Daardoor kunnen zij hun klachten niet verbaal uiten en kan het soms een hele zoektocht zijn om te achterhalen waarom iemand bijvoorbeeld pijnklachten lijkt te uiten. Daarin is het dan belangrijk om goed te luisteren naar de begeleiding van de woongroep, andere betrokken disciplines en verwanten om alle kleine signalen te verzamelen. Vervolgens ga je samen puzzelen naar de oorzaak van de klachten en hoe je de cliënt het beste kunt helpen.
Verder vind ik de afwisseling erg leuk. We zorgen dus voor alle mensen met een verstandelijke beperking, dus dit maakt dat we ons met veel verschillende dingen bezighouden. Het ene moment kun je bijvoorbeeld een gesprek voeren met iemand met een licht verstandelijke beperking en slaapproblemen, het andere moment word je geroepen bij iemand in een epileptisch insult of begeleid je iemand in de terminale fase.

Draai je ook diensten? En hoe zien die diensten eruit?
Dit verschilt per locatie. Op sommige plekken draaien de artsen diensten in de vorm van bereikbaarheidsdienst. Er is dan een verpleegkundige voorwacht en je bent dan oproepbaar vanuit huis. Op de locatie waar ik momenteel werk is er een overeenkomst met de huisartsenpost, waardoor zij worden benaderd in de avond-nacht en weekenden. Wel zijn we als Arts VG voor de HAP bereikbaar voor specifieke vragen waar zij minder ervaring mee hebben (zoals epilepsie, gedragsproblemen e.d.).

Hoe veel administratie heb jij? Is dat net zoveel als in het ziekenhuis? 
Dit verschilt nogal per dag. Voor de cliënten die wonen binnen de instelling waar ik werkzaam ben, hoef ik geen brieven of iets dergelijks te maken. Daarvan hoef ik alleen mijn notities van een consult of visite te noteren. Wel hebben we ook wat administratieve taken die voortkomen doordat de cliënten binnen de instelling wonen, zoals het invullen van zaken in het zorgplan of opstellen van verklaringen voor aanvragen voor hulpmiddelen.

Heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze? 
Mijn tip zou vooral zijn om te gaan kijken bij alle specialismen die je interessant lijken om zo een breed beeld van de opties te krijgen. Daarbij is het inhoudelijke natuurlijk belangrijk, maar denk ook na over de randvoorwaarden zoals werktijden, dienstbelasting e.d. Ook zou ik bij deze mensen wel willen aanmoedigen om ook te denken aan de specialismen buiten het ziekenhuis!

Blog 32; In gesprek met een AIOS urologie

Laatste vroeg ik jullie of het leuk zou zijn om af en toe ook eens een specialisme uit het ziekenhuis de revue te laten passeren en de meeste vonden dat een goed idee. Vandaag dan eindelijk de aftrap! We beginnen met een klein specialisme in het ziekenhuis waar zeker niet alle coassistenten de kans krijgen om een kijkje te nemen: de urologie.
Ik ga in gesprek met hardwerkende dokter Ella Cauffman, een AIOS bij de urologie die heel enthousiast is over haar werk en ons graag meeneemt.

Wat leuk dat je iets willen vertellen over jouw werk! Vertel eens, hoe zien jouw dagen eruit als uroloog in opleiding? 
Het zijn volle dagen: de urologie is een vak met vele aspecten, en dat maakt het ook zo leuk! Gemiddeld genomen heb je 1 dag per week afdeling, waarbij je om kwart voor 8 begint met visite lopen. Vervolgens heb je de tijd voor administratie. De diagnostiek bij de patiënten voer je zelf uit, zoals het maken van een echo (van de blaas, nieren en prostaat) of cystoscopie (= met een camera in de blaas kijken) of het plaatsen van catheters (blaascatheter, JJ of nefrostomie catheter). Als je op de afdeling staat heb je ook het consultensein en de huisartsentelefoon en zie je zelf de patiënten op de spoed. Dat kan vriezen of dooien, de ene keer is het rustig, maar op sommige dagen komt alles tegelijk en moet je goed prioriteiten kunnen stellen. De rest van de week is gevuld met 1 à 2 dagen op OK, 1 à 2 dagen op de poli en wisselend een dagdeel kleine ingrepen op de poliklinische OK. Op de operatiekamers heb je hele grote ingrepen zoals blaas-, nier- en prostaatverwijderingen (open, laparoscopisch of met de robot), maar ook veel endoscopisch behandelingen (bv transurethrale resectie van blaastumoren en ureterorenoscopie voor nierstenen). Verder heb je nog een heel scala aan andere ingrepen afhankelijk van het ziekenhuis waar je zit, denk bijvoorbeeld aan incontinentie chirurgie en kinderurologische ingrepen. Deze ingrepen leer je gaandeweg uitbreiden tot je ze zelfstandig kunt uitvoeren. Ook op de poli heb je hele wisselende activiteiten: uiteraard zie je zelf de patiënten, maar je doet ook bijna alle diagnostiek zelf zoals eerder genoemd. Naast echo’s, cystoscopieën en plaatsen van catheters, nemen we prostaatbiopten af en maken opspuitfoto’s van de nieren. De patiënten die bij jou komen, kan je soms heel snel van hun probleem afhelpen, maar er zijn ook patiënten die je jaren vervolgt. De meerderheid van de populatie is mannelijk, maar je ziet ook genoeg vrouwen en de patiënten leeftijd varieert van kinderleeftijd tot wel 90 jaar. Dit afwisselende is mijn favoriete aspect aan de urologie. Je hoeft niet te kiezen, het vak heeft alles.
Behalve de klinische werkzaamheden zijn er uiteraard ook neventaken die voor of na de werkdag gebeuren, zoals het voorbereiden en voorzitten van MDO’s en het geven van onderwijs. Als assistent kan je fulltime of parttime werken, de meeste specialisten werken parttime.

Waarom heb je gekozen voor urologie, was het een lastige keuze? 
Ik ben eigenlijk per ongeluk tijdens mijn coschap chirurgie bij de urologie terecht gekomen. Ik was ingedeeld bij de orthopedie, maar dat leek me niets voor mij, dus ik heb geruild. Toen al vond ik het een heel leuk vak.
Ook wist ik al snel dat ik een vak wilde doen met een combinatie van snijdend en beschouwend. Aanvankelijk dacht ik aan gynaecologie, maar dit bleek toch niet helemaal mijn wereld te zijn. Eenmaal bij de urologie als ANIOS voelde ik me meteen op mijn plek.  De combinatie van een vak waarin je moet kunnen doorpakken en dingen kan oplossen, met tegelijk ook veel patiëntencontact en samenwerking met collega’s, paste helemaal bij mij. Alle verschillende vaardigheden en handelingen die je moet beheersen, maakt het uitdagend en afwisselend

Hoe ziet de sollicitatie procedure voor een opleidingsplek eruit? 
De opleiding urologie is geregeld per regio. Je schrijft een brief naar de opleidingscommissie en gaat daarna op gesprek bij de drie opleiders en drie AIOS uit die regio.

‘Het allerleukste aan de urologie is de afwisseling, het vak heeft alles!’

En hoe ziet de opleiding er vervolgens dan uit? 
De opleiding urologie duurt 5 jaar en 9 maanden. De eerste 1,5 jaar, je vooropleiding, volg je bij de chirurgie om de snijdende basis te leren. Bij het urologische gedeelte daarna zit je ongeveer de helft van de tijd in het academisch ziekenhuis en de andere helft van de tijd in een perifeer centrum. Tijdens die jaren werk je als arts-assistent waarbij je de verschillende deelgebieden van de urologie ziet langskomen: oncologie, functionele en reconstructieve urologie, endo-urologie, kinderurologie en andrologie. De laatste maanden van je opleiding doe je een differentiatie binnen een van deze deelgebieden. Als je eenmaal specialist bent, is het overigens goed te doen om een baan te vinden, hetzij beginnend als chef de clinique of soms zelfs meteen in een maatschap.

Is het lastig om een opleidingsplek te bemachtigen. Wat zijn de criteria? 
In regio Maastricht waren er bij mijn sollicitatieronde drie AIOS plekken, dit jaar zijn het er twee. Hoeveel kandidaten er zijn voor die plekken, wisselt van jaar tot jaar, gemiddeld zijn er zo’n twee tot vier kandidaten voor één plek. Klinische ervaring als ANIOS bij de urologie is een vereiste. De meesten hebben één tot drie jaar ervaring voor ze worden aangenomen. Het is niet nodig om gepromoveerd te zijn, al zijn er altijd wel een aantal mensen die dit hebben gedaan. Het belangrijkste is dat je enthousiast bent over het vak en hebt laten zien dat je zowel de technische handigheid hebt die nodig is voor de urologie, als de sociale skills met patiënten en collega’s.

Wat vind je het allerleukst aan jouw baan? En wat het lastigst?  
Het allerleukst vind ik de afwisseling; “never a dull moment”. En dat gecombineerd met fijn patiëntencontact, waarbij je zowel luchtige gesprekken hebt en mensen van hun probleem af helpt met medicatie of een operatie, als de intensievere gesprekken met mensen die bijvoorbeeld last hebben van erectiestoornissen of de diagnose kanker krijgen. Ook het feit dat je patiënten ziet, zelf de diagnostiek en behandeling uitvoert, en nadien zelf de follow-up kan doen geeft veel voldoening. Daarnaast heb je nauw contact met de verpleegkundigen op de poli en afdeling en verschillende andere specialismen, zoals de SEH, huisartsen, radiotherapeuten etc.
Het lastigste wat mij betreft is dat het toch wel een echt ziekenhuisspecialisme is waar ook de bijbehorende uren bij komen kijken. De werkdagen in het ziekenhuis zijn vrij lang, meestal van 07u45 tot 18u-18u30, en daarna moet je je vaak thuis nog voorbereiden.
Je moet ook kunnen schakelen tussen verschillende werkzaamheden. Omdat we een relatief klein specialisme en dus ook een klein team zijn, helpt iedereen waar nodig. Dit is fijn voor de teamsfeer, maar maakt ook dat lange lunchpauzes of vroeg naar huis niet altijd mogelijk zijn.
Verder is het een breed vak waarbij je heel veel aspecten van de geneeskunde uitvoert, maar wel gespecialiseerd in beperkte onderwerpen. Het is dus beduidend minder algemeen dan bijvoorbeeld interne geneeskunde of huisartsgeneeskunde. Dit vind ik er prettig aan, maar het kan een afknapper zijn voor iemand die zich niet wil toeleggen op één deelgebied.

Draai je ook diensten? En hoe zien die diensten eruit?
Bij de urologie is de meeste zorg planbaar, wat ervoor zorgt dat de diensten relatief rustig zijn. Daardoor doen wij onze diensten niet in blokken zoals veel andere ziekenhuisspecialismen, maar achter de werkdagen aan. Afhankelijk van de kliniek en het aantal assistenten in je team heb je gemiddeld 1 keer per 1-2 weken een avond/nacht dienst. Dit is een bereikbaarheidsdienst waarbij je veel telefonisch kan afhandelen, maar ook soms in huis moet komen voor het beoordelen van patiënten op de afdeling of spoedeisende hulp en soms ’s avonds of ’s nachts operaties moet uitvoeren. Hiervoor heb je dan geen compensatie, dus de dag erna werk je gewoon weer. Daarbij heb je ongeveer 1 keer per maand een weekenddienst, die van vrijdagavond tot maandagochtend duurt. Dan krijg je wel die maandag vrij als compensatie. In deze diensten loop je ’s ochtends visite en heb je de rest van de dag in principe bereikbaarheidsdienst vanuit huis waarbij je wel vaak één of soms meerdere keren naar het ziekenhuis moet.
Hoe druk de diensten zijn is niet van tevoren in te schatten: sommige diensten heb je quasi niks te doen en word je nauwelijks gebeld, andere diensten word je continue gebeld en sta je het hele weekend afwisselend op de spoedeisende hulp en de operatiekamer. Maar de dienstbelasting is dus een stuk minder zwaar dan bijvoorbeeld bij de interne geneeskunde, chirurgie of spoedeisende hulp. Daar staat tegenover dat je relatief vaak bereikbaar moet zijn en je af en toe een zware dienst hebt waar weinig compensatie tegenover staat. Persoonlijk vond ik de diensten als assistent meestal wel heel leuk omdat je veel zelf mag en kan doen en interessante patiënten ziet. Daarbij komt dat eenmaal als specialist de diensten wat rustiger worden en je de meeste dingen telefonisch kan oplossen met de assistent.

Hoe veel administratie heb jij? Is dat net zoveel als in het ziekenhuis? 
Ja, je heb ongeveer evenveel administratie als in de rest van het ziekenhuis. Het is een redelijk groot deel van je dagen, maar ik vind dat er wel voldoende tijd voor patiënten overblijft. En hopelijk gaan wij als nieuwe generatie dokters dit straks beter georganiseerd hebben :-).

Heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze? 
Het belangrijkste is denk ik om naar het complete plaatje van een vak te kijken. Dus niet alleen of je de werkzaamheden interessant vindt, maar ook wat voor collega’s je krijgt, hoe de werkbelasting is en hoe de opleidings- en baankansen zijn. En verder om niet alleen te kijken naar hoe je assistententijd is, maar ook naar hoe de dagindeling van een specialist eruit ziet. Ik vond bijvoorbeeld bij de gynaecologie de verloskamers een heel leuk deel van het werk, maar als specialist ’s nachts alleen komen opdraven als een bevalling niet goed gaat, leek me helemaal niks.
En voor de rest: het is oké om het niet te weten en verschillende dingen te proberen. Al die ervaringen neem je mee in wat je uiteindelijk gaat doen. En als je benieuwd bent naar een vak, probeer dan eventueel via via te regelen dat je een keer mee kan kijken.

Blog 30: In gesprek met een dokter van het Medical Traineeship van BKV

Deze week ga ik in gesprek met dokter Remi Vanmaris. Hij is 27 jaar oud en volgt een Medical Traineeship bij BKV, waarbij hij momenteel werkzaam is binnen de ouderengeneeskunde. Hij studeerde in 2021 af aan de universiteit van Utrecht via de arts-onderzoeker master SUMMA. Ik ben benieuwd waarom hij gekozen heeft voor een Medical Traineeship bij BKV en wat daar zo leuk aan is! Tevens gaan we in gesprek met Simone van Ham, werkzaam bij BKV als Senior Consultant Healthcare, die ons alle ins and outs kan vertellen over het Medical Traineeship.


Remi, vertel eens. Hoe ben jij bij BKV terecht gekomen?
Eigenlijk via een vriendin. In de bachelor vond ik vooral de theorie van de beschouwende vakken ontzettend leuk, maar met de praktijk van deze vakken in het ziekenhuis had ik minder affiniteit. Huisartsgeneeskunde daarentegen bleek een verrassend goede match, maar tja het is lastig om daar te aniossen. De interne geneeskunde en geriatrie vond ik in het ziekenhuis het leukst, de inhoud vond ik super interessant maar toch had ik het gevoel dat het niet helemaal paste. Ik kon er de vinger niet op leggen. Uiteindelijk kwam ik erachter dat ik de inhoud wel leuk vind, maar dat de manier van werken in het ziekenhuis minder goed bij mij past. Ik kon door de vluchtigheid van het patiëntencontact minder een band opbouwen met de patiënten. Een vriendin was erg enthousiast over het Medical Traineeship van BKV en de ouderengeneeskunde, dus nadat ik geneeskunde had afgerond ben ik, omdat ik ook erg enthousiast was, ook gestart bij BKV.

Hoe ziet een Medical Traineeship bij BKV er dan uit?  
Remi: Een Medical Traineeship duurt circa 2 jaar waarbij je vaak twee keer één jaar op een plek werkt. Je leert dus twee verschillende vakgebieden buiten het ziekenhuis goed kennen. Daarnaast werk je bij het Medical Traineeship niet alleen als arts, maar kun je ook een project opzetten. Ik heb bijvoorbeeld iProve, het portfolio voor de ANIOS, gepromoot en onderzoek gedaan naar de tevredenheid van de gebruikers. Buiten het project en je werk als anios is er tijd voor onderwijs en intervisie. Onderwijs is gemiddeld één keer per maand, het is zowel vakinhoudelijk als vakoverstijgend over bijvoorbeeld de financiering in de zorg of palliatieve zorg. Daarnaast is er intervisie waarbij we in groepsverband met een psycholoog allerlei casuïstiek bespreken en optioneel is er coaching waar we een probleem aanpakken of juist iets waar we al goed in zijn proberen te verbeteren. Het is veel meer dan alleen dokter zijn, er is veel aandacht voor persoonlijke ontwikkeling, dus en dat maakt het leuk, maar ook heel erg leerzaam.
Simone: Ik denk dat intervisie en coaching goed is. Je kunt beter iemand laten excelleren waar iemand goed in is, dan continu aandacht besteden aan de dingen die iemand niet zo goed kan.

Projecten en werken als arts dus. Over wat voor projecten gaat dat dan?
Simone: Trainees mogen zo’n project zelf invullen, maar er zijn ook een aantal projecten vanuit BKV waar je aan deel kan nemen. De projecten worden vaak opgestart na 3 tot 6 maanden werken, en de trainees zijn er gemiddeld 4 uur per week mee bezig. Tijdens een project leer je hele andere competenties dan bij het ‘dokter zijn’ en dat willen we promoten. Veel jonge dokters gaan tegenwoordig een PhD doen om de kans op een opleidingsplek in het ziekenhuis te vergroten, ook dan leer je natuurlijk nieuwe competenties, maar de beweegredenen zijn niet altijd goed. De projecten die de trainees doen zijn veel kleiner dan een PhD, maar laten wel zien dat er meer is dan alleen het dokter zijn.

Kun je eens wat voorbeelden geven van zo’n projecten?
Simone: Zeker! Laatst is er een trainee die een game wilde ontwikkelen voor ouderen om ze actief te houden, maar er zijn ook trainees die deelnemen aan scrumsessies en hun kennis en ervaring delen t.a.v. triagemodellen bijvoorbeeld. Of trainees die als junior consultant bijdragen aan de implementatie van WZD (Wet Zorg en Dwang) processen binnen zorginstellingen. Tevens kun je opleidingsdagen volgen via de Medic Academy of een externe opleiding. Bijvoorbeeld een ABCDE-training voor de ouderenzorg of een driedaagse training expeditie geneeskunde om maar iets te noemen.

Remi: ‘Nooit geweten dat er zoveel te kiezen is buiten het ziekenhuis is’

Simone, wat voor dokters volgen het Medical Traineeship via BKV?
Het Medical Traineeship is eigenlijk bedoeld voor drie groepen dokters. Allereerst voor dokters die niet goed weten wat ze willen, via ons Medical Traineeship kunnen ze kennismaken met meerdere specialismen. Ten tweede voor dokters die meer willen zijn dan alleen dokter. Een steeds groter deel van de dokters willen naast hun uitvoerende baan als arts zich ook op ander vlak ontwikkelen zoals voeding- en leefstijl of projectmanagement. Anderen willen graag bijdragen aan techniek en innovatie en vinden het interessant om betrokken te zijn bij een start up. En tenslotte voor dokters die al wel weten wat ze willen, maar het maximale uit hun jaar of twee jaar aniossen willen halen doordat ze bij ons de combinatie krijgen van werken, coaching, training op maat, een project én intervisie. Maar in principe is elke dokter welkom, een vereiste om deel te nemen aan het Medical Traineeship is dat je je leerbaar opstelt en daarbij, met geven en nemen, ook andere dokters naar een hoger plan helpt.

Hoe ziet jouw traject eruit als trainee Remi?
Ik werk 32 uur per week zoals de meeste trainees. Momenteel werk ik in de ouderengeneeskunde en het bevalt super goed! Ik was vooraf wat huiverig, omdat ik het beeld had dat werken in een verpleeghuis saai en stoffig zou zijn. Dat vooroordeel blijkt totaal niet te kloppen met de werkelijkheid, het is een onverwacht leuk en uitdagend vak, waar je met weinig aanvullend onderzoek een plan op maat maakt voor bijzondere populaties. Ik dacht ook altijd dat als je niet in het ziekenhuis wilde werken, de volgende optie huisartsgeneeskunde was. Nooit geweten dat er zoveel meer buiten het ziekenhuis is. Na mijn jaar bij de ouderengeneeskunde ga ik een jaar binnen de bedrijfsgeneeskunde werken. BKV helpt je met een keuze maken ten aanzien van de vakgebieden waarin je zult gaan werken. Dat gebeurt middels een online assessment, de grote vragen zijn ‘waar vaar jij wel bij? Wat voor type arts ben jij? Welke competenties beheers je al en waarin zou je je willen verbeteren?’ Bijna iedereen wordt het meest gelukkig om te excelleren daar waar je goed in bent. Je kiest dus niet lukraak twee plekken, maar gaat echt samen op zoek naar wat bij jou zou kunnen passen.
Simone: Doordat we met de trainees in gesprek gaan en een online assessment doen en daarbij echt kijken welke plekken bij hun interesses kunnen passen komt het niet vaak voor dat een werkplek niet bevalt. Maar het komt weleens voor natuurlijk. Ook dan helpen we. Het is namelijk de bedoeling dat de trainee kennis maakt met verschillende specialismen en zo op zijn of haar plek komt. Dokters vinden het prettig om onafhankelijk advies te krijgen. Er zijn bijna overal wel mogelijkheden en zo niet, dan vertellen we dat ook eerlijk. Het gaat er ons om dat iemand een YES gevoel heeft om via BKV een passende uitdaging aan te gaan.

Wat vind je het leukst aan de ouderengeneeskunde Remi? En wat het lastigst?
Ik werk momenteel op een GRZ (Geriatrische Revalidatiezorg) afdeling, Daar worden patiënten opgenomen om te revalideren na een ziekenhuisopname wegens bijvoorbeeld een CVA of een heupfractuur. Het allerleukst is dat je enorm generalistisch werkt en je zoveel meer bent dan alleen dokter. Je bent als arts de spil in het web en hebt korte lijntjes met bijvoorbeeld de fysiotherapeut, maatschappelijk werker, psycholoog en manager.  Ondanks dat de “doorsnee” verpleeghuispatiënt vaak een patiënt is met dementie, zijn er veel expertisegroepen, waaronder Parkinson, beademingspatiënten, Korsakov, Huntington en MS.  Het meest uitdagende aspect vind ik het leveren van zorg op maat. Moet je een kwetsbare zieke patiënte bijvoorbeeld nog insturen naar het ziekenhuis en hoe bespreek je dit met de familie? Gelukkig heb je als basisarts wel de tijd en supervisie om dit goed met de patiënt en diens familie te bespreken.

Simone: ‘Het gaat er ons om dat iemand een YES gevoel heeft om via BKV een passende uitdaging aan te gaan.’

Op wat voor plekken kan je nog meer werken binnen BKV?  
Simone: BKV biedt banen aan in de ouderengeneeskunde, ziekenhuispsychiatrie (PAAZ), psychiatrie, bedrijfsgeneeskunde, revalidatie en binnen de verstandelijk beperkten zorg. Daarnaast zijn er af en toe trainees die in het ziekenhuis werken via ons, maar dat komt niet veel voor. Ook zijn er mogelijkheden om naar het buitenland te gaan.

Wat is het voordeel van werken bij BKV in plaats van zelf een ANIOS baan zoeken en direct in dienst zijn van een maatschap of ziekenhuis?  
Remi: Het fijnst vind ik dat BKV je helpt en actief meedenkt. Ze brainstormen met je over wat er bij je past en helpen je nadien om een goede plek te krijgen. Je profiteert eigenlijk van hun netwerk. Daarnaast moet je zelf ook actief aan de bak, elke 4 tot 6 weken hebben we een gesprek over hoe het gaat, dat prikkelt om na te blijven denken wat je wil en wie je bent. Hierdoor kom je sneller tot een plan en verbeter je jezelf ook sneller. Daarnaast is het fijn dat je dingen uit mag proberen, je mag op twee verschillende plekken werken zonder dat daar iets aan vast zit.

Is je salaris anders als je via BKV ergens werkt?
Simone: Nee, trainees worden gewoon betaald volgens het CAO van het specialisme waar ze werkzaam zijn. Ze krijgen hetzelfde als hun collega’s op die werkplek die daar niet werken via BKV. De werkzaamheden en dienstbelasting is namelijk ook hetzelfde.

Als jullie een tip mogen geven, wat zou dat dan zijn?
Remi: Ik heb tijdens het afronden van mijn studie lang getwijfeld of ik wel buiten het ziekenhuis dúrfde te werken. Men zegt altijd dat je daar geen beroepsperspectief hebt, het saai is en als je daar eenmaal voor gekozen hebt je nooit meer binnen het ziekenhuis kunt werken als je dat zou willen. Daarnaast is het ook een stuk imagoverlies, hoe stom dat ook klinkt. Want alle vooroordelen over specialismen buiten het ziekenhuis bleken op heel weinig gegrond. Ik was bijvoorbeeld bang dat ik me minder dokter zou voelen, maar ik voel me júist dokter. Meer dan binnen het ziekenhuis, haha! Maar al die vooroordelen maakte de stap zetten wel des te lastiger. Maar echt, de specialismen buiten het ziekenhuis zijn zó breed, er zit altijd iets tussen wat je leuk vindt! Dus als je benieuwd bent naar de specialismen buiten het ziekenhuis, neem dan gewoon eens een kijkje en durf die stap te zetten! Dat ambitie en buiten het ziekenhuis werken niet samengaan is een vooroordeel waar niets van klopt.
Simone: Volg je hart, durf buiten de gebaande paden te gaan. Probeer en ontdek. Het is een reis, een avontuur, geen tweede keus!


Ben jij enthousiast geworden over het Medical Traineeship bij BKV? Ga dan naar de website en vind alle informatie!

Blog 28; In gesprek met een AIOS bedrijfsgeneeskunde

Deze week een blog over de bedrijfsgeneeskunde: een onmisbaar specialisme op deze website! En wie kan daar nou beter over vertellen dan dokter Anne Marie, een gezellige, enthousiaste dokter die tijd en aandacht wil besteden aan ‘haar’ werknemers en bedrijven, maar daarnaast ook ruim tijd besteedt aan haar eigen hobby’s. Tegenwoordig omschrijven haar vrienden haar als ‘de goeroe in de werk/privé balans’. Ze studeerde van 2012 tot 2018 in Utrecht en deed van alles naast haar studie. Zo werkte ze op de huisartsenpost en heeft ze meegeschreven aan het dermatologie hoofdstuk in Compendium Geneeskunde (eerste editie). Vanaf september 2022 start ze met veel plezier aan de opleiding tot bedrijfsarts. 

‘Wist je dat…’
–          Een arboarts is een arts met een basisopleiding. Een bedrijfsarts heeft nog een extra vierjarige opleiding gedaan op het gebied van arbeid en gezondheid. Daarmee is de titel ‘bedrijfsarts’ een wettelijk beschermde titel.

–          Een zieke werknemer kost gemiddeld 260 euro per dag voor de werkgever.

–          In de Arbowet is opgenomen dat werknemers (desgewenst anoniem!) ook zelf een gesprek kunnen aanvragen met de bedrijfsarts

We vallen meteen met de deur in huis. Waarom is de bedrijfsgeneeskunde het specialisme voor jou? 
Dat bedrijfsgeneeskunde het specialisme zou zijn voor mij, dat werd pas later in mijn jonge dokters carrière duidelijk. Vanaf dat ik het specialisme leerde kennen, merkte ik steeds meer dat dit vak past bij wie ik wil zijn als dokter. Het is een breed specialisme, waarbij je je bezighoudt met gezondheid van werknemers én het bedrijf waar zij werken. Je bent generalist en hebt hierbij aandacht voor de mens in zijn totaalplaatje. Het draait hierbij niet alleen om de ziekte, maar ook om alle factoren die hierop van invloed zijn. Denk bijvoorbeeld aan knieklachten bij overgewicht door een eetverslaving, of rugklachten als uiting van stress bij een alleenstaande ouder of een werknemer die naast zijn of haar werk ook mantelzorger is voor een partner of familielid. Mensen zijn niet alleen hun ziekte, ze zijn zoveel meer. Als bedrijfsarts mag je de mensen echt begeleiden in plaats van alleen de ziekte van een patiënt behandelen. Je maakt daarmee je werknemers, maar ook het bedrijf waar zij werken, vitaler en dat is een prachtige uitdaging! Het is bij uitstek een vak wat zich kan bezighouden met preventie. Het voorkómen van ziekte, dat geeft een extra dimensie aan het werk.

‘Mensen zijn niet alleen hun ziekte, ze zijn
zoveel meer’

Je zegt dat het niet direct duidelijk was dat je bedrijfsarts zou worden, hoe heb je de keuze gemaakt?
Ik heb lang gedacht dat ik internist-infectioloog zou willen worden. Ik heb m’n coschappen hier ook altijd op gericht: een IC stage, mijn onderzoeksstage naar HIV en stage in Tanzania, naast m’n algemene stage bij de interne geneeskunde. Na mijn studie ben ik gaan werken als arts-assistent bij de interne geneeskunde. Ik vond het inhoudelijk prachtig: ik hou van het leggen van de puzzelstukjes bij complexe problematiek. Het leven naast m’n werk deed ik echter vaak maar met de helft van m’n aandacht. De manier waarop ik bezig was met m’n werk, zorgde ook voor lange werkdagen. Daardoor bleef minder of weinig tijd over voor andere dingen. Het kantelpunt was voor mij het moment dat ik doorkreeg dat ik tijdens een gesprek met vriendinnen halverwege niet meer wist wat er gezegd was. Ik had letterlijk maar met een half oor, en dus met halve aandacht, geluisterd. Het begon nadien steeds meer aan me te knagen dat ik stukjes van mijn enthousiaste ik kwijtraakte. Het bracht me aan het twijfelen over m’n carrière keuze. Er kwamen vragen in me op als: wil ik dit? Is de interne geneeskunde daarvoor leuk genoeg? Hoe ziet m’n leven er straks uit als ik op deze manier doorwerk? En, wat ik ook interessant vond en vaak in het ziekenhuis niet mee kreeg, was de vraag: hoe gaat het na het ziekenhuis met de patiënt? Lukt dat allemaal wel thuis en op het werk? Ik wilde overal, zowel in werk als mijn privé leven, voldoende aandacht hebben. Mijn aniostijd bij de interne geneeskunde zat er in februari 2020 op, toen heb ik een pas op de plaats gemaakt en begon mijn zoektocht naar wat ik nou eigenlijk écht wilde.

Hoe zag die zoektocht eruit, en hoe kwam je uiteindelijk bij de bedrijfsgeneeskunde terecht?
Om te beginnen ben ik me gewoon gaan inlezen op internet. Ik heb bijvoorbeeld de KNMG-website bekeken en hierop filmpjes gekeken. Ik kwam tot de conclusie dat er eigenlijk nergens een mooi overzicht bestond, zoals jij eigenlijk aan het creëren bent op jouw blog. Uiteindelijk ben ik bij meerdere specialismen gaan meelopen. Tijdens mijn zoektocht vroeg een oud-huisgenoot of de bedrijfsgeneeskunde niet iets voor mij was. Hij kende iemand, die precies daar vond wat hij mij hoorde zoeken. Eerlijk gezegd, mijn eerste reactie was: ‘hè, gadver, denk het niet’. Ik moest meteen denken aan het ene stoffige college van de bedrijfsgeneeskunde, welke gecombineerd werd met de verzekeringsgeneeskunde. Het stoffige karakter werd ik nu niet meteen erg enthousiast van. Achteraf gezien is dat zo jammer! Want het klopt totaal niet met hoe ik er nu tegenaan kijk. Toch nieuwsgierig gemaakt door zijn suggestie, ben ik ook een dag meegelopen met die connectie van m’n oud-huisgenoot. De manier waarop zij haar spreekuur vormgaf, en hoe trots ze vertelde over haar vak, maakte mij eigenlijk direct enthousiast. Zij liet me zien dat je voor de werknemers echt een luisterend oor kunt bieden en hen helpen met hun klachten. Daarnaast mag je op grote schaal meedenken over preventie en vitaliteit binnen een bedrijf, waarvoor je de signalen binnen je spreekuur ook gebruikt. Je hebt veel autonomie en kunt daarom invloed uitoefenen op je eigen agenda. Binnen de arbodienstverlener waar ik werkzaam ben, gericht op de grootzakelijke markt, wordt het aangemoedigd om je eigen ik, inclusief sterke en zwakke punten, onder de loep te blijven nemen. Zo ontwikkel je je tot de bedrijfsarts die jij wil zijn. Voor mij is dit een topcombinatie gebleken.
Ik moet er wel bij zeggen dat die zoektocht best lastig was. Ik had heel erg het idee dat wanneer ik naar banen buiten het ziekenhuis zou kijken, ik nooit meer in het ziekenhuis aan de slag zou kunnen. Ik vond de interne geneeskunde ontzettend leuk (en nog steeds!). Het voelde alsof ik dat eerst helemaal aan de kant moest zetten voordat ik verder mocht kijken. Dus het vergde best een beetje lef om dat te durven doen. Maar ik ben blij dat ik mezelf die oriëntatie gegund heb! Een passende opleiding en baan: het is zo’n groot en belangrijk iets, daar moet je goed over nadenken. Die vooroordelen over de specialismen buiten het ziekenhuis en dat idee dat je niet meer in het ziekenhuis kunt werken als je verder gekeken hebt, helpen natuurlijk niet. Tijdens de opleiding maken we elkaar soms zo bang voor van alles en nog wat. Echt onnodig! Want uiteindelijk komt alles altijd op z’n pootjes terecht, als je maar actief naar jezelf en je keuze durft te blijven kijken. Ik ben ervan overtuigd dat wij, als dokters (in spe), het ons meer mogen gunnen om buiten de comfort zone te kijken richting het onbekende en dit ook te ervaren.  

Zonde dat negatieve imago rondom de bedrijfsgeneeskunde!  
Ja, dat absoluut! Vooral omdat het op zo weinig gebaseerd is. Mensen weten er te weinig van. Ik mocht laatst met een collega spreken op het nationaal coassistenten congres over de bedrijfsgeneeskunde. De vragen uit de zaal bleven maar komen. Geneeskunde studenten kennen het specialisme nauwelijks. En, onbekend maakt onbemind!

Ik moet eerlijk zeggen dat ik eigenlijk ook geen idee hebt wat een bedrijfsarts precies doet en hoe het werkt met de opleiding enzovoorts. 
Dat snap ik! Hoe veel onderwijs heb je erover gehad? Meestal is dat weinig tot niets. En qua coschappen: bij de meeste universiteiten kun je ingedeeld worden bij de bedrijfsgeneeskunde tijdens het korte coschap sociale geneeskunde, maar velen worden ook elders ingedeeld. En onderwijs of colleges over de bedrijfsgeneeskunde van enthousiaste artsen zijn er eigenlijk ook te weinig. Dus tja, het is logisch dat de meesten er zo weinig van weten. 

‘We maken elkaar soms zo bang tijdens de opleiding, onnodig! Uiteindelijk komt alles toch wel op z’n pootjes terecht’

Aangezien zo weinig geneeskunde studenten en jonge dokters weten wat een bedrijfsarts doet. Vertel eens over jouw werkdagen/weken! 
Elk bedrijf heeft in principe een bedrijfsarts in dienst. Als iemand ziek is (gedeeltelijk of geheel niet kan werken) gaat iemand naar de bedrijfsarts. Het is een beetje verschillend op welke termijn dat is, dat is afhankelijk van de werkgever, maar maximaal na zes weken. Als bedrijfsarts begeleidt je dan iemand in zijn of haar ziekteproces en het terugkeren naar de werkzaamheden. Dit noemen we re-integratie. Vanuit mijn bevindingen tijdens het spreekuur stel ik vast wat iemands beperkingen zijn, en die vertaal ik dan in mogelijkheden richting het werk. Soms lukt het werken helemaal niet, maar veelal kan iemand in aangepaste vorm in het arbeidsproces blijven. Uiteindelijk breng ik een onafhankelijk oordeel en advies uit naar de werknemer en werkgever. Inhoudelijke informatie wordt nooit gedeeld, ook wij hebben ons beroepsgeheim. Stel je een werknemer voor, normaliter oefent diegene een fysiek beroep uit, die zijn been heeft gebroken. Dan kan een advies er als volgt uitzien: ‘Uw werknemer is ziekgemeld sinds XXX ten gevolge van een medische aandoening, waardoor uw werknemer beperkt is in langdurig (trap)lopen, knielen, hurken, kruipen, klimmen, staan.’ Daarna omschrijven we de mogelijkheden voor de werknemer en werkgever zoals: ‘uw werknemer is geschikt voor zittende werkzaamheden’. We leggen de nadruk op het denken in mogelijkheden in plaats van beperkingen. Dit maakt het erg positief. Ten aanzien van de ziekte win ik gedurende het ziekteproces veelal informatie in bij behandelaren zoals de huisarts, een specialist in het ziekenhuis, psycholoog of fysiotherapeut. Ik merk vaak dat behandelaren terughoudend zijn om iets te zeggen over de medische gegevens als ik contact opneem. Ze vragen zich af wat ze wel en niet mogen en kunnen zeggen. Het is goed om te beseffen dat we als artsen, naast ons beroepsgeheim, allemaal het zelfde doel hebben: een gezonde participatie van de samenleving. Ik vind het belangrijk om nog even in te gaan op het woord onafhankelijk, dit wordt soms in twijfel getrokken gezien werkgevers verplicht zijn om een bedrijfsarts in de arm te nemen. Ik durf hier volmondig op te zeggen dat wij als bedrijfsarts zowel gevraagd als ongevraagd advies geven, en hierin geen afhankelijkheid hebben richting de werkgever. Neem bijvoorbeeld mijn eigen dienstverband. Ik ben in dienst van mijn eigen bedrijf – de arbodienstverlener – en niet van de werkgever waar ik advies aan geef. Dit waarborgt je onafhankelijke positie. Ik werk nu bij een arbodienstverlener die preventie hoog in het vaandel heeft staan. Je ziet namelijk als bedrijfsarts vaak dat mensen pas komen als het echt niet meer gaat. Dit wordt veelal voorafgegaan door verschillende losstaande ziekmeldingen. De belastbaarheid is vaak al zo ver afgenomen, dat het lastiger is om dingen weer op te pakken. Daarom wordt preventie zo belangrijk gevonden. Hier kunnen wij een grote rol in vervullen. Bijvoorbeeld bij mensen die nog wel prima functioneren, maar wel klachten ervaren. We kunnen dan samen kijken naar oplossingen voor de problemen zodat mensen niet uitvallen. Mijn werkdagen vullen zich, naast spreekuren, met overlegmomenten of werkplekbezoeken.

En als je dan je advies hebt gegeven aan de werknemer en de werkgever: wat dan?
Je geeft advies, en schrijft dus geen therapie of medicijn voor. Daarna zie je de patiënt terug om te kijken hoe het gaat en of er verbetering heeft plaatsgevonden van de belastbaarheid. De termijn waarop je iemand terugziet is afhankelijk van het soort klacht: voor psychische klachten in de beginsituatie à 3 weken en voor lichamelijke klachten à 6 weken, maar op indicatie natuurlijk vaker. Je ziet werknemers in principe niet langer dan twee jaar. Na twee jaar komt iemand namelijk bij de verzekeringsarts, en wordt gekeken of, en in welke mate, iemand een WIA uitkering zal krijgen. Wat ik zo leuk vind aan het vak is dat je als bedrijfsarts soort van de ‘manager’ bent van het totale plaatje van de werknemer en diens ziekteproces.

In wat voor team werk je?
De arbodienstverlener waar ik werk stimuleert het werken in teamverband voor een werkgever. Wij noemen dit een klantteam. Zo werk je onder andere nauw samen met arbo-verpleegkundigen, adviseurs, arbeidsdeskundigen, ergonomen en veiligheidskundigen. De dienstverlening wordt ondersteund door onze gezondheidscoördinatoren. Het overleggen met andere artsen vindt laagdrempelig plaats en we weten elkaar goed te vinden. Overigens is het binnen ons vak ook mogelijk om als ZZP’er te werken. Zo is er voor ieder wat wils!

Hoe kom je in opleiding en hoe ziet die er vervolgens uit?
De opleiding duurt 4 jaar. Naast het doorlopen van het curriculum, loop je verschillende stages zoals bij het UWV, revalidatieprogramma’s, en re-integratiebegeleiding. Dit is voor een groot deel zelf in te vullen, afhankelijk van je eigen ontwikkeldoelen. Het wordt gestimuleerd om je te ontwikkelen in een bepaald aandachtsgebied, net zoals dat de ene huisarts extra veel weet van huidaandoeningen en de ander zich toegelegd heeft op het zetten van spiraaltjes en wegsnijden van plekjes. Zo kun je als bedrijfsarts ook zelf een expertisegebied innemen (bijvoorbeeld kanker of infectieziekten), maar je kan ook generalistisch blijven.
Er zijn twee organisatie waar je in opleiding kunt: SGBO (Nijmegen) en NSPOH (Utrecht). Anders dan in het ziekenhuis, wordt de opleiding niet door het rijk betaald, maar in principe door je werkgever.

‘Anne Marie als goeroe in de werk/privé balans’

Nog even over die werk-privé balans aangezien jij een echte goeroe bent op dat gebied. Hoe doe jij dat?
Om te beginnen scheelt het enorm dat mijn werkdagen regelmatig zijn: we hebben geen diensten. Zoals al aangegeven geeft de autonomie in dit werk je een bepaalde vrijheid richting het inplannen van je agenda. Wat betreft je werkdagen weet je dus waar je aan toe bent. Qua privé dingen probeer ik echt in te plannen wanneer en waaraan ik tijd en aandacht besteed. Dit is dus inclusief m’n gewaardeerde ‘me-time’!
Dat stimuleert om jezelf elke keer af te vragen of er wel voldoende tijd is voor jezelf, en voor de dingen waar je je mee bezig wil houden.
Wat ik heb geleerd uit m’n zoektocht, is dat het belangrijk is om te blijven analyseren en heroverwegen: ben ik nog op mijn plek? Ben ik gelukkig in wat ik doe? Ik probeer daarop mijn keuzes te baseren, en niet op wat andere mensen zouden denken of vinden. Natuurlijk is dit altijd een uitdaging, maar ik ben tot de conclusie gekomen dat het nodig is om een gezonde portie schijt te hebben en je eigen weg te kiezen! 

Heb je nog een Gouden tip voor de lezers?  
Bedenk jezelf dat het leven veel te kort en kostbaar is om bezig te zijn met dingen waar je niet gepassioneerd over bent. Doorloop vooral je eigen route, en zet hierin je geluk op de eerste plek.

Blog 27; Tips voor coassistenten

Alle dokters zijn in het verleden coassistent geweest, maar sommigen lijken dat alweer totaal vergeten. Er wordt wel eens gekscherend gezegd dat de coassistenten moeten voldoen aan de drie K’: koffie halen, krukje zitten en kop houden. Totaal onterecht natuurlijk, want coassistenten zijn de dokters van de toekomst. Maar wat kan je er als coassistent zelf aan doen om zoveel mogelijk te leren van je coschap?

Stel jezelf voor.
In het ziekenhuis werken vaak ontzettend veel mensen en iedereen heeft zijn of haar eigen taak. Aan de kleur van de jas en de lengte is soms iets van de taak en verantwoordelijkheden af te lezen, maar vooral heel vaak ook niet. Natuurlijk zou het leuk zijn als iemand vraagt wie je bent en wat je wilt komen leren of als een ander je voorstelt, maar stel dat dat niet gebeurt neem dan het heft in eigen hand!

Ken jouw leermethode.
Sommigen leren van het trucje afkijken, sommigen leren door het zelf te doen. Sommigen vinden het fijn om vragen te stellen en uitleg te krijgen, anderen leren meer door zaken zelf op te zoeken. Iedereen leert op een andere manier. Weet van jezelf hoe jij het beste leert en communiceer dit duidelijk met diegene waarmee je meeloopt.

Maak duidelijke leerdoelen en bespreek dit met de arts
(-assistent).
Wil je leren om zelf visite te lopen met de verpleeg- kundige? Wil je je verdiepen in een patiënt met een nierinsufficiëntie of wil je graag lichamelijk onderzoek doen en dit juist interpreteren? Wil je zelf een familiegesprek voeren of zelfs een slecht nieuws gesprek bijwonen of voeren? Of richt jij je op het oefenen van skills zoals een infuus of arterieel bloedgas prikken? Zorg dat je voor jezelf helder hebt wat je wilt leren en geeft dit aan, dan is de kans het grootst dat je jouw leerdoelen behaald hebt aan het einde van je coschap.

Ken je grenzen en vraag hulp.
Het is oké als je iets (nog) niet weet of iets (nog) niet kunt, je bent er om te leren! Maar zorg wel dat je dit niet probeert te verbergen omdat je je dom voelt maar juist om hulp vraagt. Je zult merken dat wanneer je duidelijk communiceert over wat je wel en niet kunt en je grenzen aangeeft, de arts-assistent je veel meer durft te laten doen. Voor arts-assistenten kan het namelijk best spannend zijn om zaken uit handen te geven aangezien zij uiteindelijk de verantwoordelijkheid dragen, samen met de supervisor natuurlijk. En als jij bang bent om dom gevonden te worden en dus dingen niet vraagt en maar aanmoddert, is dat voor de arts-assistent erg vervelend aan het einde van de dag als zaken uiteindelijk toch geregeld moeten worden. Voel je niet dom en vraag dus om hulp als je dingen (nog) niet weet!

‘Krijg korting op de boeken van Compendium Geneeskunde met kortingscode ‘Inoek10’

Koop een zakkaartje of pocketboek.
Nee, je hoeft echt nog niet alles te weten want zoals eerder genoemd: je bent er om te leren. Maar het is wel leuk als je de basiskennis van het specialisme waarbij je meeloopt kent of paraat hebt in de vorm van een zakkaartje of leerboek in pocketversie. Compendium biedt zowel zakkaartjes als pocketversies aan voor veel verschillende specialismen, vind hier een overzicht van alle pocketversies en krijg 10% korting met kortingscode ‘Inoek10’.
m.u.v. pocketversie KNO, huisartsgeneeskunde, radiologie

Geniet van de vrijheid.
Als coassistent heb je geen verplichtingen dus geniet daarvan! Je hoeft namelijk niet perse op de afdeling te blijven. Wil je met je patiënt mee naar een onderzoek zoals een hartkatheterisatie, echo, pacemaker implantatie, gastroscopie, CT-scan of nierbiopt? Vraag het de de patiënt en de afdeling waar het onderzoek plaatsvindt. Grote kans dat ze het alleen maar leuk vinden en je graag alles uitleggen! Wil je je juist verdiepen achter de computer? Ook prima. Graag eens een kijkje op de SEH nemen, kan waarschijnlijk ook geregeld worden!

Leg de lat niet te hoog en heb het leuk!
Tuurlijk zijn we allemaal streberig en willen we graag veel leren en goede dokters worden, maar dat is een proces dat tijd en beslag neemt en niet iets wat in een weekje lukt. Leg de lat dus niet te hoog en geniet gewoon van de positie waarin je een kijkje mag nemen bij alle specialismen.


Heb je iets gehad aan de tips? Deel dat dan op Instragram.
Lijkt het jou leuk om de volgers van doktersdiehetandersdoen eens een weekje mee te nemen tijdens jouw coschappen via de instagram pagina of een blog? Stuur me dan een berichtje.

Blog 26; in gesprek met medisch-adviseurs van VvAA

Het was even wat stiller op de website, maar vandaag is er weer een splinternieuwe blog! Ditmaal ga ik in gesprek met Henrike en Jobien, beide hebben ze langere tijd gewerkt als arts in de kliniek en beide hebben ze de switch gemaakt naar arts zijn bij VvAA. Ze werken als medisch adviseur en geven ons een inkijkje in hun keuzes en in hun werkende leven.

Hoe ziet jullie werk als medisch adviseur eruit?
Henrike: Mijn taak als medisch adviseur is o.a. advies geven over aansprakelijksheidszaken. In de zaken die ik doe gaat het vrijwel altijd om een huisarts aangezien ikzelf afgestudeerd huisarts ben. Concreet betekent dat wanneer een arts (verzekerd bij VvAA) aangeklaagd en beschuldigd wordt van het veroorzaken van schade of leed bij een patiënt dat ik me als medisch adviseur verdiep in de casus en beoordeel of de arts medisch gezien juist gehandeld heeft. Daarbij is vooral belangrijk of de arts heeft gehandeld zoals zijn gemiddelde collega zou hebben gehandeld en niet of het met de kennis achteraf anders had gekund. Ik geef daarbij een advies aan de schade behandelaar en zij beoordelen of ze de aansprakelijkheid erkennen ja of nee. Het werk als medisch adviseur is overigens vaak wisselend. We geven ook adviezen over schades die ontstaan zijn door ongelukken, annuleringen van reisverzekeringen ed. Medisch adviseurs werken op heel verschillende plekken, ons werk is daarom niet onder één noemer te brengen.
Jobien: Ook ik werk als medisch adviseur en houd me voornamelijk bezig met medische aansprakelijkheid, meestal bij zaken waarbij een internist betrokken is aangezien ik internist ben. Daarnaast heb ik ook een aantal andere taken. Zo geef ik richting en inhoud aan het medisch risicomanagement en preventie, onder meer door analyse van de claimdata en het delen van de inzichten met de verzekerde zorgverleners en zorginstellingen. Ik kan, mede doordat ik zelf in het ziekenhuis gewerkt heb, de verbindende schakel zijn tussen grote instellingen en VvAA op het gebied van preventie; géén afvinklijstjes vanuit de verzekeraar, maar ondersteuning bieden bij het kwaliteitsbeleid van de instelling. In gezamenlijkheid ontwikkelen we dan een preventie strategie. Verder vertolk ik binnen VvAA  “de doktersstem”  bij ontwikkelingen. Zo heb ik bijvoorbeeld mee gedacht over de ontwikkeling van een medische aansprakelijkheidsverzekering voor ziekenhuizen en speel ik een rol in de profilering van VvAA op thema’s rondom klachten en claims. Zo organiseren we bijvoorbeeld webinars over klachten en claims.

Jobien, over wat voor onderwerpen gaan zulke webinars dan?
Bijvoorbeeld over wat goede dossiervoering is. Wat hoort erin te staan en hoe vermeld je bepaalde zaken? Daarnaast hebben we laatst een webinar gegeven over hoe om te gaan met een ontevreden patiënt. Elke dokter zal dat in zijn of haar carrière eens mee maken, het is goed om te weten hoe je daar mee om kunt gaan, welke wegen je het beste kan bewandelen, hoe je er voor zorgt dat een klacht of claim je niet teveel uit balans brengt.

Henrike, waarom ben je gestopt met huisarts zijn en hoe ben je bij de VvAA terecht gekomen?
Ik ben zo’n 7 jaar huisarts geweest, maar ik voelde op een gegeven moment dat dat niet langer was wat ik graag wilde. Dat had eigenlijk met meerdere dingen te maken, een deel daarvan was dat de vele (vaak korte) contacten mij onvoldoende energie opleverden. Ik voelde een bepaalde verantwoordelijkheid voor het geluk van de persoon aan de andere kant van de tafel wat ik niet prettig vond. De praktijk waar ik werkte vond ik wel heel erg leuk. Ik zag collega’s elke dag blij worden van hun werk en merkte dat ik dat niet meer had. Ik wist dus dat ik geen huisarts meer wilde zijn, maar tja, wat ga je dan doen? Uiteindelijk ben ik na een periode goed nadenken eerst gestopt met mijn praktijk. Dat was een hele stap. Na een half jaar kwam ik via via bij de VvAA terecht, sinds begin 2021 werk ik als medisch adviseur en dat bevalt enorm goed!

Ik had het idee dat ik pas kon stoppen met huisarts zijn zodra ik wel wist wat ik wilde.’

Was het voor jullie een lastige keuze om te stoppen als arts?
Henrike: Ja, ik vond het best lastig. Met name omdat ik goed wist dat ik geen huisarts meer wilde zijn, maar niet goed wist wat ik dan wel wilde. Ik had het idee dat ik pas kon stoppen zodra ik wist wat ik wilde. Uiteindelijk was de stap om te stoppen het belangrijkste, die gaf daarna ruimte om mij opnieuw te oriënteren.
Jobien: Ik werk nu dik 2,5 jaar bij de VvAA en heb 10 jaar gewerkt als internist. Ik vond het contact met de patiënt het allerleukst, maar door de hoge administratielast was daar steeds minder tijd voor. Ik kreeg ook het gevoel dat ik stil stond in mijn ontwikkeling, terwijl ik graag verder wilde leren  en nieuwe ervaringen wilde opdoen. Dat heb ik in het begin ingevuld door mijn werk als internist te combineren met neventaken zoals bijvoorbeeld onderdeel te zijn van het dagelijks  bestuur van de vakgroep waarin ik werkte. Ik ben ook iets minder dagdelen als internist gaan werken om in de raad van bestuur van een eerstelijns diagnostisch centrum te werken.  Maar uiteindelijk merkte ik, net als Henrike, dat het werken als internist mij steeds minder energie opleverde in verhouding tot de energie die ik er in stak. Toen begon ook steeds zwaarder te wegen dat ik weinig tijd overhield voor andere dingen zoals mijn gezin en mijn hobby’s. Die afweging is natuurlijk voor iedereen anders maar uiteindelijk ben ik ontzettend blij met mijn keuze. Als ik mijn keuze aan collega’s uitlegde begrepen ze het wel.  Sommigen gaven zelfs toe dat zij ook weleens twijfelden en vonden het geruststellend dat, mochten zij ook ooit voor de keuze staan,  er ook andere interessante functies zijn, ook buiten het ziekenhuis.

Hoe belangrijk is het dat je opgeleid bent als dokter als je medisch adviseur bent?
Jobien: Heel erg belangrijk! Als dokter begrijp je de arts-patiëntrelatie, de dossiervoering, weet je hoe dingen soms kunnen lopen in het ziekenhuis, snap je de taakverdeling en ga zo maar door. Het leuke voor mij nu is dat ik de wereld van de dokter vanuit een andere positie leer kennen. Maar er zijn veel raakvlakken, ik sta nog steeds voor een goede kwaliteit van zorg en een continue verbetering.

‘Accepteer dat carrièrewensen en verwachtingen kunnen veranderen’

Hoe ziet jullie week er praktisch gezien uit?
Henrike: Door Corona heb ik vrijwel alleen maar thuis gewerkt. Mogelijk dat ik straks één keer per week naar kantoor ga voor overleggen. Ik zit veel achter de computer en werk zelfstandig aan de zaken. Een aantal keer per week heb ik een overlegmoment met collega’s of juristen. Ik werk momenteel 2,5 dag.
Jobien: Mijn weken zijn wisselend. Ik heb weken met veel overleggen, maar ga soms ook naar klanten toe. Daarnaast werk ik zelfstandig, maar ook veel in groepsverband. Het is ontzettend afwisselend. Het fijne is dat ik mijn agenda aardig goed zelf kan indelen.

Hebben jullie nog tips voor de lezers van deze blog?
Henrike: mijn belangrijkste tip is om je vooraf goed te oriënteren wat bij je karakter past. Daaropvolgend is mijn andere belangrijkste tip dat je gedurende je carrière je keuzes kunt bijstellen/evalueren. Die wetenschap geeft veel vrijheid.
Jobien: Daar sluit ik me bij aan! Accepteer van jezelf dat je carrièrewensen en verwachtingen kunnen veranderen en luister daarnaar. Het brengt je op nieuwe plekken met nieuwe energie.


Wil jij ook iets vertellen over jouw werk en de keuzes die je gemaakt hebt? Mail naar mailto:doktersdiehetandersdoen@gmail.com

Blog 25; Op pad en een overvolle agenda

Eindelijk kunnen we weer van alles plannen: uiteten, feestjes, concerten, stedentripjes, vakanties. Kortom, we kunnen weer op pad! Maar hoe combineer je al die leuke dingen met je soms drukke baan als dokter?

Tip 1: Plan vooruit!
Soms is het lastig om al je vriendinnen te blijven zien, omdat er maar 24 uur in een dag zit en als je fulltime werkt je maar twee vrije dagen hebt per week. En in het leven van een dokter komen daar nog weekend-, avond- en nachtdiensten bij wat afspreken vaak een extra uitdaging maakt. Mijn beste vriendin en ik plannen vaak drie maanden of zelfs langer vooruit en blokkeren dan het hele weekend. Word je dan toch ingepland om een zaterdag of zondag te werken? Heb je alsnog een dag over om samen iets leuks te doen.

Tip 2: Hou in je agenda ruimte over voor spontane dingen
Ik kan enorm genieten van spontane leuke dingen. Spontaan een kopje koffie doen bij vrienden of familie wat dan uiteindelijk een gezellige avond met wijntjes en hapjes wordt of die vriendin die in de buurt is en langs komt voor een lekkere cappuccino in de zon in de tuin? Als je hele agenda altijd al volgepland is, is er geen ruimte voor spontane dingen dus laat ook eens een gaatje open.

Tip 3: Creëer tradities
Breng je oud en nieuw altijd met dezelfde vrienden door? Is de paasbrunch op tweede paasdag standaard in jouw familie? Ga je elk jaar een weekendje weg met vriendinnen in het voorjaar? Grote kans dat je dat het jaar daarna opnieuw doet. Zijn er dingen die je leuk vindt en waar je van geniet, maar is het lastig om het in te plannen? Maak er een traditie van, en iedereen houdt er automatisch rekening mee! Zo hebben wij als familie het drie maandelijkse etentje vorig jaar in het leven geroepen. Om de beurt is het bij iemand en tijdens het etentje plannen we direct de volgende keer in met elkaar.

Tip 4: Gebruik de standaard vrije dagen nuttig
‘O, is het dit weekend alweer Pasen? Dat had ik niet door! Woensdag vrij, hoezo dan? O Koningsdag..’ Klinkt dit herkenbaar voor jou? Grote kans dat je dan de standaard vrije dagen niet maximaal benut. Mijn doel voor 2022 was om weekendjes weg of vakanties beter vooruit te plannen zodat ik niet op de eerste vrije dag nog hoef te bedenken of we wel of niet weg gaan en we uiteindelijk wat in huis klussen en niet volop genieten van een week vakantie. Zo hebben we in mijn compensatie week na mijn dienstblok in november een tourtje Nederland gedaan (Amsterdam – Delft – Den Haag) en zijn we op diezelfde manier in februari drie dagen wezen skiën in Winterberg. En vorig paasweekend zijn we met mijn familie vier dagen wezen skiën in Oostenrijk door de vrijdag voor Pasen vrij te nemen. Al met al kostte dit één vakantiedag en hebben we genoten van drie mini vakanties.

Tip 5: Maak een bucket list en begin met afstrepen
Wil je graag naar Zuid-Afrika? Maak het concreet: zoek op wat de beste reistijd is en zorg dat je voor het jaar daarna in die periode vrij neemt (en begin met sparen ;)). Zou je Ed Sheeran heel graag een keer live willen zien? Zoek op wanneer hij in Nederland is en blokkeer deze datum in je agenda. Stuur meteen even een mailtje naar de roostermaker op je werk dat je niet per ongeluk ingedeeld wordt voor een dienst.

Tip 6: Date night
Plan een vaste date night met je lover. Samen naar dat nieuwe restaurant, thuis muziek luisteren en borrelen of gewoon op de bank netflixen en vroeg naar bed ;).


Wat zijn de dingen waar jij veel energie uithaalt? Hoe zorg jij dat je dat doet en hoe ga jij om met een volle agenda? Laat het me weten via Instagram @doktersdiehetandersdoen.

Blog 24; In gesprek met een AIOS radiotherapie

Deze week ga ik in gesprek met dokter Anne Cobussen, arts in opleiding tot radiotherapeut-oncoloog. Radiotherapie is een medisch specialisme waar ik voordat ik aan de slag ging binnen de interne geneeskunde en oncologie niet eerder van gehoord had. Zonde, want het is een prachtig specialisme!

Wist je dat..?
– Een radiotherapeut niet hetzelfde is als een radioloog?
Dit wist 79% van de stemmers via de Instagram pagina van @doktersdiehetandersdoen.

– Een radiotherapeut meer doet dan alleen in een hokje zitten en bestralen. Sterker nog, een radiotherapeut zit helemaal niet in dat hokje te bestralen, dat doen de laboranten!
84% van de stemmers wist dit. Side note: de radioloog zit natuurlijk ook niet de hele dag in een donker hokje ;).
– Je technisch niet perse heel erg goed hoeft te zijn om radiotherapeut te worden. Er zijn veel laboranten en klinisch fysici die het technische gedeelte op zich nemen.

Anne aan het werk als AIOS radiotherapeut-oncoloog

Anne, hoe kwam jij eigenlijk in aanraking met de radiotherapie?
Ik was destijds werkzaam bij de gynaecologie en daar vroeg iemand het me: ‘Anne, is de radiotherapie dan niks voor jou?’ Ik dacht toen, die mensen zitten in een hokje en ze bestralen, dat is toch juist echt helemaal niks voor mij. Geen idee hoe mis ik het kon hebben. Ik ben me er toen wel in gaan verdiepen en ben meegelopen en vanaf het eerste moment was het alsof alle puzzelstukjes van de jaren ervoor op zijn plek vielen. Dit vak had alles wat ik zocht in mijn werk als arts. Dus ja ik was verkocht en ben er meteen vol voor gegaan, want ik wist zeker, dit is mijn vak! 

Je zegt: ‘het vak heeft alles wat ik zocht’. Wat zoek jij in een baan? Was het lastig dat te vinden?
Ik heb lang gezocht naar wat ik precies als arts wilde. Ofja, ik wist heel goed wat ik wilde, maar ik kon het nergens overal terugvinden: ik wilde intensief patiëntencontact, ik vond intimiteit belangrijk, wilde de diepte in qua kennis, diversiteit in mijn werk, maar ik hield ook niet van het competitieve wat je vaak zag, het ellebogen en de werkdruk. 
Lange tijd dacht ik de gynaecologie in te willen gaan, die eerste facetten komen hier allemaal aanbod, maar de dingen waar ik juist tegenop zag zijn hier ook aanwezig: het ellebogen en de werkdruk. Ik heb toen eerst mijn wetenschapsstage bij de gynaecologie-oncologie gedaan en daarna ook mijn semistage bij de gynaecologie. Al na een paar weken kwam ik erachter dat ik de verloskunde helemaal niks vond. En ja, dan moet je geen gynaecoloog worden. De gynaecologie-oncologie daarentegen was helemaal mijn ding en terugkijkend was de oncologie in alle andere specialismen ook mijn ding.

‘Toen iemand me vroeg of de radiotherapie niet iets voor mij was dacht ik dat het juist helemaal niéts voor mij was. Hoe mis kon ik het hebben!’

Wat is je taak als radiotherapeut?
Als radiotherapeut-oncoloog begeleid je patiënten tijdens hun bestralingstraject. Het is geen diagnostisch vak, patiënten komen bij ons als ze al een diagnose hebben. Als radiotherapeut doe je de intake waarbij je vooral te weten wilt komen hoe een patiënt conditioneel is, wat het traject is geweest, sociale vangnet en doe je, indien geïndiceerd een lichamelijk onderzoek. Daarna leg je uit wat het bestralingstraject inhoudt en wat ze kunnen verwachten aan bijwerkingen. Tijdens de bestralingen zie je je patiënten op controle en bij sommige deelgebieden ook nog tot 5 jaar na behandeling. Zo doen wij bijvoorbeeld bij bepaalde doelgebieden (oa prostaat en gynaecologie) de follow-up afwisselend met de hoofdbehandelaar. Verder bepaal je als radiotherapeut-oncoloog welk bestralingsplan een patiënt krijgt, hier zijn vaste protocollen voor, maar soms moet je hier ook een beetje mee spelen, bijvoorbeeld in de recidiefsetting. Vervolgens teken je het doelgebied in. De laboranten maken een bestralingsplan en als arts ben je verantwoordelijk om dit te beoordelen en te accorderen. Soms worden we op het bestralingstoestel erbij geroepen als er een match niet klopt (bijv dat de tumor buiten het doelgebied ligt door bijvoorbeeld veel lucht in de darmen) en moet je beslissen of een bestraling wel of niet door kan gaan, of dat er extra maatregelen genomen moeten worden.  
Daarnaast houd je je bezig met brachytherapie, een speciaal onderdeel van de radiotherapie. Dit wordt bij gynaecologische- en prostaatcarcinoom veelal ingezet. Bij het uitvoeren van deze inwendige bestraling ben je als radiotherapeut-oncoloog nog wat meer met je handen bezig: zo plaatsen we zelf de bestralingsapplicator en de naalden waar de straling doorgaat, of bijvoorbeeld de jodiumzaadjes die de meeste wel zullen kennen bij prostaatkanker.

Dat is veel breder dan ik in eerste instantie dacht! Maar hoe word je eigenlijk radiotherapeut?
Na de bachelor en master geneeskunde kun je de opleiding tot radiotherapeut volgen in verschillende centra. De opleiding is in totaal 5 jaar en is echt op de oncologie gericht. Het grootste deel van de opleiding volg je bij de radiotherapie met stages in de verschillende doelgebieden. Verder hebben we een half jaar klinische stage, die wij vanuit Maastricht bijna altijd bij de interne oncologie volgen, daar ben ik nu mee bezig. Daarnaast hebben we nog 3 maanden radiologie, 6 maanden een vrije stage en aan het einde van de opleiding nog een verdiepende stage. Ook volgen we 1 jaar bij de radiotherapie in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, waarin je vrij bent om je doelgebieden te kiezen. We hebben in de opleiding dus best wel wat vrijheid om bepaalde stages in te delen en je eigen richting te kiezen. Zo is het voor mij heel duidelijk dat ik me wil profileren in de brachytherapie en gynaecologische en urologische tumoren. Ik ben hiervoor van plan om  in mijn vrije stage naar Aarhus in Denemarken te gaan, om me daar verder te specialiseren in de brachytherapie bij gynaecologische tumoren.

Is het lastig om een opleidingsplek te bemachtigen en wat zijn de criteria?
Ik ben direct vanuit de geneeskunde opleiding aangenomen voor de opleiding tot radiotherapeut-oncoloog in Maastricht. Ik had ook in Nijmegen gesolliciteerd, maar daar raadden ze me aan om eerst een jaar klinische ervaring op te doen. In Maastricht hoefde dat niet. Van verhalen hoor ik dat de eisen in de randstad hoger zijn en je bijvoorbeeld gepromoveerd moet zijn of met onderzoek bezig moet zijn, maar dat weet ik niet zeker hoor, want ik heb daar niet gesolliciteerd. Het lastige is dat er weinig tot geen ANIOS plekken bij de radiotherapie zijn, het is dus heel lastig om in dit vakgebied ervaring op te doen als basisarts. Ze zijn dus in mijn ogen ook zeker niet op zoek naar de beste AIOS, maar wel daar degenen die dit vak echt willen uitoefenen en hier goed over nagedacht hebben en er een goed beeld van hebben.

Hoe ziet voor jou een gemiddelde werkweek eruit?
Een werkweek van een radiotherapeut is heel divers: je ziet nieuwe patiënten en controle patiënten op de poli, neemt deel aan MDO’s (multi disciplinaire overleggen red.), maakt tussendoor de intekeningen voor de bestralingen, beoordeeld deze en kan voor allerlei zaken naar het toestel of CT-scan gebeld worden bij bijzonderheden om mee te kijken. Zeker als brachy radiotherapeut komt hier nog meer afwisseling bij kijken. Als ik zo kijk kan ik wel een heel boekwerk maken over dit fantastische vak. Als AIOS (arts in opleiding tot specialist red.) doe je eigenlijk alle bovenstaande zaken ook, maar dan onder supervisie. In Maastricht zijn we als AIOS boventallig, wat betekent dat je in eerste instantie de patiënten uit de agenda van je supervisor kiest. Je mag dan kiezen om die patiënt zelf te zien zonder supervisor, maar je mag er ook voor kiezen dat je de patiënten samen met je supervisor ziet waarbij jij het gesprek doet. Op deze manier krijg je dus directe supervisie en feedback en leer je ontzettend veel! Later in je stage krijg je steeds meer eigen patiënten en doe je natuurlijk zelf alle controles.

Wat vind jij het allerleukste aan je baan? En wat vind je minder leuk?
Pfoe, dat is een lastige vraag. Het is gewoon zo’n mooi vak, ik vind heel veel leuk: de diversiteit in het werk, de tijd voor de patiënten en dat ik alle aspecten die ik belangrijk vind terug heb kunnen vinden hier. Het mooie is dat je de patiënt, de anatomie, het medische probleem en de technische mogelijkheden met elkaar combineert om zo tot het beste beleid te komen.
Ik vind het in opleiding zijn soms best lastig en dat het niet alleen maar je werk is, maar dat je ernaast nog allerlei zaken moet doen (onderwijs verzorgen, onderzoek, artikelen lezen etc). Daarnaast stel je zelf geen diagnose. Ik vind dat zelf totaal geen probleem, maar als je dat wel leuk vindt zit je hier niet op de goede plek.

Je combineert de gegevens van de patiënt, de anatomie, het medische probleem en de technische mogelijkheden om tot de beste behandeling te komen

En hoe zit het met diensten? Heb je die eigenlijk wel?
We hebben bereikbaarheidsdiensten, 5 dagen achter elkaar. Tijdens deze diensten kan je gebeld worden door patiënten, verwijzers of laboranten als er bestraald wordt. Hoe vaak je gebeld wordt wisselt heel erg. Er zijn dagen dat je helemaal niet gebeld wordt, maar ook dagen dat je 4 telefoontjes in een uur krijgt. Over het algemeen vallen het aantal telefoontjes heel erg mee. Een enkele keer moeten we tijdens een dienst in huis komen voor een spoedbestraling, maar dit is niet vaak en daar zijn bepaalde tijden voor ingepland, dat zal niet midden in de nacht zijn.

Mij valt het op dat je als dokter tegenwoordig meer achter je computer zit dan dat je bij de patiënt bent. De administratielast is enorm als dokter in het ziekenhuis. Is dat bij jou ook zo?
Ook wij hebben zeker onze administratie, maar ik denk dat de verhouding patiënten zien en administratie wel beter verdeeld is. Omdat we alleen poliklinisch werken bestaat de administratie van het werk vooral uit het voorbereiden van de poli en het maken van brieven. We hebben ruim de tijd tijdens het spreekuur, vaak wel 40 tot 60 minuten voor een nieuwe patiënt dus vaak red je het wel in die tijd je brieven te maken. Daarnaast hoort het voorbereiden van MDO’s er ook bij natuurlijk. En dan is er ook nog de administratielast van de opleiding: denk aan voorbereiden onderwijs, leren, planning maken, cursussen, declaraties etc., dat zal hetzelfde zijn als in het ziekenhuis.

Laatste vraag: heb je tips voor (jonge) dokters die twijfelen over hun opleidingskeuze?
Heel cliché, maar ik denk dat het belangrijkste is om dicht bij jezelf te blijven. Maak de keuzes vanuit je eigen intrinsieke motivatie en niet omdat anderen dat willen. Bepaal voor jezelf wat je belangrijk vindt in je leven en in je werk, en kijk dan welk vak daar het beste bij aansluit. Doe wat je zelf wilt, dan ben je op je best en word je het gelukkigst, daar ben ik van overtuigd.


Vind jij het leuk om ook iets te vertellen over het vakgebied waarin je werkt? Neem dan contact op en mail naar doktersdiehetandersdoen@gmail.com!


Blog 23; mijn eerste column!

Een aantal maanden geleden werd ik gevraagd door de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) of ik voor hun magazine, dat vier keer per jaar uitkomt, de colums wilde schrijven. Voor mij een enorm compliment, dus natuurlijk zei ik direct ja.
Afgelopen week was het dan zo ver, mijn allereerste column werd gepubliceerd in het LAD magazine. Heb jij ‘m al gelezen?

Vragen of opmerkingen over het column of doktersdiehetandersdoen? Stuur een berichtje via email of Instagram.
Ben jij een dokter die het anders doet en wil je daar graag eens iets over vertellen? Heel erg leuk, ik hoor het graag van je!